| Woord voor vandaag |
Dag: 297
Lezen: 2 Koningen 4:25-37
Thema: Geen valse hoop
Tekst voor vandaag: 2 Koningen 4:34
HSV: [34] Vervolgens ging hij op het kind liggen, legde zijn mond op diens mond, zijn ogen op diens ogen en zijn handen op diens handen. Hij strekte zich over hem uit en het lichaam van het kind werd warm. [35] Toen kwam hij terug en liep in het huis heen en weer. Hij ging weer naar boven en strekte zich over hem uit. Toen niesde de jongen tot zevenmaal toe; daarna deed de jongen zijn ogen open.
NBV21: [34] Daarna liep hij naar het bed toe en ging boven op het kind liggen, met zijn mond op zijn mond, zijn ogen op zijn ogen en zijn handpalmen op zijn handpalmen. Zo bleef hij over het kind uitgestrekt liggen tot het lichaam weer warm werd. [35] Toen kwam hij overeind, liep door de kamer heen en weer, en strekte zich nogmaals over het kind uit. Uiteindelijk niesde de jongen wel zeven keer, en opende zijn ogen.
BGT: [34] Hij liep naar het bed en ging boven op de jongen liggen, met zijn mond op de mond van de jongen, met zijn ogen op zijn ogen en met zijn handen op zijn handen. Zo bleef hij languit liggen totdat het lichaam van de jongen weer warm werd. [35] Toen stond hij op en liep één keer de kamer door. Daarna ging hij opnieuw boven op de jongen liggen. Toen nieste de jongen zeven keer en deed zijn ogen open.
Aantekening bij:
2 Koningen 4:34 Door Elia’s behandeling krijgt het kind weer lucht (legde zijn mond op diens mond), kan weer zien (diens ogen) en krijgt het zijn kracht (diens handen) terug. Als de Geest Gods strekte Elisa zich over hem uit en daardoor kwam de levensgeest terug in het kind.
Korte overdenking
Wat een verhaal, gisteren eerst de vreugde en ook het verdriet. Vandaag lezen we van hoop. De vrouw ging op weg naar de man Gods, in de hoop dat hij haar kon helpen. Toen Elisa haar zag aankomen wist hij niet waarom zij kwam. De vrouw vroeg Elisa, heb ik een zoon van mijnheer gevraagd? Heb ik niet gezegd: Bedrieg mij niet? Elisa vertrouwd op de Heere en stuurt Gehazi met zijn staf naar het kind. Maar de moeder accepteert het niet dat Elisa de jongen op afstand wil opwekken. Ze drong erop aan dat Elisa zelf meeging. Toen stond Elisa op en volgde haar. Gehazi had hem verteld dat de jongen niet wakker is geworden door het geen Gehazi moest doen in opdracht van Elisa. Toe Elisa bij het huis kwam zag hij dat ze de jongen, dood op zijn bed hadden neergelegd. Elisa sloot de deur achter zich en bad tot de Heere. Vervolgens deed hij wat we lazen in vers 34 en 35. Hier zien we het vertrouwen van Elisa, hij ging bidden en handelen en zijn hoop was geen valse hoop. Wat zouden wij doen, blijven wij vertrouwen nadat we ergens om hebben gebeden of gaan we twijfelen. Wij moeten er op blijven vertrouwen dat God altijd geeft wat wij nodig hebben, als wij iet vragen zoals Jezus ons dat heeft geleerd.