HSV: [23] gebeurde het, zodra Jehudi drie of vier kolommen had voorgelezen, dat de koning ze met een schrijversmes afsneed en in het vuur wierp dat in het kolenbekken was, totdat heel de rol verteerd was in het vuur dat in het kolenbekken was. [24] Zij schrokken niet en zij scheurden hun kleding niet, de koning evenmin als al zijn dienaren, die al deze woorden gehoord hadden.
NBV21: [23] Telkens als Jehudi drie of vier kolommen gelezen had, sneed de koning die met een schrijversmes af en gooide hij die in het vuur van het kolenbekken, totdat de hele rol verbrand was. [24] Niemand schrok van wat hij hoorde, niemand scheurde zijn kleren, de koning niet en zijn dienaren evenmin.
BGT: [23-24] De koning en zijn dienaren schrokken niet van wat er in het boek stond. Ze scheurden hun kleren niet. Telkens als Jehudi een stuk voorgelezen had, sneed de koning dat met een mes uit het boek en gooide het in het vuur. Dat deed hij totdat het hele boek verbrand was.
Aantekening bij: Jeremia 36:23-24
De koning en zijn dienaren tonen geen enkel respect voor Gods woord, voor hen is de boekrol gewoon voedsel voor het vuur. afsneed. Gods woord met een schrijversmes in stukken snijden en verbranden is dwaasheid en minachting voor een boodschap van de almachtige Schepper en Rechter.
Uit de vrouwen Bijbel
Arrogantie ten top Jeremia 36:24
De eerste dienaren van de koning reageerden bang, als ze de profetieën Jeremia lezen (vers 16). Bij de koning zelf proef je geen angst, slechts minachting voor de woorden die Jeremia namens God heeft opgeschreven. Terwijl de profetieën alle reden tot angst geven. De koning voelt zich supermachtig, zelfs tegenover de Heere. Hij heeft het lef de boekrol stukje voor stukje in het vuur te gooien. Hoe arrogant is dat! En niemand gaat ertegenin. Zou jij het hebben gedurfd?
De verwijs Bijbel verwijst bij Jeremia 36 vers 23 naar: Johannes 12: [48] Wie Mij verwerpt en Mijn woorden niet aanneemt, heeft iets wat hem veroordeelt, namelijk het woord dat Ik gesproken heb; dat zal hem veroordelen op de laatste dag.
[49] Want Ik heb niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader, Die Mij gezonden heeft, Hijzelf heeft Mij een gebod gegeven wat Ik zeggen en wat Ik spreken moet.
[50] En Ik weet dat Zijn gebod eeuwig leven is. Wat Ik dan spreek, spreek Ik zoals de Vader Mij gezegd heeft.