HSV: [10]Pas op dat u niet een van deze kleinen veracht. Want Ik zeg u [1]dat hun engelen in de hemelen altijd het aangezicht zien van Mijn Vader, Die in de hemelen is.
NBV21: [10] Waak ervoor ook maar een van deze geringe mensen te verachten. Want Ik zeg jullie: hun engelen in de hemel aanschouwen onophoudelijk het gelaat van mijn hemelse Vader.
BGT: [10] Pas op, behandel gelovigen niet als mensen die niets waard zijn. Want luister naar mijn woorden: De engelen die voor hen zorgen, staan in de hemel het dichtst bij God.’
Aantekening bij:
Mattheüs 18:10 De hemelse Vader stuurt engelen die voor Zijn ‘kinderlijke’ discipelen zorgen (vgl. Hebreeën 1:14), maar hun engelen betekent niet dat elke discipel zijn eigen ‘beschermengel’ heeft. altijd het aangezicht zien van mijn Vader. Ze hebben echter wel voortdurend een open verbinding met God.
Schapen (Uit de mannen Bijbel)
Mattheüs 18:12 Een herder begeleidt de kudde vanuit de schaapskooi naar de velden en heuvels, waar de schapen hun kostje bij elkaar zoeken. De herder houdt op de plaats van bestemming rust. De schapen kunnen er rondlopen om voedsel te vinden. Daarbij kan het voorkomen dat een dier wat verder van de kudde zwerft. Op het moment dat er gevaar dreigt, zegt hun instinct de dieren dat ze elkaar weer moeten opzoeken. Waar dat te laat is, is er altijd nog de herder die een afgedwaald dier kan helpen.
De verwijs Bijbel wijst ons bij vers 10 van Mattheüs 18 naar: Psalm 34:5 Ik heb de HEERE gezocht en Hij heeft mij geantwoord, en mij gered uit al wat ik vrees.
Zij zagen naar Hem uit, ja, stroomden op Hem aan; en hun gezicht werd niet rood van schaamte.
Deze ellendige riep en de HEERE hoorde; Hij verloste hem uit al zijn benauwdheden.
De engel van de HEERE legert zich rondom hen die Hem vrezen, en redt hen.
[1] Psalm 34:8 De engel van de HEERE legert zich rondom hen die Hem vrezen, en redt hen.
HSV: [10]Pas op dat u niet een van deze kleinen veracht. Want Ik zeg u [1]dat hun engelen in de hemelen altijd het aangezicht zien van Mijn Vader, Die in de hemelen is.
NBV21: [10] Waak ervoor ook maar een van deze geringe mensen te verachten. Want Ik zeg jullie: hun engelen in de hemel aanschouwen onophoudelijk het gelaat van mijn hemelse Vader.
BGT: [10] Pas op, behandel gelovigen niet als mensen die niets waard zijn. Want luister naar mijn woorden: De engelen die voor hen zorgen, staan in de hemel het dichtst bij God.’
Aantekening bij:
Mattheüs 18:10 De hemelse Vader stuurt engelen die voor Zijn ‘kinderlijke’ discipelen zorgen (vgl. Hebreeën 1:14), maar hun engelen betekent niet dat elke discipel zijn eigen ‘beschermengel’ heeft. altijd het aangezicht zien van mijn Vader. Ze hebben echter wel voortdurend een open verbinding met God.
Schapen (Uit de mannen Bijbel)
Mattheüs 18:12 Een herder begeleidt de kudde vanuit de schaapskooi naar de velden en heuvels, waar de schapen hun kostje bij elkaar zoeken. De herder houdt op de plaats van bestemming rust. De schapen kunnen er rondlopen om voedsel te vinden. Daarbij kan het voorkomen dat een dier wat verder van de kudde zwerft. Op het moment dat er gevaar dreigt, zegt hun instinct de dieren dat ze elkaar weer moeten opzoeken. Waar dat te laat is, is er altijd nog de herder die een afgedwaald dier kan helpen.
De verwijs Bijbel wijst ons bij vers 10 van Mattheüs 18 naar: Psalm 34:5 Ik heb de HEERE gezocht en Hij heeft mij geantwoord, en mij gered uit al wat ik vrees.
Zij zagen naar Hem uit, ja, stroomden op Hem aan; en hun gezicht werd niet rood van schaamte.
Deze ellendige riep en de HEERE hoorde; Hij verloste hem uit al zijn benauwdheden.
De engel van de HEERE legert zich rondom hen die Hem vrezen, en redt hen.
[1] Psalm 34:8 De engel van de HEERE legert zich rondom hen die Hem vrezen, en redt hen.
HSV: [7] Wee de wereld vanwege al haar struikelblokken, want het is noodzakelijk dat er struikelblokken komen; [1]maar wee die mens door wie zo’n struikelblok er komt!
NBV21: [7] Wee de wereld met haar valstrikken. Want dat er valstrikken zijn is onvermijdelijk, maar wee de mens die de valstrik zet!
BGT: [7] Mensen zullen proberen om gelovigen weg te halen bij God. Die dingen moeten gebeuren. Maar wat een ramp zal het zijn voor wie dat doet! En wat een ramp zal het zijn voor de wereld, als dat gebeurt!’
Aantekening bij:
Mattheüs 18:6-9 in de diepte van de zee gezonken … uw voet u doet struikelen, hak hem af … uw oog u doet struikelen, ruk het uit. Hier overdrijft Jezus bewust om te benadrukken hoe belangrijk rigoureuze zelfdiscipline is om radicaal alle zonden uit een discipelleven weg te doen vóór het tot een oordeel komt; zie aantekening bij Mattheüs 5:29-30. Het Grieks voor ‘hel’ is gehenna, afgeleid van het dal Ben-Hinnom bij Jeruzalem (vgl. 2 Koningen 23:10; Jeremia 7:31; 19:2 ; enz. waar voortdurend afval werd verbrand, dat zo een beeld werd van het helse vuur (vgl. Mattheüs 3:12; Openbaring 20:15; enz.).
Mattheüs 5:29-30 en aantekening: [29] Als dan uw rechteroog u doet struikelen, ruk het uit en werp het van u weg, want het is beter voor u dat een van uw lichaamsdelen te gronde gaat en niet heel uw lichaam in de hel geworpen wordt.
[30] En als uw rechterhand u doet struikelen, hak hem af en werp hem van u weg, want het is beter voor u dat een van uw lichaamsdelen te gronde gaat en niet heel uw lichaam in de hel geworpen wordt.
Aant.: rechteroog … rechterhand. ‘Rechts’ stond vaak voor krachtig of belangrijk. Via het oog worden we tot lusten verleid en de hand volgt daarna met de daad. Hak hem af. Hier overdrijft Jezus bewust om te benadrukken hoe belangrijk het is om trouw te zijn aan je echtgenoot. Ook zaken van grote waarde moeten prijsgegeven worden als die iemand tot zonde verleiden. Zie aantekening bij Markus 9:43-48.
Markus 9:43-48 en aantekening: [43] En als uw hand u doet struikelen, hak hem dan af; het is beter voor u verminkt het leven in te gaan dan met twee handen heen te gaan in de hel, in het onuitblusbare vuur,
[44] waar hun worm niet sterft en het vuur niet uitgeblust wordt.
[45] En als uw voet u doet struikelen, hak hem dan af; het is beter voor u kreupel het leven in te gaan dan met twee voeten geworpen te worden in de hel, in het onuitblusbare vuur,
[46] waar hun worm niet sterft en het vuur niet uitgeblust wordt.
[47] En als uw oog u doet struikelen, werp het dan uit; het is beter voor u met één oog het Koninkrijk van God in te gaan dan met twee ogen in het helse vuur geworpen te worden,
[48] waar hun worm niet sterft en het vuur niet uitgeblust wordt.
Aant.: doet struikelen (vers 43, 45. 47), Zie aantekening bij Markus 9:42. Met een bewuste overdrijving maakt Jezus de ernst van de zonde duidelijk. Niets, ook niet wat voor mensen van groot belang is zoals hand, voet of oog, kan belangrijker zijn dan God. Jezus zal ‘hand’, ‘voet’ en ‘oog’ hebben gezegd als beeldspraak voor zonden die daarmee worden gedaan. Zo kan ‘hand’ slaan op daden zoals diefstel of moord, ‘voet’ op het voorbereiden van een zonde. En ‘oog’ op onreine begeerte zoals in Mattheüs 5:27-30. Het zal duidelijk zijn dat Jezus niet bedoelt dat men letterlijk een had of voet zal afhakken, want daarmee is de wortel van de zonde in het hart niet weg (zie Markus 7:20-23; 9:45). Zijn woorden vormen een ernstige waarschuwing wat betreft de gruwelijke ernst van de zonde. De zonde kan iemand in de hel (Grieks gehenna; zie Jesaja 66:24) doen belanden, waar het vuur niet uitgeblust wordt (Markus 8:35-37; 9:44, 46, 48).
Markus 9:42 en aantekening: [42] En wie een van deze kleinen, die in Mij geloven, doet struikelen, het zou beter voor hem zijn dat er een molensteen om zijn hals werd gedaan en hij in de zee geworpen werd.
Aant. Jezus heeft eerder gezegd dat wie in Zijn Naam geringen ontvangt, Hem ontvangt (vers 37). Nu spreekt Hij met ernst over het tegendeel. Doet struikelen, d.w.z. tot zonde verleiden. Iemand die mensen die in Mij geloven, tot zonde verleidt, kan rekenen op zware vergelding van God: in de zee geworpen! Deze waarschuwing geldt voor iedereen die een kind of een pasbekeerde van zijn geloof wil afbrengen of tot zonde wil verleiden.
[1] Mattheüs 26:24 De Zoon des mensen gaat wel heen zoals over Hem geschreven is, maar wee die mens door wie de Zoon des mensen verraden wordt! Het zou goed voor die mens zijn als hij niet geboren was.
Handelingen 2:23 deze Jezus , Die overeenkomstig het vastgestelde raadsbesluit en de voorkennis van God overgegeven is, hebt u gevangen genomen en door de handen van onrechtvaardigen aan het kruis gespijkerd en gedood.
Handelingen 4:27 Want, in waarheid, tegen Uw heilig Kind Jezus, Die U gezalfd hebt, zijn Herodes en Pontius Pilatus samen met de heidenen en de volken van Israël bijeengekomen,
28 om alles te doen wat Uw hand en Uw raadsbesluit van tevoren bepaald had dat er gebeuren zou.
HSV: [35] [1]Het gebeurde in diezelfde nacht dat de engel van de HEERE ten strijde trok en in het leger van Assyrië honderdvijfentachtigduizend man neersloeg. Toen men de volgende morgen vroeg opstond, zie, het waren allemaal dode lichamen. [36] Daarop brak Sanherib, de koning van Assyrië, op. Hij trok weg en keerde naar zijn land terug; en hij bleef in Ninevé.
NBV21: [35]Diezelfde nacht trok een engel van de HEER ten strijde en doodde in het kamp van de Assyriërs honderdvijfentachtigduizend man. De volgende ochtend zag men niets dan lijken liggen. [36] Koning Sanherib van Assyrië brak het beleg op en keerde voorgoed terug naar Nineve.
BGT: [35] In die nacht kwam er een engel van de Heer. De engel doodde 185.000 soldaten in het legerkamp van de Assyriërs. De volgende ochtend lagen er overal dode soldaten. [36] Toen maakte koning Sanherib een eind aan de aanval. Hij ging met zijn leger terug naar zijn land, naar de stad Nineve.
Aantekening bij:
2 Koningen 19:35-36 Sanerib. De koning van Assyrië, … trok weg en keerde naar zijn land terug. Sanherib keerde naar Ninevé ‘terug’ omdat hij iets ‘hoorde’ (zie aantekening bij vers 7-9) en nadat zijn leger buiten Jeruzalem enorme verliezen leed: de engel van de Heere sloeg in één nacht honderdvijfentachtigduizend man neer. Dit is Gods opmerkelijke antwoord op Hizkia’s gebed: ‘Heere, onze God, verlos ons toch uit zijn hand’ (vers 19) en de vervulling van Gods belofte in vers 32-34.
Aantekening bij 2 Koningen 19:7-9 Ik geef een Geest in hem. Volgens de profeet Jesaja (vgl. vers 2, 5-6) zal de Heere inwerken op Saheribs gedachten, zodat hij denkt dat er wat staat te gebeuren. Sanherib zal een zeker gerucht horen(Hebreeuws sjama’), zijn veldtocht afbreken en terugkeren (Hebreeuws sjub) naar zijn land, waar hij de dood zal vinden (vers 7). Wanneer dit plaatsvindt, is echter niet duidelijk. De herhaling van twee Hebreeuwse werkwoorden (‘horen’ en ‘terugkeren’), zie ook vers 8-9, versterkt de hoop dat Saheribs ondergang aanstaande is. In vers 8: de commandant … had gehoord (Hebreeuws sjama’) dat de koning uit Lachis was vertrokken en keerde … terug (Hebreuws sjub) … stuurde hij opnieuw gezanten (letterlijk ‘hij keerde terug – Hebreeuws sjub – en stuurde’) naar Hizkia. De profetie gaat eigenlijk pas in vervulling in vers 35-37. ‘Tirhaka, de koning van Cusj’ voerde een Egyptisch leger aan en viel in 701 v.Chr. het land Israël binnen om de opstandelingen te helpen. Later werd hij de farao van Egypte (690-664). Sanherib versloeg dit Egyptische leger bij Eltekeh, ongeveer 20 km ten oosten van de Middellandse Zee aan de oostgrens van de kustvlakte.
Terug (Uit de mannen bijbel)
2 Koningen 19:36 God zelf beschermt Jeruzalem en een engel van de Heere maakt 185.000 slachtoffers. Sanherib moet terugkeren zonder Jeruzalem te hebben ingenomen. Zoals onheuse koningen dat doen, is deze veldslag volgens Sanherib zelf een geweldige over winning. Hij vermeldt in buitenbijbelse bronnen dat hij Lachis en veel andere steden heeft verwoest en ingenomen en Jeruzalem ‘als een vogel in een kkoi heeft opgesloten’. Het is een verborgen manier van zeggen dat hij de stad niet heeft ingenomen. Uit het apocrieve boek Tobit weten we dat hij als repesaille Joodse mannen op zijn terugweg heeft laten vermoorden (Tobit 1:18 Ook degenen die koning Sennacherim na zijn vlucht uit Judea had laten doden, begroef ik in het geheim. Om zijn woede te koelen had hij immers velen ter dood gebracht.).
[1] Jesaja 37:36 Daarop brak Sanherib, de koning van Assyrië, op. Hij trok weg en keerde naar zijn land terug; en hij bleef in Ninevé.
HSV: [27] Maar uw zitten, uw uitgaan, uw thuis komen ken Ik, en uw tekeergaan tegen Mij.
NBV21: [27] Maar Ik ken je, Ik ben op de hoogte van je doen en laten, Ik weet heel goed hoe je tekeergaat tegen Mij;
BGT: [27] Maar ik ken jou, Sanherib. Ik weet wat je zegt en ik zie alles wat je doet. Ik weet hoe je tegen mij tekeergaat.
Aantekening bij:
2 Koningen 19:20-28 In een tweede profetie van Jesaja (vers 20-34); vgl. vers 6-7) antwoordt God op Hizkia’s gebed. Deze tweede profetie bestaat uit drie delen. Het eerste deel (vers 20-28) gaat over de godslastering, trots en uiteindelijke ondergang van Sanherib. Sanherib ziet zichzelf als een god. Hij claimt dat hij het oordeel heeft geveld over de machtige ceders van de Libanon en de belegerde plaatsen (of: Egypte, zie HSV-voetnoot vers 24 de belegerde plaatsen – Of: Egypte), iets wat alleen de Heere mag doen (vgl. Psalm 29:5; Jesaja 2:12-13; 19:1-15; Amos 2:9; Zacharia 11:1-3). Hij heeft zogenaamd hoge bergen bestegen, zodat hij God recht in de ogen kan kijken (vgl. Psalm 73:8; 75:5-6; Jesaja 14:13-15). Hij gaat er prat op dat hij de aarde zowel vruchtbaar als onvruchtbaar maakte, watervoorraden schiep en rivieren drooglegde (vgl. Psalm 36:9-10; Jeremia 2:13; 17:13; 51:36; Ezechiël 31; Hosea 13:15). Zijn grote fout was dat hij dacht al zijn successen op zijn militaire veld tochten op eigen kracht behaald te hebben. Maar het was de Heere Die dit lang tevoren gedaan had. God was het, Die al van de dagen van weleer had bewerkstelligd dat Sanherib de versterkte steden tot puinhopen zou verwoesten (2 Koningen19:25). De trots over zijn prestaties is dus dwaasheid. Goed beschouwd was Assyrië eigenlijk de roede van Gods toorn (vgl. Jesaja 10L5-11). Maar de Heere zal een einde maken aan zijn veldtochten. Sanherib zal terugkeren langs de weg waarover hij was gekomen, geleid als een dier met een haak in zijn neus en een bit tussen zijn lippen (2 Koningen 19:28).
Moet u toch eens zien … (Uit de mannen Bijbel)
2 Koningen 19 Koning Hizkia wordt bedreigd door de Asyrische koning Sanherib. Zijn sterke leger staat op het punt Jeruzalem in te nemen. Hizkia krijgt eerst mondeling en later per brief de opdracht zich over te geven. Met die brief gat hij naar de tempel. Daar legt hij hem neer voor God alsof hij wil zeggen: ‘Moet U nu eens zien, ik weet niet wat ik moet doen …’
Hizkia betrekt God bij zijn probleem. Jij neemt zijn verantwoordelijkheid om de stad en Gods tempel te beschermen (2 Kronieken 32:1-8), maar deze dreiging is hem te groot. Hij smeekt God om hulp en genade, opdat de volken zullen weten dat de Heere de enige God is. Door middel van de profeet Jesaja zegt God dat Hij hen zal bevrijden, en dat gebeurt uiteindelijk (2 Koningen 19:35-36).
Er kunnen vervelende en moeilijke vragen bij je belanden. Ze eisen een reactie, maar je weet niet welke. Geweldig dat je alles bij God mag brengen en tegen Hem mag zeggen: ‘Moet U toch eens zien. Help mij alstublieft!’ Je hoeft het niet alleen te doen, Hij wil je graag bijstaan (Jakobus 1:5 En als iemand van u in wijsheid tekortschiet, laat hij die dan vragen aan God, Die aan ieder overvloedig geeft en geen verwijten maakt, en ze zal hem gegeven worden.).
HSV: 6 En Jesaja zei tegen hen: Dit moet u tegen uw heer zeggen: Zo zegt de HEERE : Wees niet bevreesd voor de woorden die u gehoord hebt, de woorden waarmee de knechten van de koning van Assyrië Mij gelasterd hebben.
7 Zie, Ik geef een geest in hem, dat hij een gerucht zal horen en zal terugkeren naar zijn land. Dan zal Ik hem in zijn land door het zwaard neervellen.
NBV21: 6 en Jesaja antwoordde hun: ‘Zeg tegen uw koning: “Dit zegt de HEER : Laat je niet ontmoedigen door de woorden waarmee de knechten van de koning van Assyrië Mij hebben bespot. 7 Ik zal hem een geest sturen en hem een gerucht laten influisteren waardoor hij naar zijn eigen land terugkeert, en daar zal Ik hem een gewelddadige dood laten sterven.”’
BGT: 6 En Jesaja antwoordde: ‘Dit zegt de Heer tegen koning Hizkia: ‘U hoeft niet bang te zijn voor de koning van Assyrië, die mij beledigd heeft. 7 Want ik zal hem bang maken. Ik zal hem zulk slecht nieuws brengen, dat hij teruggaat naar zijn eigen land. En ik zal ervoor zorgen dat hij daar gedood wordt.’’
Aantekening bij:
2 Koningen 19:7-9 Ik geef een geest in hem. Volgens de profeet Jesaja (vgl. vers 2-6) zal dse Heere in werken op Sanheribs gedachten, zodat hij denkt dat er wat staat te gebeuren. Sangerib zal een zeker gerucht horen (Hebreeuws sjama’), zijn veldtocht afbreken en terugkeren (Hebreeuws sjub) naar zijn land, waar hij de dood zal vinden (vers 7). Wanneer dit plaatsvindt, is echter niet duidelijk. De herhaling van twee Hebreeuwse werkwoorden (‘horen’ en ‘terugkeren’), zie ook vers 8-9, versterkt de hoop dat Saheribs ondergang aanstaande is. In vers 8: de commandant … had gehoord (Hebreeuws sjama’) dat de koning uit Lachis was vertrokken en keerde … terug (Hebreuws sjub) … stuurde hij opnieuw gezanten (letterlijk ‘hij keerde terug – Hebreeuws sjub – en stuurde’) naar Hizkia. De profetie gaat eigenlijk pas in vervulling in vers 35-37. ‘Tirhaka, de koning van Cusj’ voerde een Egyptisch leger aan en viel in 701 v.Chr. het land Israël binnen om de opstandelingen te helpen. Later werd hij de farao van Egypte (690-664). Sanherib versloeg dit Egyptische leger bij Eltekeh, ongeveer 20 km ten oosten van de Middellandse Zee aan de oostgrens van de kustvlakte.
Gesprek van de dag (Uit de vrouwen Bijbel)
2 Koningen 19:1-13 Hizkia gaat in gebed en stuurt zijn gezanten naar Jesaja. Die spreekt namens de Heere: ‘Wees niet bevreesd’ (vers 6). Maar Sanherib zegt: Vertrouw niet op je God (vers 10-12). Ook in ons leven kunnen stemmen tegenstijdig zijn. Wat is je eigen verantwoordelijkheid en wat wil de Heere? Praat erover met die mensen die je vertrouwt. Zij kunnen een middel in Gods hand zijn om je de weg te wijzen.
HSV:29 Dit zegt de koning: Laat Hizkia u niet bedriegen, want hij zal u niet uit zijn hand kunnen redden. 30 Laat Hizkia u ook niet doen vertrouwen op de HEERE door te zeggen: De HEERE zal ons zeker redden, en deze stad zal niet gegeven worden in de hand van de koning van Assyrië.
NBV21: 29 Dit zegt de koning: “Laat u niet door Hizkia misleiden, hij is niet in staat u uit mijn greep te redden. Laat u niet door hem overhalen uw vertrouwen te stellen in de HEER . Als hij beweert: ‘De HEER zal ons vast en zeker redden en deze stad zal niet in handen vallen van de koning van Assyrië,’
30 Laat u niet door hem overhalen uw vertrouwen te stellen in de HEER . Als hij beweert: ‘De HEER zal ons vast en zeker redden en deze stad zal niet in handen vallen van de koning van Assyrië,’
BGT: 29 ‘Koning Hizkia kan jullie niet redden uit mijn macht! 30 Ook al zegt hij van wel. Hij zegt dat de Heer jullie zal redden. En dat mijn aanval op de stad zal mislukken. Maar jullie moeten dat allemaal niet geloven!
Aantekening bij:
2 Koningen 18:29-30 De commandant stelt vertrouwen in de Heere gelijk aan bedrog. Nu is de lezer erop voorbereid dat God vertrouwen in Hem zal rechtvaardigen.
Korte overdenking
Het thema voor vandaag is: ‘Het volk uitgedaagd’. De Assyrische commandant spreekt in het Judees en met luider stem. Wat hij zegt is dus te horen en te verstaan. Hij spreekt over een machtige koning die al heel veel volken heeft overwonnen. Deze koning zegt dat koning Hizkia het volk misleid door de zeggen dat de Heere de God van Juda hen zou kunnen redden. Als het volk om zich heen kijkt zien ze wat de commandant zegt waar is. Geen enkele god van de volken rondom Juda heeft zijn volgelingen kunnen redden. Maar het volk van Juda weet dat hun God een levende God is en dat Hij hun voor ouders wel heeft kunnen redden. Hizkia vertrouwd op deze God, waar ook zijn voorvader David op heeft vertrouwd. Maar wat doet het volk wat honger en dorst heeft? Blijft het vertrouwen op Die God? De commandant voert de druk op in vers 35 van 2 Koningen 18. (Wie onder al de goden van de landen zijn er die hun land uit mijn hand gered hebben? Zou de Heere dan wél Jeruzalem uit mijn hand redden?). Wat het volk deed is hoop gevend voor Hizkia. Het volk zweeg, dit had Hizkia geboden om te doen en ze gehoorzaamden dus de koning.
Wat doen wij? Luisteren wij naar de woorden van onze Koning die wij in de Bijbel lezen? Vertrouwen wij op onze Machtige Levende God? Wij weten door de Bijbel wat Jezus voor ons heeft gedaan en welke toekomst wij hebben. Maar als het moeilijk wordt en honger of geldgebrek aan ons knaagt, is het vertrouwen er dan nog? Weet je het niet meer? Weet dan één ding, buig je knieën bidt tot de God die leeft en Hij zal je antwoorden. Dat is zeker! Maar wel op Zijn tijd en Zijn manier. Maar je kunt Hem vertrouwen!
HSV: [22] En als u tegen mij zegt: Wij vertrouwen op de HEERE, onze God – is Hij het niet van Wie Hizkia de offerhoogten en altaren verwijderd heeft? En heeft Hizkia niet tegen Juda en tegen Jeruzalem gezegd: Voor dit altaar in Jeruzalem moet u zich neerbuigen?
NBV21: [22] En u kunt mij nu wel zeggen: “Wij stellen ons vertrouwen in de HEER, onze God,” maar was het niet juist die God wiens offerplaatsen en altaren Hizkia heeft laten verwijderen? Hizkia heeft immers tegen de bevolking van Juda en Jeruzalem gezegd dat ze alleen voor het altaar in Jeruzalem mogen neerknielen?
BGT: [22] Daarna zei de legerleider van Sanherib tegen de dienaren van Hizkia: ‘Jullie zeggen dat je vertrouwt op de Heer, jullie God. Maar koning Hizkia heeft zelf de offerplaatsen en altaren van die God laten weghalen! Hij heeft gezegd dat er alleen in Jeruzalem een altaar mag staan. Hij heeft gezegd dat de mensen alleen daar mogen knielen voor hun God.
Aantekening bij:
2 Koningen 18:19-25 Wat is dit voor vertrouwen dat u koestert? Dit gesprek gaat over Hizkia’s vertrouwen (vgl. vers 5; zie ook vers 20, 21, 22, 24). Sanherib beweert dat vertrouwen op Egypte geen zin heeft, net zomin als vertrouwen op de Heere, van Wie Hizkia de offerhoogten en altaren verwijderd heeft. Bovendien heeft de Heere vanwege deze heiligschennis Assyrië gezonden om Juda te gronde te richten!
Korte overdenking
Hizkia staat met de rug tegen de muur. Alles wat hij probeerde gaf geen redding. De Assyriërs proberen het vertrouwen, wat Hizkia heeft op God, te verbreken op het volk bang te maken. Deze uitdaging van de vijand is groot maar het vertrouwen van Hizkia op de Heere is groter. Hoe is het met ons vertrouwen?
Beproeving – verzoeking (Uit de vrouwen Bijbel)
2 Koningen 18:22, 25, 37 Wat kan het ineens toeslaan in je leven: ziekte, verslaving of ruzie in je gezin. Je kent de Heere in al je wegen en dan dit. Hizkia probeert allerlei uitwegen te vinden. Hij probeert af te kopen, maar soebatten helpt niet en zijn tegenstander is meedogenloos. Ook zijn raadsheren zijn in zak en as. Er blijft in die situatie alleen een open hemel over.
HSV: [20] Jezus zei tegen hen: Vanwege uw ongeloof, [1]want voorwaar, Ik zeg u: Als u een geloof had als een mosterdzaad, u zou tegen deze berg zeggen: Verplaats u van hier naar daar! En hij zou gaan, en niets zou voor u onmogelijk zijn.
NBV21: [20] Hij antwoordde: ‘Vanwege jullie gebrek aan geloof. Ik verzeker jullie: als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, dan zeg je tegen die berg: “Verplaats je van hier naar daar!” en dan zal hij zich verplaatsen. Niets zal voor jullie onmogelijk zijn.’
BGT: [20-21] Jezus antwoordde: ‘Dat komt doordat jullie geloof te klein is. Luister goed naar mijn woorden: Zelfs als je geloof maar zo klein is als een mosterdzaadje, is alles mogelijk. Als je dan tegen een berg zegt: ‘Ga eens opzij,’ dan gaat die berg opzij.’
Aantekening bij:
Mattheüs 17:20 ongeloof. Natuurlijk zij de discipelen niet ongelovig, maar hun geloof was niet werkzaam. Geloof kan sterk of zwak zijn (vgl. Mattheüs 6:30; 8:26; 14:31; 18:8; Romeinen 14:1). Het verplaatsen van een berg is een beeldspraak in de Joodse literatuur voor het doen van iets wat onmogelijk schijnt (vgl. Jesaja 40:4; 49:11; 54:10; Matt. 21-21-22).
Klein is groot (Uit de vrouwen Bijbel)
Mattheüs 17:20 Jezus is er niet zozeer op uit het ongeloof te veroordelen. Hij wil vooral laten zien wat de kracht van het geloof is. Zelfs een klein geloof heeft grote kracht. Als we ons zwak voelen, is het goed om te kijken of we op eigen vertrouwen of op Gods kracht. Overigens zijn gebed en vasten geen voorwaarden, maar tekenen van de verbondenheid met en afhankelijkheid van God.
[1] Mattheüs 21:[21] Maar Jezus antwoordde en zei tegen hen: Voorwaar, Ik zeg u: Als u geloof had en niet twijfelde, zou u niet alleen doen wat er met de vijgenboom is gedaan, maar zelfs als u tegen deze berg zou zeggen: Word opgeheven en in de zee geworpen, dan zou het gebeuren.
Lukas 17:[6] En de Heere zei: Als u een geloof had als een mosterdzaadje, zou u tegen deze moerbeiboom zeggen: Word ontworteld en in de zee geplant, en hij zou u gehoorzamen.
HSV: [3] En zie, aan hen verschenen Mozes en Elia, die met Hem spraken.
NBV21: [3] Plotseling verschenen aan hen Mozes en Elia, die met Jezus in gesprek waren.
BGT: [3] Opeens zagen de leerlingen Mozes en Elia. Die waren met Jezus aan het praten.
Aantekening bij:
Mattheüs 17:3 De verschijning van Mozes en Elia betekende de Wet en de Profeten. Zij getuigen van Jezus als de Messias, Die de vervulling is van het Oude Testament (vgl. Mattheüs 5:17). Elia beschouwde men als de profetische wegbereider van de Messias (Maleachi 4:5-6; vgl. Mattheüs 3:1-3; 11:7-10).
Maleachi 4:[5] Zie, Ik zend tot u de profeet Elia, voordat de dag van de HEERE komt, die grote en ontzagwekkende dag. [6] Hij zal het hart van de vaders tot de kinderen terugbrengen, en het hart van de kinderen tot hun vaders, opdat Ik niet zal komen en de aarde met de ban zal slaan.