Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 192

Lezen: 1 Koningen 2:1-12 

Thema: Oud zeer

Tekst voor vandaag: 1 Koningen 2:5

 

HSV: [5] En ook jíj weet wat Joab, de zoon van Zeruja, mij aangedaan heeft, en wat hij met de twee legerbevelhebbers van Israël gedaan heeft, met [1]Abner, de zoon van Ner, en met Amasa, de zoon van Jether: hij heeft hen gedood en oorlogsbloed vergoten in vredestijd. Daarbij bracht hij oorlogsbloed op de gordel die om zijn middel zat, en op de schoenen die aan zijn voeten zaten.

 

NBV21: [5] En er is nog iets: je weet wat Joab, de zoon van Seruja, mij heeft aangedaan – wat hij de twee opperbevelhebbers van het leger van Israël heeft aangedaan, Abner, de zoon van Ner, en Amasa, de zoon van Jeter. Die heeft hij vermoord. Hij heeft in vredestijd bloed vergoten alsof het oorlog was en zo zijn soldateneer met bloed bevlekt.

 

BGT: [5] Verder moet je Joab, de zoon van Seruja, straffen. Je weet wat hij mij aangedaan heeft. En wat hij Abner, de zoon van Ner, en Amasa, de zoon van Jeter, aangedaan heeft. Zij waren de legerleiders van Israël. Joab heeft hen zelf gedood. Hij heeft zijn kleren vuilgemaakt met hun bloed. En het was niet eens oorlog, het was juist een tijd van vrede.

 

Aantekening bij: 

1 Koningen 2:5 wat Joab, de zoon van Zeruja, mij aangedaan heeft. Joab moet gedood worden om het huis van David te reinigen van ‘het bloed dat Joab zonder reden vergoten’ had (vers 31). Het is echter merkwaardig dat David zich blijkbaar niet zo bekommerde om deze bloedschuld, anders had hij zelf wel maatregelen getroffen tegen iemand die zo nuttig voor hem was geweest (bv. 2 Samuël 11:15; 14:1-33; 19:1-8). Misschien steekt er achter de van David meer politieke dan alleen vrome bezorgdheid. Als David er nier meer is, is het te gevaarlijk om Joab in leven te laten in Salomo’s verenigde koninkrijk, omdat hij meer een man van het vroegere Juda is (zoals Simeï meer een man van het vroegere Israël is, 1 Koningen 2:8-9). Tussen deze twee storende elementen uit Juda en Israël, die harmonie in de weg staan, bevind zich Barzillaï (vers 7: vgl. 2 Samuël 17:27-29; 19:31-39) uit Gilead in het Overjordaanse. Hij ie een voorbeeld van trouwe dienst aan zijn koning, en zijn zonen mogen daarom vreedzaam aan de tafel van de koning eten.

 

Uit de vrouwen Bijbel

 

Afrekenen                             2 Koningen 2:5-9

David, de man naar Gods hart, gaat sterven. Maar er moeten nog wel een paar obstakels voor Salomo’s koningschap uit de weg geruimd worden. Executies zijn zelfs nodig om met de erfenis van vroeger in het reine te komen (1Koningen 2:24-46). Voor ons een werkelijkheid die schuurt en dat ook moet blijven doen. Voor die doden wordt het er immers niet beter op als ze weten dat hun dood winst oplevert. Maar toch moet er recht gedaan worden. God rekent anders.  


[1]  2 Samuël 3:[27] Toen Abner weer in Hebron kwam, nam Joab hem binnen de poort terzijde om in stilte met hem te kunnen spreken. Daar stak hij hem in zijn buik, zodat hij stierf, vanwege het bloed van zijn broer Asahel.

   2 Samuël 20:[10] Maar Amasa was niet op zijn hoede voor het zwaard dat in Joabs hand was. Toen stak deze hem daarmee in de buik, zodat zijn ingewanden ter aarde stortten. Zonder dat hij voor een tweede keer hoefde te steken, stierf hij. Toen joegen Joab en zijn broer Abisaï Seba, de zoon van Bichri, achterna.

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 191

Lezen: 1 Koningen 1:41-53 

Thema: Rechtvaardige en krachtige koning

Tekst voor vandaag: 1 Koningen 1:48

 

HSV: [48] Ook heeft de koning als volgt gezegd: Geloofd zij de HEERE, de God van Israël, Die heden iemand geeft die op mijn troon zit, terwijl mijn ogen het zien!

 

NBV21: [48] Ook zei hij: “Geprezen zij de HEER, de God van Israël, dat ik zelf nog heb mogen meemaken dat Hij mij een troonopvolger heeft gegeven.”’

 

BGT: [48] Daarna dankte David de God van Israël. Want de Heer had ervoor gezorgd dat er nu een nieuwe koning was. David zei: ‘Ik ben blij dat ik dat zelf nog mag meemaken.’’

 

Aantekening bij: 

1 Koningen 1:41-49 hoorde het, en al de genodigden. Door de ligging van Rogel waar Adonia’s feest werd gehouden (vers 9) – even ten zuiden van Jeruzalem in het Kidrondal – kon men de zalving van Salomo niet zien (vers 38-40), maar het daaropvolgende feest hoorden ze wel. Adonia’s gasten beefden … en stonden op (vers 49), omdat ze zich realiseerden dat ze als rebellen bestempeld konden worden al ze zich bij hem aansloten. Merk op hoe omzichtig Jonathan, de zoon van Abjathar, zijn persoonlijke trouw aan onze heer, koning David betuigt (vers 43, 47).

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 190

Lezen: 1 Koningen 1 :22-40 

Thema: Uitgekozen koning

Tekst voor vandaag: 1 Koningen 1:33

 

HSV: [33] En de koning zei tegen hen: Neem de dienaren van uw heer met u mee, en laat mijn zoon Salomo op het muildier rijden dat van mij is, en laat hem naar Gihon afdalen.

 

NBV21: [33] en deze zei: ‘Roep mijn hovelingen bijeen, laat mijn zoon Salomo op mijn eigen muildier rijden en begeleid hem naar de Gichonbron.

 

BGT: [33] ‘Breng mijn zoon Salomo naar de Gichon-bron. Laat hem op mijn ezel rijden, en neem de mannen van mijn lijfwacht mee.

 

Aantekening bij: 

1 Koningen 1:33 het muildier … dat van mij is. Salomo’s rit op Davids muildier (of ezelin) bestempeld hem als Davids begunstigde zoon. Meer nog, het muildier kon ook als een symbool van koningschap beschouwd worden (zie Zacharia 9:9; Mattheüs 21:1-11)

 

Salomo

Salomo is na Saul en zijn vader David de derde en laatste koning van heel Israël. Hij leefde in de tiende eeuw voor Christus en regeerde veertig jaar in Jeruzalem. Zijn naam betekent ‘vredebrenger’. Een groot deel van zijn leven heeft hij die naam waargemaakt.

Hij leidt Israël met wijsheid. Hij zorgt voor de bouw van de eerste tempel, een hoogstaand stukje architectuur in die tijd. Zo komt er een vaste ‘woonplaats’ voor God te midden van Zijn volk. In tegenstelling tot David hoeft Salomo geen oorlogen te voeren. Zijn regeringsperiode is mede daardoor voor Israël een welvarende tijd.

Zijn eerste rechtspraak, waarin twee vrouwen het moederschap van een levend kind betwisten, is spreekwoordelijk geworden: een salomonsoordeel (1 Koningen 3:16-28).

Vanwege deze grote wijsheid en zijn rijkdom bezoekt de koningin van Sjeba hem (2 Kronieken 9). Dit bezoek is in een Ethiopische legende het ‘bewijs’ dat de keizerlijke familie van Ethiopië afstamt van deze koningin en Salomo.

Onder invloed van de buitenlandse vrouwen die hij opneemt in zijn harem, vervalt hij tot afgoderij. Heftig om te lezen dat daarom zij eigen einde donker is. We lezen niets van berouw en bekering. Zij leven begon zo mooi, maar eindigde donker. Wat dit betekende voor zijn eeuwige bestemming weet God alleen. Gods genade is gelukkig groter dan onze zonden. Gods trouw overtreft onze ontrouw.

De zonden van Salomo blijven niet ongestraft. Na zijn dood valt het rijk in tweeën. Als koning is hij een gezalfde van de Heere, een messias. Zijn regering schoot tekort en vroeg om de grote Messias, de Vredevorst Die eeuwen later gekomen is. Jezus, Hij is de echte Vredebrenger, ‘sjalom’ zonder einde.

De bijbelboeken Spreuken, Prediker en Hooglied laten veel van Salomo’s wijsheid zien. Daarin spreekt hij nog steeds en kunnen ook wij veel van hem leren.   

 

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 189

Lezen: 1 Koningen 1:1-21 

Thema: Zelf uitgeroepen koning

Tekst voor vandaag: 1 Koningen 1:18

 

HSV: [18] En nu, zie, Adonia is koning; en nu, mijn heer de koning, u weet het niet.

 

NBV21: [18] Maar nu is buiten uw medeweten Adonia tot koning uitgeroepen.

 

BGT: [18] Maar nu wordt Adonia koning, zonder dat u het weet.

 

Aantekening bij: 

1 Koningen 1:18 u weet het niet. Met ‘weet niet’ in hoofdstuk 1 wordt onderstreept hoe weinig macht David nog had op zijn oude dag. Hij was niet in staat om Abisag te ‘kennen’ (gemeenschap met haar te hebben: zie [1]HSV -voetnoot vers 4*) zoals hij eens Bathseba had ‘gekend’. En ook weet hij niet over Adonia, hoewel hij vroeger de naam had een wijsheid te bezitten als de wijsheid van een engel van God, en instaat om alles op te merken wat op de aarde gebeurt’ (2 Samuël 14:20).


[1]  Voetnoot bij vers 4*: had geen gemeenschap met haar – letterlijk: kende haar niet.

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 188

Lezen: Psalm 140

Thema: Red mij van belagers

Tekst voor vandaag: Psalm 140

 

HSV: [1] een psalm van David, voor de koorleider. [2] Red mij, HEERE, van slechte mensen. Bescherm mij tegen de mannen van geweld, [3] die veel kwaad in hun hart bedenken, elke dag samenscholen om te strijden. [4] Zij scherpen hun tong als een slang, [1]addervergif is onder hun lippen. [5] Bewaar mij, HEERE, voor de handen van de goddeloze. Bescherm mij tegen mannen van geweld, die mijn voeten denken weg te stoten. [6] De hoogmoedigen verborgen een strik voor mij en touwen. Zij spanden een net langs de weg, [2]valstrikken zetten zij voor mij. [7] Ik heb tegen de HEERE gezegd: U bent mijn God, neem, HEERE, mijn luide smeekbeden ter ore. [8] HEERE Heere, kracht van mijn heil, U hebt mijn hoofd beschut op de dag van de strijd. [9] HEERE, vervul de wensen van de goddeloze niet, laat zijn boze plannen niet lukken; zij zouden zich trots verheffen.  [10] Het hoofd van wie mij omringen – laat het kwaad van zijn lippen hemzelf bedekken. [11] Vurige kolen moeten over hen uitgestort worden. O God, doe hen vallen in het vuur, in diepe kuilen, zodat zij niet meer opstaan. [12] Een man met een boze tong houdt op de aarde geen stand, een man van geweld – laat onheil hem vangen, totdat hij helemaal verdreven is. [13] Ik weet dat de HEERE de rechtszaak van de ellendige en het recht van de armen zal behartigen. [14] Voorzeker, de rechtvaardigen zullen Uw Naam loven, de oprechten zullen voor Uw aangezicht wonen.

 

NBV21: [1] Voor de koorleider. Een psalm van David [2] Bevrijd mij, HEER, van wie mij kwaad doen, behoed mij voor hun bruut geweld. [3] In hun hart bedenken zij boze plannen, heel de dag zoeken ze strijd. [4] Hun tong is scherp als die van een slang, achter hun lippen schuilt het gif van een adder. [5] Houd mij, HEER, uit de handen van schurken, behoed mij voor hun bruut geweld. Ze zijn op mijn ondergang uit, [6] in hun hoogmoed leggen ze strikken, ze spannen met touwen een net en zetten een val op mijn weg. [7] Ik roep tot de HEER: ‘U bent mijn God, luister, HEER, naar mijn smeekgebed. [8] HEER, mijn God, machtige redder, U beschermt mij op de dag van de strijd. [9] HEER, geef de schurken niet wat zij begeren, doorkruis hun plannen als zij opstaan tegen mij. [10] Dat het hoofd van mijn belagers wordt getroffen door de vloek van hun lippen. [11] Dat gloeiende kolen op hen neerstorten, dat ze vallen in een kuil waaruit ze nooit meer opstaan. [12] Dat er in het land voor lasteraars geen plaats is, dat het kwaad onderdrukkers tot de dood achtervolgt.’ [13] Dit weet ik: de HEER beschermt de zwakken, Hij doet recht aan de armen. [14] De rechtvaardigen zullen uw naam prijzen, de oprechten wonen in uw nabijheid.

 

BGT: [1] Een lied van David. Voor de zangleider. [2] Heer, bevrijd mij van mensen die kwaad doen, bescherm me tegen hun geweld. [3] Ze bedenken slechte plannen, en altijd willen ze vechten. [4] Ze vallen me aan met hun woorden, ze zijn zo gevaarlijk als giftige slangen. [5-6] Heer, bescherm mij tegen die slechte mensen, bescherm mij tegen hun geweld. Ze denken dat ze sterker zijn dan ik. Ze jagen op mij, ze proberen me te vangen. Ze willen mij in de val laten lopen, ze willen me doden. [7] Heer, u bent mijn God. Luister naar mijn gebed! [8] Heer, mijn God, u bent machtig. U zult mij redden, u zult me verdedigen tegen mijn vijanden. [9] Heer, laat ze hun zin niet krijgen. Laat hun plannen mislukken, laat ze niet overwinnen! [10] Mijn vijanden staan om mij heen en wensen me ellende toe. Laat ze zelf ongelukkig worden! [11] Tref hen met het vuur van uw bliksem, laat ze sterven en nooit meer opstaan. [12] Jaag alle leugenaars weg van de aarde. Straf slechte mensen met hun eigen kwaad, laat dat kwaad hen vernietigen. [13] Dit weet ik: De Heer helpt arme mensen, hij verdedigt mensen zonder macht. [14] Goede mensen zullen voor hem zingen, zij mogen altijd bij hem zijn.

 

Aantekening bij: 

Psalm 140 Deze persoonlijke klaagzang help mensen die bedreigd worden door goddelozen die hun kwaad willen doen (vgl. Psalm 5; 35; 54; 56; 69; 70; 71; 109). Het wordt niet duidelijk of deze goddelozen Israëlieten zijn, maar dat is de meest waarschijnlijke interpretatie in een psalm van David. Deze psalm bidt om bescherming (140:2-6), straalt vertrouwen uit (vers 7-9), bidt ook voor de ondergang voor deze vijanden (vers 10-12) en ziet uit naar het moment waarop God Zijn gerechtigheid toont (vers 13-14).

 

Uit de vrouwen Bijbel

 

Een scherpe tong                            Psalm 140:4

Een man of vrouw met een scherpe tong, David smeekt God hem ervan te verlossen. Mijn woorden zijn wapens, ik kan iemand neersabelen met mijn tong. Maar zo heeft God het niet bedoeld. Laat liever mijn mond de lof van de Heere verkondigen (Psalm 51:17). Dan schaad ik niemand en het geeft vrede in mijn hart.

 

God doet recht                               Psalm 140:13

De Heere is de God Die recht doet en geen onrecht kan verdragen. Dat is mooi, maar ook confronterend. Wat is er in mij aan onrecht? Hoe kan ik rechtop voor God staan? Deze bede past hierbij: ‘Zie mij voor U staan, schuldig en onrein, o Jezus, neem mij aan, van U wil ik zijn.’

 

De verwijs Bijbel verwijst bij vers 11 naar: Romeinen 12:[17] Vergeld niemand kwaad met kwaad. Wees bedacht op wat goed is voor alle mensen. [18] Leef, zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, in vrede met alle mensen. [19] Wreek uzelf niet, geliefden, maar laat ruimte voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, zegt de Heere. [20] Als dan uw vijand honger heeft, geef hem te eten, als hij dorst heeft, geef hem te drinken, want door dat te doen, zult u vurige kolen op zijn hoofd hopen. [21] Word niet overwonnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.

 


[1]  Psalm 58:[5] Zij hebben vurig vergif, het lijkt op vurig slangengif; zij zijn als een dove adder, die zijn oren dichtstopt,

    Romeinen 3:[13] Hun keel is een open graf, met hun tong plegen zij bedrog, addergif is onder hun lippen.

[2]  Jeremia 18:[22] Laat uit hun huizen geschreeuw gehoord worden, wanneer U plotseling een roversbende over hen brengt, omdat zij een kuil hebben gegraven om mij gevangen te nemen, en strikken hebben verborgen voor mijn voeten.

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 187

Lezen: Lukas 10:38-42 

Thema: De eerste zorg

Tekst voor vandaag: Lukas 10:42

 

HSV: [42] Slechts één ding is nodig. Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat niet van haar zal worden afgenomen.

 

NBV21: [42] Er is maar één ding noodzakelijk. Maria heeft het juiste gekozen, en dat zal haar niet worden ontnomen.’

 

BGT: [42] Er is maar één ding echt belangrijk: dat je luistert naar mijn woorden. Maria heeft dus de goede keuze gemaakt. Mijn woorden zullen altijd bij haar blijven.’

 

Aantekening bij: 

Lukas 10:38-42 Maria en Martha. dorp. Bethanië (vgl. Johannes 12:1; zie aantekening bij Johannes 11:1). aan de voeten van Jezus. De plaats van een leerling of discipel (vgl. Lukas 8:35; Handelingen 22:3). Anders dan in Zijn cultuur gebruikelijk moedigde Jezus vrouwen aan om de schriften te bestuderen. u bent bezorgd … over veel dingen. Vgl. Lukas 8:14; 12:11, 22-30; 21:34. Maria heeft het goede deel uitgekozen. In het Oude Testament gold als het grootste bezit de band met de Heere als iemands ‘deel’ in het leven (vgl. Psalm 16:5; 27:4; 73:26;119:57; 142:6; ook Jozua 18:7). Dit ‘deel’ heeft Maria uitgekozen en dat zal niet van haar worden afgenomen: niet om Martha te helpen, en ij eeuwigheid niet.

 

Johannes 11:1 Bethanië. Volgens vers 18 vijftien stadiën (ca. 3 km) van Jeruzalem. Bethanië  is in de evangeliën het meest genoemde dorp. (zie Markus 11:1; 14:3 pas.; ook Lukas 24:50). Zie aantekening bij Johannes 1:28. Hoogstwaarschijnlijk heeft het gelegen op de plaats van het huidige El-Azariyeh (in de plaatsnaam klinkt vermoedelijk de naam ‘Lazarus’ door) op de oostelijke helling van de olijfberg. In de 4e eeuw is er een kapel gebouwd boven een uit de rotsgrond uitgehouwen graf, dat steeds heeft gegolden als het graf van Lazarus. Rondom de kapel liggen meer graven uit de 1eeuw.

 

Johannes 1:28 De Meester. Dit was voor discipelen een gebruikelijke aanduiding van Jezus vóór Zijn opstanding (Johannes 1:39, 50; 3:2; 4:31; 6:25; 9:2; 11:8; vgl. Johannes 20:16).

 

Uit de vrouwen Bijbel

 

Martha                                          Lukas:38-42

In wie herken jij je het meest? Martha de doener, of Maria die kiest om te rusten aan Jezus’ voeten. Een dagelijks spanningsveld, het zoeken naar de balans tussen geven en ontvangen. Jezus keurt het dienen van Martha niet af, wel het bezorgd en (te) druk zijn. Voor jou vandaag een aanmoediging om het goede deel in je agenda prioriteit te geven en je zorgen aan Zijn voeten te leggen.

 

De verwijsbijbel verwijst hier bij vers 42 van Lukas 10 naar: Psalm 16: [5] De HEERE is mijn enig deel en mijn beker. U onderhoudt wat het lot mij toewees. [6] De meetsnoeren zijn voor mij in lieflijke plaatsen gevallen, ja, een prachtig erfelijk bezit heb ik gekregen. [7] Ik loof de HEERE, Die mij raad heeft gegeven; zelfs ’s nachts onderwijzen mij mijn nieren. [8] Ik stel mij de HEERE voortdurend voor ogen; omdat Hij aan mijn rechterhand is, wankel ik niet.

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 186

Lezen: Lukas 10:25-37 

Thema: Vragen naar de bekende weg?

Tekst voor vandaag: Lukas 10:25

 

HSV: [25] En zie, een wetgeleerde stond op om Hem te verzoeken, en zei: Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?

 

NBV21: [25] Er kwam een wetgeleerde die Hem op de proef wilde stellen. Hij vroeg: ‘Meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’

 

BGT: [25] Er kwam een wetsleraar naar Jezus toe. Hij wilde Jezus iets verkeerds laten zeggen. Hij vroeg: ‘Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te krijgen?’

 

Aantekening bij: 

Lukas 10:25 De wetgeleerde wil alleen maar ‘zichzelf rechtvaardigen’ (vers 29), hij verlangt niet echt naar Jezus’ onderwijs. wat moet ik doen …? Op zich een goede vraag, zoals blijkt uit Lukas 18:18; Handelingen 2:37; 16:30 (vgl. ook Lukas 3:10, 12, 14). het eeuwige leven (vgl. Lukas 18:18, 30; Handelingen 13:46, 48) is hetzelfde als ‘het Koninkrijk van God binnengaan’ (zie aantekening bij Johannes 3:16).

 

Johannes 3:16 Dit is de bekendste samenvatting van het Evangelie in heel de Bijbel. Want legt verband met vers 15 en legt uit wat het mogelijk heeft gemaakt dat iemand ‘eeuwig leven heeft’ (vers 15), d.w.z. geloof in Christus. zo lief heeft God de wereld gehad was een wonderlijke uitspraak. Het Oude Testament en andere Joodse geschriften spraken alleen over Gods liefde voor Zijn volk Israël. Maar Gods liefde voor ‘de wereld’ opent de mogelijkheid van eeuwig leven voor ‘ieder die in Hem gelooft’ Vers 15). Gods liefde voor de wereld was niet zomaar een stemming, zij heeft aanleiding gegeven tot een specifieke daad: Hij heeft Zijn eniggeboren Zoon gegeven. Dit legt Johannes elders zo uit, dat God Hem als mens ‘in de wereld gezonden’ heeft (vers 17) om te lijden en te sterven en de straf voor de zonden te dragen (zie aantekening bij 1 Johannes 2:2, vgl. Romeinen 3:25). Over ‘eniggeboren Zoon’, zie aantekening bij Johannes 1:14. Gods doel bij het zenden van Zijn Zoon was Zijn gave van eeuwig leven toegankelijk te maken voor ieder die in Hem gelooft, d.w.z. ieder die persoonlijk op Hem zijn vertrouwen stelt (zie aantekening bij Johannes 11:25). niet verloren gaat. Nl. bij het eeuwig oordeel. Het tegenovergestelde is eeuwig leven hebben, het leven van eeuwige vreugde en onmetelijke zegen in Gods nabijheid. Wie ‘gelooft in ‘Christus heeft dat ‘eeuwig leven’ en ervaart de zegeningen ervan nu al; hoewel niet ten volle, wel in betekenisvolle mate.

 

1 Johannes 2:2 verzoening (Grieks ‘ilasmos) betekent hier: een offer dat Gods toorn overneemt en die omzet in barmhartigheid (zie aantekening bij Romeinen 3:25). Jezus neemt, als het volmaakte offer voor de zonde, Gods toorn weg (zie ook 1 Johannes 4:10). voor de zonden van de hele wereld houdt niet in dat iedereen behouden wordt: allen wie berouw hebben en het Evangelie geloven, krijgen vergeving van zonden (zie 1 Johannes 2:4, 23; 3:10; 5:12; vgl. Johannes 3:18; 5:24). Maar Jezus heeft wel Zijn offer gebracht voor iedereen in ‘de hele wereld’, niet alleen voor Johannes en zijn toenmalige lezers.

 

Johannes 1:14 En het Woord geeft een vervolg aan de openingszin in vers 1. vlees geworden wil niet zeggen dat het Woord is opgehouden God te zijn, maar dat het óók de menselijke natuur heeft aangenomen (vgl. Filippenzen 2:6-7). Dit is het meest wonderbaarlijke feit van de wereld geschiedenis: de eeuwige, almachtige, alomtegenwoordige, oneindige heilige Zoon van God heeft de menselijke natuur aangenomen en onder de mensen geleefd als iemand Die in één Persoon tegelijk God en mens was. onder ons gewoond. Letterlijk ‘Zijn tent opgeslagen’ (Grieks skénoö), een zinspeling op Gods wonen onder de Israëlieten in de tabernakel (vgl. Exodus 25:8-9; 33:7). Tot dusver had God Zijn tegenwoordigheid aan Zijn volk geopenbaard in de tabernakel en de tempel. Nu gaat Hij onder Zijn volk verblijf houden in het vleesgeworden Woord, Jezus Christus (vgl.  Johannes 1:17). Zo was de komst van Christus de vervulling van het oudtestamentische symboliek van Gods wonen bij de mensen in de tabernakel en tempel. Nadien zou Christus door de Heilige Geest de gemeente (1 Korinthe 3:16) en het lichaam van de christen (1 Korinthe 6:19) tot een tempel maken. De uitspraken over Gods heerlijkheid zien terug op oudtestamentische vermeldingen van de tegenwoordigheid van Gods heerlijkheid bij Godsverschijningen, in de tabernakel of in de tempel (bv. Exodus 33:22; Numeri 14:10; Deuteronomium 5:22). de Eniggeborene van de Vader. Jezus is de ‘Zoon van God’, niet in die zin dat Hij geschapen of geboren zou zijn( zie Johannes 1:3), maar als de Zoon Die in alle opzichten gelijk is aan Zijn Vader, in een Vader-Zoonverhouding met God de Vader. Het Griekse woord voor ‘Eniggeborene’ (monogenës) betekent ‘enig in zijn soort, uniek’. Met hetzelfde woord wordt ook Izak in Hebreeën 11:17 Abrahams ‘eniggeborne’ Genoemd (integenstelling tot Ismaël; vgl. Genesis 22:2, 12, 16). Dus eigenlijk zou ‘de Enige’ een betere vertaling zijn dan ‘de Eniggeborene’. Over genade en waarheid, zie Johannes 1:16-17.

 

Johannes 11:25 Jezus zegt niet alleen dat Hij de opstanding teweegbrengt of er de oorzaak van is (wat beide ook waar is), maar  iets wat veel sterker is: Ik ben de Opstanding en het Leven.Opstanding uit de dood en eeuwig leven in gemeenschap met God is zo hecht verbonden met de Persoon van Jezus, dat het in Hem is belichaamd en alleen in gemeenschap met Hem bestaat.wie in Mij gelooft. D.w.z. ‘wie persoonlijk op Mij bouwt’. In het Grieks staat hier voor ‘in’ niet gebruikelijke ‘en, maar eìs, een voorzetsel van richting, zoals het Engelse into. Waarachtig geloof in Christus ‘brengt ons in Christus’ zodat we rusten in Hem en één met Hem worden. Deze uitdrukking staat ook in  Johannes 3:16, 18, 36; 6:35; 7:38; 12:44, 46; 14:12; 1 Johannes 5:10.) Jezus’ ‘Ik ben’-uitspraak is weer een verklaring van Zijn Godheid. 

 

Romeinen 3:25 Het bloed van Jezus ‘verzoende’ Gods toorn (Romeinen 1:18), zodat Zijn heiliheid niet tekort werd gedaan toen Hij zondaars vergaf. Sommige theologen stelden dat het woord verzoening vertaald zou moeten worden met boetedoening (het uitwissen van de zonde), maar de betekenis van het woord kan niet beperkt worden tot het uitwissen van de zonde. Het verwijst namelijk ook naar de voldoening van Gods toorn, waardoor die wordt veranderd in gunst (vgl. aantekening bij Johannes 18:11). Gods gerechtvaardigde toorn moest bevredigd worden voordat de zonde kon worden vergeven. In Zijn liefde stuurde God Zijn Zoon (Die Zichzelf vrijwillig opofferde) om tegemoet te komen aan Gos heilige toorn t.o.v. de zonde. Op deze manier toonde God Zijn gerechtigheid, wat hier met name verwijst naar Zijn heiligheid en rechtvaardigheid. Er werd getwijfeld aan Gods gerechtigheid, omdat Hij eertijds zonden voorbij hat laten gaan. M.a.w. hoe kon de volmaakt heilige God de zonden van mensen tolereren zonder die direct en volledig re straffen? Het antwoord van Paulus is dat God vooruitkeek naar het kruis van christus, waar volledige betaling voor de schuld van de zonde zou worden gedaan, waar Christus zou sterven in de plaats van zondaars. In het Oude Testament wordt in verschillende gebeurtenissen symbolisch vooruitgewezen naar de verzoening (of de volledige voldoening van Gods toorn); bv. Exodus 21:11-14; Numeri 25:8, 11; Jozua 7:25-26.

 

Johannes 18:11 De drinkbeker … drinken is beeldspraak van de dood, en symboliseert Gods toorn (zie Psalm 75:9; Jesaja 51:17, 22; Jeremia 25:15-17, 28-29; 49:12; oom Openbaring14:10; 16:19). Let wel: de beker komt van de Vader, daarom is Jezus erop ingesteld die te drinken. Naast het lichamelijk lijden aan het kruis zou Jezus de folterende pijn dragen van Gods toorn, die over Hem als plaatsvervangend offer zou worden uitgestort tot vergelding voor de zonden (zie ook aantekening bij Romeinen 3:25; 1 Johannes 2:2; vgl. Hebreeën 2:17; 1 Johannes 4:10).

 

Uit de mannen Bijbel

 

De mensen om ons heen                 Lukas 10:25-37

‘De barmhartige Samaritaan.’ We kennen het verhaal zo goed, dat de oproep van Jezus aan het eind van het verhaal niet altijd tot ons doordringt: ‘Doet u evenzo’ (vers 37). Het is geen ontroerend verhaal over anderen die elkaar helpen. Jezus wijst ons met Zijn gelijkenis op onze verantwoordelijkheid, voor de mensen om ons heen.

‘Het komt nu even niet uit. Ik ben nu druk, ik ben al te laat. Laat iemand anders die man maar helpen.” Wie herkent deze reacties niet? Die ‘iemand anders’ is de Samaritaan. Hij gooit zijn planning overhoop. Hij geeft zijn tijd, spullen en geld om de vreemde man te helpen.

Wie komen er op ons pad die wij liever nu even niet zien? Voor wie wij liever even een omweg maken? Een van je gezinsleden ligt als ware gewond langs de kant van de weg, zonder dat je het wilt zien. Iemand in wijkkring heeft een bemoediging van een vriend nodig. Iemand in de kerk lijdt gebrek. ‘Doe u evenzo’, zegt Jezus. Het is een beroep op onze tijd, onze middelen en ons geld. Om de mensen om ons heen te helpen.  

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 185

Lezen: Lukas 10:17-24 

Thema: Het belangrijkste effect

Tekst voor vandaag: Lukas 10:19

 

HSV: [19] [1]Zie, Ik geef u de macht om op slangen en schorpioenen te trappen en de macht over alle kracht van de vijand; en niets zal u schade toebrengen.

 

NBV21: [19] Bedenk wel: Ik heb jullie de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen en om de kracht van de vijand te breken, zodat niets jullie kan schaden.

 

BGT: [19]  Zo sterk heb ik jullie gemaakt. Niets kan jullie nog kwaad doen. Want ik heb gezien dat Satan uit de hemel gevallen is en zijn macht is kwijtgeraakt.

 

Aantekening bij: 

Lukas 10:19 Ik geef u de macht. Vgl. Lukas 9:1. Jezus heeft Zijn oppermacht over de demonen aan Zijn discipelen gedelegeerd. slangen en schorpioenen zijn fysieke gevaren waarmee de discipelen bij hun prediking geconfronteerd zullen worden, maar ook symbolen van demonische tegenstand. niets zal u schade toebrengen. Vgl. Lukas 21:18; Handelingen 28:3-5.  


[1]  Markus 16:[18] slangen zullen zij oppakken; en als zij iets dodelijks zullen drinken, zal het hen beslist niet schaden; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden.

   Handelingen 28:[5] Hij schudde het dier echter af in het vuur en leed geen enkel kwaad.

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 184

Lezen: Lukas 10:1-16 

Thema: Herauten

Tekst voor vandaag: Lukas 10:1

 

HSV: [1] Hierna wees de Heere nog zeventig anderen aan en zond hen twee aan twee voor Zijn aangezicht uit naar iedere stad en plaats waar Hij komen zou.

 

NBV21: [1] Daarna stelde de Heer tweeënzeventig anderen aan, die Hij twee aan twee voor zich uit zond naar iedere stad en plaats waar Hij van plan was heen te gaan.

 

BGT: [1] De Heer koos 72 leerlingen uit. Hij stuurde hen twee aan twee op weg, naar alle plaatsen waar hij zelf ook heen wilde gaan.

 

Aantekening bij: 

Lukas 10:1 zeventig. Veel oude en betrouwbare Griekse handschriften hebben hier en in vers 17 ‘zeventig staan, en veel andere oude en betrouwbare hebben ‘tweeënzeventig’. Iedereen is het erover eens dat het moeilijk is om te bepalen wat het getal is dat in het oorspronkelijke manuscript gestaan moet hebben. De meeste moderne vertalingen kiezen voor 72, op grond van basisprincipes voor de bepaling van een oorspronkelijke lezing. In elk geval staat er geen leerstuk op het spel; alleen zou het getal 70 symbolisch het aantal volken van de wereld kunnen aangeven (vgl. Genesis 10). Door hen twee aan twee uit te zenden houdt Jezus Zich aan wat in het Oude Testament voor een getuigenis vereist werd (Deuteronomium 17:6; 19:15).

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 183

Lezen: Lukas 9:51-62 

Thema: Goed te volgen

Tekst voor vandaag: Lukas 9:59

 

HSV: [59] [1]Tegen een ander zei Hij: Volg Mij. Maar die zei: Heere, sta mij toe dat ik wegga om eerst mijn vader te begraven.

 

NBV21: [59] Tegen een ander zei Hij: ‘Volg Mij!’ Maar deze zei: ‘Heer, sta me toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven.’

 

BGT: [59] En Jezus zei tegen een ander: ‘Ga met me mee!’ De man antwoordde: ‘Heer, vindt u het goed als ik eerst mijn vader ga begraven?’

 

Aantekening bij: 

Lukas 9:59 Het begraven van een overleden vader gold als een dure plicht, en Jezus handhaaft onmiskenbaar het gebod om de ouders te eren (Mattheüs 15:1-9). Oppervlakkig gezien lijkt het verzoek van de man dan ook redelijk, maar de primaire reactie van de man was niet, zoals bij anderen (vgl. Lukas 5:21, 28), Jezus onmiddellijk te gehoorzamen, maar een uitvlucht te bedenken om Hem niet te hoeven volgen. Destijds nam ‘begraven’ vaak een periode van een heel jaar in beslag, vanaf het moment dat het lichaam begraven werd tot een jaar later, wanneer het gebeente van de overledene in een ossuarium (een kist voor doodbeenderen) bijgezet werd. Jezus leert dat het Koninkrijk van God boven de familie staat, ook boven elementaire familieverplichtingen.


[1]  Mattheüs 8:[21] Een ander uit Zijn discipelen zei tegen Hem: Heere, sta mij toe dat ik eerst wegga en mijn vader begraaf.