HSV: [20] zei Gehazi, de knecht van Elisa, de man Gods: Zie, mijn heer heeft Naäman, die Syriër, tegengehouden; hij heeft uit zijn hand niets aangenomen van wat hij meegebracht had. Maar zo waar de HEERE leeft, ik zal hem achterna rennen en wel iets van hem aannemen.
NBV21: [20] toen Elisa’s knecht Gechazi bedacht: Mijn meester heeft de Arameeër Naäman voor het hoofd gestoten door het geschenk dat hij voor hem had meegebracht te weigeren. Zo waar de HEER leeft, ik ga hem zo snel mogelijk achterna om iets van hem aan te nemen.
BGT: [20] Meteen daarna kreeg Gechazi, de knecht van Elisa, een idee. Hij zei bij zichzelf: Mijn meester wilde niet één geschenk aannemen van die Naäman uit Aram. Zo zeker als de Heer leeft, ik ga hem achterna. Want ik wil zelf iets van hem hebben!
Aantekening bij:
2 Koningen 5:20-22 ik zal … rennen en wel iets van hem aannemen. Gehazi begrijpt de bedoeling niet van wat er gebeurd is, of het laat hem onverschillig. Hij probeert munt te slaan uit wat God gedaan heeft (vgl. Jozua 7; Handelingen 8:18-24). Daarom verzint hij dat Elisa van gedachten is veranderd (hij moet twee nieuwkomers onderhouden).
Korte overdenking
Naäman is vertrokken en Elisa had geen geschenken aangenomen. Gehazi de knecht van Elisa vond dat geen goed idee van zijn meester. Ze hadden immers rijk kunnen worden en zo de armen helpen. Maar Gehazi begreep het niet of wilde het niet begrijpen, staat er in de aantekening bij vers 20. Elisa handelde zoals God van hem vroeg. Als God iets geeft aan ons, hoeven wij daar niets voor te betalen, maar alleen ons leven zo te leven als Jezus ons voor deed. Want Jezus heeft alles voor ons betaald. Gehazi kreeg wat van de rijkdom van Naäman maar ook zijn ziekte die Naäman had. In dit geval loont hebzucht niet.