| Woord voor vandaag |
Maand: oktober 2022
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 303
Lezen: 2 Koningen 5:1-19A
Thema: Gehoorzaamheid loont
Tekst voor vandaag: 2 Koningen 5:14
HSV: [14] Daarom daalde hij af en dompelde zich zevenmaal onder in de Jordaan, overeenkomstig het woord van de man Gods. [1]Zijn lichaam werd weer gezond, als het vlees van een kleine jongen, en hij werd rein.
NBV21: [14] Hierop daalde Naäman af naar de Jordaan en dompelde zich daar zevenmaal onder, zoals de godsman had gezegd. Zijn huid werd weer gezond, zo gaaf als de huid van een kind, en hij was weer rein.
BGT: [14] Toen ging Naäman toch naar de Jordaan. Hij ging zeven keer onder water, zoals de profeet Elisa gezegd had. Zijn huid werd weer gezond, en zo glad als de huid van een kind. Naäman was genezen.
Aantekening bij:
2 Koningen 5:14-15 een kleine jongen. Het Hebreeuws na’ar qaton is een duidelijke verwijzing naar na’arh qetannah (‘klein meisje’) in vers 2. Deze ‘aanzienlijke man’ (vers 1) had een probleem, dat het ‘kleine meisje’ kon oplossen. Daarvoor moest Naäman dan wel net zo ‘klein’ worden d.w.z. buigen voor het gezag van de profeet en nederig een nieuw geloof belijden (nu weet ik dat er op de hele aarde geen God is dan in Israël). Hij wilde een persoonlijke behandeling van de profeet, want zo had zijn Israëlitische informante hem dat verteld (vers 3). Maar door de manier waarop hij genas, begreep hij dat de God van Elisa een levende God is en geen zelfverzonnen fantasie van bovennatuurlijke profetische krachten.
Korte Overdenking
Het bekende verhaal van de genezing van Naäman, da we vandaag gelezen hebben, geeft aan dat het aan komt op je gehoorzaamheid aan, en geloof in die God. Want Naäman wilde zich niet in het water van de Jordaan wassen want de rivieren in Damascus waren veel schoner, volgens hem. Zijn dienaren begrepen het beter dan hij zelf. Zij vonden dat hij het toch maar moest proberen. Naäman was een man die wel wilde luisteren naar zijn dienaren, eerst naar het meisje en nu weer naar hen die bij hem waren. Door toch gehoorzaam te zijn aan de opdracht van Elisa werd hij gereinigd van zijn melaatsheid. Toen begreep hij dat alleen een levende God zoiets kan doen. Niet alleen zijn lichaam werd geneze maar ook zijn geest. Zo zien wij dat als wij Jezus geloven en in vertrouwen volgen, alles goed komt.
Uit de vrouwen Bijbel
Buigen Lukas 5:6-16, 22
De komst van Naäman brengt veel teweeg in Israël. De koning van Israël vraagt: ‘Ben ik God’? Dat is een belangrijke les. Naäman moet niet leren buigen voor Israëls aardse koning, maar voor Israëls God. een weg van ziekte was voor hem nodig om tot deze belijdenis te komen. Zijn trots en hoogmoed stonden hem in de weg. Met ieder van ons gaat God Zijn eigen weg. Hij wil ons lijden heiligen zodat wij daaruit leren.
De verwijs Bijbel verwijst bij vers 14 naar: Markus 1:[4] Johannes kwam in de woestijn en doopte en predikte een doop van bekering tot vergeving van zonden.
[5] En heel het Judese land en de inwoners van Jeruzalem liepen naar hem uit; en zij werden allen door hem gedoopt in de rivier de Jordaan, terwijl zij hun zonden beleden.
[6] En Johannes was gekleed in kameelhaar en had een leren gordel om zijn middel, en hij at sprinkhanen en wilde honing.
[7] En hij predikte en zei: Na mij komt Hij Die sterker is dan ik, bij Wie ik het niet waard ben neer te bukken en de riem van Zijn sandalen los te maken.
[8] Ik heb u wel gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest.
[1] Lukas 4:[27] Ook waren er veel melaatsen in Israël in de tijd van de profeet Elisa, en geen van hen werd gereinigd, maar wel Naäman, de Syriër.
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 302
Lezen: Lukas 20:9-19
Thema: Toch een antwoord
Tekst voor vandaag: Lukas 20:19
HSV: [19] En de overpriesters en schriftgeleerden probeerden op datzelfde moment de hand aan Hem te slaan. Zij waren echter bevreesd voor het volk, want zij begrepen dat Hij deze gelijkenis met het oog op hen gesproken had.
NBV21: [19] De schriftgeleerden en hogepriesters, die begrepen dat Jezus deze gelijkenis met het oog op hen verteld had, wilden Hem op dat moment laten grijpen, maar ze waren bang voor de reactie van het volk.
BGT: [19] De priesters en de wetsleraren begrepen dat het voorbeeld van de boeren over hen ging. Het liefst wilden ze Jezus meteen gevangennemen. Maar ze durfden het niet, omdat ze bang waren voor het volk.
Aantekening bij:
Lukas 20:9-19 De gelijkenis van de slechte landbouwers. Jezus vertelde deze gelijkenis wel aan het volk (vers 1-9), maar zij is gericht tegen Zijn tegenstanders (Lukas 19:47); 20:1, 19). Hij laat duidelijke zinspelingen zien dat God )’de heer van de wijngaard’, vers 13) het Koninkrijk van de leiders van Israël zal afnemen (zie aantekening bij Markus 12:1-12).
Korte overdenking
Gisteren lazen we dat Jezus hen, de schriftgeleerden en overpriesters, niet vertelde wie Hem de bevoegdheid gaf om de dingen te doen die Hij deed. Vandaag gaf hij uitleg aan het volk door een gelijkenis. De overpriesters en de schriftgeleerden begrepen deze gelijkenis heel goed. Zij hadden door dat Jezus hen zag als de landbouwers en dat zij dus degenen waren van de wijngaard zou worden afgenomen. De tekst die we vandaag centraal zetten, laat zien dat ze Jezus het liefst meteen gevangen hadden genomen. Maar ook hier is de angst voor het volk die dat verhinderd. Jezus gaf in de gelijkenis ook aan wat er met Hem zou gaan gebeuren. Jezus is de zoon van de heer van de wijngaard, hier in dit verhaal. Jezus heeft het eeuwige leven, en wij kunnen dat ontvangen door zijn dood. Wat een belofte!
Aantekening bij Markus 12:1-12 > Deze gelijkenis is rechtstreeks tegen de godsdienstige leiders van Israël gericht (Markus 12:1, 12). Op zich is het verhaal uit hey leven gegrepen. Conflicten tussen landheren op afstand, hun vertegenwoordigers (hier een slaaf) en de landbouwers kwamen nogal eens voor (vers 3-5). Ook het idee om de erfgenaam uit de weg te ruimen om het land in bezit te krijgen, hoe misdadig ook was niet nieuw (vers 6-8). De sleutel tot de juiste betekenis van de gelijkenis ligt in vers 12 (zie ook vers 1, 5). Jezus’ tegenstanders begrijpen dat het over hen gaat, maar ze nemen het niet ter harte. De wijngaard is een bekend beeld van Israël (vgl. Jesaja 5:1-5; Johannes 15:1-27). De zoon van de landheer (één zoon, die hem lief was) wordt als de Messiaanse ‘steen’ verworpen (Psalm 118:22; Markus 12:10). De bouwers (vers 10, beeld van Israëls leiders) doden de Messiaanse ‘steen’ (vers 7, 10). Deze uitleg sluit aan bij de bestaande spanningen tussen Jezus en Zijn tegenstanders, en bij Gods verlossingswerk dat altijd doorgaat ondanks de tegenstand van het volk (Nehemia 9:6, 26, 28-31; Handelingen 7:2-53). Jezus’ onderwijs in gelijkenissen heeft op Zijn hoorders hetzij een onderrichtende (Markus 4:1-20), hetzij een verhardende uitwerking (4;10-12; 12:1-12).
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 301
Lezen: Luka 20:1-8
Thema: Geen antwoord
Tekst voor vandaag: Lukas 20:8
HSV: [8] Daarop zei Jezus tegen hen: Dan zeg Ik u ook niet met welke bevoegdheid Ik deze dingen doe.
NBV21: [8] Daarop zei Jezus tegen hen: ‘Dan zeg Ik u ook niet op grond van welke bevoegdheid Ik die dingen doe.’
BGT: [8] Toen zei Jezus: ‘Dan zeg ik ook niet wie mij het recht gegeven heeft om deze dingen te doen.’
Aantekening bij:
Lukas 20:1-8 Jezus’ bevoegdheid betwist. De vraag naar Jezus’ bevoegdheid (vers 1-2) hangt nauw samen met de tempelreiniging (Lukas 19:45-48). Jezus’ tegenvraag (vers 3-4) brengt Zijn tegenstanders in verlegenheid (vers 5-7). toen Hij … onderwees. Vgl. Lukas 19:47. deze dingen. Niet alleen de reiniging van de tempel, maar ook Zijn genezingen en het onderwijs in de tempel (en elders), omdat Jezus volgens de maatstaven van de vragenstellers geen officieel gezag heeft als priester of schriftgeleerde. De doop (nl. het dienstwerk) van Johannes, was die uit de hemel (d.w.z. uit God; Lukas 15:7, 18, 21) of uit de mensen (d.w.z. van puur menselijke oorsprong; vgl. aantekening bij Mattheüs 21:25-27). Om het door Jezus’ vraag (vers 4) opgeworpen dilella te omzeilen, zeiden ze dat ze het niet wisten. Want ze vreesden voor de gevolgen, als zij kritisch zouden uitlaten over Johannes de Doper. Ook zijn door Gods gezag gedekte dienst werk had losgestaan van het officiële Joodse gezag. Maar hun betuiging van onwetendheid maakt duidelijk dat ze dan ook Jezus’ dienstwerk niet kunnen beoordelen! Als zij niet weten of Johannes de Doper van God kwam, kunnen ze dat ook niet weten van Jezus. Tegenover zoveel vijandigheid besluit Jezus hun vraag niet te beantwoorden, en Hij brengt daarmee hun onkunde aan de dag.
Korte overdenking
Als we zo dit bijbelgedeelte lezen, komt bij mij de gedacht naar boven hoe zouden wij dit vragen? Ik denk dat wij zouden vragen om een legimitatiebewijs en dan had Jezus ons gevraagd of wij ons legimitatiebewijs wilden laten zien. Maar wat moeten wij dan zeggen als wij de vraag krijgen of wij in God geloven of niet? Ja als we in de kerk zijn is het moeilijk om te getuigen dat we Jezus hebben aangenomen als onze Redder en dat wij door de doop gereinigd zijn, en door Jezus bloed en offer kinderen van God zijn. Maar als iemand op straat vraat of je in Jezus gelooft, wat dan? Als de persoon die de vraag stelt alleen is en er verder niemand bij is zal het nog gaan maar als er mensen bij zijn van wie je weet dat ze niets hebben met het geloof wat dan? Hier in ons bijbelgedeelte is het voor de vragenstellers ook moeilijk om uit te komen voor hun gedachten over Jezus, zij wisten het antwoord wel ook al zeiden ze het niet te weten. Maar het kost wat als je voor Jezus kiest. Dus vaak kies je dan maar de weg van de minste weerstand en zeg je dat je het niet weet. Jezus zag veel vijandigheid om zich heen en daarom koos Hij, om niet te antwoorden op de vraag. Jezus kiest dus duidelijk om niet in discussie te gaan met mensen die naar de bekende wegvragen. De bijbel leert ons om te evangeliseren en niet om discussies aan te gaan.
Uit de mannen Bijbel
Parels voor de zwijnen? Lukas 20:1-8
Eerlijkheid is een grote deugd. Mooi als je eerlijk omgaat met de mensen om je heen. Moet je dan altijd zeggen hoe het zit? Moet je voor iedereen je ziel onthullen? Jezus laat ons zien van niet. Er is een grens. Pas op dat mensen je eerlijkheid niet misbruiken. We hoeven geen parels voor de zwijnen te werpen, en voor sommige onthullingen is de tijd misschien nog niet rijp.
Aantekening bij Mattheüs 21:25-27 > uit de hemel of uit mensen? De onoprechtheid van de leiders blijkt uit hun weigering om deze vraag te beantwoorden, maar Jezus strikt hen ook, want zij zijn de godsdienstige leiders en moeten nu hun onkunde bekennen. En als zij niet weten of Johannes van God was, hoe kunnen ze dan beoordelen of Jezus dat is?
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 300
Lezen: Lukas 19:41-48
Thema: Emoties
Tekst voor vandaag: Lukas 19:41
HSV: [41] En toen Hij dichtbij kwam en de stad zag, weende Hij over haar.
NBV21: [41] Toen Hij Jeruzalem voor zich zag liggen, begon Hij te huilen om de stad.
BGT: [41] Jezus was nu dicht bij Jeruzalem. Toen hij de stad zag, begon hij te huilen.
Aantekening bij:
Lukas 19:41 weende Hij over haar. Zie aantekening bij Lukas 13:34 en Johannes 11:35. Dat vele Joden Jezus zouden verwerpen, was al in het Oude Testament voorzegt (zie aantekening bij Johannes 12:37-40). Toch voelt Jezus er intens verdriet over. Daarmee laat Hij ongetwijfeld in het hart van God kijken, wanneer Deze ziet hoe Zijn volk Zijn profeten en Zijn Zoon verwerpt.
Korte overdenking
Het was zoals we gisteren lazen een zegetocht. Groots werd Jezus Jeruzalem ingehaald. Maar vandaag zien we hoe Jezus naar Jeruzalem kijkt, Hij kent de toekomst. Deze toekomst werd bepaald door de mensen die hem binnenhaalden. De emoties, waarover we vandaag lezen, zijn verschillend eerst verdriet en daarna woede/boosheid. Jezus was mens geworden dat zien we hier. Ook bij ons kunnen de emoties elkaar snel opvolgen. Soms zijn blij en dan op het volgende ogenblik kunnen we erg verdrietig zijn of ook boos net als Jezus. Wat wij kunnen doen is bidden om kracht. Jezus hart sprak, de liefde voor de mensen kreeg de overhand en Hij was gehoorzaam aan Zijn Vader. Dat is onze redding geworden. Wij mogen vertrouwen op Gods genade door Jezus verdient.
Aantekening bij Lukas 13:34 > Jeruzalem, Jeruzalem (zie Lukas 10:41). Jezus klaagt over het lot van Jeruzalem, destijds een stad met 25.000 à 30.000 inwoners (vgl. de klacht in Psalm 137). Maar Zijn weeklacht geld ook heel Israël, want Jeruzalem was het godsdienstige en politieke centrum van de natie. De wijze waarop een hen haar kuikens bijeenbrengt onder haar vleugels. Gebruikelijke beeldspraak voor liefdevolle zorg (vgl. Deuteronomium 32:11; Ruth 2:12; Psalm 17:8; 26:8; zie aantekening bij Lukas 19:41).
Aantekening bij Johannes 11:35 > Jezus weende. Jezus deelt met diep verdriet in de rouw van Zijn vrienden, maar op de achtergrond de wetenschap dat spoedig opstanding en vreugde zal volgen (vgl. Thessalonicenzen 4:13). Zijn voorbeeld laat zien dat rouw in het zicht van de dood geen gebrek aan geloof betekent, maar oprecht verdriet over de realiteit van lijden en dood.
Aantekening bij Johannes 12:37-40 > Johannes citeert Jesaja 53:1 en 6:10: Israëls verwerping van de Messias is door de Schrift voorzegt, het staat dus niet Gods plan in de weg, maar bevestigt het juist. Jesaja 53:1 profeteert van de Knecht van de Heere, verworpen door het volk, verhoogd door God. En Jesaja 6:10 zegt dat de verharding van het volk in wezen van God komt (net als bij de farao, zie Romeinen 9:17-18). Deze verzen zijn de eerste van een reeks citaten in de tweede helft van Johannes die laten zien dat profetie van het Oude Testament is vervuld. Johannes benadrukt zowel Gods soevereiniteit als de verantwoordelijkheid van de mensen. Enerzijds is hun ongeloof hun eigenschuld (‘geloofde zij niet in Hem’, Johannes 12:37), anderzijds heeft God hun ogen verblind, daardoor misten zij het geestelijk vermogen om te geloven, in wezen konden zij niet geloven (vers 39). (Over de noodzaak dat God mensen eerst het vermogen geeft om te geloven. Zie Johannes 1:13; 6:44). Zie aantekening bij Efeze 1:11.
Aantekening bij Efeze 1:11 > erfdeel geworden lijkt de beste vertaling voor het Griekse werkwoord dat normaal gesproken ‘[een deel] toeschrijven’ betekent. Sommigen geloven dat dit betekent dat God Zijn deel heeft geclaimd, nl. de gelovige Joden (zie Efeze 1:14). voorbestemd. Het was geen ad-hocbesluit om de gelovigen Zijn erfgenamen te maken, God was dit al voor alle eeuwigheden van plan. God is per definitie soeverein en bestuurt alles volledig naar Zijn Koninklijke raad. Dit staat in schril contrast met de heidense goden in die tijd. Zij waren vaak wispelturig of door ondoorgrondelijk en arbitrair lot gebonden. Gods voorbestemming is een enorme troost voor Zijn volk, omdat zij weten dat eenieder die tot Christus komt, dit doet door Gods genade en beschikking (zie Efeze 2:2-10). Die alle dingen werkt overeenkomstig de raad van Zijn wil. Elke afzonderlijke gebeurtenis die plaats vindt, is in zekere zin voorbestemd door God. Tegelijkertijd benadrukt Paulus het belang van menselijke verantwoordelijkheid. Dit blijkt uit alle morele geboden later in het boek Efeze (hoofdstuk 4-6) en al Paulus’ brieven. Paulus geloofde dat persoonlijke evangelisatie en bewuste keuze maken om God te gehoorzamen essentieel zijn in het vervullen van Gods plan. Dit blijkt uit al zijn opmerkelijke pogingen het Evangelie te verspreiden (Handelingen 13-28; vgl. 2 Korinthe 11:23-28). God gebruikt menselijke middelen om Zijn verordeningen te vervullen. Paulus en de andere bijbelse auteurs geven nooit God de schuld van tragedie en kwaad (vgl. Romeinen 5:12; 2 Timotheüs 4:14; ook Job 1:21-22). Zij zien de leerstelling van Gods soevereiniteit eerder als reden tot troost en vertrouwen (vgl. Romeinen 8:28-30), in de zekerheid dat het kwaad niet zal zegevieren en God Zijn plan voor Zijn volk zal volbrengen. Joe Gods soevereiniteit en de menselijke verantwoordelijkheid samengaan in de wereld is een mysterie dat we nooit helemaal kunnen begrijpen.
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 299
Lezen: Lukas 19:29-40
Thema: Onvermijdelijke eer
Tekst voor vandaag: Lukas 19:40
HSV: [40] En Hij antwoordde hun en zei: Ik zeg u dat de stenen zouden roepen, als dezen zouden zwijgen.
NBV21: [40] Maar Hij antwoordde: ‘Ik zeg u: als zij zouden zwijgen, dan zouden de stenen het uitschreeuwen.’
BGT: [40] Maar Jezus antwoordde: ‘Luister naar mijn woorden: Als mijn leerlingen stil zouden zijn, dan zouden de stenen gaan juichen en roepen!’
Aantekening bij:
Lukas 19:39-40 Dit vormt een illustratie van vers 14. Jezus wijst de poging van de Farizeeën om de feestvreugde te smoren af: als de discipelen met de lofprijzing stoppen, zouden de stenen ermee doorgaan. De hele schepping is gemaakt om de koning van het heelal te eren.
Korte overdenking
Dit is een bekent gedeelte uit de Bijbel de intocht in Jeruzalem. Jezus komt Jeruzalem binnen zoals een Koning hoort binnen te komen. De discipelen beginnen en de hele menigte neemt het over. De feestvreugde wordt ook door de Farizeeën opgemerkt en die vrezen voor hun eigen positie en zijn bang voor een opstand en een te veel aan eer voor Jezus. Jezus antwoord hun: dat als de mensen zouden zwijgen, de stenen het gaan overnemen. Heel de schepping zal God gaan loven als Jezus terugkomt en elke knie zal buigen voor de Heer. Wij kunnen dat lezen in Zijn Woord en mogen erop vertrouwen dat dat gebeurt. Wat zal dat een feest zijn.
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 298
Lezen: 2 Koningen 4:38-44
Thema: Goed te eten
Tekst voor vandaag: 2 Koningen 4:44
HSV: [44] Zo zette hij het hun voor, en zij aten en hielden over, overeenkomstig het woord van de HEERE.
NBV21: [44] Toen zette zijn bediende het de profeten voor, en zij aten ervan en hielden nog over, zoals de HEER had gezegd.
BGT: [44] Toen deelde de knecht het brood uit. Iedereen at ervan, en er bleef nog brood over ook. Precies zoals de Heer gezegd had.
Aantekening bij:
2 Koningen 4:42-44 broden van de eerstelingen. Het laatste wonder van dit hoofdstuk (zie aantekening bij vers 1-44) heeft ook betrekking op voedsel voor mensen doe op Elisa aangewezen zijn. Voor de ogen van de dienaar die vol ongeloof toekijkt, wordt opnieuw een kleine hoeveelheid voedsel vermenigvuldigd (vgl. vers 1-7). Dit is niet alleen genoeg om de directe nood te lenigen maar er blijft ook nog brood over. Hiermee toont de God van Elisa aan het eind van dit hoofdstuk aan dat Hij geneest, nood lenigt en uit de doden opwekt.
Korte overdenking
Het thema van vandaag is ‘Goed te eten’, dit kun je op twee manieren uitleggen. In dit Bijbelgedeelte kunnen we de beide manieren lezen. (1) Het eten is niet goed om te eten en is giftig, maar door het meel wordt het weer goed om te eten. (2) Als een man gerstebroden brengt blijkt het in eerste instantie niet genoeg te zijn voor honderd mensen, maar omdat de Heere gezegd heeft ervan te eten en er nog zou overblijven, zette hij hen voor en konden ze er goed van eten. In dit hoofdstuk zien we veel wonderen en elke keer is het gedaan in vertrouwen op Gods Woord. Het valt op dat deze wonderen betrekking hebben op het functioneren van het lichaam, maar dat daardoor de grootheid van God zichtbaar wordt. Elisa blijft geloven dat God hem helpt en wordt daarin niet beschaamd. Ook wij mogen blijven vertrouwen op Gods beloften, want God is niet veranderd en zal ook nooit veranderen.
Aantekening bij 2 Koningen 4:1-44 > De wonderen van Elisa. Zowel Elia als Elisa wordt nu in verband gebracht met de God Die water geeft naar Zijn wil (vgl. 1 Koningen 18). Dat gebeurt al dan niet op natuurlijke wijze (‘wind en … regen’, 1 Koningen 18:45; ‘geen wind … geen regen’, 2 Koningen 3:17). Verder gebeuren er enkele wonderen die aan Elia doen denken.
De verwijs Bijbel verwijst bij 2 Koningen 4:44 naar: Lukas 9:[12] De dag begon te dalen. De twaalf kwamen naar Hem toe en zeiden tegen Hem: Stuur de menigte weg, opdat zij naar de omliggende dorpen en gehuchten gaan om onderdak en voedsel te vinden, want wij zijn hier op een eenzame plaats.
[13] Maar Hij zei tegen hen: Geeft u hun te eten. Zij zeiden: Wij hebben niet meer dan vijf broden en twee vissen, of wij zouden voor al dit volk voedsel moeten gaan kopen.
[14] Er waren namelijk ongeveer vijfduizend mannen. Maar Hij zei tegen Zijn discipelen: Laat hen gaan zitten in groepen, elk van vijftig.
[15] En zij deden dat en lieten allen plaatsnemen.
[16] En nadat Hij de vijf broden en de twee vissen genomen had, keek Hij op naar de hemel, en Hij zegende ze, brak ze en gaf ze aan de discipelen om aan de menigte voor te zetten.
[17] En zij aten en werden allen verzadigd. Wat zij overhadden van de stukken brood, werd opgeraapt: twaalf manden.
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 297
Lezen: 2 Koningen 4:25-37
Thema: Geen valse hoop
Tekst voor vandaag: 2 Koningen 4:34
HSV: [34] Vervolgens ging hij op het kind liggen, legde zijn mond op diens mond, zijn ogen op diens ogen en zijn handen op diens handen. Hij strekte zich over hem uit en het lichaam van het kind werd warm. [35] Toen kwam hij terug en liep in het huis heen en weer. Hij ging weer naar boven en strekte zich over hem uit. Toen niesde de jongen tot zevenmaal toe; daarna deed de jongen zijn ogen open.
NBV21: [34] Daarna liep hij naar het bed toe en ging boven op het kind liggen, met zijn mond op zijn mond, zijn ogen op zijn ogen en zijn handpalmen op zijn handpalmen. Zo bleef hij over het kind uitgestrekt liggen tot het lichaam weer warm werd. [35] Toen kwam hij overeind, liep door de kamer heen en weer, en strekte zich nogmaals over het kind uit. Uiteindelijk niesde de jongen wel zeven keer, en opende zijn ogen.
BGT: [34] Hij liep naar het bed en ging boven op de jongen liggen, met zijn mond op de mond van de jongen, met zijn ogen op zijn ogen en met zijn handen op zijn handen. Zo bleef hij languit liggen totdat het lichaam van de jongen weer warm werd. [35] Toen stond hij op en liep één keer de kamer door. Daarna ging hij opnieuw boven op de jongen liggen. Toen nieste de jongen zeven keer en deed zijn ogen open.
Aantekening bij:
2 Koningen 4:34 Door Elia’s behandeling krijgt het kind weer lucht (legde zijn mond op diens mond), kan weer zien (diens ogen) en krijgt het zijn kracht (diens handen) terug. Als de Geest Gods strekte Elisa zich over hem uit en daardoor kwam de levensgeest terug in het kind.
Korte overdenking
Wat een verhaal, gisteren eerst de vreugde en ook het verdriet. Vandaag lezen we van hoop. De vrouw ging op weg naar de man Gods, in de hoop dat hij haar kon helpen. Toen Elisa haar zag aankomen wist hij niet waarom zij kwam. De vrouw vroeg Elisa, heb ik een zoon van mijnheer gevraagd? Heb ik niet gezegd: Bedrieg mij niet? Elisa vertrouwd op de Heere en stuurt Gehazi met zijn staf naar het kind. Maar de moeder accepteert het niet dat Elisa de jongen op afstand wil opwekken. Ze drong erop aan dat Elisa zelf meeging. Toen stond Elisa op en volgde haar. Gehazi had hem verteld dat de jongen niet wakker is geworden door het geen Gehazi moest doen in opdracht van Elisa. Toe Elisa bij het huis kwam zag hij dat ze de jongen, dood op zijn bed hadden neergelegd. Elisa sloot de deur achter zich en bad tot de Heere. Vervolgens deed hij wat we lazen in vers 34 en 35. Hier zien we het vertrouwen van Elisa, hij ging bidden en handelen en zijn hoop was geen valse hoop. Wat zouden wij doen, blijven wij vertrouwen nadat we ergens om hebben gebeden of gaan we twijfelen. Wij moeten er op blijven vertrouwen dat God altijd geeft wat wij nodig hebben, als wij iet vragen zoals Jezus ons dat heeft geleerd.
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 296
Lezen: 2 Koningen 4:8-24
Thema: Gastvrijheid beloond
Tekst voor vandaag: 2 Koningen 4:13
HSV: [13] Hij had namelijk tegen hem gezegd: Zeg nu tegen haar: Zie, u hebt heel veel zorg aan ons besteed, wat kan men voor u doen? Kan ik voor u tot de koning spreken of tot de bevelhebber van het leger? Maar zij had gezegd: Ik woon te midden van mijn volk.
NBV21: [13] zei Elisa tegen Gechazi: ‘Vraag haar wat we voor haar kunnen doen in ruil voor alle moeite die zij zich voor ons getroost heeft. Kunnen we voor haar bij de koning pleiten, of bij de bevelhebber van het leger?’ Maar de vrouw antwoordde: ‘Ik leef te midden van mijn eigen volk.’
BGT: [13] Namens Elisa vroeg Gechazi aan de vrouw: ‘U hebt heel veel moeite voor ons gedaan. Is er iets wat wij voor u kunnen doen? Kunnen we iets voor u vragen aan de koning, of aan de leider van het leger?’ ‘Dat is niet nodig,’ antwoordde de vrouw. ‘Want ik heb familie die me altijd kan helpen.’
Aantekening bij:
2 Koningen 4:13 Kan ik voor u … spreken. Elisa biedt – als haar beschermer – de vrouw uit Sunem hulp van de koning of de bevelhebber van het leger aan. Dat zijn twee van de belangrijkste personen van het land. Ze heeft hun hulp echter niet nodig, omdat ze rijk is (vers 8) en bij haar bloedverwanten (mijn volk) woont. Die bieden haar steun en bescherming. Ze is niet zo kwetsbaar als de weduwe in vers 1-7.
Korte overdenking
Elisa wordt langzaamaan bekent bij het gewone volk maar ook in de hogere kringen. Dit kunnen we lezen in het gedeelte van vandaag. Deze vrouw, kwam uit Sunem en van aanzien was, vond dat ze de man van God moest ondersteunen in zijn werk en wilde dit doen door hem een maaltijd aan te bieden en later zelfs een eigen vertrek te geven. Toen Elisa weer eens langskwam, wilde hij wat terug doen en daarom vroeg Elisa zijn knecht Gehazi om de vrouw te vragen of ze ook iets voor haar konden doen. Deze vrouw was niet erop uit om voor haar gastvrijheid iets terug te ontvangen. Maar Gehazi was oplettend geweest en had gemerkt dat zij geen zoon had en dat haar man oud was. Daarom liet Elisa haar roepen en zei hij: Op de vastgestelde tijd, over een jaar, zult u een zoon omhelzen. Maar ze geloofde hem niet. Maar de vrouw werd zwanger en baarde een zoon. De Heere zegende haar. Want wie goed doet, goed ontmoet.
Uit de vrouwen Bijbel
De Sunemitische 2 Koningen 4:8-37
Wat spreekt je aan in deze vrouw? Het zijn vooral haar daadkracht en vasthoudendheid (vers 21 en vers 30) die haar sterke karakter tekenen. Maar het grootst is haar geloof dat zich uit in het neerbuigen voor Israëls God (in de persoon van Elisa), voordat ze haar kind in de armen sluit.
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 295
Lezen: Lukas 19:11-28
Thema: Gebruik wat je hebt
Tekst voor vandaag: Lukas 19:13
HSV: tekst [13] En hij riep zijn tien dienaren, gaf hun tien ponden en zei tegen hen: Doe daarmee zaken totdat ik terugkom.
NBV21: tekst [13] Hij riep tien van zijn dienaren bij zich, gaf elk van hen één mine zilver en zei tegen hen: “Ga daarmee handeldrijven terwijl ik weg ben.”
BGT: tekst [12-13] Hij zei: ‘Een belangrijke man gaat een verre reis maken. Hij roept tien van zijn dienaren bij zich. Hij geeft ze alle tien geld en zegt: ‘Gebruik dit geld om nog meer geld te verdienen, totdat ik weer terugkom.’
Daarna gaat de man op reis naar een ver land. Daar wordt hij koning gemaakt van zijn eigen volk.
Aantekening bij:
Lukas 19:13 Uit het ronde aantal tien blijkt dat Jezus niet de twaalf bedoelt, maar alle discipelen. ponden. Een pond (Ezechiël 45:12; Grieks mna) bedroeg 100 drachmen en vormde ongeveer drie maanden arbeidsloon. totdat ik terugkom betekent de tijd tussen Jezus’ hemelvaart en Zijn wederkomst. Doe daarmee zaken. Dit is een van de gevallen waarin Jezus bij Zijn onderricht en gelijkenissen bedrijfsactiviteit in positieve zin als beeld gebruikt (overigens komt het Grieks pragmateuomai, ‘handeldrijven’, in het Nieuwe Testament alleen hier voor). Nu gaat het in deze gelijkenis eigenlijk niet om zakendoen op zich, maar om rentmeesterschap. Evenwel, net zoals hier is werken en zakendoen in het Nieuwe Testament altijd positief (zie Mattheüs 25:14-30; Lukas 10:7; 19:13-23; Kolossenzen 3:23-4:1; Jakobus 4:13-15), al is het ook een gebied met sterke verzoekingen om te zondigen (zie Mattheüs 6:19-21; 1 Timotheüs 6:9-10) en anderen uit te buiten (Jakobus 5:1-6).
Korte overdenking
Als ik ons tekstgedeelte lees, komt bij mij de gedachte op dat ik (wij) ook tot die slaven behoren. Maar wij hebben geen ‘ponden’ gekregen maar de Heilige Geest. Zodat ook wij aan het werk kunnen. Er is immers geen belemmering, als we doen wat Jezus van ons vraagt, zal hij bij ons zijn. En Hij heeft ons een Helper belooft en gegeven. Nu is het aan ons wat gaan we ermee doen. Uit dit Bijbelgedeelte blijkt duidelijk dat het niet gaat om er heel veel mee te verdienen, maar om ermee aan de slag te gaan. Wij mogen gebruiken wat we hebben gekregen, voor de een is dat meer werk, dan voor de ander. Maar een bemoedigend woord voor iemand die in de put zit kan da woord meer betekenen dan veel geld krijgen. Dus kunne we wel aan de slag met het aan ons toevertrouwde. Al is hetgeen wat we ontvingen voor ieder gelijk, mag de opbrengst ervan wel verschillend zijn. Als wij er maar mee aan de slag gaan. Jezus zal ons belonen naar onze inzet, en we mogen erop vertrouwen dat Hij rechtvaardig zal oordelen.