Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 233

Lezen: Lukas 13:22-30 

Thema: Wie gered worden

Tekst voor vandaag: Lukas 13:29

 

HSV: [29] [1]En daar zullen er komen van oost en west, van noord en zuid, en zij zullen aan tafel gaan in het Koninkrijk van God.         

 

NBV21:  [29] Uit het oosten en het westen en uit het noorden en het zuiden zullen ze komen, en ze zullen aanliggen bij het feestmaal in het koninkrijk van God.

 

BGT: [29] Mensen uit alle landen zullen in Gods nieuwe wereld komen. En ze zullen er feestvieren.

 

Aantekening bij: 

Lukas 13:29 Behalve gelovige Israëlieten (vers 28) zullen ook gelovige heidenen (mensen van oost en west, van noord en zuid; vgl. Psalm 107:3) het Koninkrijk van God binnengaan (vgl. Lukas 24:47; Handelingen 1:8).


[1]  Jesaja 2:[2] Het zal in het laatste der dagen geschieden dat de berg van het huis van de HEERE vast zal staan als de hoogste van de bergen, en dat hij verheven zal worden boven de heuvels, en dat alle heidenvolken ernaartoe zullen stromen.

   Maleachi 1:[11] Want vanwaar de zon opkomt tot waar hij ondergaat, zal Mijn Naam groot zijn onder de heidenvolken; in elke plaats zal aan Mijn Naam een reukoffer gebracht worden, en een rein graanoffer. Voorzeker, Mijn Naam zal groot zijn onder de heidenvolken, zegt de HEERE van de legermachten.

   Mattheüs 8:[11] Maar Ik zeg u dat er velen zullen komen van oost en west en zij zullen aan tafel gaan met Abraham, Izak en Jakob in het Koninkrijk der hemelen,

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 232

Lezen: Lukas 13:10-21 

Thema: Klein begin

Tekst voor vandaag: Lukas 13:19

 

HSV: [19] Het is gelijk aan een mosterdzaad, dat iemand nam en in zijn tuin zaaide. En het groeide op en werd tot een grote boom en de vogels in de lucht maakten een nest in zijn takken.          

 

NBV21: [19] Het lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand in zijn tuin zaaide, waarna het groeide en een boom werd, waar de vogels van de hemel in de takken kwamen nestelen.’

 

BGT: [19] Gods nieuwe wereld lijkt op een mosterdzaadje. Iemand zaait zo’n klein zaadje in zijn tuin. Het zaadje groeit en wordt een boom. En in de takken van de boom bouwen vogels hun nest.’

 

Aantekening bij: 

Lukas 13:18-21 De gelijkenissen van het mosterdzaadje en van het zuurdeeg. Lukas sluit het eerste deel van Jezus’ reis naar Jeruzalem (Lukas 9:51-13:21) af met twee gelijkenissen over de komst van het koninkrijk. Ditmaal over het bescheiden begin en het glorierijke einde.

 

Lukas 13:19 Het mosterdzaad (zie aantekening bij Mattheüs 13:31-32 en Markus 4:30-32) moet voor Jezus’ hoorders het kleinst bekende zaad zijn geweest. werd tot een grote boom. De ‘mosterdboom’ is een grote struik die een hoogte kan bereiken van wel drieënhalve meter. vogels … maakte een nest. Dit geeft het verrassende bovennatuurlijke resultaat weer: zo’n enorme heester in vergelijking met zo’n klein zaadje. De Joden verwachtten dat het Koninkrijk zou komen met apocalyptisch geweld om Gods oordeel uit te voeren over alle kwaad. Dus als Jezus nu aangeeft dat het op zo’n onooglijke wijze komt, wekt dat bij hen verbazing (vgl. aantekening bij Lukas 17:20).

 

Aantekening bij Mattheüs 13:31-32 Het grote verschil tussen het kleine mosterdzaad en de uiteindelijke grote mosterdplant werd een spreekwoord bij de Joden (vgl. Mattheüs 17:20). Het was het kleinste van al de zaden in Israël. het wordt een boom. De ‘mosterdboom’ groeit tot een hoogte van 2,5 á 3,7 meter Israël had niet verwacht dat het Koninkrijk van God zo onbeduidend zou beginnen, dus deze beeldspraak kon weleens schokkend voor de toehoorders zijn geweest. (zie ook aantekening bij Lukas 13:19).

 

Aantekening bij Markus 4:30-32 Een derde en laatste gelijkenis van het Koninkrijk brengt naar voren dat de Messiaanse heerschappij van God gering en onopvallend begint. Dat is anders dan wat velen destijds verwachtten (zie aantekening bij Markus 4:26-29). Het begin lijkt op een mosterdzaad,dat het kleinste is van alle zaden (zie aantekening bij Mattheüs 13:31-32), maar waaruit een heester van 1 tot bijna 4 meter kan groeien. De gelijkenis drukt een gering begin en een geleidelijke, maar opmerkelijke groei uit (vgl. aantekening bij Lukas 17:20). Het nestelen van vogels in de schaduw van de heester betekent Goddelijke zegen (vgl. Richteren 9:8-15; Psalm 91:1; Ezechiël 17:22-24).  

 

Aantekening bij Lukas 17:20 De Farizeeën willen kennelijk graag weten welke kosmische verschijnselen aan het komende Koninkrijk voorafgaan, om het niet te missen als het zover is. Jezus antwoordt dat het niet komt op waarneembare wijze (met het Griekse woord pararërësis, dat in de Bijbel alleen hier voorkomt). Gezien Lukas 17:21-37 bedoelt Jezus hier dat de komst van het Koninkrijk niet gepaard gaat met allerlei spectaculaire hemelse tekenen, maar dat het geleidelijk komt, alleen maar zichtbaar in de manier waarop het doorwerkt in de levensverandering van mensen. Daarom wendt Hij de aandacht af van zichtbare fenomenen, waarin de Farizeeën houvast zoeken. 

 

Aantekening bij Markus 4:26-29 Terwijl de boer slaapt en opstaat, groeit het graan vanzelf (Grieksaútomatë, letterlijk ‘automatisch’, nl. zonder menselijke inspanning). Vrucht voor het Koninkrijk van God groeit op de bodem die ontvankelijk is voor Gods Woord. eerst de halm, daarna de aar is gericht tegen de gangbare verwachting in de tijd van Jezus dat het Koninkrijk van God plotseling in zijn geheel zou komen. Jezus leert dat Messiaanse heerschappij van God onopvallend begint (zie aantekening bij Markus 4:30-32), langzaam maar gestaag groeit te midden van veel tegenstand, en haar glorieuze hoogtepunt bereikt bij de wederkomst van Jezus (zie ook vers 32 van Markus 4). Er is reden tot hoop!

 

Uit de mannen Bijbel

 

Mosterdzaad                                 Lukas 13:19

Mosterdzaadjes zijn ongeveer 0,5 tot 1 mm groot. De mosterdplant is een kleine eenjarige plant met gele bloemen. Hij wordt vaak verward met koolzaad. Jezus noemt het, het kleinst denkbare tuinzaadje waar verhoudingsgewijs de grootste plant uit voort komt. Een mosterdzaadje kan uitgroeien tot een boom meer dan 3 m hoog.

 

Mosterdboom                                Lukas 13:19

De mosterdboom is een kolossale boom, zeker als het vergelijkt met het kleine zaadje waaruit de boom voortkomt.

 

De verwijs Bijbel verwijst bij Lukas 13:19 naar: 

 

Ezechiël 17:[22] Zo zegt de Heere HEERE: Ík zal Zelf een deel van de kruin van de hoge ceder nemen en in de grond zetten. Van de top met zijn jonge loten zal Ik een breekbaar twijgje afplukken en Ik zal dat Zelf op een hoge en verheven berg planten.

     [23] Op de hoge berg van Israël zal Ik het planten. Het zal takken dragen, vruchten vormen en een machtige ceder worden, zodat daaronder allerlei soorten vogels zullen wonen: in de schaduw van zijn takken zullen ze wonen.

     [24] Dan zullen alle bomen van het veld weten dat Ík, de HEERE, de boom die hoog van stam is, vernederd heb. De boom die laag van stam is, heb Ik verheven, de jonge boom doen verdorren en de verdorde boom heb Ik doen uitlopen. Ík, de HEERE, heb gesproken en zal het doen.   

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 231

Lezen: Lukas 13:1-9 

Thema: Eerst de balk in je eigen oog

Tekst voor vandaag: Lukas 13:3

 

HSV: [3] Ik zeg u: Nee, maar als u zich niet bekeert, zult u allen evenzo omkomen.          

 

NBV21: [3] Zeker niet, zeg Ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal op dezelfde wijze omkomen.

 

BGT: [3] Nee, dat is echt niet zo. Jullie moeten je leven veranderen. Anders zullen jullie allemaal op die manier sterven.

 

Aantekening bij: 

Lukas 13:1-5 De gebeurtenissen betreffende de Galileeërs die door Pilatus omgebracht waren, en de gebeurtenissen bij de val van de toren in Siloam worden verder nergens in de Bijbel vermeld. van wie Pilatus het bloed … vermengd had. Blijkbaar heeft Pilatus mensen laten doden die wilden offeren (zie aantekening bij Lukas 23:1). Denkt u … grotere zondaars zijn geweest? Is Jezus’ retorische vraag. Inderdaad dachten veel mensen dat rampen en ziekten het gevolg waren van zonden van de slachtoffers (zie aantekening bij Johannes 9:2), maat Jezus verklaart met een beslist Nee dat dat hier niet het geval is. als u zich niet bekeert, zult u allen evenzo omkomen. Al heeft Jezus doorgaans mededogen met mensen die lijden, hier leert Hij een andere les: de tragische feiten vormen een waarschuwing dat er over de hele wereld een definitief oordeel zal komen. De toren in Siloam kan een deel van de muur van Jeruzalem zijn geweest, dicht bij het badwater Siloam. 

 

Aantekening bij Lukas 23:1 de hele menigte van hen. De ‘Raad’ (jet Sanhedrin) van Lukas 22:66. naar Pilatus. Zie Lukas 3:1. Het Romeinse bewind over Juda zetelde eigenlijk in Caesarea, niet in Jeruzalem. Pilatus was voor het Pascha in Jeruzalem om politieke onrust voor te zijn. Hij heeft stellig onlusten in Jeruzalem opgemerkt. Later heeft hij zijn positie verloren na een verkeerd behandeld incident in Samaria. Blijkens de evangeliën hangt Pilatus’ bereidheid om Jezus terecht te stellen samen met zijn wens om de orde te handhaven, niet om recht te doen. In Joodse bronnen wordt Pilatus’ bewind (26-36 n. Chr.) afgeschilderd als hard, hebzuchtig en wreed (vgl. Lukas 13:1). Als voorbeelden van zijn minachting voor de Joodse religie vertelt Josephus dat Pilatus heidense Romeinse legeremblemen in Jeruzalem plaatste en tempelschatten aan de bouw van een aquaduct besteedde (De oude geschiedenis van de Joden. 18.55-62; zie ook Philo, Bezoek aan Gaius, 299-306). Blijkens een inscriptie heeft Pilatus in Cesarea een bouwwerk gewijd aan de keizerverering van Tiberius (zie aantekening bij Handelingen 8:40).  

 

Aantekening bij Johannes 9:2 De vraag van de discipelen komt voort uit een algemeen heersende gedachte in het oude Jodendom: lijden komt door zonde. Het achterliggende motief – goedbedoeld, maar misplaatst – was dat men God niet wilde beschuldigen van onrecht jegens onschuldige mensen (vgl. Exodus 20:5; Numeri 14:18; Deuteronomium 5:9). Maar het Nieuwe Testament maakt duidelijk dat lijden niet altijd is terug te voeren op persoonlijke zonde (b.v. Lukas 13:2-3a; 2 Korinthe 12:7; Galaten 4:13; de kruisiging van Jezus; zie ook Johannes 12:28, 37-41; 17:1, 5).

 

Aantekening bij Handelingen 8:40 Filippus kwam terecht in het kustgebied. Hij verkondigde eerst in Asdod en ging daarna naar Caesarea, waar hij waarschijnlijk is gaan wonen (zie Lukas 21:8). Caesarea had een grote groep Griekssprekenden. De oorspronkelijke kleine havenstad heette eerst Strato’s Toren. Zij werd door Herodes herbouwd in prachtige Griekse bouwstijl en kreeg een sterk verbeterde haven. In Filippus’ tijd zetelde daar het Romeinse bestuur over Judea. Opgravingen brachten belangrijke vondsten aan het licht, zoals de Herodespoort, een amfitheater in de vorm van de hippodroom voor paardenrennen, een paleis gebouwd op een in zee uitlopende rots (vaak aangeduid als Herodes’ paleis) en een groot, hoog aquaduct. Hij bouwde hier een tempel voor Augustus, en een inscriptie in het theater vermeldt dat Pontius Pilatus een ‘Tiberium’ inwijdde (een heilige plaats aan keizer Tiberius gewijd). Er bestond een gespannen verhouding tussen de Joodse en de heidense bevolking, en een van de oorzaken van de Eerste Joodse Revolutie (66-73 na Chr.) was de ontheiliging van de Joodse synagoge in Caesarea door de heidenen.

 

Uit de vrouwen Bijbel

 

Lijden                                           Lukas 13:1-5

Jezus kent als geen ander de pijn van lichamelijk en geestelijke lijden. Hij kent ook het oordeel en onbegrip van de mensen. Troostvol om bij Hem te schuilen wanneer het leven getekend wordt door lijden. Jezus negeert de schuldvraag en kijkt naar de toekomst. Straks zal het lijden worden omgekeerd in vreugde voor degenen die op Hem vertrouwen.  

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 230

Lezen: 1 Koningen 10:21-29 

Thema: Het is goud dat daar blinkt

Tekst voor vandaag: 1 Koningen 10:21

 

HSV: [21] Verder was al het drinkgerei van koning Salomo van goud, en alle voorwerpen in het huis van het Woud van de Libanon waren van bladgoud. Er was niets van zilver. Dat werd in de dagen van Salomo als niets geacht.          

 

NBV21: [21] Al het drinkgerei van koning Salomo was van goud en al het andere vaatwerk in het Woud van de Libanon was verguld. Er werd geen zilver gebruikt, want aan zilver hechtte men in de tijd van Salomo geen bijzondere waarde.

 

BGT: [21] Alle kommen en bekers van koning Salomo waren van goud. En alle voorwerpen in het Bos van de Libanon waren met een laagje goud bedekt. Er waren geen voorwerpen van zilver, want zilver was in de tijd van Salomo niet bijzonder genoeg.

 

Aantekening bij: 

1 Koningen 10:14-25 gewicht van goud. De goudverzameling wordt almaar groter; in vers 14, 16-18, 21-22, 25 wordt goud wel elf keer genoemd. Salomo versiert zijn paleis ermee (vers 16), overtrekt de mooiste troon ooit ermee (vers 18-20) en maakt er huishoudelijke voorwerpen van (vers 21). Het komt op verschillende manieren Israël binnen, zoals met de Tarsisvloot (vers 22). Dit waren zeewaardige schepen die lange reizen maakten naar verre westelijke havens (zie Jesaja 66:19; Ezechiël 27:12-15; Jona 1:13). Van deze schepen wordt gezegd dat ze naar zúlke verre landen zeilden, dat het drie jaar duurde voordat ze terug waren met hun bijzondere lading.

 

Uit de vrouwen Bijbel

 

Salomo’s rijkdom             1 Koningen 10:14-29

De rijkdom van Salomo was wereld beroemd. Het is ook niet te bevatten wat je hier allemaal leest. Hij krijgt geschenken van bijzondere schoonheid, zilver werd zelfs ‘als niets geacht’. Rijkdom zal Salomo niet gelukkig hebben gemaakt, en zijn bezit zal ook veel zorgen hebben gegeven. Wie veel heeft, heeft ook een grote verantwoordelijkheid. Maar (Salomo’s) bezit is hoe dan ook een zegen van God. We mogen met vreugde voor ons bezit zorgen.

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 229

Lezen: 1 Koningen 10:10-20 

Thema: Uitwisseling van rijkdom

Tekst voor vandaag: 1 Koningen 10:13

 

HSV: [13] Koning Salomo gaf de koningin van Sjeba overeenkomstig al haar wensen, alles waar zij om vroeg, meer dan wat Salomo haar al gegeven had, overeenkomstig het vermogen van de koning. Daarna keerde zij terug en ging naar haar land, zij en haar dienaren.          

 

NBV21: [13] Koning Salomo gaf de koningin van Seba de gebruikelijke koninklijke geschenken en daarbij nog alles wat ze verder maar vroeg. Daarna keerde ze met haar gevolg naar haar eigen land terug.

 

BGT: [13] Toen gaf Salomo geschenken aan de koningin van Seba, zoals dat hoort. Maar hij gaf haar nog veel meer: alles wat ze maar wilde en waar ze om vroeg. Daarna ging de koningin met haar dienaren terug naar haar land.

 

Aantekening bij: 

1 Koningen 10:10-13 De gift van de koningin van honderdtwintig talent goud (3600 kg) is een opmerkelijk grote gift, maar niet te vergelijken met Salomo’s rijkdom. Salomo had al veel meer goud ontvangen dan deze gift (merk op dat haar gift precies evenveel is als Hirams eerste termijn in 1 Koningen 9:14, die later overtroffen werd door zijn tweede in 1 Koningen 9:28) en ongekende hoeveelheden kostbaar sandelhout. Salomo was veel en veel rijker dan de koningin, en dat wordt in 1 Koningen 10:13 nog eens benadrukt. Haar schenkingen aan hem verbleken bij wat hij haar schenkt.

 

Het sandelhout wordt liefst geleverd door bomen van de soort Santalum album (familie Santalaceae). 

Nederland had indertijd plantages op Timor en Soemba (Soemba werd ook wel het sandelhout-eiland genoemd). Tegenwoordig zijn er plantages in India, maar deze kunnen de vraag niet dekken. Andere soorten uit hetzelfde genus werden en worden ook gebruikt, met name soorten in Australië (zoals Santalum spicatum) en in Hawaï (Santalum ellipticum en Santalum paniculatum).

Sandelhout kan massief gebruikt worden, vermalen en geperst tot wierookstokjes. 

Er kan een etherische olie uit gewonnen worden die veel in parfums en overige cosmetica wordt toegepast. Tot de ontdekking van de penicilline werd deze olie gebruikt tegen geslachtsziekten en was daardoor ook toen al erg kostbaar. Het werd in grote hoeveelheden geëxporteerd naar Europa, de Arabische landen en China.

 

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 228

Lezen: 1 Koningen 10:1-9 

Thema: Indrukwekkend bezoek

Tekst voor vandaag: 1 Koningen 10:8

 

HSV: [8] Gelukkig zijn uw mannen, gelukkig deze dienaren van u, die voortdurend in uw dienst staan en uw wijsheid horen!          

 

NBV21: [8] Wat zijn uw hovelingen, die voortdurend in uw gezelschap verkeren en al uw wijze woorden horen, bevoorrecht!

 

BGT: [8] Wat hebben de mensen in uw paleis een geluk dat ze altijd bij u zijn! Zij kunnen altijd uw wijze woorden horen.

 

Aantekening bij: 

1 Koningen 10:8 Gelukkig zijn uw mannen, gelukkig deze dienaren van u. Toen de auteurs van 1-2 Koningen in 1 Koningen 4 schreven over het gelukkige koninkrijk, benadrukten zij dat Salomo’s wijsheid ten goede kwam aan al zijn onderdanen. Maar de koningin van Sjeba ziet eerder de zegen die Salomo voor zijn hofbeambten moet zijn. Salomo’s wijsheid en rijkdom zijn steeds opmerkelijk en een bewijs van Gods overvloedige zegen. Maar door Salomo’s grote wijsheid, rijkdom en macht verandert zijn morele begrip over het gebruik van deze zegeningen. Hoofdstuk 10 gaat in feite helemaal over de welvaart die wijsheid meebrengt voor het hof en met name voor Salomo zelf; en helemaal niet meer over de welvaart die het volk ten deel zou kunnen vallen. De aanvoer van voedsel (zie Hoofdstuk 4-5) is vervangen door een stroom van luxegoederen (1 Koningen 10:2, 10-12, 22, 25).

 

Uit de vrouwen Bijbel

 

Zij kwam                           1 Koningen 10:1-2, 9

De ontmoeting van de koningin van Sjeba met koning Salomo was voor haar adembenemend. Ze hoorde over Salomo in verband met de Naam van de Heere en wilde hem toen ontmoeten. In Mattheüs 12:42 komen we haar weer tegen in Jezus’ woorden over het laatste oordeel. Zij zal oordelen over hen die niet kwamen op de roep die uitging van de Meerdere van Salomo: ‘kom naar Mij toe’ (Mattheüs 11:28). 

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 227

Lezen: 1 Koningen 9:10-28 

Thema: Een gegeven paard …

Tekst voor vandaag: 1 Koningen 9:12

 

HSV: [12] En Hiram vertrok uit Tyrus om de steden te bekijken die Salomo hem had gegeven, maar ze waren niet goed in zijn ogen.          

 

NBV21: [12] Maar toen Chiram uit Tyrus kwam om de steden die Salomo hem gegeven had te bekijken, was hij niet tevreden

 

BGT: [12] Maar toen Chiram die steden bezocht, was hij er niet tevreden mee.

 

Aantekening bij: 

1 Koningen 9:10-13 Twintig steden in het land Galilea. De vesting Rosh Zayit lag toentertijd in het grensgebied tussen Israël en Fenicië. Opgravingen aldaar hebben aangetoond dat de spouwmuren gevuld waren met cederhout van de Libanon. Het is wellicht een vesting die door Israël gebouwd is met Fenicische materialen en daarna samen met 19 andere steden aan Hiram van Tyrus werd gegeven (vers 11).

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 226

Lezen: 1 Koningen 9:1-9 

Thema: Niets zal God ontgaan

Tekst voor vandaag: 1 Koningen 9:6

 

HSV: [6] Maar [1]als u en uw kinderen zich ooit van achter Mij afkeren en Mijn geboden en Mijn verordeningen, die Ik u voorgehouden heb, niet in acht nemen, maar andere goden gaan dienen en zich voor hen neerbuigen,          

 

NBV21: [6] Maar mochten jullie of je nakomelingen je van Mij afwenden en je niet houden aan de geboden en bepalingen die Ik jullie heb opgelegd, en in plaats daarvan andere goden gaan vereren en voor hen neerknielen,

 

BGT: [6] De Heer zei verder: ‘Als je dat niet doet, zal ik je straffen. Als jij of je nakomelingen mij verlaten, als jullie andere goden gaan vereren,

 

Aantekening bij: 

1 Koningen 9:6 als u en uw kinderen zich ooit van achter Mij afkeren. God had bepaald – zoals Salomo had gevraagd – dat de tempel de centrale plaats voor het gebed zou zijn (vers 3; vgl. 1 Koningen 8:27-53). Ook had hij een positief antwoord gekregen op zijn verzoek over de toekomst van het koningshuis (1 Koningen 9::4-5; vgl. 8:25-26). Maar de toekomst van de tempel en van het koningshuis hangen af van de gehoorzaamheid van Salomo en de volgende generaties van Israëlieten. De nadruk ligt hier vooral op het probleem van afgoderij: het volk mag geen andere goden gaan dienen en zich voor hen neerbuigen.

 

Uit de vrouwen Bijbel

 

Gods appél                            1 Koningen 9:3-9

God verschijnt opnieuw aan Salomo en reageert op diens dertien jaar eerder uitgesproken gebed. Maar de toon van Gods spreken is anders dan toen. De Heere wijst nu op de gevolgen van het verlaten van Hem en het dienen van afgoden. De tempel kan alleen dan tempel zijn als het volk het verbond in ere houdt. De kerk kan alleen kerk zijn als ze God erkent als de God van het verbond met Israël. Maakt dit ons als christen bescheiden?


[1]  2 Samuël 7:[14] Ík zal hem tot een Vader zijn, en híj zal Mij tot een zoon zijn, wat wil zeggen: als hij zich misdraagt, zal Ik hem terechtwijzen met een stok als van mensen en met slagen als van mensenkinderen.

   Psalm 89:[30] Ik zal zijn nageslacht voor eeuwig laten bestaan en zijn troon als de dagen van de hemel.

   Psalm 89:[31] Als zijn kinderen Mijn wet verlaten en in Mijn bepalingen niet gaan, enz.

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 225

Lezen: 1 Koningen 8:54-66 

Thema: Omvangrijk vredeoffer

Tekst voor vandaag: 1 Koningen 8:62-63

 

HSV: [62] De koning nu, en heel Israël met hem, bracht offers voor het aangezicht van de HEERE. [63] [1]Salomo bracht een dankoffer dat hij aan de HEERE offerde: tweeëntwintigduizend runderen en honderdtwintigduizend schapen. Zo wijdden de koning en alle Israëlieten het huis van de HEERE in.          

 

NBV21: [62] Met alle Israëlieten droeg de koning offers op aan de HEER.  [63] Om de tempel in te wijden bracht hij met de Israëlieten een vredeoffer aan de HEER, waarvoor tweeëntwintigduizend runderen en honderdtwintigduizend schapen en geiten werden geslacht.

 

BGT: [62] Koning Salomo en alle Israëlieten die bij hem waren, brachten offers aan de Heer.  [63] Ze offerden 22.000 koeien, en 120.000 schapen en geiten. Met die offers namen ze de tempel van de Heer plechtig in gebruik.

 

Aantekening bij: 

1 Koningen 8:62-64 bracht offers. 1 Koningen 8 wordt afgesloten met een opsomming van offers die tijdens de inwijding van de tempel gebracht werden. Dit waren er zoveel, dat het koperen altaarbuiten de tempel niet berekend was voor zijn taak. Daarom moest een deel van de binnenhof aan de voorkant van de tempel worden ‘geheiligd’.

 

Uit de Mannen Bijbel

 

Bloed                                              1 Koningen 8:63

In de leeftijd waarop de dieren geslacht werden, heeft een rund ongeveer 20 liter bloed, een schaap ongeveer 5 liter en een Geit 4 liter. Dat betekent dat er in die ene week ongeveer 440.000 liter bloed van de runderen vloeide en naar schatting 600.000 liter bloed van het kleinvee. De geschiedschrijver Flavius Josephus vertelt dat er ten tijde van Nero eens werd geteld hoeveel lammeren er op één dag van het paasfeest waren geslacht. Hij kwam tot een kwart miljoen. Het moet grote indruk hebben gemaakt.

 

 


[1]  2 Kronieken 7:[5] Koning Salomo bracht een dankoffer van tweeëntwintigduizend runderen en honderdtwintigduizend schapen. Zo wijdden de koning en heel het volk het huis van God in.

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 224

Lezen: 1 Koningen 8:44-53 

Thema: Bidden richting Jeruzalem

Tekst voor vandaag: 1 Koningen 8:48

 

HSV:  [48] en als zij zich in het land van hun vijanden die hen als gevangenen weggevoerd hebben, tot U bekeren met heel hun hart en met heel hun ziel, en tot U bidden in de richting van hun land, dat U aan hun vaderen gegeven hebt, en van de stad die U verkozen hebt, en van het huis dat ik voor Uw Naam gebouwd heb, 

 

NBV21: [48] wanneer ze zich in het land van de vijanden die hen gevangen hebben genomen weer met hart en ziel aan U toewijden en tot U bidden in de richting van het land dat U aan hun voorouders hebt gegeven, van de stad die U hebt uitgekozen en van de tempel die ik voor uw naam heb gebouwd,

 

BGT: [48] En stel dat ze u dan weer gaan vereren, met hun hele hart, in het land van de vijand die hen gevangengenomen heeft. En stel dat ze dan tot u bidden met hun gezicht naar het land dat u aan hun voorouders gegeven hebt. Met hun gezicht naar de stad die u uitgekozen hebt en de tempel die ik voor u gebouwd heb. Als ze zo tot u bidden,

 

Aantekening bij: 

1 Koningen 8:46-51 Als gevangenen wegvoeren. De zevende smeekbede komt terug op kwestie van nederlaag en ballingschap, de grootste zorg in zijn gebed. Als het volk in ballingschap zich zou bekeren en dan zou bidden voor land, stad en tempel (vers 48, vgl. Daniël 6:11 voor de praktijk), dan wil God hen weer als Zijn volk aannemen en hun recht verschaffen (1 Koningen 8:49; vgl. vers 45). Zij zijn eigendom van de Heere, het volk dat uit Egypte geleid is (vers 51; vgl. Deuteronomium 4:20). Salomo heeft het eigenlijk over een ‘tweede uittocht’ die op de eerste lijkt, maar dan vanuit een ander land.

 

 

Uit de mannen Bijbel

 

Bidden voor geliefden                    1 Koningen 8

Als Salomo de tempel gebouwd heeft, wijdt hij deze in, Vertegenwoordigers van het volk worden opgeroepen om naar de tempel te komen, vele dieren worden geofferd en de tempel en de tempel wordt ingericht. Als de priesters alles op hun plaats hebben gezet en naar buiten komen, vult de tempel zich met Gods heerlijkheid. God is zichtbaar en voelbaar aanwezig. Salomo zegt tegen het volk wat er gebeurt (vers 12-21). Daarna neemt Salomo zijn verantwoordelijkheid door eerbiedig geknield zich tot God te richten in een indrukwekkend gebed (vers 22-53). Hij bidt als koning voor zijn volk, zoals een vader kan bidden voor zijn kinderen. Hij vraagt om Gods blijvende nabijheid, luisterend oor en rechtvaardig oordeel. Maar ook om bescherming in strijd, en vergeving als er gezondigd is en die zonde beleden wordt. Salomo vraagt dit opdat het goed gaat met het volk, maar ook opdat daardoor alle volken van de aarde Gods Naam zullen kennen en vrezen (vers 43). Dit verlangen mag ook de toon zetten van onze gebeden: ‘Zegen onze geliefden, opdat het hun welgaat en mensen weten: “de Heere, Hij is God en niemand anders”’(vers 60).