HSV: [7] Toen Ebed-Melech, de Cusjiet, een van de hovelingen die toen in het huis van de koning was, hoorde dat zij Jeremia in de put hadden gezet – de koning verbleef in de Benjaminpoort – [8] ging Ebed-Melech het huis van de koning uit en sprak tot de koning: [9] Mijn heer de koning, deze mannen hebben slecht gehandeld in alles wat zij de profeet Jeremia hebben aangedaan, die zij in de put geworpen hebben, terwijl hij ter plekke zou kunnen sterven van de honger, want er is geen brood meer in de stad.
NBV21: [7] Ebed-Melech, een hoveling afkomstig uit Nubië, hoorde daarvan. Hij bevond zich in het koninklijk paleis, terwijl de koning zitting hield in de Benjaminpoort. [8] Ebed-Melech verliet het paleis, ging naar hem toe en zei: [9] ‘Mijn heer en koning, het is misdadig dat deze mannen Jeremia in een waterkelder hebben gegooid. Waarom moet hij juist daar van honger omkomen? Elders in de stad is ook geen brood meer.’
BGT: [7-8] Ebed-Melech, een Nubiër die voor de koning werkte, was op dat moment in het paleis. Toen hij hoorde wat er gebeurd was, ging hij meteen naar de koning, bij de Benjamin-poort. Hij zei: [9] ‘Koning, die mannen hebben een zware misdaad gepleegd! Ze hebben Jeremia in een put gegooid om hem te laten sterven van de honger. Maar er is toch al geen eten meer in de stad! Waarom moet hij doodgaan op zo’n vreselijke plek?’
Aantekening bij: Jeremia 38:7 en 8-9
Ebed-melech betekent ‘dienaar van de koning’. Cusjiet. Zie aantekening bij Jesaja 18:1. Vermoedelijk was deze man niet vrijwillig in dienst van de Jedese koning. hovelingen. De term ‘hoveling’ (vgl. Genesis 37:36) kan ook ‘functionaris’ in het algemeen betekenen. Benjaminpoort. Zie Jeremia 37:13.
38:8-9 > Ebed-Melech toont meer karakter dan de zwakke Zedekia. Hij onderkent het Jeremiaaangedane onrecht en zijn levensbedreigende omstandigheden (vgl. Jeremia 39:16-18).
Aantekening bij Jesaja 18:1 land van vleugelgegons. Mogelijk van zoemende insecten, wat wijst op een Exotische omgeving. Cusj, ook vertaald met Nubië of Ethiopië (al is het niet hetzelfde als het huidige Ethiopië), was de naam van een gebied in Noordoost-Afrika langs de Nijl; het valt samen met het huidige Zuid-Egypte en Noord-Sudan, ten noordwesten van het huidige Ethiopië (vgl. Jesaja 11:11; Ezechiël 29:10). Dus aan de overkant van de rivieren van Cusj wijst waarschijnlijk op een gebied dicht bij Ethiopië.
Uit de vrouwen Bijbel
Verrassing Jeremia 38:7-13
Jeremia is wéér in een put gegooid. Op de bodem ligt modder, waar Jeremia langzaam in wegzakt. Hij gaat een afschuwelijke door tegemoet. Dan komt er hulp uit onverwachte hoek. Een allochtoon, Ebed-Melech, afkomstig uit Ethiopië, krijgt medelijden met hem. Op een slimme manier redt hij Jeremia uit die put. Heb jij weleens hulp gekregen van iemand van wie je het niet verwachtte? In Jeremia 39:16-17 lees je de belofte van God voor deze heldhaftige daad.