HSV: [2] En het huis, dat de koning Salomo voor de HEERE bouwde, was zestig el in zijn lengte, twintig el in zijn breedte en dertig el in zijn hoogte.
NBV21: [2] De tempel die Salomo voor de HEER bouwde was zestig el lang, twintig el breed en dertig el hoog.
BGT: [2] Dit waren de maten van de tempel: hij was 30 meter lang, 10 meter breed en 15 meter hoog.
Aantekening bij:
1 Koningen 6:1-10 hij het huis van de Heere bouwde. Na het noemen van enkele datums (vers 1) begint de beschrijving van de tempel met de externe constructie. De auteurs beschrijven de afmetingen en de plattegrond (vers 2-3), de kozijnen (vers 4) en de merkwaardige constructie eromheen met de zijkamers (vers 5-6, 8, 10). Het werk werd eerbiedig uitgevoerd. Op het tempelterrein werd geen gebruik gemaakt van ijzeren gereedschap: geen hamers of bijlen of enig ander ijzeren gereedschap(zie Exodus 20:25 en Deuteronomium 27:5-6 voor de geboden waarmee hier blijkbaar rekening werd gehouden). De afmetingen van de tempel waren 30 meter lang. 10 meter breed en 15 meter hoog.
HSV: [17] Als de koning daartoe de opdracht gaf, voerden zij grote stenen aan, kostbare stenen, gehouwen stenen, om de fundering van het huis te leggen. [18] De bouwers van Salomo, de bouwers van Hirom, en de vaklieden uit Gebal bewerkten ze. Verder maakten zij het hout en de stenen gereed om het huis te bouwen.
NBV21: [31] In opdracht van de koning hakten ze grote brokken natuursteen uit, die op maat werden gehouwen voor de fundering van de tempel. [32] Bijgestaan door vaklui uit Gebal maakten bouwlieden van Salomo en Chiram de balken en stenen pasklaar voor de bouw van de tempel.
BGT: [31] In opdracht van de koning hakten ze grote brokken natuursteen uit, die op maat werden gehouwen voor de fundering van de tempel. [32] Bijgestaan door vaklui uit Gebal maakten bouwlieden van Salomo en Chiram de balken en stenen pasklaar voor de bouw van de tempel.
Aantekening bij:
1 Koningen 5:17-18 (HSV) gehouwen stenen is waarschijnlijk metselwerk van natuursteen. Dit is een belangrijk kenmerk van Israëls koninklijke architectuur. Mooie voorbeelden van Zulk metselwerk zijn te zien in Migido (10e – 9e eeuw voor Christus). Geser (10e eeuw), Tel Dan, Ramet Rachal en op andere plaatsen. In Megido en Samaria zijn steengroeven aangetroffen waar dit natuursteen gevonden werd.
1 Koningen 5:18 (HSV) De vaklieden uit Gebal zijn werklieden uit Byblos, een kuststad ten noorden van Tyrus.
Uit de vrouwen Bijbel
Organiseren 1 Koningen 5:8-18 (HSV)
De wijsheid van Salomo uit zich op allerlei levensterreinen. Hij weet een enorm arbeidsapparaat in beweging te zetten en stelt daarover 3300 mensen aan. Regeren met wijsheid is voor Salomo niet alleen een zaak van gebed en verder Gods water over Gods akker laten lopen. Integendeel, het is een kwestie van organiseren, van de juiste mensen op de juiste plek, van vooruit zien en niets aan het toeval overlaten. Misschien ook wel leerzaam voor ons als we leidinggeven in de kerk.
Lezen: 1 Koningen 5:1-14 (HSV); 1Koningen 4:15-28 (NBV21 en BGT).
Thema: Handel in natura
Tekst voor vandaag: 1 Koningen 5:11 (25)
HSV: [11] En Salomo gaf Hiram twintigduizend [1]kor tarwe als voedsel voor zijn huis, en twintig kor gestoten olie. Salomo gaf dat aan Hiram jaar op jaar.
NBV21: [25] en Salomo leverde Chiram elk jaar twintigduizend kor tarwe en twintig kor zuivere olijfolie voor het levensonderhoud van zijn hof.
BGT: [25] En Salomo gaf Chiram ieder jaar 90.000 zakken tarwe en 9000 liter olijfolie.
Aantekening bij:
1 Koningen 5:9-12 (HSV) Mijn knechten zullen het … afvoeren. Hirams antwoord bevat tegenvoorstellen: alleen zijn eigen mensen zullen hout kappen en naar de kust van Israël vervoeren; pas daarna kunnen Salomo’s werklieden het overnemen. En de lonen gaan niet naar de werklieden, maar worden in de vorm van voedsel voor zijn koninklijk huis betaald. Op deze manier krijgt Salomo wat hij wenst (Hebreeuws chefets, vers 8, 10) aan materiaal voor de tempel. Maar ook Hiram ziet zijn wens (Hebreeuws chefets, vers 9) over de voedselvoorraden uitgevoerd. Het is klaarblijkelijk een succesvolle overeenkomst, die met een verbond bezegeld wordt. Deze overeenkomst getuigt van de wijsheid die God aan Salomo gaf. Maar er was nog niets afgesproken over Hirams eerste tegenvoorstel aan Salomo over de werkwijze (vers 9). Het verhaal gaat verder alsof het nooit tersprake is geweest. ‘Bij toerbeurt’ wordt er namelijk (vers 14) een ploeg werklieden uit Israël naar de Libanon gestuurd om met het hout te helpen. Hoewel Salomo tot op zekere hoogte graag zaken doet met Hiram, negeert hij voorwaarden die hem niet aanstaan. Hieruit blijkt duidelijk dat Salomo de overhand heeft in de betrekkingen met Hiram. Dit wordt nog duidelijker in 1 Koningen 9:10-10:29.
Uit de mannen Bijbel
Ceder 1 Koningen 5:9
Ceders behoren bij de dennenfamilie. Een ceder kan tot 50 meter hoog worden. Het hout geeft lange planken en staat bekend als duurzaam en goed tegen rotting bestand.
Uit de vrouwen Bijbel
Een huis voor God 1 Koningen 5:7-8
Een huis bouwen, daar komt wat voor kijken. Salomo begint aan het huis van God en roept de hulp in van zijn heidense buurman, een vriend van zijn vader. Inzet van ongelovige buren in de kerk: willen we geloven dat zoiets heilzaam is? Niet alleen om de kerk schoon te maken, maar ook om mee te doen met de bijbelstudie of de vrouwenvereniging?
Organiseren 1 Koningen 5:8-18
De wijsheid van Salomo uit zich op allerlei levensterreinen. Hij weet een enorm arbeidsapparaat in beweging te zetten en stelt daarover 3300 mensen aan. Regeren met wijsheid is voor Salomo niet alleen een zaak van gebed en verder Gods water over de akker laten lopen. Integendeel, het is een kwestie van organiseren, van de juiste mensen op de juiste plek, vooruitzien en niets aan het toeval overlaten. Misschien ook wel leerzaam voor ons als we leidinggeven in de kerk.
[1] Een kor is vermoedelijk tussen de 200 en 450 liter.
HSV: [20] Juda en Israël waren met velen, zo talrijk als het zand dat aan de zee is. Zij aten en dronken en waren blij.
NBV21: [20] De bevolking van Juda en Israël telde zo veel mensen als er zand is bij de zee. Ze hadden volop te eten en te drinken en waren gelukkig.
BGT: [20] In Juda en Israël woonden heel veel mensen, zo veel als er zand is bij de zee. De mensen hadden genoeg te eten en te drinken, en ze waren gelukkig.
Aantekening bij:
1 Koningen 4:20 Juda en Israël … aten en dronken en waren blij. Het resultaat van de wijsheid die God aan Salomo gaf, is een efficiënt en economisch systeem. Het systeem voorziet het koninklijkhuis van voldoende eten en drinken en drukt daarom niet zwaar op het volk. Dit kan ondanks dat het volk zo talrijk is als de zandkorrels … aan de zee (vgl. Genesis 22:17) en ondanks Salomo’s vrees in 1 Koningen 3:8-9 dat hij zo’n talrijk volk niet zou kunnen regeren. Zó werkt de heerschappij van een rechtschapen persoon die Gods zegen over zich heeft: als hun leiders het goed doen, verblijdt het volk zich (vgl. Spreuken 29:2).
Uit de vrouwen Bijbel
Vrienden 1 Koningen 4:1-19
Tijdens zijn regering wordt Salomo omringd door veel mannen die mede leidinggeven, eenieder op zijn eigen gebied. Het zijn onder anderen een priester die zijn speciale vriend is, maar ook familieleden. Godsdienst en politiek lopen door elkaar heen. Zaken uit handen geven op het werk of in de kerk omdat anderen iets soms toch echt beter kunnen: een uitdaging.
HSV: [2] [1]Hij die oprecht wandelt en gerechtigheid beoefent, die met zijn hart de waarheid spreekt.
NBV21: [2] Wie de volmaakte weg gaat en doet wat goed is, wie oprecht de waarheid spreekt.
BGT: [2] Mensen die eerlijk leven, mensen die doen wat goed is en zeggen wat waar is.
Aantekening bij:
Psalm 15:2-5b Antwoord: Hij die oprecht wandelt. De termen oprecht wandelt en gerechtigheid beoefent (vers 2) zijn algemeen en de rest van het antwoord geeft bijzondere voorbeelden aan. Een beslissend gegeven van deze bijzonderheden is dat het karaktereigenschappen zijn en dat zij uitgaan boven de eisen van de wetten van de [2]Pentateuch. Een ander belangrijk feit is de sociale oriëntatie van deze bijzonderheden: d.w.z. zij hebben de bedoeling het welzijn van de leden van Gods volk te bevorderen. Zij doen dat door de waarheid te spreken (vers 2), door hun voorspoed en goede naam te beschermen (vers 3), door hun heiligheid te bevorderen (vers 4) en door gerechtigheid te zoeken boven persoonlijk voordeel (vers 4c-5b).
Uit de mannen Bijbel
Investeren in de ander Psalm 15:5
‘Heere, wie zal verblijven in Uw tent? Wie zal wonen op Uw heilige berg?’ David vraagt zich af wat er nodig is om bij God te kunnen zijn. Wat vindt God belangrijk dat ik met mijn leven doe? Waarmee maak ik Hem blij?
Dan blijkt dat het er straks niet om gaat hoe vaak je je gebeden hebt opgezegd of liederen voor Hem hebt gezongen. Hij vindt het niet zo boeiend hoeveel christelijke boeken je hebt gelezen of welke preken je hebt gehoord. Het zit ‘m zelfs niet in hoe vaak je naar de kerk bent geweest.
Het antwoord van David is opvallend down-to-earth. Het geeft God vreugde als je oprecht en eerlijk bent naar de mensen om je heen. Hij wordt blij als jij niet anderen naar beneden haalt met wat je zegt, maar opbouwende woorden over en tot hen spreekt. Wat Hij graag ziet, is dat je niet jezelf verrijkt ten koste van anderen, maar je rijkdom inzet om anderen te dienen. God geniet van alles wat jij doet om anderen te laten bloeien, en elke dag waarop jij investeert in die ander. Wat echt telt, is niet religie, maar relatie.
Uit de vrouwen Bijbel
Eisen Psalm 15:1-3
Het lijkt of deze psalm een aantal eisen stelt voordat we deel kunnen hebben aan het heil van God. Het wordt heel duidelijk hoe belangrijk zuiverheid en eerlijkheid voor God zijn. Alleen zuivere en eerlijke mensen mogen bij Hem leven. Zou jij aan de eisen voldoen? We hebben allemaal een Middelaar nodig: Jezus Christus is de weg tot de Vader. Alleen als we in Christus zijn en Christus volmaaktheid ons wordt toegerekend, kunnen we in Gods nabijheid leven.
Roddel Psalm 15:3
Wat komen er snel negatieve woorden over anderen uit onze mond. Hoeveel wordt er niet geroddeld onder vrouwen! Waarschijnlijk doen we het zodat we onszelf dan beter voelen. Maar om dicht bij God te zijn (vers 1), vraagt Hij dat we ons verre houden van roddel. We moeten leren om onze tong in bedwang te houden. Als je van Gods liefde leeft, heb je geen roddels nodig. we weten het allemaal, maar hoe passen we het toe?
[1] Psalm 24:[4] Wie rein is van handen en zuiver van hart, wie zijn ziel niet opheft tot wat vals is, en niet bedrieglijk zweert.
Jesaja 33:[15] Hij die wandelt in gerechtigheid en billijk spreekt, die winstbejag door afpersing verwerpt, die zijn handen afwerend schudt om geen geschenken aan te nemen, die zijn oor dichtstopt om niet van bloedvergieten te horen, die zijn ogen sluit om het kwaad niet te zien –
De vijf boeken van Mozes (Genesis tot en met Deuteronomium) worden in de joodse traditie aangeduid als Tora, ‘onderricht’. In de bijbelwetenschap wordt meestal de term Pentateuch, ‘de vijfdelige’, gebruikt.
HSV: [27] Toen antwoordde de koning en zei: Geef haar het levende kind, en dood het in geen geval: zij is zijn moeder.
NBV21: [27] Maar de koning deed de volgende uitspraak: ‘Het zal niet gedood worden. Geef het levende kind aan háár, want zij is de moeder.’
BGT: [27] Toen zei de koning: ‘Maak het kind niet dood, maar geef het aan de vrouw die het kind wil laten leven. Want zij is de echte moeder.’
Aantekening bij:
1 Koningen 3:27-28 Deze rechtspraak toont aan dat de Heere Salomo’s verzoek om wijsheid gehonoreerd heeft (vers 9, 12). Doordat Salomo de menselijke aard doorziet, komt hij precies te weten wie de echte moeder is, en Israël beseft dat de wijsheid van God in hem was.
Uit de vrouwen Bijbel
Doe een wens 1 Koningen 3:9; 16-28
Tijdens een samenkomst om God te eren, zegt God in een droom tegen Salomo: ‘Doe een wens.’ Salom vraagt daarop om en opmerkzaam hart om goed en kwaad te kunnen onderscheiden. Blijkbaar is het verschil niet altijd makkelijk te onderscheiden en lopen goed en kwaad vaak door elkaar heen. Bijzondere wijsheid is daarom nodig, ook nu. Ook wij mogen bidden om wijsheid. Jakobus zegt dat de Heere dit gebed verhoort (Jakobus 1:5-6).
HSV: [9] Geef dan Uw dienaar een opmerkzaam hart, om recht te kunnen spreken over Uw volk, om met inzicht onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad, want wie zou over dit machtige volk van U kunnen rechtspreken?
NBV21: [9] Schenk uw dienaar een opmerkzame geest, zodat ik uw volk kan besturen en onderscheid kan maken tussen goed en kwaad. Want hoe zou ik anders recht kunnen spreken over dit immense volk van U?’
BGT: [9] Daarom vraag ik u dit: Leer mij om goed te luisteren. En leer mij om het verschil tussen goed en kwaad te zien. Dan kan ik uw volk leiden. Want hoe moet ik anders dit grote volk leiden?’
Aantekening bij:
1 Koningen 3:7-9 Ik ben echter een jonge man. Salomo voelt zich niet geschikt voor de grote taak waarvoor hij zich gesteld ziet. Hoewel hij eerder staatszaken met wijsheid heeft afgehandeld, erkent hij nu zijn totale onwetendheid: ik weet niet uit of in te gaan. Hij heeft een opmerkzaam hart nodig, om recht te kunnen spreken over Uw volk, om met inzicht onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad.
Uit de mannen Bijbel
Kiezen voor het goede 1 Koningen 3
Vanuit gezin, werk en maatschappij komen er constant keuzemogelijkheden op ons af die vragen om een antwoord. Wij hebben van God de verantwoordelijkheid én de vrijheid gekregen om die keuzes zelf te maken. Salomo is aangewezen en bevestigd als de opvolger van zijn vader David. Hij is zich bewust van de grote verantwoordelijkheid die op zijn jonge schouders rust en de geweldige uitdaging die voor hem liggen. Hij maakt twee belangrijke keuzes.
1. Hij kiest ervoor om zijn liefde voor God te uiten door te doen wat zijn vader David van hem vroeg en door het brengen van offers (vers 3).
2. Hij kiest, als God hem vraagt wat hij wil, voor een opmerkzaam, luisterend hart (vers 9). Een wijs hart dat te midden van allerlei verantwoordelijkheden, drukte en prikkels afgestemd is op God, waardoor goede keuzes gemaakt kunnen worden (Jakobus 3:17).
Wie in zulke wijsheid tekortschiet, mag die aan God vragen en van Hem verwachten. Want Hij geeft overvloedig (Jakobus 1:5). Een geweldige bemoediging voor iedereen die dagelijks voor allerlei keuzes gesteld wordt. Verrassend hoe de Heere dan wil helpen. Denk maar aan Salomo en zijn eerste rechtspraak in de verzen 16-28.
Uit de vrouwen Bijbel
Liefde 1 Koningen 3:3, 6-10
Salomo had de God van zijn vader lief door zijn levenswandel, staat in vers 3. Liefde is een werkwoord. Salomo gaat zijn volk voor in het beoefenen van de liefde tot God. Druk is hij onder meer met een ‘huis’ waar God aanbeden kan worden (vers 1). Is ons handelen een richtingaanwijzer voor anderen? Ziet onze omgeving, zien onze kinderen dat we ook houden van het huis van God, de kerk?
HSV: [43] Waarom hebt u uw eed bij de HEERE, en het gebod dat ik u heb opgelegd, dan niet in acht genomen?
NBV21: [43] Waarom hebt u zich niet gehouden aan de eed die ik de HEER gezworen heb, en mijn bevel niet opgevolgd?’
BGT: [43] Waarom heb je dan nu toch niet gedaan wat ik je gezegd heb? En wat je mij plechtig beloofd hebt?’
Aantekening bij:
1 Koningen 2:36-46 Nu gaat Salomo Simeï uitschakelen. Deze had David vervloekt bij zijn vlucht voor Absalom (zie vers 7-8: vgl. 2 Samuël 16:5-13). Als Simeï het bevel van Salomo om niet buiten Jeruzalem te reizen (1 Koningen 2:36, vgl. vers 42) negeert, geeft Salomo opdracht tot zijn terechtstelling (vers 46). Daarmee wil hij aantonen dat hij een ‘wijze’ koning is (vers 6, 9), maar dergelijke wijsheid is discutabel.
HSV: [31] De koning zei tegen hem: Doe zoals hij gesproken heeft, steek hem dood en begraaf hem, en neem zo het bloed dat Joab zonder reden vergoten heeft, van mij en van het huis van mijn vader weg.
NBV21: [31] Toen zei de koning: ‘Doe zoals hij zegt: dood hem en zorg dat hij begraven wordt. Door hem te doden zuivert u mij en mijn koningshuis van het onschuldig bloed dat hij vergoten heeft.
BGT: [31] Toen zei koning Salomo: ‘Doe wat Joab wil. Dood hem, en begraaf hem ook. Doe dat voor mij en mijn familie. Want Joab heeft onschuldige mensen gedood.
Aantekening bij:
1 Koningen 2:28-34 Salomo volgt Davids bevelen op (vers 5-6 en aantekening) en onderneemt actie om Joab uit de weg te ruimen. horens van het altaar. Zie aantekening bij 2 Koningen 1:50. Benaja … stak hem neer. Joab gelooft niet dat Salomo net zo meedogenloos zal zijn als hijzelf was en zelfs iemand in het heiligdom zou laten ombrengen. In overeenstemming met Exodus 21:12-14 (waar staat dat een moordenaar weggevoerd moet worden van het altaar en dan ter dood gebracht), kon toevlucht zoeken in het heiligdom alleen bij een onbedoelde moord (Exodus 21:12), dus geen opzettelijke. De bedoeling van Exodus 21:14 was niet dat het altaar bescherming zou bieden bij opzettelijke moord. David was van oordeel (zie aantekening bij 1 Koningen 2:5) dat Joab de doodstraf had verdiend vanwege de moord op Abner (2 Samuël 3:27) en Amasa (2 Samuël 20:10).
Aantekening bij 1 Koningen 2:5 wat Joab, de zoon van Zeruja, mij aangedaan heeft. Joab moet gedood worden om het huis van David te reinigen van ‘het bloed dat Joab zonder reden vergoten’ had (1 Koningen 2:31). Het is echter merkwaardig dat David zich blijkbaar niet zo bekommerde om deze bloedschuld, anders had hij zelf wel maatregelen getroffen tegen iemand die zo nuttig voor hem was geweest (bv. 2 Samuël 11:15; 14:1-33; 19:1-8). Misschien steekt er achter de woorden van David meer politieke dan vrome bezorgdheid. Als David er niet meer is, is het te gevaarlijk om Joab in leven te laten in Salomo’s verenigde koninkrijk, omdat hij meer een man van het vroegere Juda is (zoals Semï meer een man van het vroegere Israël is 1 Koningen2:8-9). Tussen deze twee storende elementen uit Juda en Israël, die harmonie in de weg staan, bevindt zich Barzillaï (vers 7; vgl. 2 Samuël 17:27-29; 19:31-39) uit Gilead in het Overjordaanse. Hij is een voorbeeld van trouwe dienst aan zijn koning, en zijn zonen mogen daarom vreedzaam aan de tafel van de koning eten.
Aantekening bij 1 Koningen 2:6 naar je wijsheid. Salomo moet niet overhaast reageren, maar moet een slim excuus bedenken om Joab van het toneel te laten verdwijnen (zie ook vers 9 i.v.m. Simeï), zodat hij niet vredig in ouderdom zal sterven (laat zijn grijze haar niet in vrede in het graf neerdalen). Voor ‘graf’ (Hebreeuws sjeool), zie aantekening bij 1 Samuël 2:6. Salomo’s wijsheid (Hebreeuws chochmah) zal in de volgende hoofdstukken naar voren gehaald worden (1 Koningen 3:1-28; 4:29-34; 10:1-13), maar zal niet meer gebruikt worden voor zo’n meedogenloos doel.
Aantekening bij 1 Samuël 2:6 graf. Hebreeuws sjeool, de verblijfplaats van de doden. Het woord komt in de Bijbel vaak voor in idiomatische uitdrukkingen zoals ‘in het graf afdalen’ en ‘zijn leven redden van het graf’. God is het Die ‘de ziel uit het graf ophaalt’ (bv. Psalm 30:4), dus Hij heeft gezag over levenden en doden. Hij heeft de sleutel voor Jobs vraag: ‘Als een man gestorven is, zal hij dan weer levend worden?’ (Job 14:14) Job volhardt in het geloof: ‘Ik weet echter: mijn verlosser leeft, en Hij zal ten laatste over het stof opstaan’ (Job 19:25). Hanna belijdt hetzelfde geloof.
Aantekening bij 1 Koningen 1:50 horens van het altaar. Adonia gelooft dat het altaar, een heilige plaats, hem beschermt tegen Salomo’s wraak. Asiel zoeken in een heiligdom was een bekend gebruik in het oude Nabije Oosten (vgl. Exodus 21:12-14).
HSV: [22] Toen antwoordde koning Salomo en zei tegen zijn moeder: Waarom vraagt u Abisag uit Sunem voor Adonia? Vraag dan ook maar het koningschap voor hem, want hij is mijn broer die ouder is dan ik. Ja, vraag het maar, voor hem, voor de priester Abjathar en voor Joab, de zoon van Zeruja.
NBV21: [22] Koning Salomo antwoordde zijn moeder: ‘Waarom vraagt u voor Adonia de hand van Abisag? Dan kunt u net zo goed het koningschap voor hem opeisen! Hij is immers ouder dan ik. Als u voor hem pleit, pleit u ook voor Abjatar en Joab!’
BGT: [22] Salomo antwoordde: ‘Waarom vraagt u of Adonia met Abisag mag trouwen? U kunt beter meteen vragen of hij koning mag zijn. Want hij is ook al ouder dan ik! En door dat aan mij te vragen, steunt u ook nog de priester Abjatar en Joab, de zoon van Seruja.’
Aantekening bij:
1 Koningen 2:22mijn broer die oudere is. Het is niet duidelijk in hoeverre het de gewoonte was in Israël dat de oudste zoon zijn vader opvolgde, maar er zullen zeker Israëlieten geweest zijn die vonden dat juist de oudste zoon recht op de troon had.