HSV: [38] God nu is niet een God van de doden, maar van de levenden, want voor Hem leven zij allen.
NBV21: [38] Hij is geen God van doden, maar van levenden, want voor Hem zijn allen in leven.’
BGT: [38] God is geen God van dode mensen, maar van levende mensen. Want hij geeft het leven aan alle mensen.’
Aantekening bij:
Lukas 20:37-38 bij de doornstruik, of: ‘in de geschiedenis van de doornstruik’. Omdat het Oude Testament destijds niet was ingedeeld in hoofdstukken en verzen, drukt Jezus Zich zo uit naar Exodus 3:1-4:17 te verwijzen (vgl. Romeinen 11:2). de God van Abraham … van Jakob. Als de Heere zich zo noemt na hun sterven, betekent dit dat Hij nog steeds hun God is, en omdat alleen levende mensen een God kunnen hebben (God nu is niet een God van de doden, maar van de levenden), moet er een opstanding zijn. Vgl. aantekening bij Mattheüs 22:31-32l Markus 12:26-27.
Korte overdenking
Wat een mooie woorden lezen we vandaag, woorden van eeuwig leven, zegt ons thema vandaag en dat is dus ook waar. Jezus legt het ons hier in Lukas duidelijk uit wie onze God is: Een God van de levenden. Wij geloven toch in een leven na de dood? Dus moet er een opstanding zijn. De verwijzing naar Genesis, dus Oude Testament voor ons, geeft aan dat Jezus weet wat er is gebeurd vanaf de schepping, Hij is de schepper. Sadduceeën ontkennen dat er een opstanding is maar na de uitleg van Jezus durfden zij niet verder te vragen. Laten wij ook maar geloven of gaan geloven dat wat er in de Bijbel staat waar is en dus Woorden zijn van eeuwig leven. Dan mogen en kunnen we zeggen Jezus leeft en wij met Hem.
Aantekening bij Mattheüs 22:31-32 > Ik ben de God van Abraham en … Izak en … Jakob. Dit citaat uit Exodus 3:6 staat in de tegenwoordige tijd, wat wel moet betekenen dat, toen God dit tegen Mozes sprak, Hij nog steeds in verbondsgemeenschap met de aartsvaders was, hoewel ze al eeuwenlang dood waren. Al dus uit de Pentateuch blijkt dat de aartsvaders nog leven en als er verder in het Oude Testament ook gesproken word over de opstanding (en dat is zo), dan zouden de Sadduceeën de kracht van God toch moeten erkennen dat Hij de aartsvaders en heel Zijn volk kan verhogen tot de vreugde van Zijn eeuwig verbond in een leven hierna.
Aantekening bij Markus 12:26-27 > Met dit citaat uit ‘de Schriften’ verklaart Jezus de ‘kracht van God’ aan de hand van het feit dat de doden … opgewekt zullen worden. Exodus 3:6 kan toch niet betekenen dat God Zich aan Mozes bekendmaakt als een God van doden! Als de God van Abraham, Izak en Jakob (d.w.z. de God Die trouw is aan het verbond) is Hij de God van levenden (Exodus 3:15-16; 4:5). Dus Abraham leeft nog steeds, geniet de zegen van Gods verbond (vgl. Romeinen 8:35-39), en zal ook worden opgewekt.