| Bijbel open in 2023 |
| Bijbel open in 2023 |
| Bijbel open in 2023 |
| Bijbel open in 2023 |
Aantekening bij: Jakobus 3:9 Het is huichelachtig en dwaas om God te loven tijdens een eredienst en na de dienst iemand te vervloeken die naar Gods beeld geschapen is (zie Genesis 1:26-27). Als de ‘vloek’ op de gangbare manier tegen iemand uitgesproken wordt, met het aanroepen van de Naam van God, dan is dit dubbel afschuwelijk.
Woorden van leven (Uit de vrouwen Bijbel)
Jakobus 3:2-12 Uit verschillende onderzoeken blijkt dat negatieve opmerkingen veel vaker blijven hangen dan positieve. Toch komen roddels en negatieve woorden zo gemakkelijk over onze lippen. Jakobus wijst ons hierop. Ieder mens is naar het beeld van God gemaakt. Daarom is het goed om met respect en liefde over elkaar te spreken. Elkaar opbouwen in plaats van afbreken. Zo eer je God!
[1] Genesis 1:[27] En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.
| Bijbel open in 2023 |
| Bijbel open in 2023 |
[1] Efeze 4:[8] Daarom zegt Hij: Toen Hij opvoer in de hoogte, nam Hij de gevangenis gevangen en gaf Hij gaven aan de mensen.
| Bijbel open in 2023 |
Jakobus 2:21-26 Voorbeelden van Abraham en Rachab. Jakobus ontzenuwt de redenering van de tegenstander door te wijzen op Abraham en Rachab, die door hun daden zichtbaar maakten rechtvaardig te zijn.
Jakobus 2:21 Abraham … uit de werken gerechtvaardigd. Oppervlakkig gezien lijkt het alsof Jakobus hier Paulus tegenspreekt. Paulus ontkent immers dat Abraham ‘uit werken gerechtvaardigd is’ en wijst op Genesis 15:6 waar staat dat Abrahams geloof ‘hem tot gerechtigheid gerekend is’ (Romeinen 4:2-3). Jakobus baseert zich echter niet op Genesis 15:6 maar op Genesis 22:9-10, als hij beweert dat ‘Abraham … uit de werken gerechtvaardigd is’. Hier is Abraham bereid (vele jaren later) om zijn zoon Izak als offer te brengen. Uit de verschillende bijbel passages en de verschillende gebeurtenissen in het leven van Abraham waarnaar wordt verwezen, blijkt dat Jakobus en Paulus een andere betekenis van het woord ‘rechtvaardigen’ voor ogen hebben. De belangrijkste wijze waarop Paulus het woord ‘rechtvaardigen’) Grieks dikaioö) gebruikt, benadrukt de betekenis van door God rechtvaardig verklaard worden door geloof op basis van het zoenoffer van Jezus (Romeinen 3:24-26). De belangrijkste nadruk die Jakobus hier op het woord ‘rechtvaardigen’ (Grieks dikaioö) legt, is de manier waarop de werken aantonen dat iemand is gerechtvaardigd, zoals blijkt uit de goede werken die zo iemand doet (vgl. Mattheüs 12:33-37). Ook anderen nemen een soortgelijk standpunt in, wanneer zij ‘rechtvaardigen’ (Grieks dikioö) hanteren in de betekenis van verklaren dat iemand rechtvaardig is. Hiermee wordt gedoeld op het laatste oordeel, waar iemand rechtvaardig verklaard zal worden op basis van zijn werken die blijk geven van echt, zaligmakend geloof. Zie aantekeningen bij Galaten 2:16.
Aantekening bij Galaten 2:16 ‘Gerechtvaardigd’ betekent ‘als rechtvaardig gerekend’ of ‘rechtvaardig verklaard’ door God. Als mensen zonder zonde waren en al Gods volmaakte zedelijke maatstaven op volmaakte wijze zouden gehoorzamen, konden zij op basis van hun eigen verdienste gerechtvaardigd worden. Maar Paulus zegt dat dit voor elke heiden en ook voor elke Jood onmogelijk is (vgl. Romeinen 1:2). weten dat een mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken van de wet. Paulus zag in dat Christus in Zijn onderwijs de rechtvaardiging door het geloof leerde, en dus noemde hij God ‘Hem de goddeloze rechtvaardigt’ (Romeinen 4:5). Paulus zal spoedig aantonen dat dit ook al in het Oude Testament onderwezen werd (zie Galaten 3:6-18), hoewel het niet het standpunt was van het merendeel van het Jodendom in de 1e eeuw. (Een tekst uit de 1e eeuw v. chr. zegt bijvoorbeeld: ‘Wie rechtvaardigheid doet, verzamelt leven voor zichzelf bij de Heere, en wie kwaad doet veroorzaakt de vernietiging van zijn eigen ziel’ [Psalmen van Salomo, 9.5].) In Galaten 2:16 verwijst ‘werken van de wet’ niet alleen naar besnijdenis, voedselwetten en de sabbat, maar naar elke menselijke poging om door God gerechtvaardigd te worden door een morele wet te gehoorzamen, het geloof in Jezus Christus. Sommigen beweren dat de Griekse tekst ‘de betrouwbaarheid van Jezus Christus’ betekent. Maar de formulering ‘geloof in Christus’ ligt veel meer voor de hand, omdat ‘geloof in Jezus Christus’ synoniem is met de volgende zin: ‘ook wij zijn in Christus Jezus gaan geloven’. ‘Maar door het geloof in Jezus Christus’ is het tegenovergestelde van vertrouwen op eigen goede daden tot rechtvaardiging, aangezien rechtvaardiging verkregen wordt door geloof in Christus alleen. ook wij zijn in Christus Jezus gaan geloven, opdat wij gerechtvaardigd zouden worden uit het geloof van Christus laat zien dat rechtvaardiging het gevolg is van het zaligmakend geloof. De tegenstelling en niet uit werken van de wet toont duidelijk aan dat geen enkele menselijke poging of verdienste aan het geloof toegevoegd kan worden als basis voor rechtvaardiging. (Tijdens de Reformatie werd dit vers regelmatig aangehaald door protestanten die stonden op ‘rechtvaardiging door geloof alleen’. Dit in tegenstelling tot de rooms-katholieke leer van rechtvaardiging door geloof plus verdienste, verkregen door de rooms-katholieke sacramenten zoals boetedoening en de mis.) Paulus komt tot een duidelijke conclusie: uit werken van de wet wordt geen vlees gerechtvaardigd (vgl. Galaten 3:10-14); Handelingen 13:39; Hebreeën 10:1-14). Over rechtvaardiging zie ook aantekening bij Romeinen 4:25; Filippenzen 3:9; Jakobus 2:21.
Aantekening bij Romeinen 4:25 De dood en de opstanding van Jezus Christus zijn beide noodzakelijk voor de vergeving van zonden en de rechtvaardiging. opgewekt om onze rechtvaardiging. Toen God de Vader Christus opwekte uit de dood, liet Hij daarmee zien dat Hij het lijden en sterven van Christus aanvaardde als volledige betaling voor de zonde, en dat de genade van de vader – en niet langer Zijn toorn over de zonde – toegekend werd aan Christus, en door Christus aan degenen die geloven. Paulus ziet christenen als één met Christus door Zijn dood en opstanding (Romeinen 6:6, 8:11; Efeze 2:6; Kolossenzen 2:12; 3:1). Daarom leidt Gods aanvaarding van Christus bij de opwekking uit de dood tot Gods aanvaarding van allen die één zijn in Christus. op deze manier leidt dat tot hun ‘rechrvaardiging’.
Aantekening bij Filippenzen 3:9 in Hem gevonden wil zeggen: geestelijk verenigd met Christus en daardoor niet schuldig bevonden voor God als de Goddelijke Rechter. Paulus had vertrouwd op zijn eigen rechtvaardigheid,gebaseerd op gehoorzaamheid aan de wet, meer dan op de rechte verhouding tot God, die door het geloof in Christus is.God ‘rekent’ de levenslange volmaakte gehoorzaamheid van Christus toe aan de persoon die voor zijn zaligheid op Hem vertrouwt. D.w.z. Hij beschouwt de gehoorzaamheid van Christus als daad van die persoon, en daarom staat deze voor God niet als ‘schuldig’ maar als ‘rechtvaardig’. Dat is het principe waarom alleen de rechtvaardiging door het geloof in Gods ogen ‘eerlijk’ is. Zoals in Romeinen 10:1-8 is uitgelegd, kan rechtvaardiging niet door de wet komen, omdat alle mensen zondaars zijn. Recht staan voor God als Rechter is alleen mogelijk door het geloof in Christus, Die de gerechtigheid van de gelovige voor God is. Zie aantekening bij Galaten 2:16.
Heere van mijn leven (Uit de vrouwen Bijbel)
Jakobus 2:19-20 Alleen maar geloven dat er een God is, is niet genoeg. Ook de demonen, de vijanden van God geloven dat. Je kunt ‘geloven’, iets voor waar aannemen, zonder een relatie met God te hebben. In de Bijbel betekent geloven: God mag de God van jouw leven zijn, Zijn woorden leiden je in je dagelijks leven, in je denken en in je doen. Geloven, dat doe je niet van een afstandje.
[1] Genesis 22:[10] Toen strekte Abraham zijn hand uit en nam het mes om zijn zoon te slachten.
| Bijbel open in 2023 |
Jakobus 2 : 12 – 13 > Handelen in het licht van het oordeel. Gelovigen moeten spreken en handelen in overeenstemming met de wet van de vrijheid en met het oog op het komende oordeel.
