HSV: [13] Hij had namelijk tegen hem gezegd: Zeg nu tegen haar: Zie, u hebt heel veel zorg aan ons besteed, wat kan men voor u doen? Kan ik voor u tot de koning spreken of tot de bevelhebber van het leger? Maar zij had gezegd: Ik woon te midden van mijn volk.
NBV21: [13] zei Elisa tegen Gechazi: ‘Vraag haar wat we voor haar kunnen doen in ruil voor alle moeite die zij zich voor ons getroost heeft. Kunnen we voor haar bij de koning pleiten, of bij de bevelhebber van het leger?’ Maar de vrouw antwoordde: ‘Ik leef te midden van mijn eigen volk.’
BGT: [13] Namens Elisa vroeg Gechazi aan de vrouw: ‘U hebt heel veel moeite voor ons gedaan. Is er iets wat wij voor u kunnen doen? Kunnen we iets voor u vragen aan de koning, of aan de leider van het leger?’ ‘Dat is niet nodig,’ antwoordde de vrouw. ‘Want ik heb familie die me altijd kan helpen.’
Aantekening bij:
2 Koningen 4:13 Kan ik voor u … spreken. Elisa biedt – als haar beschermer – de vrouw uit Sunem hulp van de koning of de bevelhebber van het leger aan. Dat zijn twee van de belangrijkste personen van het land. Ze heeft hun hulp echter niet nodig, omdat ze rijk is (vers 8) en bij haar bloedverwanten (mijn volk) woont. Die bieden haar steun en bescherming. Ze is niet zo kwetsbaar als de weduwe in vers 1-7.
Korte overdenking
Elisa wordt langzaamaan bekent bij het gewone volk maar ook in de hogere kringen. Dit kunnen we lezen in het gedeelte van vandaag. Deze vrouw, kwam uit Sunem en van aanzien was, vond dat ze de man van God moest ondersteunen in zijn werk en wilde dit doen door hem een maaltijd aan te bieden en later zelfs een eigen vertrek te geven. Toen Elisa weer eens langskwam, wilde hij wat terug doen en daarom vroeg Elisa zijn knecht Gehazi om de vrouw te vragen of ze ook iets voor haar konden doen. Deze vrouw was niet erop uit om voor haar gastvrijheid iets terug te ontvangen. Maar Gehazi was oplettend geweest en had gemerkt dat zij geen zoon had en dat haar man oud was. Daarom liet Elisa haar roepen en zei hij: Op de vastgestelde tijd, over een jaar, zult u een zoon omhelzen. Maar ze geloofde hem niet. Maar de vrouw werd zwanger en baarde een zoon. De Heere zegende haar. Want wie goed doet, goed ontmoet.
Uit de vrouwen Bijbel
De Sunemitische 2 Koningen 4:8-37
Wat spreekt je aan in deze vrouw? Het zijn vooral haar daadkracht en vasthoudendheid (vers 21 en vers 30) die haar sterke karakter tekenen. Maar het grootst is haar geloof dat zich uit in het neerbuigen voor Israëls God (in de persoon van Elisa), voordat ze haar kind in de armen sluit.