Bijbel open in 2023

Bijbel open in 2023

Dag: 136

Lezen: Jacobus 2:14-26

Thema: Daden doen ertoe

Tekst voor vandaag: Jakobus 2:21

 

HSV: [21] Is Abraham, onze vader, niet uit de werken gerechtvaardigd, [1]toen hij Izak, zijn zoon, op het altaar offerde?          

 

NBV21: [21] Werd onze voorvader Abraham niet rechtvaardig verklaard om wat hij deed toen hij zijn zoon Isaak op het altaar wilde offeren?

 

BGT: [21] Onze voorvader Abraham deed wat God van hem vroeg. Hij stond klaar om zijn zoon Isaak te offeren. En daarom zag God hem als een goed mens.

 

Aantekening bij: 

Jakobus 2:21-26 Voorbeelden van Abraham en Rachab. Jakobus ontzenuwt de redenering van de tegenstander door te wijzen op Abraham en Rachab, die door hun daden zichtbaar maakten rechtvaardig te zijn.

  

Jakobus 2:21 Abraham … uit de werken gerechtvaardigd. Oppervlakkig gezien lijkt het alsof Jakobus hier Paulus tegenspreekt. Paulus ontkent immers dat Abraham ‘uit werken gerechtvaardigd is’ en wijst op Genesis 15:6 waar staat dat Abrahams geloof ‘hem tot gerechtigheid gerekend is’ (Romeinen 4:2-3). Jakobus baseert zich echter niet op Genesis 15:6 maar op Genesis 22:9-10, als hij beweert dat ‘Abraham … uit de werken gerechtvaardigd is’. Hier is Abraham bereid (vele jaren later) om zijn zoon Izak als offer te brengen. Uit de verschillende bijbel passages en de verschillende gebeurtenissen in het leven van Abraham waarnaar wordt verwezen, blijkt dat Jakobus en Paulus een andere betekenis van het woord ‘rechtvaardigen’ voor ogen hebben. De belangrijkste wijze waarop Paulus het woord ‘rechtvaardigen’) Grieks dikaioö) gebruikt, benadrukt de betekenis van door God rechtvaardig verklaard worden door geloof op basis van het zoenoffer van Jezus (Romeinen 3:24-26). De belangrijkste nadruk die Jakobus hier op het woord ‘rechtvaardigen’ (Grieks dikaioö) legt, is de manier waarop de werken aantonen dat iemand is gerechtvaardigd, zoals blijkt uit de goede werken die zo iemand doet (vgl. Mattheüs 12:33-37). Ook anderen nemen een soortgelijk standpunt in, wanneer zij ‘rechtvaardigen’ (Grieks dikioö) hanteren in de betekenis van verklaren dat iemand rechtvaardig is. Hiermee wordt gedoeld op het laatste oordeel, waar iemand rechtvaardig verklaard zal worden op basis van zijn werken die blijk geven van echt, zaligmakend geloof. Zie aantekeningen bij Galaten 2:16.

Aantekening bij Galaten 2:16 ‘Gerechtvaardigd’ betekent ‘als rechtvaardig gerekend’ of ‘rechtvaardig verklaard’ door God. Als mensen zonder zonde waren en al Gods volmaakte zedelijke maatstaven op volmaakte wijze zouden gehoorzamen, konden zij op basis van hun eigen verdienste gerechtvaardigd worden. Maar Paulus zegt dat dit voor elke heiden en ook voor elke Jood onmogelijk is (vgl. Romeinen 1:2). weten dat een mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken van de wet. Paulus zag in dat Christus in Zijn onderwijs de rechtvaardiging door het geloof leerde, en dus noemde hij God ‘Hem de goddeloze rechtvaardigt’ (Romeinen 4:5). Paulus zal spoedig aantonen dat dit ook al in het Oude Testament onderwezen werd (zie Galaten 3:6-18), hoewel het niet het standpunt was van het merendeel van het Jodendom in de 1e eeuw. (Een tekst uit de 1e eeuw v. chr. zegt bijvoorbeeld: ‘Wie rechtvaardigheid doet, verzamelt leven voor zichzelf bij de Heere, en wie kwaad doet veroorzaakt de vernietiging van zijn eigen ziel’ [Psalmen van Salomo, 9.5].) In Galaten 2:16 verwijst ‘werken van de wet’ niet alleen naar besnijdenis, voedselwetten en de sabbat, maar naar elke menselijke poging om door God gerechtvaardigd te worden door een morele wet te gehoorzamen, het geloof in Jezus Christus. Sommigen beweren dat de Griekse tekst ‘de betrouwbaarheid van Jezus Christus’ betekent. Maar de formulering ‘geloof in Christus’ ligt veel meer voor de hand, omdat ‘geloof in Jezus Christus’ synoniem is met de volgende zin: ‘ook wij zijn in Christus Jezus gaan geloven’. ‘Maar door het geloof in Jezus Christus’ is het tegenovergestelde van vertrouwen op eigen goede daden tot rechtvaardiging, aangezien rechtvaardiging verkregen wordt door geloof in Christus alleen. ook wij zijn in Christus Jezus gaan geloven, opdat wij gerechtvaardigd zouden worden uit het geloof van Christus laat zien dat rechtvaardiging het gevolg is van het zaligmakend geloof. De tegenstelling en niet uit werken van de wet toont duidelijk aan dat geen enkele menselijke poging of verdienste aan het geloof toegevoegd kan worden als basis voor rechtvaardiging. (Tijdens de Reformatie werd dit vers regelmatig aangehaald door protestanten die stonden op ‘rechtvaardiging door geloof alleen’. Dit in tegenstelling tot de rooms-katholieke leer van rechtvaardiging door geloof plus verdienste, verkregen door de rooms-katholieke sacramenten zoals boetedoening en de mis.) Paulus komt tot een duidelijke conclusie: uit werken van de wet wordt geen vlees gerechtvaardigd (vgl. Galaten 3:10-14); Handelingen 13:39; Hebreeën 10:1-14). Over rechtvaardiging zie ook aantekening bij Romeinen 4:25; Filippenzen 3:9; Jakobus 2:21.

Aantekening bij Romeinen 4:25 De dood en de opstanding van Jezus Christus zijn beide noodzakelijk voor de vergeving van zonden en de rechtvaardiging. opgewekt om onze rechtvaardiging. Toen God de Vader Christus opwekte uit de dood, liet Hij daarmee zien dat Hij het lijden en sterven van Christus aanvaardde als volledige betaling voor de zonde, en dat de genade van de vader – en niet langer Zijn toorn over de zonde – toegekend werd aan Christus, en door Christus aan degenen die geloven. Paulus ziet christenen als één met Christus door Zijn dood en opstanding (Romeinen 6:6, 8:11; Efeze 2:6; Kolossenzen 2:12; 3:1). Daarom leidt Gods aanvaarding van Christus bij de opwekking uit de dood tot Gods aanvaarding van allen die één zijn in Christus. op deze manier leidt dat tot hun ‘rechrvaardiging’.

Aantekening bij Filippenzen 3:9 in Hem gevonden wil zeggen: geestelijk verenigd met Christus en daardoor niet schuldig bevonden voor God als de Goddelijke Rechter. Paulus had vertrouwd op zijn eigen rechtvaardigheid,gebaseerd op gehoorzaamheid aan de wet, meer dan op de rechte verhouding tot God, die door het geloof in Christus is.God ‘rekent’ de levenslange volmaakte gehoorzaamheid van Christus toe aan de persoon die voor zijn zaligheid op Hem vertrouwt. D.w.z. Hij beschouwt de gehoorzaamheid van Christus als daad van die persoon, en daarom staat deze voor God niet als ‘schuldig’ maar als ‘rechtvaardig’. Dat is het principe waarom alleen de rechtvaardiging door het geloof in Gods ogen ‘eerlijk’ is. Zoals in Romeinen 10:1-8 is uitgelegd, kan rechtvaardiging niet door de wet komen, omdat alle mensen zondaars zijn. Recht staan voor God als Rechter is alleen mogelijk door het geloof in Christus, Die de gerechtigheid van de gelovige voor God is. Zie aantekening bij Galaten 2:16.

Heere van mijn leven          (Uit de vrouwen Bijbel)

Jakobus 2:19-20 Alleen maar geloven dat er een God is, is niet genoeg. Ook de demonen, de vijanden van God geloven dat. Je kunt ‘geloven’, iets voor waar aannemen, zonder een relatie met God te hebben. In de Bijbel betekent geloven: God mag de God van jouw leven zijn, Zijn woorden leiden je in je dagelijks leven, in je denken en in je doen. Geloven, dat doe je niet van een afstandje.

 


[1] Genesis 22:[10] Toen strekte Abraham zijn hand uit en nam het mes om zijn zoon te slachten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *