HSV: [9] Toen zei Jezus tegen hem: Heden is dit huis zaligheid ten deel gevallen, omdat ook [1]deze een zoon van Abraham is.
NBV21: [9] Jezus antwoordde: ‘Vandaag is dit huis redding ten deel gevallen, want ook deze man is een zoon van Abraham.
BGT: [9] Toen zei Jezus: ‘Zacheüs, je hoort weer bij het volk van Abraham. Jij en jouw gezin zijn vandaag gered.
Aantekening bij:
Lukas 19:9 zei Jezus tegen hem. Jezus zegt het tegen Zacheüs, maar. Het is bedoelt voor ‘allen’ die morren (vers 7). Heden is … zaligheid ten deel gevallen. Uit dit voorbeeld blijkt dat bij God inderdaad alle dingen mogelijk zijn en dat ook een rijk man behouden kan worden (vgl. Lukas 18:26-27). Zacheüs toont door zijn daden dat ook hij een ware zoon van Abraham is (vgl. Galaten 3:7), niet alleen maar biologisch (vgl. Lukas 3:8).
Korte Overdenking
Wij zijn mensen en willen allemaal wel groot zijn in het koninkrijk van God, maar wat hebben wij daarvoor over. Willen wij klein worden voor Jezus en Zijn voorbeeld volgen. Onze bezittingen delen met mensen die niets hebben. M.a.w. Alles achterlaten en Hem volgen, nadat we onze zonden hebben beleden. Zo een paar dingen waar velen moeite mee hebben. Vandaag lezen we het bekende verhaal van Zacheüs. Hij was klein en niet geliefd bij de mensen en toch wilde hij Jezus zien. Hij ken niet de mensen vragen mag ik even voor jullie staan, want dat zou zeker afgewezen worden. Dus moest hij iet gaan doen wat eigenlijk niet bij zijn maatschappelijke positie past. Hij klom in een wilde vijgenboom en hoopte dat niemand hem daar zou ontdekken. Maar het tegendeel bleek uit te komen. De Man die hij graag wilde zien had hem allang gezien en nodigde zichzelf uit op visite. Zacheüs was nu al verandert, hij schaamde zich niet meer voor de mensen, hij klom snel uit de boom en ontving Jezus in zijn huis. De mensen buiten morden maar Zacheüs ging staan en vertelde Jezus van zijn plannen voor de toekomst. Hij zal zijn leven gaan beteren en voor de armen zorgen en de mensen die hij fout had behandeld vergoeden. Jezus wist dat Zacheüs meende wat hij zei. Daarom stelde Jezus hem als voorbeeld voor allen die morren en zei ‘Heden is dit huis zaligheid ten deel gevallen, omdat deze een zoon van Abraham is’. Zacheüs is in ere hersteld. Zijn ook wij dochter en zonen van God?
[1] Lukas 13:[16] En moest dan deze vrouw, die een dochter van Abraham is en die de satan, zie, nu achttien jaar gebonden had, niet losgemaakt worden van deze band op de dag van de sabbat?
HSV: [41] Wat wilt u dat Ik voor u doen zal? En hij zei: Heere, dat ik ziende mag worden.
NBV21: [41] ‘Wat wilt u dat Ik voor u doe?’ De blinde antwoordde: ‘Heer, zorg dat ik kan zien.’
BGT: [41] ‘Wat kan ik voor je doen?’ De blinde man antwoordde: ‘Heer, ik wil weer kunnen zien.’
Aantekening bij:
Lukas 18:41 dat ik ziende mag worden. De man heeft een groot geloof (zie aantekening bij vers 38). Hij bedelt niet langer om geld (zie vers 35), maar vraagt om een wonder.
Korte overdenking
Ja een heel normale vraag van Jezus: ‘Wat wilt u dat Ik voor u doe?’, denk ik zo. Jezus wist dat hij blindt was en wat zou een blinde graag willen? Juist ziende worden. En dus zegt de blinde ook: ‘Heere dat ik ziende mag worden’. En dan het antwoord: ‘Word ziende, Uw geloof heeft u behouden’. Hieruit blijkt dat het woord van Jezus ‘kracht’ heeft, en samen werkt met het ‘geloof in Hem’. De blinde man had net van tevoren zijn geloof beleden. Want hij riep: ‘Jezus, Zoon van David’. Hij had Jezus nog nooit gezien maar vast wel over Hem gehoord. Ook wij hebben Jezus nog nooit gezien, niet ‘inlevende lijve’, maar we hebben wel veel over Hem gehoord. Wij mogen ook zeker weten dat ons geloof ‘in Jezus’ ons zal behouden!
Aantekening bij Lukas 18:38 >
De blinde riep. Blijkbaar had hij over Jezus horen spreken. (Mattheüs vermeld twee blinden; zie aantekening bij Mattheüs 20:30-31.) Jezus Zoon van David, ontferm U over mij! Zie Lukas 17:13. De blinde erkent Jezus als Messias.
Aantekening bij Mattheüs 30:30-31 >
Twee blinden. In Markus 10:46 en Lukas 18:35 gaat het over slechts één blinde, Markus noemt zelfs zijn naam (‘Bartimeüs’). Dit wil overigens niet zeggen dat het verslag van Mattheüs onnauwkeurig is, maar alleen dat Markus en Lukas zich op deze ene richten. De blinden erkenden Jezus als de Zoon van David (vgl. aantekening bij Mattheüs 9:27).
Aantekening bij Mattheüs 9:27 >
Uw geloof heeft u behouden. Geloof op zich bewerkt geen genezing, dat doet God. Maar het geloof van de vrouw was het door God voorgeschreven geneesmiddel voor haar lichamelijke en geestelijke genezing.
HSV: [5] Zo ging zij bij hem vandaan en sloot de deur achter zich en achter haar zonen. Die gaven haar de kruiken aan en zij goot de olie erin.
NBV21: [5] Thuisgekomen sloot de vrouw de deur achter zich. Terwijl haar kinderen haar de kruiken en kannen een voor een aangaven, goot ze de olie over.
BGT: [5] De vrouw deed wat Elisa zei. Toen ze weer thuis was, deed ze de deur achter zich dicht. Haar kinderen gaven haar steeds de lege kruiken aan, en dan goot zij de olie erin.
Aantekening bij:
2 Koningen 4:1-7nu is de schuldeiser gekomen om mijn beide kinderen als slaven met zich mee te nemen. Schulden waren een algemeen probleem in het oude Nabije Oosten. Ze konden uitlopen op het verlies van eigendom, huis, land, en uiteindelijk de vrijheid van de schuldenaar. Vgl. Nehemia 5:4-5; Jesaja 50:1; Amos 2:6; 8:6). Mensen en eigendommen die in handen van schuldeisers overgingen konden vaak worden vrijgekocht (vgl. Ruth 4:1-12; Jeremia 32:6-15). Het was in een grote Israëlitische familie de plicht van de ‘bloedverwant-losser’ om te zorgen voor de loskoping of het levensonderhoud van de schuldenaar of van familie die van hem afhankelijk was (Leviticus 25:35-55). Een echte bloedverwant had de weduwe in dit verhaal niet, en daarom neemt Elisa, als leider van de profetengemeenschap, in feite deze rol op zich. Van de opbrengst van de vermeerderde olie (vgl. 1 Koningen 17:7-16) houdt zij, nadat de schuldeiser betaald was, nog geld over om samen met haar zonen van te leven.
Korte overdenking
Elisa wordt vandaag om hulp gevraagd. Het is een vrouw waarvan de nood groot is ze dreigt haar twee zonen te verliezen. Wij zien dus dat ook als je je inzet voor de Heere de problemen niet vanzelfsprekend om je heen gaan. Maar ook zien we dat deze vrouw van God vrezende leerling profeet, weet waar ze heen moet gaan. Ze stelt haar vertrouwen op Elisa, als man van God. Elisa kent haar en weet dat ze geen familie heeft bij wie ze terecht kan. Als Elisa haar dan vraagt wat ze nog heeft en zij dat verteld, zegt Elisa wat ze moet gaan doen. Ze doet wat Elisa gezegd heeft en sluit de deur achter zich en in vol vertrouwen giet ze de olie uit haar kruikje in de lege kruiken. En als er geen lege kruiken of vaten meer zijn stop de stroom. Na dit gedaan te hebben gaat ze weer naar Elisa om te horen hoe nu verder moet. Dus weer komt ze via Elisa bij God om raad te vragen. Elisa zegt haar de olie te verkopen en haar schulden aftelossen en van wat erover blijkt mag ze met haar zonen van gaan leven. Hier zien we dat er ook wonderen in het verborgene, achter gesloten deuren, kunnen gebeuren. Het belangrijkste is dat we geloof en vertrouwen hebben in onze redder en God.
Uit de vrouwen Bijbel
Bijstandsmoeder 2 Koningen 4:1-7
Wat een verdriet en zorgen heeft deze vrouw, en een hart vol vragen. Hoe kom je rond met de helft van het noodzakelijke? Zij gaat ermee naar Gods profeet en vraagt om bijstand. Elisa’s antwoord vraagt om een actief geloof, ook van haar zoon.
De Heere belooft Zijn bijstand aan wie op Hem hoopt. Zijn bijstand is genoeg voor iedere dag. Geloof je dat?
HSV: [27] Toen nam hij zijn eerstgeboren zoon, die in zijn plaats koning zou worden, en offerde hem als brandoffer op de muur. Dat bracht grote verbolgenheid teweeg in Israël; daarom braken zij op, bij hem vandaan, en keerden terug naar hun land.
NBV21: [27] Toen nam hij zijn oudste zoon, zijn troonopvolger, en offerde hem als brandoffer op de stadsmuur. Daarop barstte er zo’n hevige toorn los tegen de Israëlieten dat ze het beleg opbraken en naar hun eigen land terugkeerden.
BGT: [27] Toen liet hij zijn oudste zoon halen, die hem had moeten opvolgen. Hij offerde hem op de stadsmuur. Daar schrokken de Israëlieten zo van, dat ze stopten met de aanval en teruggingen naar huis.
Aantekening bij:
2 Koningen 3:27 Toen Mesa zag dat hij verslagen zou worden, offerde hij zijn zoon als brandoffer op de muur. Dat bracht grote verbolgenheid (Hebreeuws qetsef) teweeg. Dit was geen goddelijke verbolgenheid, want de Bijbelse auteurs zagen de Moabitische god Kamos niet als een echte god (1 Koningen 11:7). Ook zou de God van Israël zeker niet ten gunste van Moab optreden, omdat er een door Hem verafschuwd ritueel werd uitgevoerd (vgl. 2 Koningen16:3; 17:17; 21:6). Het lijkt er eerder op dat de ‘grote verbolgenheid’ gewoon menselijke verontwaardiging was (zoals bij twee andere gelegenheden in 2 Koningen waar qetsef wordt gebruikt: 2 Koningen 5:11; 13:19). De reactie van Israël op deze wanhopige os zó’n razernij, dat Israël opbreekt en naar huis gaat, waardoor Moab tegen de verwachting in de over winning kan behalen.
Korte overdenking
Gisteren lazen we dat Elisa de boodschap van de Heere doorgaf dat de Israëlieten en Juda de overwinning op Moab zouden behalen. Vandaag lezen we hoe de Heere hen helpt om dit te bereiken. De Moabieten zagen toen de zon opkwam het water tegenover hun rood was als bloed en ze dachten dat Juda en Israël met elkaar ruzie hadden gekregen en dat de oorzaak was van de rode kleur van het water. Dus dachten ze dat ze de buit konden gaan halen. Maar dat was dus een tegenvaller. De vijand van Moab deed in Moab wat de Heere hen had laten zeggen. De Koning van Moab zag dat hij verslagen was en de vluchtweg naar Edom geblokkeerd was en nam toe het besluit om zijn oudste zoon voor hun god Kamos te offeren. Deze wanhoop daad deed hij als brandoffer op de muur van de stad Kir-Hareseth, die als laatste bolwerk werd aangevallen. Deze wanhopige daad, gaf zó’n reactie van razernij, dat Israël opbrak en naar huis ging. Ook omdat ze wisten dat de God van Israël een mensen offer verafschuwd.
HSV: [14] Elisa zei: Zo waar de HEERE van de legermachten leeft, voor Wiens aangezicht ik sta: als ik geen rekening hield met Josafat, de koning van Juda, dan zou ik u niet eens aankijken en u niet willen zien.
NBV21: [14] Toen antwoordde Elisa: ‘Zo waar de HEER leeft, de HEER van de hemelse machten, in wiens dienst ik sta, het is dat ik zoveel achting heb voor koning Josafat van Juda, anders zou ik u geen blik waardig keuren.
BGT: [14] Toen zei Elisa: ‘Joram, met u wil ik niets te maken hebben! Maar voor koning Josafat van Juda heb ik respect, zo zeker als de machtige Heer leeft. En ik doe wat de Heer zegt.
Aantekening bij:
2 Koningen 3:11-14 Is hier geen profeet van de Heere? Josefats geheugen keerde plotseling terug en hij stelt nu de juiste vraag (vgl. 1 Koningen 22:7). Elisa, die water op de handen van Elia goot(waarschijnlijk is dit een verwijzing naar Elisa’s positie als dienaar van Elia), blijkt in hun midden te zijn. Hij is niet onder de indruk van Jorams godsvrucht, maar is bereid om te helpen, omdat de rechtschapen (maar vergeetachtige) Josefat zich bij het verbond heeft aangesloten.
Korte overdenking
Het leven is vol van keuzes maken, soms maak je een goede en soms een verkeerde keuze. Maar als je met de Heer leeft en Hem vraagt welke keuze je moet maken dan zullen er geen of weinig verkeerde keuzes zijn. Maar ook als je een verkeerde keuze maakt, kan God deze ten goede doen keren. In ons Bijbelgedeelte van vandaag maakt koning Joram de keuze, koning Josafat te vragen om met hem tegen Moab op te trekken, omdat deze in opstand tegen hem was gekomen. Josafat antwoorde op die vraag direct met: Ik zal met u optrekken. De reden die hier wordt gegeven om te helpen is dezelfde die Achab gebruikte toen hij Josafat vroeg om op te trekken tegen de Syriërs (1 Koningen 22:4). Maar Josefat realiseerde zich pas toen ze in moeilijkheden kwamen, dat het vragen aan de Heere of het goed is om op te trekken tegen Moab belangrijk is. We lezen in vers 14 dat Joram een ‘goede keuze’ had gemaakt door Josafat te vragen om met hem op te trekken. Want Joram kon niet rekenen op de hulp van de Heere. Maar omdat Josafat erbij was kregen ze water voor het leger en het vee, maar ook de overwinning op Moab. Zo is onze God, die geeft nooit halve dingen altijd alles wat wij nodig hebben. Daar mogen wij op vertrouwen.
Uit de vrouwen Bijbel
Gods tijd 2 Koningen 3:15-24
Na het graven van de geulen valt er stilte tot de morgen. Dan komt het water binnenstromen, op Gods tijd. Water van leven wordt aangezien als bloed van doden. God werkt wonderlijk!
Durven wij het erop te wagen om biddend naar de Heere te gaan en dan op Zijn tijd te wachten? Hij verhoort, maar soms langs een andere weg dan wij voor ogen hebben. Op Hem wachten vraagt moed, vertrouwen en volharding.
HSV: [15] Toen nu de leerling-profeten uit Jericho, die aan de overzijde waren, hem zagen, zeiden zij: De geest van Elia rust op Elisa. Zij kwamen hem tegemoet en bogen zich ter aarde voor hem neer.
NBV21: [15] De profeten uit Jericho, die Elisa vanaf de overkant in het oog hielden, zeiden tegen elkaar: ‘De geest van Elia is op Elisa neergedaald.’ Ze gingen hem tegemoet, knielden voor hem neer
BGT: [15] De profeten uit Jericho stonden nog steeds aan de andere kant van de rivier. Toen ze zagen wat er gebeurde, zeiden ze: ‘Elisa heeft de kracht van Elia gekregen!’ Ze gingen naar Elisa toe en knielden voor hem op de grond.
Aantekening bij:
2 Koningen 2:15 Zij kwamen hem tegemoet en bogen. De Jericho-gemeenschap beschouwt Elisa als een betrouwbare opvolger van Elia: De geest van Elia rust op Elisa.
Korte overdenking
De leerling-profeten die op grote afstand stonden (vers 7) zagen Elisa op dezelfde manier door de Jordaan terugkomen, als ze vertrokken waren, en zij zeiden: De geest van Elia rust op Elisa. Ze gingen Elisa tegemoet en bogen voor hem. Wel misten ze Elia en wilden hem gaan zoeken, maar dat hoeft niet zij Elisa. Maar ze drongen lang aan, tot beschamens toe lazen we. Toen zei Elisa: ga dan maar. Maar na drie dagen zoeken vonden ze Elia niet. Elisa zei: ‘Heb ik niet tegen u gezegd: Ga niet?’ De eerste twee tekenen die Elisa deed lezen we vandaag: (1) Het water van Jericho gezond maken. Elisa gaf de Heere de eer, want hij zie: Zo zegt de Heer: Ik heb dit water gezond gemaakt, er zal geen dood of misgeboorte meer door komen. (2) Dit is een minder mooie boodschap omdat we lezen dat kinderen van Bethel de spot met Elisa dreven. Elisa draaide zich om, zo lezen we en vervloekte hen in de naam van de Heere. Tweeënveertig kinderen werden door twee beren uit het woud verscheurd. We zien vandaag dus dat de Heere Elisa zegent en beschermt. Zo mogen ook wij nog vertrouwen op de Heere, want die is niet verandert.
Uit de mannen Bijbel
Beren 2 Koningen 2:24
Het gaat hier om de Ursus arctos syriacus, de Syrische bruine beer. Deze dieren kwamen in deze omgeving veelvuldig voor (zie ook 1 Samuël 17:34-37). Hoewel ze in het algemeen weinig aanvallen op mensen doen, kan het dier agressief worden als het een jong bij zich heeft. Interessant is dat Elisa ‘langs de weg omhoog ging’ (vers 23). Blijkbaar waren de jongens boven Elisa. Ironisch is dat deze beren bijna altijd opwaarts in de aanval gaan. Dan kunnen ze grotere snelheid ontwikkelen dan wanneer ze van een heuvel naar beneden lopen.
Uit de vrouwen Bijbel
Geloofsopvoeding 2 Koningen 2:23-25
In Bethel (huis Gods) is een profetenschool (vers 2-3), maar de inwoners dien God op hun eigen manier, via de kalverendienst. En dat heeft invloed op de nieuwe generatie. Wanneer Elisa alleen terugkomt na de hemelvaart van Elia, lopen er jongen scheldend achter hem aan. Door beren worden ze gedood. De manier waarop jij persoonlijk God dient, wordt gezien door je omgeving. Het beïnvloedt hen. Geloofsopvoeding van een moeder is heel bepalend voor kinderen.
HSV: [9] Het gebeurde nu, toen zij overgestoken waren, dat Elia tegen Elisa zei: Vraag mij wat ik voor u doen zal, voordat ik van u weggenomen word. Elisa zei: Laat er toch twee delen van uw geest op mij mogen zijn.
NBV21: [9] Terwijl ze overstaken vroeg Elia aan Elisa: ‘Wat kan ik nog voor je doen voor ik van je word weggenomen? Vraag het maar.’ Elisa antwoordde: ‘Laat mij dubbel in uw geest delen.’
BGT: [9] Aan de overkant zei Elia: ‘Elisa, de Heer gaat me van je wegnemen. Is er nog iets wat ik voor je kan doen? Dan moet je het me nu vragen.’ Elisa antwoordde: ‘Geef mij alstublieft de kracht die u van de Heer gekregen hebt. Dan kan ik net zo’n machtige profeet worden als u.’
Aantekening bij:
2 Koningen 2:9 Elisa vraagt Elia wat een oudste zoon in Israël kon verwachten van zijn vader: twee delen van de erfenis (zie Deuteronomium 21:15-17). Maar hier bestaat de erfenis niet uit een stuk land maar uit geestelijke kracht. Elisa heeft het oude leven met zijn wetten over erfenissen al achter zich gelaten (vgl. 1 Koningen 19:19-21).
Korte overdenking
Het thema voor vandaag is ‘Een dubbel deel’. Dit lijkt hebberig, maar het was normaal in Israël dat een oudste zoon een dubbel deel kreeg van de erfenis van zijn vader. Maar voor Elia vroeg wat hij voor Elisa kon doen, ging driemaal de vraag van Elia dat Elisa moest achterblijven, maar tot driemaal toe antwoorde Elisa zei: Zo waar de Heere leeft en uw ziel leeft, ik zal u niet verlaten. Driemaal komt vaker voor in de Bijbel o.a. bij Petrus, de verloochening en toen Petrus weer in ere werd hersteld (Johannes 21). Maar Elia zei dat de vraag van Elisa een moeilijke zaak was. Elisa moest het zien hoe Elia zou worden opgenomen (Elia liet het dus aan de Heere over of Hij een dubbele deel van Elia’s geest aan Elisa zou geven). Elisa vertrouwde op de Heere en zag hoe Elia opvoer naar de hemel, in een vurige wagen met vurige paarden. Elisa nam zijn eigen kleren en scheurde die in twee stukken en nam de mantel van Elia en keerde terug. In het volle ‘vertrouwen’ op de Heere deed hij net als Elia, sloeg met de mantel het water en liep door de Jordaan op het droge.
Uit de mannen Bijbel
Een goede vraag 2 Koningen 2:9
Elia leeft zijn laatste dag op aarde. Hij zal op een wonderlijke manier in de hemel opgenomen worden: door een vurige wagen en vurige paarden. Zijn opvolger Elisa is bij hem. Elia vraagt of hij nog wat kan doen voor Elisa. Een goede overdracht is immers de verantwoordelijkheid van degene die overdraagt. Het antwoord is veelzeggend. Elisa vraagt: ‘Laat er toch twee delen van uw geest op mij mogen zijn.’ Dit heeft niet zozeer te maken met zijn verlangen om (nog) meer en grotere wonderen te doen, maar vooral net het verlangen om in Elia’s voetsporen te treden. Net zoals een eerstgeboren zoon een dubbel deel krijgt (Deuteronomium 21:17) om het werk van zijn vader voort te kunne zetten. In de vraag van Elisa is dus een diep verlangen hoorbaar om, net als Elia, God te kunnen dienen.
Door zijn vraag wenst Elia zijn opvolger een bevestiging voor zijn werk toe. De opvolger vraagt het werk van zijn voorganger te mogen overnemen en op dezelfde wijze te mogen uitvoeren. God ziet hun harten aan en geeft wat nodig is. Vervulling van de belofte die Jezus Zijn volgelingen later meegeeft: wie vraagt, ontvangt en wie zoekt, vindt. God weigert het goede niet! (Lukas 11:13).
Uit de vrouwen Bijbel
Emotie 2 Koningen 2:1-12
Elia weet dat zijn einde daar is en wil alleen verdergaan. Afscheid nemen kan zo moeilijk zijn, juist als het heel dichtbij is. Maar Elisa laat zich niet wegsturen (vers 2, 4, 6).
Bij Elisa zien we een heel menselijke reactie in zijn antwoord aan de leerling-profeten. Het klinkt bot (vers 3, 5). Met emotie in je keel is het vaak moeilijk praten. Hij was zich heel goed bewust van het afscheid.
Elisa
Elisa betekent ‘God redt’, en dat is de boodschap die deze profeet brengt. Verteld wordt dat hij de zoon van Safat is, een vermogende landeigenaar uit Abel-Mehola (1 Koningen 19:16). Elia zalft Elisa tot profeet. Zijn roeping zit vol symboliek. Elia gooit hem zijn mantel toe. Dat wil zeggen dat Elisa de taak van Elia moet overnemen, hij moet hem opvolgen als profeet van God.
In 2 koningen 2 wordt Elia opgenomen in de hemel. Elisa ontvangt twee dingen van Elia: het dubbele deel van zijn geest, en zijn mantel. Het dubbele deel van zijn geest wijst op het erfdeel van de oudste zoon en maakt duidelijk dat Elisa werkelijk de opvolger van Elia is. Hij ontvangt de geest van profetie die Elia ook had. Dat God vervolgens het water klieft zoals Hij deed bij Elia, toont dat ook God Elisa kiest al de opvolger van Elia. Daarmee is de taak van Elisa meteen duidelijk: het werk van zijn voorganger voortzetten. Het gaat om de strijd voor de dienst aan God. Dat is zijn boodschap: het is God Die redt. Het volk moet geen hulp zoeken bij andere goden. Wanneer de koningen afstand nemen van de afgodendienst krijgt Elisa een plaats aan het hof. Hij geeft advies in complexe politieke situaties. Dit is ook de betekenis van de wonderen in 2 Koningen 4-6. Die maken duidelijk dat de HEERE in staat is om op onverwachte wijze iedereen te redden die vertrouwen op het woord van God. Dat toont ook het laatste wonder, wanneer Elisa al gestorven is (2 Koningen 13). God is in staat levend te maken wat dood is. Je mag er een verwijzing in zien naar Israëls grootste Profeet, Jezus Christus. Door Zijn sterven is er eeuwig leven voor iedereen die Hem liefheeft.
HSV: [3] Maar een engel van de HEERE sprak tot Elia, de Tisbiet: Sta op, ga de boden van de koning van Samaria tegemoet en spreek tot hen: Is het omdat er geen God in Israël is dat u Baäl-Zebub, de god van Ekron, gaat raadplegen?
NBV21: [3] Een engel van de HEER zei tegen de Tisbiet Elia: ‘Ga de boden van de koning van Samaria tegemoet en zeg hun: “U gaat Baäl-Zebub, de god van Ekron, raadplegen, alsof Israël zelf geen God heeft.
BGT: [3] Toen stuurde de Heer een engel naar Elia, de profeet uit Tisbe. De engel zei tegen Elia: ‘Jij moet de boodschappers van koning Achazja tegemoet gaan. Zeg tegen hen: ‘Waarom willen jullie Baäl-Zebub, de god van Ekron, om raad vragen? Israël heeft toch zelf een God?
Aantekening bij:
2 Koningen 1:3-4 De koning stuurt boden op weg (Hebreeuws mal’ach, 1:2) en de Heere reageert daarop door een engel te sturen (ook Hebreeuws mal’ach). Dit herinnert aan 1 Koningen 19:1-9.
Korte overdenking
Na de dood van Achab kwam Moab in opstand tegen Israël, daarbij viel zijn zoon door het traliewerk en werd ziek. Zo begint het boek 2 Koningen. Niets bijzonders dus, maar wat wel opvalt is dat ook Ahazia niet de God van Israël erkent. Hij stuurt boden naar de god van Ekron, Baäl-Zebub, als was er geen God van Israël. Maar we kunnen lezen dat die God er wel is en ook Zijn schepselen in de gaten houdt, en ingrijpt door een engel naar Elia te sturen met een boodschap. Elia gaat meteen op weg. Elia heeft dus wel geleerd dat God over hem waakt, het is anders dan in 1 Koningen 19:1-9. Als wij doorlezen zien we dat de koning tot driemaal een hoofdman over vijftig stuurt. De eerste twee overleven het niet, de derde weet dat er een God is en dat Elia een man van die God is. Als Elia dan toch meegaat naar de koning, in opdracht van God. Verteld hij precies hetzelfde dan wat hij de boodschappers had gezegd. Hieruit kunnen we leren dat God te vertrouwen is en dat Hij er altijd is, voor wie hem zoeken en Hij zijn woord gestand zal doen. Hij straf mensen die niet willen luisteren en geen berouw gaan tonen, maar ook zal hij zegenen als we Hem, Jezus aannemen en volgen en onze zonden belijden. Wat een fijne les, en een mooie zekerheid, God is te vertrouwen.
Uit de vrouwen Bijbel
Horoscoop en sterrenbeelden / 2 Koningen 1:1-8, 16
Of je nu bij de kapper zit, of op je friet wacht in de snackbar, overal kun je damesbladen en tijdschriften vinden met horoscopen. Kijk je er weleens naar? Elia zegt in dit gedeelte tegen koning Ahazia: ‘Is er geen God in Israël dat u een afgod vraagt?’ Het wordt Ahazia’s dood. De Heere neemt vertrouwen op een afgod hoog op. Geef Hem al je vertrouwen.
HSV: [1] Halleluja! Loof, dienaren van de HEERE, loof de Naam van de HEERE. [2] [1]De Naam van de HEERE zij geloofd, van nu aan tot in eeuwigheid. [3] [2]Vanwaar de zon opkomt tot waar hij ondergaat, zij de Naam van de HEERE geprezen.
NBV21: [1] Halleluja! Loof, dienaren van de HEER, loof de naam van de HEER. [2] De naam van de HEER zij geprezen van nu tot in eeuwigheid. [3] Van waar de zon opkomt tot waar zij ondergaat zij geloofd de naam van de HEER.
BGT: [1] Halleluja! Zing voor de Heer, dienaren van de Heer, zing voor hem! [2] Laat iedereen de Heer prijzen, nu en altijd. [3] Laat iedereen zingen voor de Heer, van het oosten tot het westen.
Aantekening bij:
Psalm 113:1-3 Heel de wereld moet de Heere loven. Het thema voor de gehele psalm wordt bepaald door de woorden waarmee de psalm begint en eindigt: Halleluja (Hebreeuws hallelu-jah). De dienaren van de Heere (m.n. gelovige Israëlieten; vgl. Psalm 136:22, waar het gehele volk Gods ‘dienaar’ wordt genoemd) die Zijn verbond hebben ontvangen, moeten vooropgaan in de lofzang. Zij leven echter in het vertrouwen dat op een bepaalde dag hun God geloofd zal worden vanwaar de zon opkomt tot waar hij ondergaat, d.w.z. overal op de wereld door allerlei soorten mensen, zoals Hij verdient.
Korte overdenking
Tussen de twee halleluja’s, wordt opgeroepen om de Heere te loven. Maar ook moeten wij geloven in de Naam van de Heere en niet nu even als wij dit lezen maar van nu aan tot in eeuwigheid. Maar wij moeten ook dat doen hier en overal waar de zon zijn stralen laat zien, dus over de hele wereld. He Heere ziet ons hier op aarde, terwijl Hij hoog verheven is boven alle volken. Hij ziet niet alleen naar de belangrijke mensen maar ook naar de geringe en armen mensen, die hij wil helpen. De verdrietige en blije mensen wil Hij zegenen. Zo’n God en Heer wil je toch loven en dienen?
Uit de vrouwen Bijbel
Zien wie Hij ziet Psalm 113:1-9
Wat doet het met ons als we gaan begrijpen dat God laag ziet? Hoe kijken wij naar mensen die aan de kant staan? Hoe laat je mensen ervaren dat ze waardevol zijn en help je hen hun (eigen) waardigheid terug te krijgen?
Unieke God Psalm 113:5-6
Het unieke van onze God is dat Zijn onbegrensde verhevenheid zich vertaalt in onbegrensde barmhartigheid. Zo groot is Hij, dat Hij de waardigheid van wie zwak is hersteld. Lof zij Zijn Naam in eeuwigheid!
Psalm 113
Deze korte lofzang viert de manier waarop de grote en majesteitelijke God Die over alles regeert, omziet naar de eenvoudigen. Zulk een God is inderdaad waardig door heel de mensheid geprezen te worden. Vers 7-8 komt overeen met Samuël 2:8, een deel van de lofzang van Hanna. Misschien nam de psalm die woorden over, zoals de verwijzing naar de ‘onvruchtbare’ suggereert. Psalm 113-118 is wel het ‘Egyptische Hallel’ genoemd (Hebreeuws hallel betekent ‘lof’; ‘Egyptisch’ vanwege de latere verbinding met het Pascha), dat een vast onderdeel werd van de grote feesten van het liturgische jaar (inclusief Chanoeka, het feest van de inwijding van de tempel sinds het in de intertestamentaire periode was ingesteld: vgl. Johannes 10:22). Deze psalmen leverden waarschijnlijk de lofzang op die Jezus en Zijn discipelen zongen na hun paasmaaltijd (Mattheüs 26:30).
[1] Daniël 2:[20] Daniël nam het woord en zei: De Naam van God zij geloofd van eeuwigheid tot in eeuwigheid, want van Hem is de wijsheid en de kracht.
[2] Maleachi 1:[11] Want vanwaar de zon opkomt tot waar hij ondergaat, zal Mijn Naam groot zijn onder de heidenvolken; in elke plaats zal aan Mijn Naam een reukoffer gebracht worden, en een rein graanoffer. Voorzeker, Mijn Naam zal groot zijn onder de heidenvolken, zegt de HEERE van de legermachten.
HSV: [43] Hij wandelde in heel de weg van zijn vader Asa. Hij week daarvan niet af, en deed wat juist was in de ogen van de HEERE.
[53] Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE. Hij ging namelijk in de weg van zijn vader en in de weg van zijn moeder, in de weg van Jerobeam, de zoon van Nebat, die Israël deed zondigen.
NBV21: [43] Hij volgde in alle opzichten het voorbeeld van zijn vader Asa en deed wat goed is in de ogen van de HEER.
[53] Hij deed wat slecht is in de ogen van de HEER, en volgde zo het voorbeeld van zijn vader en zijn moeder en van Jerobeam, de zoon van Nebat, die de Israëlieten tot zonde had aangezet.
BGT: [43] Josafat leefde precies zoals zijn vader Asa: hij deed altijd wat de Heer wilde.
[53] Achazja deed dingen die de Heer slecht vond, net zoals zijn vader Achab en zijn moeder Izebel. En net zoals Jerobeam, de zoon van Nebat, door wie de Israëlieten ontrouw geworden waren aan de Heer.
Aantekening bij:
1 Koningen 22:41-54 Josafat en Ahazia. Josafat en Ahazia, strijdmakkers en allebei troonopvolger (vers 2-4, 40), zijn in het boek van 1 Koningen al ten tonele gevoerd als figuranten in de geschiedenis van Achab. Nu krijgen zij hun eigenplaats in dit verhaal.
Korte overdenking
Van Josafat staat geschreven dat hij wandelde in heel de weg van zijn vader Asa, en daardoor deed hij wat juist was in de ogen van God. Josafat was 35 jaar oud toen hij koning werd en regeerde 25 jaar in Jeruzalem.
Van Ahazia staat geschreven dat hij koning werd over Israël in Samaria, toen Josafat al 17 jaar koning was. Ook van Ahazia lezen we dat hij in de weg van zijn vader verder ging regeren. Maar dat was slecht in de ogen van de Heere. Ahazia wilde dat hun dienaren gingen samenwerken, maar dat wilde Josafat niet. Twee zonen en wat is het verschil? Het verschil is inderdaad het regeren naar de regels van God. Je kan niet samen werken als de basis niet goed is, als je niet dezelfde God dient. Dat was toen al niet goed maar ook vandaag de dag is dat niet goed.