Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 321

Lezen: 2 Koningen 12:1-9 

Thema: Het kind en de hogepriester

Tekst voor vandaag: 2 Koningen 12:2

 

HSV: [2] Joas deed wat juist was in de ogen van de HEERE, al zijn dagen waarin de priester Jojada hem onderwees.          

 

NBV21: [3] Zijn leven lang deed Joas wat goed is in de ogen van de HEER, zoals de hogepriester Jojada hem geleerd had.

 

BGT: [3] Joas deed zijn hele leven wat de Heer wilde. Jojada, de hogepriester, had hem dat geleerd.

 

Aantekening bij: 

2 Koningen 12:2-3 Joas deed war juist was. Hij was een vrij goede koning die de afgoderij verwierp (in tegenstelling tot de afgodendienaren Jehoram en Ahazia in 2 Koningen 8:18, 27), alleen werden de offerhoogten niet weggenomen (zie aantekening bij 1 Koningen 3:2; vgl. ook 12 Koningen 15:14; 22:44).

 

Korte overdenking

 

Joas was nog een kind toen hij koning werd, maar hij werd onder wezen door de priester Jojada. We lezen dan ook dat de uitwerking van goed onderwijs niet uitbleef. Want er staat geschreven dat Joas deed wat juist was in de ogen van de Heere. Joas was tegen de afgodendienst maar hij liet wel de offerhoogten bestaan, waar het volk offer brachten aan God. Op zich lijkt dit niet erg maar het was niet zo bedoeld door God. Alleen in de tempel waar god woonde mocht worden geofferd. Het begint vaak klein en onschuldig maar het kan eindigen in zonde. Laten dan wij vandaag ook eens zien of er bij ons nog offerhoogten moeten worden opgeruimd. 

 

Aantekening bij 1 Koningen 3:2 > de hoogten. Dit is de gebruikelijke vertaling van het Hebreeuws badmot. Het is echter niet duidelijk of ‘hoogte’ (natuurkijk of opgeworpen) een wezenlijk kenmerk was van deze plaatsen van aanbidding. We kunnen denken aan algemeen toegankelijke plaatsen (waaronder open altaarplaatsen en tempels met een altaar) waarin of waarop offers aan God of afgoden werden gebracht. Dat deze plaatselijke offerhoogten bleven bestaan en zelfs uitgebreid werden (vgl. Exodus 20:24-26), vormt een van de grootste zorgen van de auteurs van 1-2 Koningen, omdat ze invalspoorten voor afgoderij waren (1 Koningen 22:44; 2 Koningen 12:3; 14:4; 15:4, 35). Het begint ermee dat Salomo de aanbidding van de Heere op deze plaatsen toestaat, en eindigt ermee dat hij meegezogen wordt in totale afval (1 Koningen 11:7-8), evenals later ook Israël en Juda (bv. 1 Koningen 12:28-31; 2 Koningen 21:3-9).*

 

Uit de mannen Bijbel

 

Vrucht dragen op hoge leeftijd.     2 Koningen 11-12

Als kleine baby staat koning Joas al op de lijst om gedood te worden door oma Athalia, die geen concurrentie voor haar troon duldt (2 Koningen 11:1-3). Hij wordt gered door tante Joseba, de zus van zijn overleden vader, die hem zes jaar in de tempel verbergt. Daar, op zijn onderduikadres, wordt hij onderwezen in Gods wet door Joseba’s echtgenoot, de hoogbejaarde priester Jojada. Jojada bereidt een staatsgreep voor en op zevenjarige leeftijd wordt Joas koning, en zolang Jojada hem onderwijst, doet Joas wat goed is in de ogen van de Heere (12:2). De invloed van de oude Jojada op Joas is groot. Je zou ook kunnen zeggen dat de investering van Jojada in het leven van Joas zich uitbetaalde.

Jojada kan niet bedacht hebben dat het opvangen, beschermen en opvoeden van Joas zo zou uitwerken. Hij biedt hulp aan een kind in nood, dient daarmee God (Jakobus 1:27) en is zo een levende illustratie van de rechtvaardige in Psalm 92:13-16+: ‘In de ouderdom zullen zij nog vruchten dragen, zij zullen fris en groen zijn.’  

 

 

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *