| Woord voor vandaag |
Dag: 192
Lezen: 1 Koningen 2:1-12
Thema: Oud zeer
Tekst voor vandaag: 1 Koningen 2:5
HSV: [5] En ook jíj weet wat Joab, de zoon van Zeruja, mij aangedaan heeft, en wat hij met de twee legerbevelhebbers van Israël gedaan heeft, met [1]Abner, de zoon van Ner, en met Amasa, de zoon van Jether: hij heeft hen gedood en oorlogsbloed vergoten in vredestijd. Daarbij bracht hij oorlogsbloed op de gordel die om zijn middel zat, en op de schoenen die aan zijn voeten zaten.
NBV21: [5] En er is nog iets: je weet wat Joab, de zoon van Seruja, mij heeft aangedaan – wat hij de twee opperbevelhebbers van het leger van Israël heeft aangedaan, Abner, de zoon van Ner, en Amasa, de zoon van Jeter. Die heeft hij vermoord. Hij heeft in vredestijd bloed vergoten alsof het oorlog was en zo zijn soldateneer met bloed bevlekt.
BGT: [5] Verder moet je Joab, de zoon van Seruja, straffen. Je weet wat hij mij aangedaan heeft. En wat hij Abner, de zoon van Ner, en Amasa, de zoon van Jeter, aangedaan heeft. Zij waren de legerleiders van Israël. Joab heeft hen zelf gedood. Hij heeft zijn kleren vuilgemaakt met hun bloed. En het was niet eens oorlog, het was juist een tijd van vrede.
Aantekening bij:
1 Koningen 2:5 wat Joab, de zoon van Zeruja, mij aangedaan heeft. Joab moet gedood worden om het huis van David te reinigen van ‘het bloed dat Joab zonder reden vergoten’ had (vers 31). Het is echter merkwaardig dat David zich blijkbaar niet zo bekommerde om deze bloedschuld, anders had hij zelf wel maatregelen getroffen tegen iemand die zo nuttig voor hem was geweest (bv. 2 Samuël 11:15; 14:1-33; 19:1-8). Misschien steekt er achter de van David meer politieke dan alleen vrome bezorgdheid. Als David er nier meer is, is het te gevaarlijk om Joab in leven te laten in Salomo’s verenigde koninkrijk, omdat hij meer een man van het vroegere Juda is (zoals Simeï meer een man van het vroegere Israël is, 1 Koningen 2:8-9). Tussen deze twee storende elementen uit Juda en Israël, die harmonie in de weg staan, bevind zich Barzillaï (vers 7: vgl. 2 Samuël 17:27-29; 19:31-39) uit Gilead in het Overjordaanse. Hij ie een voorbeeld van trouwe dienst aan zijn koning, en zijn zonen mogen daarom vreedzaam aan de tafel van de koning eten.
Uit de vrouwen Bijbel
Afrekenen 2 Koningen 2:5-9
David, de man naar Gods hart, gaat sterven. Maar er moeten nog wel een paar obstakels voor Salomo’s koningschap uit de weg geruimd worden. Executies zijn zelfs nodig om met de erfenis van vroeger in het reine te komen (1Koningen 2:24-46). Voor ons een werkelijkheid die schuurt en dat ook moet blijven doen. Voor die doden wordt het er immers niet beter op als ze weten dat hun dood winst oplevert. Maar toch moet er recht gedaan worden. God rekent anders.
[1] 2 Samuël 3:[27] Toen Abner weer in Hebron kwam, nam Joab hem binnen de poort terzijde om in stilte met hem te kunnen spreken. Daar stak hij hem in zijn buik, zodat hij stierf, vanwege het bloed van zijn broer Asahel.
2 Samuël 20:[10] Maar Amasa was niet op zijn hoede voor het zwaard dat in Joabs hand was. Toen stak deze hem daarmee in de buik, zodat zijn ingewanden ter aarde stortten. Zonder dat hij voor een tweede keer hoefde te steken, stierf hij. Toen joegen Joab en zijn broer Abisaï Seba, de zoon van Bichri, achterna.