Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 224

Lezen: 1 Koningen 8:44-53 

Thema: Bidden richting Jeruzalem

Tekst voor vandaag: 1 Koningen 8:48

 

HSV:  [48] en als zij zich in het land van hun vijanden die hen als gevangenen weggevoerd hebben, tot U bekeren met heel hun hart en met heel hun ziel, en tot U bidden in de richting van hun land, dat U aan hun vaderen gegeven hebt, en van de stad die U verkozen hebt, en van het huis dat ik voor Uw Naam gebouwd heb, 

 

NBV21: [48] wanneer ze zich in het land van de vijanden die hen gevangen hebben genomen weer met hart en ziel aan U toewijden en tot U bidden in de richting van het land dat U aan hun voorouders hebt gegeven, van de stad die U hebt uitgekozen en van de tempel die ik voor uw naam heb gebouwd,

 

BGT: [48] En stel dat ze u dan weer gaan vereren, met hun hele hart, in het land van de vijand die hen gevangengenomen heeft. En stel dat ze dan tot u bidden met hun gezicht naar het land dat u aan hun voorouders gegeven hebt. Met hun gezicht naar de stad die u uitgekozen hebt en de tempel die ik voor u gebouwd heb. Als ze zo tot u bidden,

 

Aantekening bij: 

1 Koningen 8:46-51 Als gevangenen wegvoeren. De zevende smeekbede komt terug op kwestie van nederlaag en ballingschap, de grootste zorg in zijn gebed. Als het volk in ballingschap zich zou bekeren en dan zou bidden voor land, stad en tempel (vers 48, vgl. Daniël 6:11 voor de praktijk), dan wil God hen weer als Zijn volk aannemen en hun recht verschaffen (1 Koningen 8:49; vgl. vers 45). Zij zijn eigendom van de Heere, het volk dat uit Egypte geleid is (vers 51; vgl. Deuteronomium 4:20). Salomo heeft het eigenlijk over een ‘tweede uittocht’ die op de eerste lijkt, maar dan vanuit een ander land.

 

 

Uit de mannen Bijbel

 

Bidden voor geliefden                    1 Koningen 8

Als Salomo de tempel gebouwd heeft, wijdt hij deze in, Vertegenwoordigers van het volk worden opgeroepen om naar de tempel te komen, vele dieren worden geofferd en de tempel en de tempel wordt ingericht. Als de priesters alles op hun plaats hebben gezet en naar buiten komen, vult de tempel zich met Gods heerlijkheid. God is zichtbaar en voelbaar aanwezig. Salomo zegt tegen het volk wat er gebeurt (vers 12-21). Daarna neemt Salomo zijn verantwoordelijkheid door eerbiedig geknield zich tot God te richten in een indrukwekkend gebed (vers 22-53). Hij bidt als koning voor zijn volk, zoals een vader kan bidden voor zijn kinderen. Hij vraagt om Gods blijvende nabijheid, luisterend oor en rechtvaardig oordeel. Maar ook om bescherming in strijd, en vergeving als er gezondigd is en die zonde beleden wordt. Salomo vraagt dit opdat het goed gaat met het volk, maar ook opdat daardoor alle volken van de aarde Gods Naam zullen kennen en vrezen (vers 43). Dit verlangen mag ook de toon zetten van onze gebeden: ‘Zegen onze geliefden, opdat het hun welgaat en mensen weten: “de Heere, Hij is God en niemand anders”’(vers 60).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *