HSV: [26] En Hij zei tegen hen: Waarom bent u angstig, kleingelovigen? [1]Toen stond Hij op en bestrafte de winden en de zee, en er kwam een grote stilte.
NBV21: [26] Hij zei tegen hen: ‘Waarom zijn jullie zo angstig, kleingelovigen?’ Toen stond Hij op en sprak de wind en het water bestraffend toe, en het meer kwam geheel tot rust.
BGT: [26] Jezus zei: ‘Waarom zijn jullie zo bang? Is jullie geloof dan zo klein?’ Jezus ging staan, en hij sprak streng tegen de wind en het water. Toen werd het water helemaal rustig.
Aantekening bij:
Mattheüs 8:26 kleingelovigen (Grieks ‘oligopistos) is niet ‘ongelovig’ (Grieks apistos), maar een ‘onwerkzaam’, ‘onvolmaakt’, ‘ontoereikend’ geloof (vgl. Mattheüs 6:30). Jezus vermaant Zijn discipelen dat ze beter moesten weten. bestrafte. Jezus heerst zelfs over het natuurgeweld, net als God in het Oude Testament de zee ‘bestrafte’ en Zijn oppermacht over de natuur toonde (2 Samuël 22:16; Psalm 18:16).
[1] Job 26:[12] Door Zijn kracht heeft Hij de zee opgezweept, en door Zijn inzicht heeft Hij Rahab neergeslagen.
Psalm 107:[29] Hij brengt de storm tot stilte, zodat hun golven zwijgen.
Jesaja 51:[10] Bent u het niet die de zee heeft drooggelegd, de wateren van de grote watervloed, die de diepten van de zee gemaakt heeft tot een weg, zodat de verlosten erdoor konden gaan?
HSV: [16] Toen het nu avond geworden was, brachten ze velen die door demonen bezeten waren, bij Hem, en Hij dreef de boze geesten uit met een enkel woord, en Hij genas allen die er slecht aan toe waren, [17] opdat vervuld werd wat gesproken was door de profeet Jesaja toen hij zei: [1]Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragen.
NBV21: [16] Bij het vallen van de avond brachten ze vele bezetenen bij Hem. Met een enkel woord dreef Hij de geesten uit, en allen die ziek waren genas Hij. [17] Zo moest in vervulling gaan wat gezegd is door de profeet Jesaja: ‘Hij was het die onze ziekten wegnam en onze kwalen op zich heeft genomen.’
BGT: [16] ’s Avonds laat werden er zieke mensen bij Jezus gebracht, en ook veel mensen die een kwade geest in zich hadden. Jezus zei tegen de kwade geesten dat ze weg moesten gaan, en hij maakte alle zieken beter. [17] Dat moest zo gebeuren, want de profeet Jesaja heeft gezegd: «Hij neemt alle ziektes en alle pijn van ons weg.»
Aantekening bij:
Mattheüs 8:16-17 Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragen verwijst naar Jesaja’s profetie over de Knecht (Jesaja 53) in Zijn rol als Messiaans genezer (zie Jesaja 53:5; vgl. aantekening bij Mattheüs 11:3-5). Niet alle kwalen komen door boze geesten, er is verschil tussen genezing van ziekten (die er slecht aan toe waren) en de uitdrijving van boze geesten bij hen die door demonen bezeten waren.
Aantekening bij Mattheüs 11:3-5 Bent U het Die komen zou? Johannes vreest wellicht dat zijn huidige gevangenschap niet strookt met wat hij begrijpt van de verwachte Messias, want Hij zou zegen brengen aan wie zich bekeerde en oordeel aan de onbekeerde (zie aantekening bij Mattheüs 3:11). Maar Jezus’ dienstwerk strookt met de profetische beloften over het tijdstip van verlossing, zoals Zijn woorden herinneren aan die van Jesaja: blinden worden ziende vgl. Mattheüs 9:27-31; Jesaja 29:18, 35:5) en kreupelen kunnen lopen Jesaja 35:6; vgl. Mattheüs 15:30-31), melaatsen worden gereinigd(Jesaja 53:4; vgl. Mattheüs 8:1-4), doven kunnen horen (Jesaja 2929:18-19; 35:5; vgl. Markus 7:32-37), doden worden opgewekt (Jesaja 26:18-19; vgl. Mattheüs 10:8; Lukas 7:11-17; Johannes 11:1-44) en aan armen wordt het Evangelie verkondigd (Jesaja 61:1; vgl. Mattheüs 5:3; Lukas 14:13, 21). Jezus’ daden bewezen meer dan eens Wie Hij was en dat het voorspelde tijdstip van verlossing was gekomen (‘het jaar van wel behagen van de Heere’; Jesaja 61:1-2; vgl. Jes. 62:1).
Aantekening bij Mattheüs 3:11 > Hij die na mij komt getuigt van een sterke Messiaanse verwachting. is sterker dan ik.Johannes kondigt de nabijheid van het Koninkrijk aan, maar Hij Die zal komen heeft meer macht van God om de Messiaanse heerschappij te vestigen. Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur. De doop met water van Johannes wordt vervangen door de doop van Hem Die komt.* Wie zich bekeert en op Hem bouwt, zal de gave van de Heilige Geest ontvangen (vgl. Joël 2-28-29; Handelingen 2:16-21). Maar de bekeerde zal het oordeel van het eeuwige vuur ontvangen, en zelfs wie zich bekeert moet door het luoteringsvuur.
[1] Jesaja 53:[4] Voorwaar, onze ziekten heeft Híj op Zich genomen, onze smarten heeft Hij gedragen. Wíj hielden Hem echter voor een geplaagde, door God geslagen en verdrukt.
1 Petrus 2:[24] Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout, opdat wij, voor de zonden dood, voor de gerechtigheid zouden leven. Door Zijn striemen bent u genezen.
HSV: [10] Toen Jezus dit hoorde, verwonderde Hij Zich, en zei tegen hen die Hem volgden: Voorwaar, Ik zeg u: Ik heb zelfs in Israël zo’n groot geloof niet gevonden.
NBV21: [10] Toen Jezus dit hoorde, verbaasde Hij zich en Hij zei tegen degenen die Hem volgden: ‘Ik verzeker jullie: bij niemand in Israël heb Ik zo’n groot geloof gevonden.
BGT: [10] Toen Jezus hoorde wat de officier zei, was hij verbaasd. Hij zei tegen de mensen die met hem meegingen: ‘Luister goed naar mijn woorden: Zo’n groot geloof heb ik in heel Israël nog niet gezien!
Aantekening bij:
Mattheüs 8:10 De hoofdman lijkt te begrijpen wat in Israël niet werd gevonden: Jezus is de langverwachte Messias. Jezus verwonderde Zich en prees de hoofdman om zijn grote geloof, dat had Hij in Israël niet aangetroffen.
HSV: [28] Toen Jezus deze woorden had geëindigd, gebeurde het dat de menigte versteld stond van Zijn onderricht, [29] [1]want Hij onderwees hen als gezaghebbende en niet zoals de schriftgeleerden.
NBV21: [28] Toen Jezus deze rede beëindigd had, waren de mensen diep onder de indruk van zijn onderricht, [29] want Hij sprak hen toe als iemand met gezag, en niet zoals hun schriftgeleerden.
BGT: [28-29] Dat is wat Jezus tegen de mensen zei. Zijn woorden maakten diepe indruk. De mensen dachten: Hij spreekt als iemand met macht! Hij spreekt heel anders dan de wetsleraren.
Aantekening bij:
Mattheüs 7:28-29 versteld. Hieruit blijkt dat er verschillende emotionele reacties kwamen op Jezus. Woorden, maar geen geloofsovergave. De schriftgeleerden citeerden andere rabbijnen, maar Jezus sprak van nature als Goddelijke gezaghebbende.
[1] Markus 1:[22] En ze stonden versteld van Zijn onderricht, want Hij onderwees hen als gezaghebbende en niet zoals de schriftgeleerden.
Markus 6:[2] En toen het sabbat geworden was, begon Hij in de synagoge te onderwijzen; en velen die luisterden, stonden er versteld van en zeiden: Waar heeft Deze die dingen vandaan en wat is dit voor wijsheid die Hem gegeven is, dat ook zulke krachten door Zijn handen gebeuren?
Lukas 4:[32] En zij stonden versteld van Zijn onderricht, want Zijn woord was met gezag.
HSV: [40] Zie, ik verlang naar Uw bevelen, maak mij levend door Uw gerechtigheid.
NBV21: [40] Hoe verlang ik naar uw regels, doe mij leven in uw gerechtigheid.
BGT: [40] Ik wil leven zoals u dat van mij vraagt. Help me om te leven zoals u bedoeld hebt.
Korte overdenking
Het bijbel gedeelte van vandaag staat in het teken van ‘Leven in en door Uw gerechtigheid’, dus niet leven door onze verdiensten. De schrijver van deze Psalm wil de weg leren kennen en vraagt daarom naar de leefregels van God. Hij belooft zich daar dan aan te houden. Hij wil ook graag inzicht in de wet, want met die kennis zal hij zich dan er dan aan kunnen houden. Ook weet hij, dat het hem zelf niet zal lukken en vraagt daarom hulp om op het pad van de geboden te zetten. Want op dat pad zal vreugde gevonden worden. Als zijn hart door God wordt geraakt en op het juiste spoor wordt gezet, en zijn ogen niet naar nutteloze dingen gaan zien dan zal niet nutteloos zijn en wordt hij levend door de goede wegen te bewandelen. De schrijver is ook beducht voor smaad en vraagt daarom dit van hem af te wenden. In vers 40, maakt hij zijn verlangen bekend, door te luisteren naar Uw bevelen, wordt hij leven door gerechtigheid, is de zekerheid die hij heeft.
Wij weten dat God niet veranderd is dus ook wij mogen leven door deze gerechtigheid en ons houden aan Gods geboden.
HSV: [6] Als u de broeders deze dingen voorhoudt, zult u een goed dienaar van Jezus Christus zijn, [1]gevoed door de woorden van het geloof en door de goede leer, die u nagevolgd hebt.
NBV21: [6] Wanneer je dit alles aan de broeders en zusters voorhoudt, zul je een goede dienaar van Christus Jezus zijn, gevoed door de woorden van het geloof en de juiste leer, waarvan je een trouw aanhanger bent.
BGT: [6] Timoteüs, blijf mijn boodschap uitleggen aan de andere christenen. Dan zul je een goede dienaar van Jezus Christus zijn. Jij houdt je elke dag bezig met de inhoud van het geloof, en je bent trouw aan de juiste uitleg.
Aantekening bij:
1 Timotheüs 4:6-16 Hoe Timotheüs gevormd moet worden door het Evangelie. Beide paragrafen in dit gedeelte (vers 6-10 en 11-16) openen met een oproep aan Timotheüs om bepaalde waarheden aan de gemeente over te brengen. Het brandpunt ligt bij de manier waarop Timotheüs door zijn leer en zijn levensstijl de gemeente kan helpen staande te blijven tegenover de dwaalleer.
1 Timotheüs 4:6 Over waar deze dingen op slaat, hier en in vers 11, gaat het debat door. Op z’n minst verwijst het iedere keer naar de voorafgaande paragraaf. Het zou bovendien, ruimer opgevat, kunnen verwijzen naar heel de brief. Zie ook 1 Timotheüs 3:14; 4:15; 5:7; 6:2b.
Het goede gebruik (Uit de mannen Bijbel)
1 Timotheüs 4:1-5 Paulus spreekt over dwaalleraars. Zij zeggen dat het huwelijk fout is: mensen zouden niet moeten trouwen. Ze geven ook dieetvoorschriften: lang niet alles mag gegeten worden. Paulus verwerpt deze dwaalleer met kracht. Voedsel is door God geschapen. Het huwelijk is door Hem ingesteld. Daarom is zowel voedsel als huwelijk goed. Deze goede gaven mogen aanvaard worden, maar wel onder dankzegging. Want de Gever wil erkend worden.
Dat richt de blik op de Heere. Alles wat Hij geschapen heeft, is door Zijn Woord geheiligd. Dat wil zeggen: het is door Christus’ offer apart gezet en bedoeld om Hem daarmee te dienen. Het betekent ook dat we Gods woord biddend mogen onderzoeken om te ontdekken hoe wij gelovig met Gods gaven van voedsel en huwelijk kunnen omgaan. Zo alleen blijft het huwelijk een goede gave en worden eten en drinken geen afgoden.
Maar we kunnen breder kijken dan het huwelijk. Ook relaties met familie, vrienden en collega’s mogen we ervaren als goede gaven van God. Laat in al die relaties Gods woord ons richtsnoer zijn en het gebed de juiste richting wijzen. Zodat ook daarvan zal gelden: geheiligd door het Woord van God en door gebed.
Scheppingsgaven (Uit de vrouwen Bijbel)
1 Timotheüs 4:1-5 In het Nieuw Testament kom je regelmatig de discussie over voedsel tegen: offervlees uit de heidense tempels, onrein vlees (volgens de oudtestamentische wetten) of het drinken van wijn. Ook nu zijn er genoeg discussies onder christenen die voor veel onrust zorgen; over voedsel, maar ook over zo veel andere zaken. Paulus geeft een richtlijn: kun je het dankzeggend van God aanvaarden?
De verwijs Bijbel laat ons zien dat aan het begin van de Bijbel, alles wat God geschapen heeft goed was en is: Genesis 1:[31] En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, [2]het was zeer goed. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de zesd
[1] 2 Timotheüs 1:[5] Daarbij herinner ik mij het ongeveinsde geloof dat in u is en dat eerst gewoond heeft in uw grootmoeder Loïs en in uw moeder Eunike. En ik ben ervan overtuigd dat het ook in u woont.
2 Timotheüs 3:[14] Blijft u echter bij wat u geleerd hebt en waarvan u verzekerd bent, omdat u weet van wie u het geleerd hebt,
[15] en u van jongs af de heilige Schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof dat in Christus Jezus is.
[2] Deuteronomium 32:[4] Hij is de rots, Wiens werk volmaakt is, want al Zijn wegen zijn een en al recht. God is waarheid en geen onrecht; rechtvaardig en waarachtig is Hij.
Markus 7:[37] En zij stonden bovenmate versteld en zeiden: Hij heeft alles goedgemaakt; ook de doven doet Hij horen en Hij maakt dat zij die niet kunnen spreken, kunnen spreken.
HSV: [13] [1]Want zij die hun dienst goed verricht hebben, maken dat zij hoog staan aangeschreven en veel vrijmoedigheid verkrijgen in het geloof in Christus Jezus.
NBV21: [13] Degenen die hun dienst goed verrichten, verwerven aanzien en kunnen door hun geloof in Christus Jezus vrijuit spreken.
BGT: [13] Mannen die hun werk als dienaar goed uitvoeren, krijgen veel respect van iedereen. Zo kunnen ze zonder angst vertellen over hun geloof in Jezus Christus.
Aantekening bij:
1 Timotheüs 3:13 Paulus benadrukt de waarde en het belang van diakenen door twee resultaten van een goede dienstvervulling aan te geven: (1) hoog staan aangeschreven. Dit slaat op respect en waardering van de gemeente voor iemand die op deze manier dient; en (2) veel vrijmoedigheidverwijst waarschijnlijk naar de groei van het vertrouwen dat ontstaat bij het zien van de kracht van het Evangelie die vaak bewezen wordt in de bediening.
Ambten (Uit de mannen Bijbel)
1 Timotheüs 3 Je komt in de Bijbel geen uitgewerkte organisatie tegen van hoe het kerkelijk leven is gestructureerd. 1 Timotheüs 3 licht daarover enigszins een tipje van de sluier op. Het gaat over opzieners, in het Grieks episkopos (vers 1) en het gaat over diakenen (vers 8). De vereisten waaraan zowel opzieners als diakenen moeten voldoen, kan men omschrijven als nuchter en realistisch. In ieder geval moet hun gedrag respect afdwingen.
Volmaaktheid (Uit de vrouwen Bijbel)
1 Timotheüs 3 In de gemeente van Christus leven we van genade, we weten allemaal dat we (nog) niet volmaakt zijn. Dat schrijft Paulus bijvoorbeeld heel nadrukkelijk in zijn eerste brief aan de Korintiërs. In deze brief aan Timotheüs lijkt het alsof Paulus toch volmaaktheid vraagt van de gemeenteleden. Maar let goed op: hier gaat het over gemeenteleden die verantwoordelijkheid dragen. Het valt op dat ambtsdragers vooral ook voor de buitenwereld een goed beeld van het geloof in Jezus Christus moeten geven.
[1] Mattheüs 25:[21] Zijn heer zei tegen hem: Goed gedaan, goede en trouwe dienaar, over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw heer.
HSV: [13] [1]Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.
NBV21: [13] Want Adam werd als eerste geschapen, pas daarna Eva.
BGT: [13] Want God heeft eerst Adam gemaakt, en toen pas Eva.
Aantekening bij: 1 Timotheüs 2:13 Want geeft de bijbelse basis voor het verbod in vers 12. Paulus geeft aan dat het verbod berust op twee gronden. De eerste is de scheppingsorde (Adam is eerst gemaakt). De tweede is de misleiding van Eva (vers 14). ‘Gemaakt’ (Grieks plassö) is dezelfde term die de LXX gebruikt in Genesis 2:7, 8, en verwijst duidelijk naar de schepping (vgl. 1 Korinthe 11:8-9). Het argument van Paulus geeft aan dat de rollen van de geslachten in de gemeente niet eenvoudig het gevolg zijn van de val, maar geworteld zijn in de schepping en daarom van belang zijn voor alle culturen in alle tijden. De betekenis van deze passage wordt tegenwoordig op grote schaal betwist. Sommige exegeten beweren dat het verbod van 1 Timotheüs 2:12 vandaag de dag niet van toepassing is omdat (1) de reden voor het bevel van Paulus was dat de vrouwen een dwaalleer verkondigden in Efeze, of (2) Paulus zei dit omdat vrouwen in die cultuur niet voldoende opgeleid waren om te onderwijzen; of (3) dit zou een tijdelijk gebod zijn, alleen voor die cultuur. Maar Paulus’ beroep op de schepping van Adam en Eva gaat in tegen deze uitleg. Daarnaast zijn de enige dwaalleraars die genoemd worden in connectie met Efeze, mannen (1 Timotheüs 1:19-20; 2 Timotheüs 2:17-18; vgl. Handelingen 20:30), en bestaat er geen historisch bewijs dat vrouwen een dwaalleer verkondigden in het Efeze van de 1e eeuw. Bovendien spreken oude inscripties en literatuur over een aantal goedopgeleide vrouwen in dat gebied van Klein-Azië in die tijd (vgl. ook Lukas 8:1-3; 10:38-41; Johannes 11:21-27; Handelingen 18:2-3, 11, 18-19; 2 Timotheüs 4:19). Ten slotte hebben sommigen beweerd dat deze passage alleen een ‘vrouw’ verbiedt te leren of gezag uit te oefenen over haar ‘echtgenoot’, aangezien de Griekse woorden gunë en ’anër’ (in 1 Timotheüs 2:12 vertaald met ‘vrouw’ en ‘man’) in sommige contexten ook ‘echtgenote’ en ‘echtgenoot’ kunnen betekenen. Gelet op de onmiddelijke context van vers 8-9 lijkt de meest waarschijnlijke betekenis van de Griekse woorden gunë en ‘anër’ hier in vers 11-14 echter ‘vrouw’ en ‘man’ te zijn, eerder dan ‘echtgenote’ en ‘echtgenoot’.
[1] Genesis 1:[27] En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.
Genesis 2:[22] En de HEERE God bouwde de rib die Hij uit Adam genomen had, tot een vrouw en Hij bracht haar bij Adam.
HSV:[1][5] Want er is één God. Er is ook [2]één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus. [6] [3]Hij heeft Zich gegeven als een losprijs voor allen. Dit is het getuigenis op de door God bestemde tijd.
NBV21: [5] Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, [6] die zichzelf gegeven heeft als losgeld voor allen, als het getuigenis voor de vastgestelde tijd.
BGT: [5] Dit is de waarheid: Er is maar één God. En de enige die mensen bij God kan brengen, is de mens Jezus Christus. [6] Hij gaf zijn leven om alle mensen te redden. Dat nieuws wordt nu verteld, op het moment dat God bepaald heeft.
Aantekening bij:
1 Timotheüs 2:5 Want. De verzen 5-6 leveren de theologische basis voor de voorafgaande uitspraak dat God wil dat mensen zalig worden. er is slechts één God en daarom zoekt deze God ‘alle mensen’ (vers 4; vgl. Romeinen 3:29-30; Galaten 3:20). Diverse groepen mensen hebben niet elk hun eigen goden, hoewel velen dat wel denken. Zij moeten allen voor verlossing komen naar de enige ware God. Dit betekent dat Jezus, Gods vleesgeworden Zoon, Israëls Messias, de enige Middelaar is, de enige Weg ter zaligheid (vgl. Handelingen 4:12). Verder laat dit vers geen plaats voor bemiddelaars tussen mensen en Jezus, zoals heiligen of menselijke priesters. *
1 Timotheüs 2:6 losprijs (Grieks ‘antilutron) heeft betrekking op het kopen van iemands vrijlating. Het beschrijft een algemeen Paulinisch en nieuwtestamentisch verstaan van het werk van Christus als verlossend (vgl. Galaten 1:4; 2:20; Efeze 5:2; en verwante nieuwtestamentische begrippen voor ‘verlossing’, Lukas 1:68; 2:38;24:21; Titus 2:14; Hebreeën 9:12; 1 Petrus 1:18, en ‘losprijs’, Mattheüs 20:28 par., vgl. Openbaring 5:9). Deze taal laat ook de woorden van Jezus weerklinken: ‘de Zoon des mensen is … gekomen om … zijn ziel te geven als losprijs (Grieks lutron) voor velen’ (Markus 10:45). Aangezien Jezus Zichzelf gegeven heeft als deze ‘losprijs’ is de gedachte van plaatsvervangend (sterven ten behoeve van zondaars) eveneens inbegrepen.
Gods wil (Uit de vrouwen Bijbel)
1 Timotheüs 2:4-6 Misschien vraag jij je wel regelmatig af wat Gods wil in een bepaalde situatie is. Niet altijd komen we daarachter. Maar dit mag je zeker weten: God wil dat jij zalig wordt en tot kennis van de waarheid komt. Sta daar eens bij stil. Hij wil dat niet alleen voor jou, maar voor alle mensen! Zijn wil maakt Hij aan ons bekend door Zijn woord, maar ook door Zijn daden. Hij heeft Zichzelf als losprijs gegeven!
[1] Johannes 17:[3] En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt.
Romeinen 3:[30] Het is toch immers één en dezelfde God, Die besnedenen rechtvaardigen zal uit het geloof en onbesnedenen door het geloof.
[2] Galaten 3:[19] Waartoe dient dan de wet? Zij is eraan toegevoegd omwille van de overtredingen, totdat het Nageslacht zou gekomen zijn aan Wie het beloofd was; en zij is door engelen in de hand van de middelaar beschikt.
Hebreeën 9:[15] En daarom is Hij de Middelaar van het nieuwe testament, opdat, nu de dood heeft plaatsgevonden tot verzoening van de overtredingen die er onder het eerste verbond waren, de geroepenen de belofte van de eeuwige erfenis ontvangen.
[3] Mattheüs 20:[28] zoals ook de Zoon des mensen niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een losprijs voor velen.
Efeze 1: [7] In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de overtredingen, overeenkomstig de rijkdom van Zijn genade,
Kolossenzen 1:[14] In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de zonden.
HSV: [4] Zie mij aan, verhoor mij, HEERE, mijn God! Verlicht mijn ogen, anders ontslaap ik in de dood,
NBV21: [4] Zie mij, antwoord mij, HEER, mijn God! Verlicht mijn ogen, dat ik niet in doodsslaap wegzink.
BGT: [4] Heer, mijn God, zie mij en geef antwoord! Laat het weer licht worden om mij heen, laat mij niet sterven in het donker.
Aantekening bij:
Psalm 13:4-5 Gebed om hulp. De zanger roept God aan om tussenbeide te komen.
Psalm 13:4 Zie mij aan, verhoor mij, Heere. Voor God zou aanzien en verhoren betekenen dat Hij de omstandigheden van de zanger verlicht. Sommigen vatten verlicht mijn ogen, anders ontslaap ik in de dood zo op, dat de psalm ontstaan zou zijn in een tijd van ernstige ziekte. Hoewel de woorden op een dergelijke zaak betrekking zouden kunnen hebben, zijn ze voldoende algemeen om ook voor andere situaties te gelden.
Korte overdenking
In de HSV staat boven deze Psalm ‘Vast vertrouwen op God’ maar de Groot Nieuws Bijbel geeft deze Psalm de titel ‘Hoelang nog, Heer?’. Het thema voor van daag is ‘Zie naar mij om’. In onze dag tekst, komt in allebeide vertalingen de vraag naar voren, dat God naar de schrijver van de psalm wil gaan zien. Hij heeft het moeilijk, en zijn vijanden belagen hem. Het vertrouwen in zijn God is groot. Want hij weet als God naar hem omziet en naar hem luistert dat hij zijn vijand en moeilijkheden kan en zal overwinnen. Dit ter ere van God. In beide vertalingen eindigt deze Psalm met de belofte, dat de schrijver zal gaan zingen voor Hem de naar hem omziet. De reden van zijn zingen is de ‘Goedheid’ van God. De HSV beschrijft ook de goedheid van het verleden, maar de Groot Nieuws vertaling beschrijft de goedheid van nu. Hoe voel jij de ‘Goedheid van God’, van het verleden of ook nu nog?
Psalm 13 (Uit de Groot Nieuws Bijbel)
Hoelang nog, Heer?
1. Voor de voorzanger
Een psalm uit de bundel van David.
2. Hoelang nog, Heer, zult u mij vergeten?
Hoelang nog houdt u zich voor mij verborgen?
3. Hoelang nog moet ik naar een uitweg zoeken
met de angst in mijn hart, dag in en dag uit?
Hoelang nog zullen mijn vijanden sterker zijn?
4. Heer, mijn God,
kijk toch, antwoord mij!
Geef mij weer uitzicht,
laat mij niet sterven.
5. Ik hoor mijn vijanden al roepen:
‘We hebben hem in onze macht!’
Ik hoor ze al juichen bij mijn val.
6. Op uw liefde vertrouw ik, Heer.
Ik juich van vreugde,
want u brengt mij redding.
Over u zal ik zingen,
want u bent goed voor mij.
Hoelang (Uit de Vrouwen Bijbel)
Psalm 13:4 David lijkt niets van God te merken. God lijkt zo ver weg. Tot vier keer toe roept hij het uit: ‘Hoelang nog?’ De machteloosheid klinkt erin door. Misschien herken je die machteloosheid. Het bemoedigende van deze psalm is dat David met al zijn vragen de Heere blijft zoeken. Hij kan en wil niet leven in de afwezigheid van God. Zonder Hem is het leven helemaal leeg. Daarom blijft hij God aanroepen en het aan God voorleggen: ‘Zie mij aan!’
De verwijs Bijbel verwijst hier bij vers 4 naar:
Efeze 1:[17] opdat de God van onze Heere Jezus Christus, de Vader van de heerlijkheid, u de Geest van wijsheid en van openbaring geeft in het kennen van Hem,
[18] namelijk verlichte ogen van uw verstand, om te weten wat de hoop van Zijn roeping is, en wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen,
[19] en wat de allesovertreffende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven, overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht,