HSV: [21] En het gebeurde, toen men een man aan het begraven was, dat zij, zie, een bende zagen. Daarom wierpen zij de man in het graf van Elisa. Toen de man daarin terechtkwam en met de beenderen van Elisa in aanraking kwam, werd hij weer levend en rees overeind op zijn voeten.
NBV21: [21] Toen de plunderaars eraan kwamen, werd er juist iemand begraven. Snel wierpen ze de dode in Elisa’s graf. Zodra hij in het graf in aanraking kwam met het gebeente van Elisa, kwam de dode weer tot leven en stond hij op.
BGT: tekst [21] Een tijdje later waren er mensen een man aan het begraven vlak bij het graf van Elisa. Plotseling zagen ze een groep Moabieten aankomen. Snel legden ze het lichaam van de man in het graf van Elisa, en ze vluchtten weg. In het graf kwam het dode lichaam van de man tegen de botten van Elisa aan. Meteen werd de man weer levend, en hij stond op.
Aantekening bij:
2 Koningen 13:20-21 graf van Elisa. In het oude Israël werden graftombes vaak in zacht gesteente uitgehouwen of in grotten gemaakt (bv. Genesis 23). Ze waren makkelijk bereikbaar. Zoals zij de manin het graf van Elisa wierpen (Hebreeuws sjalach), zo ‘verwerpt’ (2 Koningen17:20, hetzelfde werkwoord sjalach) God weldra Israël door verbanning naar Assyrië. Het is goed om te beseffen dat Elisa’s kracht om mensen tot leven te wekken (zie 2 Koningen 4:8-37) niet met hem gestorven was. Want ook deze ‘dood’ (verbanning) kan eindigen in een onverwachte opstanding (vgl. Ezechiël 34:1-14). Dan moeten de Israëlieten wel de grote profeten uit het verleden en hun onderwijs gehoorzamen en niet loslaten.
Korte overdenking
Elisa was ziek en zijn einde naderde. De koning van Israël kwam bij hem en huilde. Koning Joas moest een pijl wegschieten door het venster, een pijl van verlossing door de Heer. Daarna moest hij met de pijlen op de grond slaan. Joas sloeg drie keer op de grond en stopte toen. Elisa werd kwaad en zei dat hij meerdere keren op de grond had moeten slaan want nu zou hij maar drie keer een overwinning op Syrië hebben. Daarna stierf Elisa. Er waren nog telkens benden uit Moab in het land. En het gebeurde tijdens een begrafenis dat ze een bende zagen komen. Vlug wierpen ze de man in graf van Elisa. Toen de beenderen van de man de beenderen van Elisa raakten kwam hij weer tot leven. Hier kunnen we zien dat Gods krachten niet afhankelijk zijn van het leven van een mens. God werk gaat door ook als is de drager van Gods kracht overleden. Wat een zegen voor ons dat de Heer niet van ons mensen afhankelijk is. Als Gods kracht door gaat mogen we weten dat ook Zijn genade door zal gaan.
Uit de mannen Bijbel
Wonderen 2 Koningen 13:21
Van Elia en Elisa staan ongeveer 25 wonderen in de Bijbel. Het begint met een droogte van drieënhalf jaar (1 Koningen1:17). De laatste staat hier: de opstanding van een dode man (2 Koningen 13:21). Er is een accentverschil tussen het optreden van Elia en Elisa, de eerste richt zich meer op het oordeel, de laatste meer op heil.
Uit de vrouwen Bijbel
Leven door de dood! 2 Koningen 13:20-21
In het graf van Elisa overwint het leven als profetie voor de toekomst. Als het lichaam van de gestorven man Elisa’s gebeente raakt, komt hij tot leven. Wat een prachtige heen wijzing naar het sterven van onze Heere Jezus. Wij mogen weten dat ieder die door Christus is aangeraakt, eeuwig leven heeft door Zijn dood!
HSV: [2] Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE, want hij volgde de zonden van Jerobeam, de zoon van Nebat, die Israël deed zondigen; hij week daarvan niet af.
NBV21: [2] Hij deed wat slecht is in de ogen van de HEER: hij volgde het slechte voorbeeld van Jerobeam, de zoon van Nebat, die de Israëlieten tot zonde had aangezet, en brak niet met diens zondige praktijken.
BGT: [2] Joachaz deed dingen die de Heer slecht vond. Hij bleef dezelfde dingen doen als Jerobeam, de zoon van Nebat. Door Jerobeam waren de Israëlieten ontrouw geworden aan de Heer.
Aantekening bij:
2 Koningen 13:1-5 Daarom ontbrandde de toorn van de Heere tegen Israël. Normaal gesproken zou men verwachten dat er een profeet komt die een einde van Jehu’s huis aankondigt vanwege zijn zonden (vers 2; vgl. 1 Koningen 14:6-16). Jehu krijgt Gods belofte echter op dezelfde manier als vroeger David (2 Samuël 7:1-17; 2 Koningen 10:30). Nu krijgt het koningshuis van Israël dezelfde behandeling als dat van Juda. De Syrische onderdrukking is dus alleen maar een teken van Gods toorn.
Korte overdenking
Hardleers is het thema voor vandaag. En hardleers waren de Israëlieten inderdaad, zoals hebben gelezen. Ze werden door de koning van Syrië onderdrukt. Maar Joachaz heeft met succes geprobeerd de Heere gunstig te stemmen. Maar toch ging het volk door met de zonden van Jerobeam. Hoe gaat dat met ons, ook wij vergeten vaak dat God ons geholpen heeft toen het moeilijk was. Maar toen het weer beter ging, gingen wij weer onze eigen weg. Gelukkig hebben wij een God die naar ons ziet door Jezus heen. Laten we daarom ook naar de Helper die Jezus ons heeft gegeven luisteren en ons steeds weer bekeren. God is liefde. En als we oprecht berouw hebben vergeeft hij ons telkens weer.
HSV: [13] Er werden voor het huis van de HEERE echter geen zilveren schalen, messen, sprengbekkens en trompetten gemaakt, en ook geen enkel gouden voorwerp of zilveren voorwerp, van het geld dat in het huis van de HEERE gebracht werd.
NBV21: [14] Het zilver dat voor de tempel van de HEER werd afgedragen werd niet gebruikt om zilveren schotels, messen, offerschalen, trompetten of andere zilveren of gouden voorwerpen aan te schaffen;
BGT: [14] Het geld werd niet gebruikt voor zilveren schalen, messen, offerschalen, trompetten of andere dingen van zilver of goud.
Aantekening bij:
2 Koningen 12:13 Er werd … echter … geen enkel gouden voorwerp of zilveren voorwerpgemaakt. Ondanks alle inspanningen van Joas is het resultaat teleurstellend: er is maar een heel klein deel van de tempel gerestaureerd. De tempel is nog slechts een armzalige afstraling van de vroegere luister (vgl. 1 Koningen 7:50). En weer wordt de lezer herinnerd aan de ‘vernedering van het huis van David’ (1 Koningen 11:39), die in de beschrijving van zelfs de beste Judese koningen na Salomo terugkeert.
Korte overdenking
Het herstel van de tempel komt langzaam opgang, maar alleen de buitenkant wordt aangepakt en het wel heel langzaam. Voor de dienst aan de Heere werden gouden en zilveren schalen enz. gebruikt maar die waren er niet meer en werden ook nog niet gemaakt. Het uiterlijk was belangrijk voor hen, hoewel de bouwers, zoals we lezen in vers 15, oprecht handelden. Hoe is dat met ons zijn wij ook aan het bouwen, aan de tempel? Ons lichaam is toch een tempel. Dus bouwen wij aan het uiterlijk van deze tempel of werken we ook aan het innerlijk? Het uiterlijk levert vaak sneller complimenten op, maar is dat wat de mensen van ons zeggen belangrijker dan wat de God van ons zegt. God ziet het hart aan, dus het innerlijk. Laten we daarom werken aan ons innerlijk maar niet vergeten het uiterlijk te onderhouden. Bij het uiterlijk zijn ook de mensen om ons heen belangrijk. Laten we deze broeders en zusters niet vergeten. We moeten samen Gods kerk zijn in onze omgeving.
Uit de vrouwen Bijbel
Ontrouw en trouw 2 Koningen 12:4-16
Priesters die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van de tempel geloven het wel. Ze zetten zich niet meer in voor hun taak, en de tempel raakt in verval. Dan krijgen opzichters de opdracht om timmerlieden en bouwvakkers aan te stellen tot restauratie van de tempel. In tegenstelling tot de priesters was hun werk betrouwbaar dat er zelfs geen controle werd uitgevoerd. IJver is een deugd die de Heere zegent, ook in jouw leven!
HSV: [2] Joas deed wat juist was in de ogen van de HEERE, al zijn dagen waarin de priester Jojada hem onderwees.
NBV21: [3] Zijn leven lang deed Joas wat goed is in de ogen van de HEER, zoals de hogepriester Jojada hem geleerd had.
BGT: [3] Joas deed zijn hele leven wat de Heer wilde. Jojada, de hogepriester, had hem dat geleerd.
Aantekening bij:
2 Koningen 12:2-3 Joas deed war juist was. Hij was een vrij goede koning die de afgoderij verwierp (in tegenstelling tot de afgodendienaren Jehoram en Ahazia in 2 Koningen 8:18, 27), alleen werden de offerhoogten niet weggenomen (zie aantekening bij 1 Koningen 3:2; vgl. ook 12 Koningen 15:14; 22:44).
Korte overdenking
Joas was nog een kind toen hij koning werd, maar hij werd onder wezen door de priester Jojada. We lezen dan ook dat de uitwerking van goed onderwijs niet uitbleef. Want er staat geschreven dat Joas deed wat juist was in de ogen van de Heere. Joas was tegen de afgodendienst maar hij liet wel de offerhoogten bestaan, waar het volk offer brachten aan God. Op zich lijkt dit niet erg maar het was niet zo bedoeld door God. Alleen in de tempel waar god woonde mocht worden geofferd. Het begint vaak klein en onschuldig maar het kan eindigen in zonde. Laten dan wij vandaag ook eens zien of er bij ons nog offerhoogten moeten worden opgeruimd.
Aantekening bij 1 Koningen 3:2 > de hoogten. Dit is de gebruikelijke vertaling van het Hebreeuws badmot. Het is echter niet duidelijk of ‘hoogte’ (natuurkijk of opgeworpen) een wezenlijk kenmerk was van deze plaatsen van aanbidding. We kunnen denken aan algemeen toegankelijke plaatsen (waaronder open altaarplaatsen en tempels met een altaar) waarin of waarop offers aan God of afgoden werden gebracht. Dat deze plaatselijke offerhoogten bleven bestaan en zelfs uitgebreid werden (vgl. Exodus 20:24-26), vormt een van de grootste zorgen van de auteurs van 1-2 Koningen, omdat ze invalspoorten voor afgoderij waren (1 Koningen 22:44; 2 Koningen 12:3; 14:4; 15:4, 35). Het begint ermee dat Salomo de aanbidding van de Heere op deze plaatsen toestaat, en eindigt ermee dat hij meegezogen wordt in totale afval (1 Koningen 11:7-8), evenals later ook Israël en Juda (bv. 1 Koningen 12:28-31; 2 Koningen 21:3-9).*
Uit de mannen Bijbel
Vrucht dragen op hoge leeftijd. 2 Koningen 11-12
Als kleine baby staat koning Joas al op de lijst om gedood te worden door oma Athalia, die geen concurrentie voor haar troon duldt (2 Koningen 11:1-3). Hij wordt gered door tante Joseba, de zus van zijn overleden vader, die hem zes jaar in de tempel verbergt. Daar, op zijn onderduikadres, wordt hij onderwezen in Gods wet door Joseba’s echtgenoot, de hoogbejaarde priester Jojada. Jojada bereidt een staatsgreep voor en op zevenjarige leeftijd wordt Joas koning, en zolang Jojada hem onderwijst, doet Joas wat goed is in de ogen van de Heere (12:2). De invloed van de oude Jojada op Joas is groot. Je zou ook kunnen zeggen dat de investering van Jojada in het leven van Joas zich uitbetaalde.
Jojada kan niet bedacht hebben dat het opvangen, beschermen en opvoeden van Joas zo zou uitwerken. Hij biedt hulp aan een kind in nood, dient daarmee God (Jakobus 1:27) en is zo een levende illustratie van de rechtvaardige in Psalm 92:13-16+: ‘In de ouderdom zullen zij nog vruchten dragen, zij zullen fris en groen zijn.’
HSV: [12] Daarna bracht hij de zoon van de koning naar buiten, zette hem de diadeem op en gaf hem de getuigenis. Zij maakten hem koning en zalfden hem. Zij klapten in de handen en zeiden: Leve de koning!
NBV21: [12] Toen leidde de hogepriester de koningszoon naar buiten, zette hem de koninklijke hoofdband op en overhandigde hem de kroningsakte. Zo werd hij tot koning uitgeroepen en gezalfd, terwijl alle aanwezigen in hun handen klapten en riepen: ‘Leve de koning!’
BGT: [12] Toen bracht Jojada Joas naar buiten. Hij zette een kroon op Joas’ hoofd. En hij gaf hem een officiële brief met regels voor het koningschap. Daarna werd er olie over het hoofd van Joas gegoten. Zo werd hij koning gemaakt. Iedereen klapte en riep: ‘Leve de koning!’
Aantekening bij:
2 Koningen 11:12 de getuigenis. Joas komt naar voren met enkele wetten (Hebreeuws ‘edut) vanm God. Voor koningen die regeerden vanuit Gods wet, Zie Deuteronomium 17:18-20; 1 Koningen 2:3; 2 Koningen 23:3.
Korte overdenking
‘Verborgen baby wordt koning’. Na de dood van Ahazia stond zijn moeder, Athalia, op en doodde heet het koninklijk nageslacht. Dat dacht zij gedaan te hebben maar als dat zo was geweest zou God de belofte die Hij David had gegeven niet kunnen houden. Want het nageslacht van David zou voor eeuwig regeren. Maar we lezen dat een van de zonen van Ahazia werd wegenomen en verborgen. Joas, zijn naam betekent ‘De Heer heeft gegeven’, werd zes jaar verborgen gehouden. In het zevende jaar werd onder leiding van Jojada, de hogepriester, Joas tot koning gekroond. Joas kreeg een diadeem en men gaf hem de getuigenis, wetten van God, voor regerende koningen. Toen Athalia dit hoorde riep zij: verraad, verraad! Maar de priester Jojada gebood zijn helpers van her leger haar naar buiten te brengen en haar te doden. Zo werd toch nog een nakomeling van David koning over Juda. Wij zien dus dat God zijn woord houdt en ervoor zorgt dat het gebeurt op Zijn tijd en Zijn manier. Wij mogen hieruit leren, dat wij op Hem kunnen vertrouwen, al lijkt het soms onmogelijk. Joas was zeven jaar oud toen hij koning werd. Hoezo kinderen zijn niet zo belangrijk? De Heere kan iedereen gebruiken, jong, oud, arm of rijk, als je maar op de Heer vertrouwd en in Hem geloofd, dan mag je zeker weten dat jij een werktuig voor Hem kunt en mag zijn.
Uit de Vrouwen Bijbel
Athalia 2 Koningen 11:1-16
Joram, Athalia’s man, had een groot deel van zijn broers omgebracht. Athalia is een dochter van Izebel. Als ze hoort dat haar Zoon Ahazia niet meer leeft, heeft ze één doel: zelf koningin worden, Om dat te bereiken brengt ze haar nageslacht om. In het nageslacht van Izebel blijkt de diepe verdorvenheid van het menselijk hart. Onderschat je zondige hart niet! Athalia is de eerste en enige koningin van Juda. Buiten het tempelcomplex wordt ze omgebracht.
HSV: [27] Zij braken de gewijde steen van de Baäl stuk; bovendien braken zij het huis van de Baäl af en maakten er een mestvaalt van, tot op deze dag.
NBV21: [27] Ze sloegen de aan Baäl gewijde steen aan stukken en haalden de tempel van Baäl omver. Sindsdien doet het tempelterrein dienst als mestvaalt, tot op de dag van vandaag.
BGT: [27] Ze sloegen de heilige steen van Baäl aan stukken en verwoestten zijn hele tempel. Van het terrein maakten ze een vuilnisbelt. En dat is het nog steeds.
Aantekening bij:
2 Koningen 10:27 de gewijde steen van Baäl … het huis ban Baäl. Zie 1 Koningen 16:32-33 en 2 Koningen 3:2. De Baäldienst in Israël is officieel ten einde. De koninklijke bescherming en tolerantie hebben opgehouden te bestaan.
Korte overdenking
Nadat alle profeten, priesters en dienaren van Baäl gedood waren en verbrand, werden ook de gewijde stenen gebroken en verbrand. Ook werd het huis van de Baäl afgebroken en tot een vuilnisbelt gemaakt. Jehu leverde wat dat betreft geen half werk. Met deze aktie was er een einde gekomen aan de Baäldienst, deze was letterlijk neergeslagen. Omdat Jehu goed had gehandeld zouden de zonen van Jehu tot in vierde geslacht op de troon van Israël zitten. Wat een God hebben wij, als we doen wat Hij van ons vraagt kunnen we beloond worden. Ook al doen we niet alles perfect. Ook Jehu had zijn fouten, hij week niet af van de zonden van Jerobeam en die deed Israël zondigen. Wat wij moeten doen is, met heel ons hart Jezus volgen en hem trouw dienen ook al is dat moeilijk maar wij mogen tot God bidden om kracht en hulp hiervoor. De genade van God is steeds groter dan onze zonden, daar mogen wij op vertrouwen.
Uit de vrouwen Bijbel
Jehu’s ijver 2 Koningen 10:18-27
Het is een bekent gezegde geworden: Jehu’s ijver. Radicaal is hij in het uitroeien van de Baälpriesters. Hij vangt hen met een list voor een grote offerdienst en laat hen allemaal doden in Baäls tempel. Daarna wordt de tempel afgebroken. Toch is Juhu’s hart niet volkomen voor de Heere. Hij houdt de kalverendienst in stand.
De Heere vraagt volkomen toewijding. ‘Neem mijn leven, laat het Heer, toegewijd zijn aan Uw eer.’
HSV: [15] Hij ging vandaar verder en trof Jonadab aan, de zoon van Rechab, die hem tegemoetkwam. Hij groette hem en zei tegen hem: Is uw hart oprecht, zoals mijn hart dat ten opzichte van uw hart is? En Jonadab zei: Dat is het, ja, dat is het. En Jehu zei: Geef uw hand. Hij stak zijn hand uit en liet hem bij zich op de wagen klimmen.
NBV21: [15] Jehu vervolgde zijn weg en kwam een eind verder tegenover Jonadab, de zoon van Rechab, te staan. Hij begroette hem en zei: ‘Hebt u het goed met mij voor, zoals ik met u?’ ‘Jazeker,’ antwoordde Jonadab, ‘geef mij uw hand.’ Jehu reikte hem de hand en liet hem zijn wagen bestijgen.
BGT: [15] Toen ging Jehu weer verder naar Samaria. Onderweg kwam hij Jonadab tegen, de zoon van Rechab. Jehu groette hem, en zei: ‘Ik ben een vriend van u. Bent u ook een vriend van mij?’ Jonadab antwoordde: ‘Jazeker, geef me een hand.’ Dat deed Jehu, en hij liet Jonadab bij zich op zijn wagen klimmen.
Aantekening bij:
2 Koningen 10:15 Is uw hart oprecht, zoals mijn hart dat ten opzichte van uw hart is? De Hebreeuwse woorden jasjar (juist, ‘oprecht’) en lebab (‘hart’) komen ook op andere plaatsen voor in 1-2 Koningen (bv. 1 Koningen 14:8). In 2 Koningen 10:30 betreft het Jehu zelf: ‘Omdat u goed gehandeld hebt, door te doen wat juist is in Mijn ogen, en met het huis van Achab gedaan hebt overeenkomstig alles wat in Mijn hart was.’ De formulering hier bevestigd de rode draad van dit hoofdstuk: ‘Wie kiest partij voor de Heere, wie maakt de juiste keuze?’ Jonadab, die de juiste keuze had genaakt, komt in Jeremia 35 terug als stichter van een religieuze groepering die vasthield aan de oude tradities van Israël.
Korte overdenking
Het is geen mooi verhaal dit begin van hoofdstuk 10, maar we zien hier wel een man die handelt, zoals hem is opgedragen. Hier lezen we ook dat als je de goede keuze maakt en doet wat de Heere van je vraagt, het goed met je gaat. Jehu moest, zoals we kunnen lezen in 2 Koningen 9:7, het huis van Achab doden. In vers 1 van hoofdstuk 10 lezen we dat Achab zeventig zonen had. Dit gaf aan dat er veel familie was die moest worden gedood. Jehu doodde hen allen, overeenkomstig het woord van de Heere dat Hij tot Elia gesproken had. Jonadab maakt hier de goede keus en we kunnen dan ook in Jeremia 35 lezen, dat hij de stichter werd van een religieuze groepering die vasthield aan de oude tradities van Israël. Wat doen wij houden wij ook vast aan hetgeen we lezen in de Bijbel?
Uit de vrouwen Bijbel
Achabs huis 2 Koningen 10:1-17
Door de beelden uit het Midden-Oosten kunnen we ons inmiddels voorstellen wat hier gebeurt. De hoofden van Achabs nakomelingen worden in korven op de markt gezet. Elia’s profetie is vervuld. We lezen niets van moeders en vrouwen. Ten diepste zijn dit de gevolgen van afgodendienst. Het heeft gevolgen voor hele geslachten.
HSV: [38] God nu is niet een God van de doden, maar van de levenden, want voor Hem leven zij allen.
NBV21: [38] Hij is geen God van doden, maar van levenden, want voor Hem zijn allen in leven.’
BGT: [38] God is geen God van dode mensen, maar van levende mensen. Want hij geeft het leven aan alle mensen.’
Aantekening bij:
Lukas 20:37-38 bij de doornstruik, of: ‘in de geschiedenis van de doornstruik’. Omdat het Oude Testament destijds niet was ingedeeld in hoofdstukken en verzen, drukt Jezus Zich zo uit naar Exodus 3:1-4:17 te verwijzen (vgl. Romeinen 11:2). de God van Abraham … van Jakob. Als de Heere zich zo noemt na hun sterven, betekent dit dat Hij nog steeds hun God is, en omdat alleen levende mensen een God kunnen hebben (God nu is niet een God van de doden, maar van de levenden), moet er een opstanding zijn. Vgl. aantekening bij Mattheüs 22:31-32l Markus 12:26-27.
Korte overdenking
Wat een mooie woorden lezen we vandaag, woorden van eeuwig leven, zegt ons thema vandaag en dat is dus ook waar. Jezus legt het ons hier in Lukas duidelijk uit wie onze God is: Een God van de levenden. Wij geloven toch in een leven na de dood? Dus moet er een opstanding zijn. De verwijzing naar Genesis, dus Oude Testament voor ons, geeft aan dat Jezus weet wat er is gebeurd vanaf de schepping, Hij is de schepper. Sadduceeën ontkennen dat er een opstanding is maar na de uitleg van Jezus durfden zij niet verder te vragen. Laten wij ook maar geloven of gaan geloven dat wat er in de Bijbel staat waar is en dus Woorden zijn van eeuwig leven. Dan mogen en kunnen we zeggen Jezus leeft en wij met Hem.
Aantekening bij Mattheüs 22:31-32 > Ik ben de God van Abraham en … Izak en … Jakob. Dit citaat uit Exodus 3:6 staat in de tegenwoordige tijd, wat wel moet betekenen dat, toen God dit tegen Mozes sprak, Hij nog steeds in verbondsgemeenschap met de aartsvaders was, hoewel ze al eeuwenlang dood waren. Al dus uit de Pentateuch blijkt dat de aartsvaders nog leven en als er verder in het Oude Testament ook gesproken word over de opstanding (en dat is zo), dan zouden de Sadduceeën de kracht van God toch moeten erkennen dat Hij de aartsvaders en heel Zijn volk kan verhogen tot de vreugde van Zijn eeuwig verbond in een leven hierna.
Aantekening bij Markus 12:26-27 > Met dit citaat uit ‘de Schriften’ verklaart Jezus de ‘kracht van God’ aan de hand van het feit dat de doden … opgewekt zullen worden. Exodus 3:6 kan toch niet betekenen dat God Zich aan Mozes bekendmaakt als een God van doden! Als de God van Abraham, Izak en Jakob (d.w.z. de God Die trouw is aan het verbond) is Hij de God van levenden (Exodus 3:15-16; 4:5). Dus Abraham leeft nog steeds, geniet de zegen van Gods verbond (vgl. Romeinen 8:35-39), en zal ook worden opgewekt.
HSV: [25] En Hij zei tegen hen: Geef dan aan de keizer wat van de keizer is en aan God wat van God is.
NBV21: [25] Daarop zei Hij tegen hen: ‘Geef wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.’
BGT: [25] Toen zei Jezus: ‘Geef aan de keizer wat voor de keizer is. En geef aan God wat voor God is.’
Aantekening bij:
Lukas 20:25 Geef dan aan de keizer. Zie aantekening bij Mattheüs 22:21. Een ‘penning’ (denarius) droeg de beeltenis van de keizer en vertegenwoordigde de waarde van de belasting die men hem verschuldigd was. Jezus voegt er een nog belangrijker gebod aan toe: men moet aan God geven wat Zijn beeltenis draagt, nl. zichzelf (vgl. aantekening bij Romeinen 12:1).
Korte overdenking
Vandaag lezen we een moeilijk gedeelte in de Bijbel het gaat hier niet om het betalen van belasting, al lijkt het wel zo maar het gaat hier om: Of we goede dingen doen, dus wel naar de wet van God leven.
De spionnen van de overpriesters en schriftgeleerden hielden Jezus nauwlettend in de gaten. Ze deden hen voor als rechtvaardigen, maar ze probeerden Jezus op een woord te vangen. Heb jij ook weleens het gevoel dat er op je gelet wordt?
Ze denken iets te hebben gevonden, aan wie moet je geld geven, aan de keizer of aan God. M.a.w. mogen we wel geld geven aan de keizer, die vindt dat hij een god is. Want dien je toch een afgod?
Jezus vraagt hier om een penning, dit was de waarde van de te betalen belasting, en vroeg toen aan de vragenstellers van wie is het beeld dat op deze munt staat. Zij antwoorden hem van de keizer. Toen gaf Jezus hen het antwoord: Geef dan aan de keizer wat van de keizer is. Maar Jezus voegde er nog iets aan toe, wat dit gedeelte zo moeilijk maakt. Nl. Geef aan God wat van Gos is. Wij weten dat wij geschapen zijn naar Gods beeltenis, dus lijken we op God, maar geven wij God waar hij recht op heeft. Betalen wij onze belasting aan God? Dus ons leven! Ons leven aan God geven is, leven zoals Jezus ons heeft geleerd. Eerlijk en zorgend voor de medemens enz. Streven ernaar om zo te leven is al een hele opgaaf. Maar gelukkig wil God ons erbij helpen om het te doen. We mogen alle fouten bij Hem brengen en weten dat Jezus voor ons pleit en de Heilige Geest onze helper wil zijn.
Wat een zegen om dat te weten, zo mogen we de toekomst met blijdschap tegemoet zien.
Aantekening bij Mattheüs 22:21 > Geef … aan de keizer … en aan God. Jezus richt geen nieuwe politieke orde op tegen Cesar, dus Zijn volgelingen moeten belasting betalen en de landswetten gehoorzamen. Er zijn zaken die bij de aardse overheid behoren en andere zaken die bij Gods Koninkrijk behoren. Tegenwoordig leren bijna alle ethici dat de burgerlijke overheid zaken betreffende godsdienst, eredienst en geloofsrichtingen vrij moeten laten en dat de kerk niet moet proberen de macht van de overheid te gebruiken om een leer af te dwingen. Ook onderschrijven alle christelijke godsdienstrichtingen een zekere mate van scheiding tussen kerkelijke en overheidszaken. Totalitaire regiems, daarentegen proberen de kerk te onderdrukken en alles onder de controle van de overheid te brengen. En sommige extreme islamitische groeperingen hebben geprobeerd om de onafhankelijke overheid omver te werpen en alles onder de controle van de islamitische godsdienstleiders te brengen. De geschiedenis leert dat als de kerk en overheid te nauw verweven worden, de kerk meestal degene is die water bij de wijn doet.
Aantekening bij Romeinen 12:1 > dan wijst terug naar het hele betoog van Romeinen 1:18-11:36. Ontfermingen van God. Christenen moeten zich volledig aan God geven, want Hij heeft hen gered door Zijn genade, zoals uit Romeinen 3:21-11:36 blijkt. Er wordt oudtestamentische offerterminologie gebruikt om aan te geven wat het nieuwe leven van christenen inhoudt. Dit betekent dat het woord lichamen hier verwijst naar de hele persoon van de christen, want zowel lichaam als ziel zijn van God. Ze zijn een levend offer. Dat betekent dat ze uit de dood zijn opgestaan, want ze hebben het nieuwe leven in Christus gekregen (Romeinen6:4). ‘Levend’ betekent ook dat ze niet gedood zullen worden, wat wel gebeurde met de dieren bij dierenoffers in het Oude Testament, want Christus heeft vervuld waarvan die offers een voorafschaduwing waren. De eredienst van het Oude Testament was gericht op het offeren van dieren in de tempel, maar Paulus zegt dat de redelijke godsdienst nu inhoudt dat iemand heel zijn of haar leven aan God offert (vgl. Hebreeën 13:15-16).
Uit de Vrouwen Bijbel
Eigendom Lukas 20:20-26
Op een goede manier met je eigendom omgaan, vraagt verantwoordelijkheid. Vaak maken we onderscheid tussen wat van ons is en wat van anderen is. Realiseer jij je dat je Gods eigendom bent? Hoe ga je daarmee om? Geef je aan God wat van God is, namelijk jezelf? Hij is de schepper en Eigenaar van jouw leven. Er is niets wat je hebt wat niet eerst van Hem was. Is jouw ‘mijn’ al een ‘Zijn’ geworden?
HSV: [30] En Jehu kwam in Jizreël. Toen Izebel dat hoorde, voorzag zij haar ogen van oogschaduw, verzorgde haar kapsel en zag door het venster neer naar buiten.
NBV21: [30] Toen Izebel hoorde dat Jehu onderweg was naar Jizreël, zette ze haar ogen aan, maakte haar kapsel op en ging bij haar venster op de uitkijk staan.
BGT: [30] Izebel, de vrouw van Achab, hoorde dat Jehu onderweg was naar Jizreël. Ze maakte zich mooi op, en kamde haar haar. Toen ging ze bij het raam staan wachten.
Aantekening bij:
2 Koningen 9:30 voorzag zij haar ogen van oogschaduw, verzorgde haar kapsel. Dit kan alleen betekenen dat Izebel haar einde trots tegemoet ging, getooid als een koningin. Haar voorkomen lijkt echter op het ‘de vrouw in het venster’-motief dat op gesneden ivoren plaquettes voorkwam. Doe zijn aangetroffen op diverse vindplaatsen in het oude Nabije Oosten (zie aantekening bij 2 Samuël 6:16-19). Ze stellen wellicht de godin Astarte voor, een van Baäls vrouwen. Wellicht belichaamt Izebel hier dus de godsdienst die zij van Sidon meenam naar Israël.
Korte overdenking
Gekapt, (het thema voor vandaag), kun je op twee manieren uitleggen. Bij mij kwam bij het woord ‘gekapt’ naar boven, een omgevallen boom die was gekapt. Maar dat is niet wat hier wordt bedoeld, ook al is het wel een beeld van het einde van leven. Hier wordt met gekapt bedoelt je opmaken, het uiterlijk van je hoofdsierraad in goede vorm brengen. De trotse Izebel wilde als koning haar einde tegemoet gaan. En dacht misschien nog haar leven te kunnen redden. Jehu was trouw aan het woord van God en liet haar naar beneden gooien. Later werd duidelijk dat het woord van de Heere gesproken door zijn dienaar Elia, de Tisbiet, uitgekomen was. Ook vandaag komt naar voren dat Alles wat God zegt uitkomt op Zijn tijd en weer mogen we zien dat we op Hem kunnen vertrouwen. Ook al hebben wij het soms moeilijk en lijkt er geen uitkomst te zijn, dan nog mogen we weten God verandert nooit.
Aantekening bij 2 Samuël 6:16-19 >Michal … verachtte hem in haar hart. Er staat niet ‘Michal, de vrouw van David’ maar ‘Michal, de dochter van Saul’. Net als Saul had zij geen geestelijk onderscheidingsvermogen. Zij had met ‘David en het hele huis van Israël (vers 5) blij moeten zijn, want de Heere Zelf kwam te midden van Zijn volk in Jeruzalem wonen! Dat een koningin uit een paleisvenster kijkt, komt vaker voor in de Bijbel (zie Richteren 5:28; 2 Koningen 9:30), maar ook in ivoren afbeeldingen uit Syrië, Fenicië en Israël. De tent komt overeen met de tabernakel van Exodus 26. Davids gaven worden opgesomd in een lijst zoals in 1 Samuël 6:17 en 25:18.
Uit de vrouwen Bijbel
Izebel 2 Koningen 9:10; 30-37
Izebel is hét voorbeeld van een vrouw op wie je nooit wilt lijken. Ze is gewelddadig, egoïstisch, ijdel, en goddeloos. In deze geschiedenis is ze inmiddels rond de zestig jaar. In het uur voor haar dood is ze druk met haar make-up. Ze daagt Jehu uit en spot: ‘Is het vrede, moordenaar?’ Voor deze goddeloze vrouw is er geen begrafenis.