Jakobus 2 : 13 > Want onbarmharig zal het oordeel zijn over hen die geen barmhartigheid heeft bewezen. Dit spreekwoordelijk gezegde vat de consequenties samen vers 1-12 en voert binnen in de discussie van vers 14-26 over ‘geloof zonder werken’. Dit principe was de kern van het Romeinse recht (lex talionis, ‘de wet van vergelding’). Belangrijker nog: het staat centraal in de wet van God. Zoals je aan anderen doet, zal ook jou gedaan worden in het oordeel (d.i. beloning voor het goede en straf voor het kwade). Barmhartigheid triomfeert over het oordeel betekent in deze samenhang niet dat God Zijn genade ook bij het oordeel aan gelovigen aanbiedt, maar dat hun daden van barmhartigheid (bv. de zorg voor armen en hen die pijn hebben) hen zullen rechtvaardigen bij het oordeel (vgl. Mattheüs 25:34-40). Barmhartigheid was in het Oude Testament een fundamenteel vereiste bij het omgaan met armen (Micha 6:8; Zacharia 7:9-10). Ook in het Nieuwe Testament is barmhartigheid een voorschrift voor de gelovigen (bv. Mattheüs 5:7; 6:15; 18:32-35). Als zij geen bermhartigheid tonen, zullen zij Gods oordeel ervaren in plaats van Zijn genade.
De verwijs bijbel verwijst bij Jakobus 2:13, naar:
Psalm 18: [26] Tegenover de goedertierene toont U Zich goedertieren, tegenover de oprechte man oprecht.
[27] Tegenover de reine toont U Zich rein, maar tegenover de slinkse toont U Zich een Strijder.
Spreuken 21:[13] Wie zijn oren dichtstopt voor het geroep van de arme, ook hij zal roepen en niet verhoord worden.
Plek voor iedereen (Uit de vrouwen Bijbel)
In onze samenleving is een goed netwerk erg belangrijk. Denk alleen al aan sociale media, waar je naar eigen voorkeur mensen kunt opnemen en uitsluiten. We verbinden onze status aan een goed netwerk. Jakobus waarschuwt ons. In de gemeente van Christus is iedereen welkom: hoog – en laagopgeleid, single of getrouwd. De kerk moet een plek zijn waar status en netwerk niet telt. Herken je dit in jouw gemeente?
[1] Mattheüs 6:[15] Maar als u de mensen hun overtredingen niet vergeeft, zal uw Vader uw overtredingen ook niet vergeven.
Mattheüs 18:[35] Zo zal ook Mijn hemelse Vader met u doen, als niet ieder van u van harte de misdaden van zijn broeder vergeeft.
Markus 11:[25] En wanneer u staat te bidden, vergeef als u tegen iemand iets hebt, opdat ook uw Vader, Die in de hemelen is, u uw overtredingen vergeeft.
Lukas 16:[25] Abraham echter zei: Kind, herinner u dat u het goede deel ontvangen hebt in uw leven en Lazarus evenzo het kwade. En nu wordt hij vertroost en u lijdt pijn.
| Bijbel open in 2023 |
Jakobus 1:22-25 Daders van het Woord. Horen van het Woord zonder in actie te komen, is zelfbedrog. Horen dat overgaat in het doen van het Woord is een zegen.
Jakobus 1:22 daders van het Woord te zijn en niet alleen hoorders is het enige juiste antwoord op het woord van God (niet alleen het Evangelie, maar het geheel van de Schrift). Alleen zo kan het wortel schieten in iemands leven (vgl. vers 21).
Korte overdenking
Boven het Bijbelgedeelte dat wij vandaag gelezen hebben staat ‘Horen en doen’, het thema voor vandaag is ‘kom in actie’. Wat wil dat zeggen voor ons? Luisteren wij naar de woorden die wij gelezen hebben en komen wij in actie en gaan dan ook echt wat doen? Als wij goed naar de worden die wij gelezen hebben, dan moeten we snel zijn om te horen wat er wordt gezegd. Dat zal wel gaan want wij zijn van nature nieuwsgierig en willen graag horen wat er gezegd wordt, maar dan komt het, hebben we goed geluisterd of maar een paar woorden en hebben we dan al een conclusie getrokken en hebben we ons oordeel al klaar. Want wat Jakobus hier zegt, is vaak de oorzaak van een ruzie. Te snel spreken. Jakobus wil dat wij ‘goed’ gaan luisteren en voordat we gaan spreken eerst gaan nadenken over hetgeen we hebben gehoord. En dan in actie komen en niet alleen met woorden maar ook met daden. Dus denk er goed over na dat wat je zegt of belooft dat je dat ook waar kunt maken. Want als je wat beloofd moet je het ook doen. God zal altijd doen wat Hij belooft, daarop kunnen wij vertrouwen en zo is Jezus ook. Dus willen wij op Jezus gaan lijken moeten wij ook doen wat wij beloven. Dat kunnen wij alleen doen als we het samen met Jezus doen. Bidt voor om Zijn hulp en vertrouw erop dat hij het zal doen. Dit bidden is een eerste actie die we mogen ondernemen. Zo worden wij dan daders van het woord, en geef het woord door zodat er meer hoorders komen en ook dan weer meer daders. De Heilige Geest wil onze helper zijn.
[1] Mattheüs 7:[21] Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is.
Lukas 11:[28] Zegen hen die u vervloeken, en bid voor hen die u belasteren.
Romeinen 2:[13] Niet de hoorders van de wet zijn immers rechtvaardig voor God, maar de daders van de wet zullen gerechtvaardigd worden.
1 Johannes 3:[7] Lieve kinderen, laat niemand u misleiden. Wie de rechtvaardigheid doet, is rechtvaardig, zoals Hij rechtvaardig is.
| Bijbel open in 2023 |
Aantekening bij: Jakobus 1 : 17 > Jakobus gaat nu over van slechte verleidingen (die nooit van God komen), naar de constatering dat elke goede gave en elk volmaakt geschenk van God komt (vgl. Mattheüs 7 : 11). Zoals Jakobus 1:5 herinnert Jakobus de lezers aan Gods goedheid, in hun verzoekingen verleidt God hen niet tot zonde, de moeilijkheden in het leven zijn bedoeld om hen te versterken en volmaakt te doen zijn en hen meer naar Gods beeld te herscheppen. Gods bedoelingen met hen zijn altijd ten goede (vgl. Romeinen 8:28). Iets wat echt goed is in deze wereld heeft geen andere oorsprong dan van boven, namelijk de hemel, het daalt neer van de vader der lichten. Dit verwijst naar God als Schepper van de hemelse ‘lichten’ (Psalm 74:16; 136:7-9) en is een uitstekend voorbeeld van Zijn goede gaven. God is onveranderlijk in Zijn wezen en dus ook in Zijn geven van het goede, in tegenstelling tot de verandering van de nacht naar de dag of het verschuiven van een schaduw door de zon of de maan.
Jakobus
Jakobus’ toekomst is wel duidelijk. Met zijn broer Johannes zal hij leidinggeven aan het vissersbedrijf van zijn vader Zebedeüs (Markus 1:19-20). Maat Jezus zet er een streep door. Tijdens het herstellen van de netten roept Jezus Jakobus en zijn broer. Ze laten het bedrijf, maar ook hun vader achter. Dat wat hun zekerheid bood, wordt ingeruild voor een toekomst vol onzekerheid.
Jakobus is niet de man die afwacht, die op de achtergrond de zaken overziet. Nee, Jakobus is een ruige visser. Dit komt terug in de naam die Jezus de beide broers geeft: Boanerges (Markus 3:17), letterlijk: ‘zonen van de dander’. Uit de ontmoetingen die hij heeft, blijkt Jakobus een temperamentvolle man. Als de spanning met de Samaritanen oploopt, vraagt hij (samen met Johannes) aan Jezus volmacht om een verterend vuur uit de hemel op te roepen (Lukas 9:51-54).
Ook nu hij geen bedrijf meer hoeft te runnen, blijkt Jakobus ambitieus. Hij staat te popelen om een ereplaats in het Koninkrijk van zijn Meester te krijgen. Maar is dit vanuit een verlangen om dicht bij zijn Meester te zijn, of is het vooral eigen eer (Markus 10:35-45)?
Jakobus hoorde met Johannes en Petrus tot de intieme vriendenkring van de Heere Jezus. Hij neemt hen mee bij bijzondere momenten, zoals de opwekking van het dochtertje van Jaïrus (Markus 5:37) en de verheerlijking op de berg (Markus 9:2). In Gethsémané gaan deze drie vrienden met Hem mee (Markus 14:33). Jakobus maakt zo én dan Christus’ heerlijkheid, én Zijn lijden van dichtbij mee. In die intimiteit leert hij zijn Meester écht kennen.
Jakobus is maar korte tijd apostel geweest. Hij werd omstreeks 44 na Christus als eerste van de apostelen door Herodes Agrippa 1 ter dood gebracht (Handelingen 12:2).
[1] Spreuken 2:[6] De HEERE geeft immers wijsheid, uit Zijn mond komen kennis en inzicht.
1 Korinthe 4:[7] Want wie maakt onderscheid tussen u? En wat hebt u dat u niet hebt ontvangen? En als u het ook ontvangen hebt, waarom roemt u alsof u het niet ontvangen had?
| Bijbel open in 2023 |