HSV: [19] En de overpriesters en schriftgeleerden probeerden op datzelfde moment de hand aan Hem te slaan. Zij waren echter bevreesd voor het volk, want zij begrepen dat Hij deze gelijkenis met het oog op hen gesproken had.
NBV21: [19] De schriftgeleerden en hogepriesters, die begrepen dat Jezus deze gelijkenis met het oog op hen verteld had, wilden Hem op dat moment laten grijpen, maar ze waren bang voor de reactie van het volk.
BGT: [19] De priesters en de wetsleraren begrepen dat het voorbeeld van de boeren over hen ging. Het liefst wilden ze Jezus meteen gevangennemen. Maar ze durfden het niet, omdat ze bang waren voor het volk.
Aantekening bij:
Lukas 20:9-19 De gelijkenis van de slechte landbouwers. Jezus vertelde deze gelijkenis wel aan het volk (vers 1-9), maar zij is gericht tegen Zijn tegenstanders (Lukas 19:47); 20:1, 19). Hij laat duidelijke zinspelingen zien dat God )’de heer van de wijngaard’, vers 13) het Koninkrijk van de leiders van Israël zal afnemen (zie aantekening bij Markus 12:1-12).
Korte overdenking
Gisteren lazen we dat Jezus hen, de schriftgeleerden en overpriesters, niet vertelde wie Hem de bevoegdheid gaf om de dingen te doen die Hij deed. Vandaag gaf hij uitleg aan het volk door een gelijkenis. De overpriesters en de schriftgeleerden begrepen deze gelijkenis heel goed. Zij hadden door dat Jezus hen zag als de landbouwers en dat zij dus degenen waren van de wijngaard zou worden afgenomen. De tekst die we vandaag centraal zetten, laat zien dat ze Jezus het liefst meteen gevangen hadden genomen. Maar ook hier is de angst voor het volk die dat verhinderd. Jezus gaf in de gelijkenis ook aan wat er met Hem zou gaan gebeuren. Jezus is de zoon van de heer van de wijngaard, hier in dit verhaal. Jezus heeft het eeuwige leven, en wij kunnen dat ontvangen door zijn dood. Wat een belofte!
Aantekening bij Markus 12:1-12 > Deze gelijkenis is rechtstreeks tegen de godsdienstige leiders van Israël gericht (Markus 12:1, 12). Op zich is het verhaal uit hey leven gegrepen. Conflicten tussen landheren op afstand, hun vertegenwoordigers (hier een slaaf) en de landbouwers kwamen nogal eens voor (vers 3-5). Ook het idee om de erfgenaam uit de weg te ruimen om het land in bezit te krijgen, hoe misdadig ook was niet nieuw (vers 6-8). De sleutel tot de juiste betekenis van de gelijkenis ligt in vers 12 (zie ook vers 1, 5). Jezus’ tegenstanders begrijpen dat het over hen gaat, maar ze nemen het niet ter harte. De wijngaard is een bekend beeld van Israël (vgl. Jesaja 5:1-5; Johannes 15:1-27). De zoon van de landheer (één zoon, die hem lief was) wordt als de Messiaanse ‘steen’ verworpen (Psalm 118:22; Markus 12:10). De bouwers (vers 10, beeld van Israëls leiders) doden de Messiaanse ‘steen’ (vers 7, 10). Deze uitleg sluit aan bij de bestaande spanningen tussen Jezus en Zijn tegenstanders, en bij Gods verlossingswerk dat altijd doorgaat ondanks de tegenstand van het volk (Nehemia 9:6, 26, 28-31; Handelingen 7:2-53). Jezus’ onderwijs in gelijkenissen heeft op Zijn hoorders hetzij een onderrichtende (Markus 4:1-20), hetzij een verhardende uitwerking (4;10-12; 12:1-12).