Bijbel open in 20232

Bijbel open in 2023

Dag: 133

Lezen: Jakobus 1:1-18

Thema: Volmaakt en volkomen

Tekst voor vandaag: Jakobus 1:17

 

HSV: [17] [1]Elke goede gave en elk volmaakt geschenk is van boven en daalt neer van de Vader der lichten, bij Wie er geen verandering is, of schaduw van omkeer.          

 

NBV21: [17] elke goede gave, elk volmaakt geschenk komt van boven, van de Vader van de hemellichten; bij Hem is nooit enige verandering of verduistering waar te nemen.

 

BGT: [17] Al het goede dat wij krijgen, elk volmaakt geschenk, komt van God. Dat zal altijd zo zijn, want God verandert niet. Het licht van de zon en van de maan verandert voortdurend. Maar God, die het licht gemaakt heeft, blijft altijd dezelfde.

 

Aantekening bij: Jakobus 1 : 17  >  Jakobus gaat nu over van slechte verleidingen (die nooit van God komen), naar de constatering dat elke goede gave en elk volmaakt geschenk van God komt (vgl. Mattheüs 7 : 11). Zoals Jakobus 1:5 herinnert Jakobus de lezers aan Gods goedheid, in hun verzoekingen verleidt God hen niet tot zonde, de moeilijkheden in het leven zijn bedoeld om hen te versterken en volmaakt te doen zijn en hen meer naar Gods beeld te herscheppen. Gods bedoelingen met hen zijn altijd ten goede (vgl. Romeinen 8:28). Iets wat echt goed is in deze wereld heeft geen andere oorsprong dan van boven, namelijk de hemel, het daalt neer van de vader der lichten. Dit verwijst naar God als Schepper van de hemelse ‘lichten’ (Psalm 74:16; 136:7-9) en is een uitstekend voorbeeld van Zijn goede gaven. God is onveranderlijk in Zijn wezen en dus ook in Zijn geven van het goede, in tegenstelling tot de verandering van de nacht naar de dag of het verschuiven van een schaduw door de zon of de maan.

 

 

Jakobus

Jakobus’ toekomst is wel duidelijk. Met zijn broer Johannes zal hij leidinggeven aan het vissersbedrijf van zijn vader Zebedeüs (Markus 1:19-20). Maat Jezus zet er een streep door. Tijdens het herstellen van de netten roept Jezus Jakobus en zijn broer. Ze laten het bedrijf, maar ook hun vader achter. Dat wat hun zekerheid bood, wordt ingeruild voor een toekomst vol onzekerheid.

Jakobus is niet de man die afwacht, die op de achtergrond de zaken overziet. Nee, Jakobus is een ruige visser. Dit komt terug in de naam die Jezus de beide broers geeft: Boanerges (Markus 3:17), letterlijk: ‘zonen van de dander’. Uit de ontmoetingen die hij heeft, blijkt Jakobus een temperamentvolle man. Als de spanning met de Samaritanen oploopt, vraagt hij (samen met Johannes) aan Jezus volmacht om een verterend vuur uit de hemel op te roepen (Lukas 9:51-54).

Ook nu hij geen bedrijf meer hoeft te runnen, blijkt Jakobus ambitieus. Hij staat te popelen om een ereplaats in het Koninkrijk van zijn Meester te krijgen. Maar is dit vanuit een verlangen om dicht bij zijn Meester te zijn, of is het vooral eigen eer (Markus 10:35-45)?

Jakobus hoorde met Johannes en Petrus tot de intieme vriendenkring van de Heere Jezus. Hij neemt hen mee bij bijzondere momenten, zoals de opwekking van het dochtertje van Jaïrus (Markus 5:37) en de verheerlijking op de berg (Markus 9:2). In Gethsémané gaan deze drie vrienden met Hem mee (Markus 14:33). Jakobus maakt zo én dan Christus’ heerlijkheid, én Zijn lijden van dichtbij mee. In die intimiteit leert hij zijn Meester écht kennen.

Jakobus is maar korte tijd apostel geweest. Hij werd omstreeks 44 na Christus als eerste van de apostelen door Herodes Agrippa 1 ter dood gebracht (Handelingen 12:2).

 

 

Thema       (Uit de HSV – Studie Bijbel)

 

Het belangrijkste thema van Jakobus is: je geloof in praktijk brengen. Centraal staat dat geloven niet bij horen blijft, maar zichtbaar wordt in de daden. Dit thema werkt Jakobus uit met het oog op zowel het sociale conflict (tussen rijk en arm) als het geestelijke conflict tussen partijen in de gemeente. Jakobus berispt zijn lezers om hun wereldgezindheid en spoort hen aan in de juiste verhouding met God te komen. Alleen bij Hem is wijsheid te vinden om deze problemen op te lossen. 


[1] Spreuken 2:[6] De HEERE geeft immers wijsheid, uit Zijn mond komen kennis en inzicht.

   1 Korinthe 4:[7] Want wie maakt onderscheid tussen u? En wat hebt u dat u niet hebt ontvangen? En als u het ook ontvangen hebt, waarom roemt u alsof u het niet ontvangen had?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *