| Woord voor vandaag |
Maand: mei 2022
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 140
Lezen: Jeremia 38:14-28
Thema: Geef je over …
Tekst voor vandaag: Jeremia 38:17-18
HSV: [17] Jeremia zei tegen Zedekia: Zo zegt de HEERE, de God van de legermachten, de God van Israël: Als u inderdaad naar de vorsten van de koning van Babel toe zult gaan, dan zult u uw ziel in leven houden en zal deze stad niet met vuur verbrand worden. Dan zult u in leven blijven, u en uw huis. [18] Maar als u niet naar de vorsten van de koning van Babel toe gaat, dan zal deze stad gegeven worden in de hand van de Chaldeeën. Zij zullen haar met vuur verbranden en ú zult aan hun hand niet ontkomen.
NBV21: [17] Toen zei Jeremia: ‘Dit zegt de HEER, de God van de hemelse machten, de God van Israël: Als u zich overgeeft aan de bevelhebbers van de koning van Babylonië, zult u in leven blijven. Deze stad zal niet in vlammen opgaan en u en uw familie zullen worden gespaard. [18] Maar als u zich niet overgeeft aan de bevelhebbers van de koning van Babylonië, zal deze stad in handen van de Chaldeeën worden gegeven. Ze zullen haar in vlammen doen opgaan en u zult niet aan hen ontkomen.’
BGT: [17] Toen zei Jeremia tegen Sedekia: ‘Dit zegt de Heer, de machtige God, de God van Israël: ‘Ga de stad uit en geef je over aan de legerleiders van de Babyloniërs. Dan zul je in leven blijven, en zal Jeruzalem niet verbrand worden. Dan zullen jij en je familie blijven leven. [18] Maar als je je niet overgeeft, dan wordt Jeruzalem aan de Babyloniërs gegeven. Zij zullen de stad helemaal platbranden. En dan kun jij ook niet ontsnappen.’’
Aantekening bij: Jeremia 38:17-18
Weer adviseert Jeremia overgave (Jeremia 21:1-10; 27:1-15; 38:1-5).
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 139
Lezen: Jeremia 38:1-13
Thema: Halfslachtige koning
Tekst voor vandaag: Jeremia 38:7-9
HSV: [7] Toen Ebed-Melech, de Cusjiet, een van de hovelingen die toen in het huis van de koning was, hoorde dat zij Jeremia in de put hadden gezet – de koning verbleef in de Benjaminpoort – [8] ging Ebed-Melech het huis van de koning uit en sprak tot de koning: [9] Mijn heer de koning, deze mannen hebben slecht gehandeld in alles wat zij de profeet Jeremia hebben aangedaan, die zij in de put geworpen hebben, terwijl hij ter plekke zou kunnen sterven van de honger, want er is geen brood meer in de stad.
NBV21: [7] Ebed-Melech, een hoveling afkomstig uit Nubië, hoorde daarvan. Hij bevond zich in het koninklijk paleis, terwijl de koning zitting hield in de Benjaminpoort. [8] Ebed-Melech verliet het paleis, ging naar hem toe en zei: [9] ‘Mijn heer en koning, het is misdadig dat deze mannen Jeremia in een waterkelder hebben gegooid. Waarom moet hij juist daar van honger omkomen? Elders in de stad is ook geen brood meer.’
BGT: [7-8] Ebed-Melech, een Nubiër die voor de koning werkte, was op dat moment in het paleis. Toen hij hoorde wat er gebeurd was, ging hij meteen naar de koning, bij de Benjamin-poort. Hij zei: [9] ‘Koning, die mannen hebben een zware misdaad gepleegd! Ze hebben Jeremia in een put gegooid om hem te laten sterven van de honger. Maar er is toch al geen eten meer in de stad! Waarom moet hij doodgaan op zo’n vreselijke plek?’
Aantekening bij: Jeremia 38:7 en 8-9
Ebed-melech betekent ‘dienaar van de koning’. Cusjiet. Zie aantekening bij Jesaja 18:1. Vermoedelijk was deze man niet vrijwillig in dienst van de Jedese koning. hovelingen. De term ‘hoveling’ (vgl. Genesis 37:36) kan ook ‘functionaris’ in het algemeen betekenen. Benjaminpoort. Zie Jeremia 37:13.
38:8-9 > Ebed-Melech toont meer karakter dan de zwakke Zedekia. Hij onderkent het Jeremiaaangedane onrecht en zijn levensbedreigende omstandigheden (vgl. Jeremia 39:16-18).
Aantekening bij Jesaja 18:1 land van vleugelgegons. Mogelijk van zoemende insecten, wat wijst op een Exotische omgeving. Cusj, ook vertaald met Nubië of Ethiopië (al is het niet hetzelfde als het huidige Ethiopië), was de naam van een gebied in Noordoost-Afrika langs de Nijl; het valt samen met het huidige Zuid-Egypte en Noord-Sudan, ten noordwesten van het huidige Ethiopië (vgl. Jesaja 11:11; Ezechiël 29:10). Dus aan de overkant van de rivieren van Cusj wijst waarschijnlijk op een gebied dicht bij Ethiopië.
Uit de vrouwen Bijbel
Verrassing Jeremia 38:7-13
Jeremia is wéér in een put gegooid. Op de bodem ligt modder, waar Jeremia langzaam in wegzakt. Hij gaat een afschuwelijke door tegemoet. Dan komt er hulp uit onverwachte hoek. Een allochtoon, Ebed-Melech, afkomstig uit Ethiopië, krijgt medelijden met hem. Op een slimme manier redt hij Jeremia uit die put. Heb jij weleens hulp gekregen van iemand van wie je het niet verwachtte? In Jeremia 39:16-17 lees je de belofte van God voor deze heldhaftige daad.
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 138
Lezen: Jeremia 37:11-21
Thema: Vals beschuldigd
Tekst voor vandaag: Jeremia 37:13-14
HSV: [13] En het gebeurde, toen hij in de Benjaminpoort kwam, dat de wachtcommandant daar – zijn naam was Jeria, de zoon van Selemja, de zoon van Hananja – de profeet Jeremia vastgreep en zei: U wilt overlopen naar de Chaldeeën! [14] Maar Jeremia zei: Dat is een leugen! Ik wil niet naar de Chaldeeën overlopen. Hij luisterde echter niet naar hem, maar Jeria greep Jeremia vast en bracht hem naar de vorsten.
NBV21: [13] Maar in de Benjaminpoort werd hij gearresteerd door de officier van de wacht, Jiria, de zoon van Selemja, de zoon van Chananja. ‘U wilt naar de Chaldeeën overlopen,’ zei hij. [14] ‘Dat is niet waar,’ antwoordde Jeremia, ‘ik wil niet overlopen.’ Maar Jiria geloofde hem niet, greep hem vast en bracht hem naar de raadsheren.
BGT: [13] Maar in de Benjamin-poort werd hij herkend door Jiria, een officier van het leger. Jiria was een zoon van Selemja en een kleinzoon van Chananja. Jiria liet Jeremia oppakken, en hij zei tegen hem: ‘Jij kiest de kant van de Babyloniërs!’ [14] Jeremia zei: ‘Dat is een leugen! Ik kies hun kant helemaal niet!’ Maar de officier luisterde niet en bracht hem bij de leiders van Jeruzalem.
Aantekening bij: Jeremia 37:13
Benjaminpoort. Noordelijke poort richting Benjamin. wachtcommandant. Hooggeplaatst officier. Jeria. Alleen hier en in vers 14 genoemd. overlopen naar de chaleeën. Voor de hand liggende verdenking, omdat Jeremia overgave had aangeraden (Jeremia 21:9).
Aantekening bij: Jeremia 37:14
Hoewel Jeremia ontkent en altijd de waarheid heeft gesproken, arresteert Jeria hem en brengt hem op naar de vorsten (Jeremia 26:10-24).
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 137
Lezen: Jeremia 37:1-10
Thema: Geen ontkomen aan
Tekst voor vandaag: Jeremia 37:10
HSV: [10] Ja, al zou u ook heel het leger van de Chaldeeën die tegen u strijden, verslaan, en zouden er bij hen slechts enkele zwaargewonde mannen overblijven, zij zouden opstaan, ieder in zijn tent, en deze stad met vuur verbranden.
NBV21: [10] En ook al zouden jullie de Chaldese troepen, die jullie zullen aanvallen, verslaan, dan zouden zelfs de gewonden die overblijven uit hun tenten komen en deze stad in vlammen doen opgaan.’
BGT: [10] en dan zullen ze Jeruzalem verwoesten. Stel dat jullie de Babyloniërs zouden verslaan. En stel dat er van hen alleen een paar gewonden zouden overblijven. Dan laat ik die gewonden hun tent uit komen om Jeruzalem helemaal plat te branden!’’
Aantekening bij: Jeremia 37:10
Gods woord is dat Babel met een paar zwaargewonde mannen Juda nog kan verslaan, omdat God heeft besloten Jeruzalem in handen van Babel te geven.
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 136
Lezen: Psalm 93
Thema: Koning
Tekst voor vandaag: Psalm 93:1
HSV: [1] De HEERE regeert, Hij is met majesteit bekleed, de HEERE is bekleed en heeft Zichzelf omgord met macht. Ja, vast staat de wereld, hij zal niet wankelen;
NBV21: [1] De HEER is koning, met hoogheid is Hij bekleed, de HEER is met macht bekleed en omgord. Vast staat de wereld, zij wankelt niet,
BGT: [1] Heer, u bent koning, een koning met macht, een koning met kracht! De aarde staat vast, altijd blijft ze staan.
Aantekening bij: Psalm 93:1
Vast staat de wereld, hij zal niet wankelen. In een bepaalde tijd is deze passage (vgl. Psalm 96:10; 104:5) gebruikt om bij te dragen aan het beeld van het heelal waarin de aarde stilstaat en alles eromheen draait. Dit vers houdt dat echter niet in. De term die hier vertaald is met ‘wankelen’ houdt een soort instabiliteit in dus, ‘hij zal niet wankelen’ wijst naar veiligheid, door God gegeven. (Het gaat de psalmist niet om het soort beweging die de natuurkunde bestudeert.) vgl. Psalm 46:6; 125:1; aantekening bij Psalm 10:6. Misschien betekent de uitdrukking dat de doorgaande orde van de schepping (en de morele principes die daaraan ten grondslag liggen) zeker en betrouwbaar is, verzekerd door Gods eigen betrouwbaarheid.
Aantekening bij Psalm 10:6 > Ik zal niet wankelen. Zie Psalm 15:5; 55:23 (waar het de zekerheid van de gelovige is); vgl. Psalm 30:7 (het valse vertrouwen van de zelfvoldane). Het is kwetsend voor de vromen als de goddelozen zich veilig wanen in hun goddeloosheid.
Uit de vrouwen Bijbel
De Heere is koning Psalm 93:1
De dichter spreekt niet alleen namens zichzelf, maar vertolkt het geloof van de gemeente van alle tijden en plaatsen wanneer hij jubelend uitroept: ‘De HEERE is koning.’ Dat kan ons helpen als we in ons eigen leven het zicht op Gods macht kwijt zijn.
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 135
Lezen: Jeremia 36:37-32
Thema: Dubbel verkondigd
Tekst voor vandaag: Jeremia 36:32
HSV: tekst [32] Toen nam Jeremia een andere rol en gaf die aan de schrijver Baruch, de zoon van Neria. Deze schreef daarop uit de mond van Jeremia al de woorden van de boekrol, die Jojakim, de koning van Juda, in het vuur had verbrand. Nog vele woorden als deze werden eraan toegevoegd.
NBV21: tekst [32] Hierop nam Jeremia een nieuwe rol en gaf die aan de schrijver Baruch, de zoon van Neria. Deze schreef er alles in wat Jeremia hem dicteerde, alles uit de boekrol die koning Jojakim van Juda had verbrand. Bovendien werden er veel woorden van gelijke strekking aan toegevoegd.
BGT: tekst [32] Jeremia pakte een nieuw boek en gaf het aan de schrijver Baruch. Die schreef alles op wat Jeremia zei. Eerst alle woorden die in het boek stonden dat koning Jojakim verbrand had. En daarna nog evenveel nieuwe woorden van de Heer.
Aantekening bij: Jeremia 36:32
Jeremia gehoorzaamt Gods bevel om een tweede papyrusrol te beschrijven (vers 27-28). vele woorden als deze. Jeremia is doorgegaan met profeteren, maar de manier waarop wordt niet verteld.
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 134
Lezen: Jeremia 36:14-26
Thema: Geen berouw
Tekst voor vandaag: Jeremia 36:23-24
HSV: [23] gebeurde het, zodra Jehudi drie of vier kolommen had voorgelezen, dat de koning ze met een schrijversmes afsneed en in het vuur wierp dat in het kolenbekken was, totdat heel de rol verteerd was in het vuur dat in het kolenbekken was. [24] Zij schrokken niet en zij scheurden hun kleding niet, de koning evenmin als al zijn dienaren, die al deze woorden gehoord hadden.
NBV21: [23] Telkens als Jehudi drie of vier kolommen gelezen had, sneed de koning die met een schrijversmes af en gooide hij die in het vuur van het kolenbekken, totdat de hele rol verbrand was. [24] Niemand schrok van wat hij hoorde, niemand scheurde zijn kleren, de koning niet en zijn dienaren evenmin.
BGT: [23-24] De koning en zijn dienaren schrokken niet van wat er in het boek stond. Ze scheurden hun kleren niet. Telkens als Jehudi een stuk voorgelezen had, sneed de koning dat met een mes uit het boek en gooide het in het vuur. Dat deed hij totdat het hele boek verbrand was.
Aantekening bij: Jeremia 36:23-24
De koning en zijn dienaren tonen geen enkel respect voor Gods woord, voor hen is de boekrol gewoon voedsel voor het vuur. afsneed. Gods woord met een schrijversmes in stukken snijden en verbranden is dwaasheid en minachting voor een boodschap van de almachtige Schepper en Rechter.
Uit de vrouwen Bijbel
Arrogantie ten top Jeremia 36:24
De eerste dienaren van de koning reageerden bang, als ze de profetieën Jeremia lezen (vers 16). Bij de koning zelf proef je geen angst, slechts minachting voor de woorden die Jeremia namens God heeft opgeschreven. Terwijl de profetieën alle reden tot angst geven. De koning voelt zich supermachtig, zelfs tegenover de Heere. Hij heeft het lef de boekrol stukje voor stukje in het vuur te gooien. Hoe arrogant is dat! En niemand gaat ertegenin. Zou jij het hebben gedurfd?
De verwijs Bijbel verwijst bij Jeremia 36 vers 23 naar: Johannes 12: [48] Wie Mij verwerpt en Mijn woorden niet aanneemt, heeft iets wat hem veroordeelt, namelijk het woord dat Ik gesproken heb; dat zal hem veroordelen op de laatste dag.
[49] Want Ik heb niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader, Die Mij gezonden heeft, Hijzelf heeft Mij een gebod gegeven wat Ik zeggen en wat Ik spreken moet.
[50] En Ik weet dat Zijn gebod eeuwig leven is. Wat Ik dan spreek, spreek Ik zoals de Vader Mij gezegd heeft.
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 133
Lezen: Jeremia 36:1-13
Thema: Het geschreven woord
Tekst voor vandaag: Jeremia 36:4
HSV: [4] Toen riep Jeremia Baruch, de zoon van Neria. En Baruch schreef uit de mond van Jeremia al de woorden van de HEERE die Hij tot hem gesproken had, op de boekrol.
NBV21: [4] Op verzoek van Jeremia schreef Baruch, de zoon van Neria, alle woorden van de HEER die Jeremia hem dicteerde in een boekrol.
BGT: [4] Toen riep Jeremia Baruch, de zoon van Neria, bij zich. Jeremia vertelde Baruch precies wat hij moest opschrijven. En Baruch schreef alles op in een boek, alle woorden die de Heer tegen Jeremia gezegd had.
Aantekening bij: Jeremia 36:4
Baruch (zie Jeremia 32:12-16) was Jeremia’s vriend en mededienaar van God (Jeremia 36:32; 45:1-5). Jeremia dicteerde de ‘woorden’ voor de boekrol aan Baruch. Er is een zegel gevonden met het opschrift ‘Berachjahu zoon van Neriahu, de schrijver’ dit kan de Baruch van Jeremia zijn geweest.
Uit de mannen Bijbel
Boekrol
Men plakte verschillende papyrusvellen of perkamentvellen aan elkaar om een lange lap papier te krijgen. Je kunt het vergelijken met een rol behang. Meestal werd de rol aan één kant beschreven, maar een enkele keer schreef men aan twee kanten om papier te sparen. Rond het begin van onze jaartelling werd de boekrol langzaam verdrongen door de codex, de boekvorm met ingenaaide katernen die we nu nog kennen.
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 132
Lezen: Jeremia 35:12-19
Thema: Ongehoorzaam volk
Tekst voor vandaag: Jeremia 35:15-16
HSV: [15] Ik zond tot u vroeg en laat al Mijn dienaren, de profeten, om te zeggen: [1]Bekeer u toch, ieder van zijn slechte weg, en beter uw daden, ga geen andere goden achterna om die te dienen. Dan zult u in het land blijven dat Ik u en uw vaderen gegeven heb. Maar u hebt uw oor niet geneigd en naar Mij niet geluisterd. [16] Ja, de kinderen van Jonadab, de zoon van Rechab, hebben het gebod van hun voorvader dat hij hun geboden had, gestand gedaan, maar naar Mij luistert dit volk niet.
NBV21: [15] Ik zond telkens weer mijn dienaren, de profeten, naar jullie met de oproep: Breek met je kwalijke praktijken, beter je leven, loop niet achter andere goden aan en dien ze niet. Dan zullen jullie blijven wonen in het land dat Ik je voorouders en jullie gegeven heb. Maar jullie hebben Mij niet gehoorzaamd, jullie hebben niet naar Mij geluisterd. [16] De nakomelingen van Jonadab, de zoon van Rechab, hebben het gebod van hun voorvader nageleefd, maar dit volk heeft niet naar Mij geluisterd.
BGT: [15] Ik stuurde steeds opnieuw profeten naar jullie toe. Die zeiden: ‘Stop met jullie slechte gedrag! Ga leven als goede mensen. Vereer geen andere goden meer. Dan zullen jullie blijven wonen in het land dat de Heer aan jullie en aan jullie voorouders gegeven heeft.’ Maar jullie luisterden niet. Jullie gehoorzaamden mij niet. [16] De Rechabieten hebben zich altijd gehouden aan de regels van hun voorvader Jonadab. Maar jullie hebben niet naar mij geluisterd.
Aantekening bij: Jeremia 35:15-16
God Heeft vergeefs keer op keer profeten gezonden om Juda aan het verbond te herinneren (Jeremia 7:23-25; 11:6, 7; 25:3-4; 29:19; 32:33), terwijl de Rechabieten maar eenmaal een gebod nodig hadden om hun stamvader te gehoorzamen.
Uit de Mannen Bijbel
De invloed van een vader Jeremia 35:1-19
In dit hoofdstuk komen we een bijzondere bevolkingsgroep tegen: de Rechabieten. Hun verre voorvader Jonadab heeft hun een opdracht gegeven: ‘Je moet in tenten blijven wonen en je mag geen wijn drinken.’ Deze Rechabieten hebben die voorschriften altijd nagevolgd. Als Jeremia hun als proef wijn voorzet, weigeren ze dan ook beslist!
De Heere gebruikt dat als beschamend voorbeeld voor Juda: ‘De Rechabieten luisteren beter naar het menselijke voorschrift van hun voorvader, dan dat u luistert naar de Goddelijke voorschriften die Ik geef.’
Dit stukje laat ons zien hoe groot de invloed is die wij als vaders op onze kinderen hebben. We kunnen onze kinderen een erfenis meegeven die generaties lang doorwerkt, zowel positief als negatief.
Dat is een aansporing om ook als vaders werk te maken van opvoeding waarin we onze kinderen het meest wezenlijke meegeven: een leven in de vrede des Heeren. Wie weet noemen onze achterkleinkinderen dan eens onze naam, zoals de Rechabieten de naam van hun vader Jonadab noemen: ‘Dat is de man die ons een onschatbare erfenis heeft nagelaten.
[1] Jermia 18:[11] Nu dan, zeg toch tegen de mannen van Juda en tegen de inwoners van Jeruzalem: Zo zegt de HEERE: Zie, Ik bereid onheil tegen u, bedenk een plan tegen u. Bekeer u toch, ieder van zijn slechte weg. Maak uw wegen en uw daden goed.
Jeremia 25:[5] Ze zeiden: Bekeer u toch, ieder van zijn slechte weg en van uw slechte daden. Dan zult u eeuw uit en eeuw in blijven wonen in het land dat de HEERE u en uw vaderen gegeven heeft.