Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 300

Lezen: Lukas 19:41-48 

Thema: Emoties

Tekst voor vandaag: Lukas 19:41

 

HSV: [41] En toen Hij dichtbij kwam en de stad zag, weende Hij over haar.          

 

NBV21: [41] Toen Hij Jeruzalem voor zich zag liggen, begon Hij te huilen om de stad.

 

BGT: [41] Jezus was nu dicht bij Jeruzalem. Toen hij de stad zag, begon hij te huilen.

 

Aantekening bij: 

Lukas 19:41 weende Hij over haar. Zie aantekening bij Lukas 13:34 en Johannes 11:35. Dat vele Joden Jezus zouden verwerpen, was al in het Oude Testament voorzegt (zie aantekening bij Johannes 12:37-40). Toch voelt Jezus er intens verdriet over. Daarmee laat Hij ongetwijfeld in het hart van God kijken, wanneer Deze ziet hoe Zijn volk Zijn profeten en Zijn Zoon verwerpt.

 

Korte overdenking

 

Het was zoals we gisteren lazen een zegetocht. Groots werd Jezus Jeruzalem ingehaald. Maar vandaag zien we hoe Jezus naar Jeruzalem kijkt, Hij kent de toekomst. Deze toekomst werd bepaald door de mensen die hem binnenhaalden. De emoties, waarover we vandaag lezen, zijn verschillend eerst verdriet en daarna woede/boosheid. Jezus was mens geworden dat zien we hier. Ook bij ons kunnen de emoties elkaar snel opvolgen. Soms zijn blij en dan op het volgende ogenblik kunnen we erg verdrietig zijn of ook boos net als Jezus. Wat wij kunnen doen is bidden om kracht. Jezus hart sprak, de liefde voor de mensen kreeg de overhand en Hij was gehoorzaam aan Zijn Vader. Dat is onze redding geworden. Wij mogen vertrouwen op Gods genade door Jezus verdient.

 

Aantekening bij Lukas 13:34 > Jeruzalem, Jeruzalem (zie Lukas 10:41). Jezus klaagt over het lot van Jeruzalem, destijds een stad met 25.000 à 30.000 inwoners (vgl. de klacht in Psalm 137). Maar Zijn weeklacht geld ook heel Israël, want Jeruzalem was het godsdienstige en politieke centrum van de natie. De wijze waarop een hen haar kuikens bijeenbrengt onder haar vleugels. Gebruikelijke beeldspraak voor liefdevolle zorg (vgl. Deuteronomium 32:11; Ruth 2:12; Psalm 17:8; 26:8; zie aantekening bij Lukas 19:41).

 

Aantekening bij Johannes 11:35 > Jezus weende. Jezus deelt met diep verdriet in de rouw van Zijn vrienden, maar op de achtergrond de wetenschap dat spoedig opstanding en vreugde zal volgen (vgl. Thessalonicenzen 4:13). Zijn voorbeeld laat zien dat rouw in het zicht van de dood geen gebrek aan geloof betekent, maar oprecht verdriet over de realiteit van lijden en dood.

 

Aantekening bij Johannes 12:37-40 > Johannes citeert Jesaja 53:1 en 6:10: Israëls verwerping van de Messias is door de Schrift voorzegt, het staat dus niet Gods plan in de weg, maar bevestigt het juist. Jesaja 53:1 profeteert van de Knecht van de Heere, verworpen door het volk, verhoogd door God. En Jesaja 6:10 zegt dat de verharding van het volk in wezen van God komt (net als bij de farao, zie Romeinen 9:17-18). Deze verzen zijn de eerste van een reeks citaten in de tweede helft van Johannes die laten zien dat profetie van het Oude Testament is vervuld. Johannes benadrukt zowel Gods soevereiniteit als de verantwoordelijkheid van de mensen. Enerzijds is hun ongeloof hun eigenschuld (‘geloofde zij niet in Hem’, Johannes 12:37), anderzijds heeft God hun ogen verblind, daardoor misten zij het geestelijk vermogen om te geloven, in wezen konden zij niet geloven (vers 39). (Over de noodzaak dat God mensen eerst het vermogen geeft om te geloven. Zie Johannes 1:13; 6:44). Zie aantekening bij Efeze 1:11.

 

Aantekening bij Efeze 1:11 > erfdeel geworden lijkt de beste vertaling voor het Griekse werkwoord dat normaal gesproken ‘[een deel] toeschrijven’ betekent. Sommigen geloven dat dit betekent dat God Zijn deel heeft geclaimd, nl. de gelovige Joden (zie Efeze 1:14). voorbestemd. Het was geen ad-hocbesluit om de gelovigen Zijn erfgenamen te maken, God was dit al voor alle eeuwigheden van plan. God is per definitie soeverein en bestuurt alles volledig naar Zijn Koninklijke raad. Dit staat in schril contrast met de heidense goden in die tijd. Zij waren vaak wispelturig of door ondoorgrondelijk en arbitrair lot gebonden. Gods voorbestemming is een enorme troost voor Zijn volk, omdat zij weten dat eenieder die tot Christus komt, dit doet door Gods genade en beschikking (zie Efeze 2:2-10). Die alle dingen werkt overeenkomstig de raad van Zijn wil. Elke afzonderlijke gebeurtenis die plaats vindt, is in zekere zin voorbestemd door God. Tegelijkertijd benadrukt Paulus het belang van menselijke verantwoordelijkheid. Dit blijkt uit alle morele geboden later in het boek Efeze (hoofdstuk 4-6) en al Paulus’ brieven. Paulus geloofde dat persoonlijke evangelisatie en bewuste keuze maken om God te gehoorzamen essentieel zijn in het vervullen van Gods plan. Dit blijkt uit al zijn opmerkelijke pogingen het Evangelie te verspreiden (Handelingen 13-28; vgl. 2 Korinthe 11:23-28). God gebruikt menselijke middelen om Zijn verordeningen te vervullen. Paulus en de andere bijbelse auteurs geven nooit God de schuld van tragedie en kwaad (vgl. Romeinen 5:12; 2 Timotheüs 4:14; ook Job 1:21-22). Zij zien de leerstelling van Gods soevereiniteit eerder als reden tot troost en vertrouwen (vgl. Romeinen 8:28-30), in de zekerheid dat het kwaad niet zal zegevieren en God Zijn plan voor Zijn volk zal volbrengen. Joe Gods soevereiniteit en de menselijke verantwoordelijkheid samengaan in de wereld is een mysterie dat we nooit helemaal kunnen begrijpen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *