| Woord voor vandaag |
Maand: mei 2022
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 130
Lezen: Jeremia 34:8-22
Thema: Niet meer vrij
Tekst voor vandaag: Jeremia 34:11
HSV: [11] Daarna kwamen zij er echter op terug en lieten de slaven en de slavinnen terugkomen die zij vrij hadden laten weggaan, en onderwierpen hen weer als slaven en als slavinnen.
NBV21: [11] Maar enige tijd later kwamen ze erop terug. Ze haalden hun vrijgelaten slaven en slavinnen terug en onderwierpen hen opnieuw.
BGT: [11] Maar een tijdje later haalden ze alle mensen die vrijgelaten waren, weer terug. Ze dwongen hen om opnieuw slaaf te worden.
Aantekening bij: Jeremia 34:8-11
Eenmaal, toen Jeruzalem vreesde voor acuut gevaar, heeft men alle Hebreeuwse slaven vrijgelaten, zodat ze konden meevechten. Daarna … echter. Toen het gevaar week, heeft men hun de vrijheid weer ontnomen.
Uit de vrouwen Bijbel
Spijt Jeremia 34:8-16
Goede voornemens … hoe vaak mislukken ze bij jou? Het lukt niet en je wilt het eigenlijk ook niet eens meer. Zoiets lezen we in deze verzen. Zoals in de wetten van Mozes beschreven staat, hadden de Israëlieten besloten om hun slaven vrij te laten. Maar korte tijd later komen ze erop terug. Het leven zonder slaven valt tegen. Je proeft Gods woede over deze ongehoorzaamheid, en de Heere reageert dan ook met de aanzegging van een totale verwoesting.
Mensenrechten Jeremia 34:8-15
Het hebben van slaven was in de tijd van Jeremia heel gewoon. Maar het volk Israël had wel bijzondere regels van de Heere gekregen. Na zes jaar mocht de slaaf als vrij mens weggaan (Exodus 21:2). Een klein verschil met grote betekenis. Een medemens is nooit je bezit, ook al werkt hij of zij voor je. Dat is een grondrecht voor ieder mens. Denk je dat onze moderne samenleving vrij is van slavernij?
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 129
Lezen: Jeremia 34:1-7
Thema: Een vredig einde
Tekst voor vandaag: Jeremia 34:4-5
HSV: [4] Maar hoor het woord van de HEERE, Zedekia, koning van Juda! Zo zegt de HEERE over u: U zult niet sterven door het zwaard, [5] u zult sterven in vrede. En zoals er vuren ontstoken zijn voor uw vaderen, de vroegere koningen, die vóór u waren, zo zullen zij ook voor u vuren branden en over u rouw bedrijven door te roepen: Ach heer! Ík immers heb dit woord gesproken, spreekt de HEERE.
NBV21: [4] Maar, koning Sedekia van Juda, luister naar de woorden van de HEER. Dit zegt de HEER tegen jou: Je zult geen gewelddadige dood sterven, [5] maar in vrede heengaan. Zoals er voor je voorouders, de koningen die voor je hebben geregeerd, rouwvuren werden ontstoken, zo zullen die ook voor jou worden ontstoken. En je onderdanen zullen met “Ach heer!” een klaaglied over je aanheffen. Dit is mijn belofte – spreekt de HEER.’
BGT: [4] Maar luister, Sedekia, koning van Juda! Dit zeg ik, de Heer: Jij zult niet gedood worden. [5] En later, als je in vrede gestorven bent, zullen de mensen om je rouwen. Ze zullen vuren aansteken, net zoals ze deden voor alle koningen die vroeger leefden. Iedereen zal om je rouwen, en roepen: ‘Ach, mijn koning!’’
Aantekening bij: Jeremia 34:3-5
Zedekia zal de strijd verliezen en zijn vrijheid ook. Hij zal naar Babel worden gebracht met veel van zijn onderdanen (Jeremia 21:7). 2 Koningen 25:6-7 verhaalt die geschiedenis: Zedekia komt in Ribla oog in oog met de koning van Babel te staan, zijn zonen worden gedood, hemzelf worden de ogen uit gestoken en dan wordt hij afgevoerd naar Babel. Maar God vergunt hem te sterven in vrede, omdat hij een nazaat van David is (vgl. Jeremia 52:11).
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 128
Lezen: Psalm 77
Thema: Onrust en ontzag
Tekst voor vandaag: Psalm 77:5-10
HSV: [5] U hield mijn ogen wakend, ik was verontrust en sprak niet. [6] Ik overdacht de dagen vanouds, de jaren van vroegere eeuwen. [7] Ik dacht aan mijn snarenspel, ’s nachts peinsde ik in mijn hart, en mijn geest onderzocht: [8] Zou de Heere dan in alle eeuwigheid verstoten en voortaan niet meer goedgezind zijn? [9] Houdt Zijn goedertierenheid voor altijd op? Komt aan Zijn toezegging een einde, van generatie op generatie? [10] Heeft God vergeten genadig te zijn? Of heeft Hij Zijn barmhartigheid door toorn afgesloten?
NBV21: [5] U laat me mijn ogen niet sluiten, van onrust vind ik geen woorden, [6] ik zie terug op voorbije tijden, op de dagen en jaren van vroeger, [7] bij nacht denk ik aan mijn spel op de snaren, mijn hart zoekt, mijn geest vraagt: [8] Zou de Heer voor eeuwig verstoten, zou Hij niet langer liefhebben? [9] Is zijn trouw voorgoed verdwenen, zijn woord voor eens en altijd verstomd? [10] Vergeet God genadig te zijn, verbergt zijn ontferming zich achter zijn toorn?
BGT: [5] Door God kan ik niet meer slapen. Ik ben onrustig, maar ik weet niet waarom. [6] Ik denk aan vroeger, aan de jaren die voorbij zijn. [7] Toen zong ik voor God in de nacht. Nu lig ik maar te denken, ik zoek een antwoord op mijn vragen. [8] Wil de Heer zijn volk nooit meer zien? Zal hij nooit meer van ons houden? [9] Laat hij ons voorgoed alleen? Zal hij nooit meer spreken? [10] Weet God niet meer wat vergeving is? Is hij alleen nog maar woedend?
Aantekening bij: Psalm 77:5-10
Specifieke klacht: Heeft God vergeten genadig te zijn? Nu beschrijft de psalm wat er zo veel onrust veroorzaakt bij de zanger: gedurende de nacht, wanneer hij niet kan slapen? (vers 5-7), tobt hij over de vraag of God Zijn volk in alle eeuwigheid zou verstoten (vers 8-10).
De verwijs Bijbel verwijst bij 10 naar:
Hebreeën 8:[8] Want hen berispend zegt Hij tegen hen: Zie, de dagen komen, spreekt de Heere, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten, [9] niet overeenkomstig het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb, op de dag toen Ik hen bij de hand nam om hen uit het land Egypte uit te leiden. Want zij bleven niet in Mijn verbond en Ik heb geen acht meer op hen geslagen, zegt de Heere. [10] Want dit is het verbond dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven en Ik zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 127
Lezen: Jeremia 33:14-26
Thema: Vervulling van de belofte
Tekst voor vandaag: Jeremia 33:25-26
HSV: [25] Zo zegt de HEERE: Als Mijn verbond met de dag en de nacht er niet is, als Ik de vaste orde van de hemel en de aarde niet geregeld heb, [26] dan zal Ik ook het nageslacht van Jakob en van Mijn dienaar David verwerpen, zodat Ik uit zijn nageslacht geen heersers over het nageslacht van Abraham, Izak en Jakob zal nemen. Want Ik zal een omkeer brengen in hun gevangenschap en Mij over hen [1]ontfermen.
NBV21: [25] Maar dit zegt de HEER: Ik heb een verbond met de dag en de nacht gesloten en de hemel en de aarde aan vaste wetten onderworpen. [26] Zomin als Ik die zal verwerpen, zal Ik het nageslacht van Jakob en van mijn dienaar David verwerpen. Ik zal altijd een van zijn nakomelingen laten heersen over het nageslacht van Abraham, Isaak en Jakob. Ik zal hun lot ten goede keren en mij over hen ontfermen.’
BGT: [25] Maar dit zeg ik, de Heer: Ik heb de tijden van de dag en de nacht bepaald, en de plaats van de hemel en de aarde. Dat zal altijd zo blijven. [26] Net zo zullen Israël en Juda altijd mijn volk blijven. Want ik heb beloofd dat het volk van Abraham, Isaak en Jakob altijd blijft bestaan. En ik heb beloofd dat ik steeds een nakomeling van David zal aanwijzen als koning van mijn volk. Ik zal ervoor zorgen dat het weer goed gaat met mijn volk. Ik zal weer medelijden met hen hebben.’
Aantekening bij: Jeremia 33:25-26
God Herhaald nog eens (vgl. Jeremia 31:35-37; 33:19-22) dat de vernieuwing van Juda en Israël en hun blijvende gemeenschap met Hem even zeker is als de vaste orde van de schepping. Hij zal, hoe dan ook, Zijn belofte nakomen.
[1] Jeremia 31:[20] Is Efraïm voor Mij niet een dierbare zoon, is hij voor Mij niet een lievelingskind? Want zo dikwijls als Ik tot hem spreek, denk Ik nog voortdurend aan hem. Daarom is Mijn binnenste bewogen over hem, Ik zal Mij zeker over hem ontfermen, spreekt de HEERE.
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 126
Lezen: Jeremia 33:1-13
Thema: Een keer in het lot van Juda en Israël
Tekst voor vandaag: Jeremia 33:7
HSV: [7] Ik zal een omkeer brengen in de gevangenschap van Juda en in de [1]gevangenschap van Israël, en hen [2]opbouwen als vroeger.
NBV21: [7] Ik breng een keer in het lot van Juda en Israël en maak ze weer tot het volk van vroeger.
BGT: [7] Ik zal ervoor zorgen dat het weer goed gaat met Juda en met Israël. Alles wordt weer net als vroeger.
Aantekening bij: Jeremia 33:6-8
Maar dan belooft Hij herstel en genezing voor Jeruzalems ‘wonden’ (verwoesting, zie Jeremia 30:16-17). Doch eerst zal Hij hen reinigen van al hun ongerechtigheid.
Uit de vrouwen Bijbel
Vergeving Jeremia 33:8
De aangekondigde straf is werkelijkheid geworden. De toestand van het volk is rampzalig. En dan horen we opeens woorden van reiniging en vergeving. Nu is het tijd voor Gods redding! Al in de opdracht voor Jeremia lezen we dat hij niet alleen over de verwoesting van het volk moet profeteren, maar ook over nieuwe bloei (Jeremia 1:10). In deze verzen wordt duidelijk dat deze vernieuwing en redding van God komen, ze zijn onverdiende genade.
[1] Jeremia 32:[44] Men zal akkers kopen voor geld, de koopbrieven ondertekenen en verzegelen, en die door getuigen laten bevestigen in het land van Benjamin, in de omstreken van Jeruzalem, in de steden van Juda, in de steden van het Bergland, in de steden van het Laagland, en in de steden van het Zuiderland. Ik zal namelijk een omkeer brengen in hun gevangenschap, spreekt de HEERE.
[2] Jeremia 24:[6] Ik zal Mijn oog op hen gericht houden ten goede en Ik zal hen naar dit land doen terugkeren. Ik zal hen bouwen en niet afbreken. Ik zal hen planten en niet wegrukken.
Jeremia 31:[4] Ik zal u weer bouwen en u zult gebouwd worden, maagd Israël. Opnieuw zult u zich tooien met uw tamboerijnen, opnieuw zult u uittrekken in een reidans van vrolijke mensen.
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 125
Lezen: Psalm 55:17-24
Thema: Vertrouwen
Tekst voor vandaag: Psalm 55:23-24
HSV: [23] Werp uw zorg op de HEERE, en Híj zal u onderhouden; Hij zal voor eeuwig niet toelaten dat de rechtvaardige wankelt. [24] Maar U, o God, U zult de mannen van bloed en bedrog doen neerdalen in de put van het verderf; zij zullen nog niet de helft van hun dagen bereiken. Ik echter vertrouw op U.
NBV21: [23] Leg je last op de HEER en Hij zal je steunen, nooit zal Hij dulden dat een rechtvaardige ten val komt. [24] Maar hen, God, doet U neerdalen in de kuil der ontbinding. Die mannen van bloed en bedrog – zij zullen hun leven niet half voltooien, maar ik, ik vertrouw op U.
BGT: [23] Vertrouw op de Heer als het leven zwaar is. Hij zal voor je zorgen. Goede mensen laat hij nooit in de steek. [24] God stuurt zijn vijanden naar het land van de dood. Moordenaars en bedriegers zijn het! Hij laat ze sterven als ze nog jong zijn. Maar ik, ik mag op God vertrouwen.
Aantekening bij: Psalm 55:23-24
Werp uw zorg op de Heere. De zanger uit zich tegenover elk van zijn medezangers (uw vers 23) en daarna tegenover God (U, o God, vers 24). De reden dat de gelovigen hun zorg op de Heere werpen, is dat het Hem toevertrouwd is het oordeel te brengen over de kwaaddoeners. De psalmen zeggen niet wanneer God hen zal doen neerdalen in de put van verderf; de gelovigen zullen wachten op Gods tijd.
Uit de mannen Bijbel
In de storm Psalm 55:24
Wanneer er een storm over je leven raast, wordt de grond soms onder je voeten vandaan geslagen. Dan zoek je houvast. Deze Psalm verwoordt de veelheid aan emoties die op zo’n moment door je heen gaan: angst voor wat anderen je kunnen aandoen (vers 4-6); weg willen vluchten van je problemen (vers 9); wraakgevoelens (vers 10, 16); teleurstelling in mensen die je vertrouwde (vers 13-16); enorm verdriet (vers 3, 18). Het mag er allemaal zijn.
Maar deze Psalm biedt ook houvast te midden van de storm: zoek God en vraag Hem om recht te doen (vers 2-3, 10, 24); herinner je wat Hij voor je heeft gedaan (vers 19); vertrouw op Hem (vers 17, 22, 24). Dat alles wordt door David prachtig samengevat in een krachtig statement: ‘Werp uw zorg op de Heere, en Hij zal u onderhouden; Hij zal voor eeuwig niet toelaten dat de rechtvaardige wankelt’ (vers 23). In zijn brief aan geplaagde en vervolgde christenen citeert Petrus deze tekst om de gemeente te bemoedigen (1Petrus 5:7).
De storm van aanvechting kan hevig zijn en vijandschap van omstanders groot (vers 4). Groter dan jij bent. Maar vergeet één ding niet: God is groter dan de storm.
Uit de vrouwen Bijbel
Toch vleugels Psalm 55:23
David is lamgeslagen door de haat en het verraad van zijn vijanden. Zelf zijn geloofsgenoten laten hem in de steek (vers 13-15). Kon hij maar wegvliegen uit het verdriet en de pijn, de zonde en de zorgen. Maar het kan niet. Er rest hem maar één alternatief: vluchten tot God. En als hij dat gedaan heeft, spreekt hij over de redding alsof deze al heeft plaatsgevonden (vers 19)!
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 124
Lezen: Psalm 55:1-16
Thema: Opgejaagd
Tekst voor vandaag: Psalm 55:7-9
HSV: [7] Daarom zeg ik: Och, gaf iemand mij vleugels als van een duif! Ik zou wegvliegen naar waar ik blijven kon. [8] Zie, ik zou ver wegzwerven, ik zou overnachten in de woestijn. [9] Ik zou mij haasten zodat ik zou ontkomen aan de rukwind, aan de storm.
NBV21: [7] Had ik vleugels als een duif, ik zou opvliegen en neerstrijken, [8] ver, ver weg zou ik vluchten, overnachten in de woestijn, [9] haastig beschutting zoeken tegen de vlagen van de stormwind.
BGT: [7] O, had ik maar vleugels, net als een duif! Dan zou ik wegvliegen, op zoek naar rust. [8] Ver weg zou ik vluchten, ’s nachts zou ik slapen in de woestijn. [9] Ik zou vluchten naar een veilige plek, waar wind en storm me niet kunnen raken.
Aantekening bij: Psalm 55:5-9
Ik ben wanhopig. Dit gedeelte beschrijft de ernstige toestand van de zanger: beef, dodelijke schrik, vrees en beven en huiver. Als hij kon wegvliegen (de duif is mogelijk een symbool van zowel onschuld als snelheid), zou hij zijn toevlucht zoeken in de woestijn (weg van de rukwind).
Uit de vrouwen Bijbel
Reageren op kwaad Psalm 55:7-8
David zou wel willen vliegen om één moment van de zorgen van het leven bevrijd te zijn. Luther maakt in zijn uitleg bij deze Psalm duidelijk waarom dat niet kan. ‘Elke Abel heeft zijn Kaïn, elke David zijn Saul, elke Christus zijn Judas.’ Elke christen dus ook. De vraag is wat we met dat verraad in eigen kring doen. David kraag ruimte door het gebed bij God (vers 7, 10) neer te leggen.
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 123
Lezen: Johannes 21:15-25
Thema: Onbeschreven daden
Tekst voor vandaag: Johannes 21:25
HSV: [25] [1]En er zijn nog veel andere dingen die Jezus gedaan heeft. Als die ieder afzonderlijk beschreven zouden worden, dan zou, denk ik, de wereld zelf de geschreven boeken niet kunnen bevatten. Amen.
NBV21: [25] Jezus heeft nog veel meer gedaan: als al zijn daden, een voor een, opgeschreven zouden worden, zou de wereld, denk ik, te klein zijn voor de boeken die dan geschreven moesten worden.
BGT: [25] Jezus heeft nog veel meer dingen gedaan. Maar dat kan niet allemaal in boeken worden opgeschreven. Want de wereld is te klein voor zo veel boeken.
Aantekening bij: Johannes 21:25
Zou … de wereld zelf de geschreven boeken niet kunnen bevatten. Johannes’ slotopmerking duidt de grenzeloze omvang aan van alles wat Jezus als de eeuwige Zoon van God (zie Johannes 1:1-3) voor het behoud van de mensheid heeft gedaan door Zijn vleeswording, leven, sterven, opstanding en hemelvaart.
[1] Johannes 20:[30] Jezus nu heeft in aanwezigheid van Zijn discipelen nog wel veel andere tekenen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek,
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 122
Lezen: Johannes 21:1-14
Thema: Goede raad
Tekst voor vandaag: Johannes 21:6
HSV: [6] En Hij zei tegen hen: [1]Werp het net uit aan de rechterkant van het schip en u zult vinden. Dus wierpen zij het uit en zij konden het niet meer trekken vanwege de grote hoeveelheid vissen.
NBV21: [6] ‘Gooi het net uit aan de rechterkant van het schip,’ riep Jezus, ‘dan lukt het wel.’ Ze wierpen het net uit, en er zat zo veel vis in dat ze het niet omhoog konden trekken.
BGT: [6] Toen zei Jezus: ‘Gooi het net dan uit aan de rechterkant van de boot, dan zullen jullie wel wat vangen!’ Dat deden ze. Toen zat het net zo vol met vissen, dat ze het niet meer aan boord konden trekken.
Aantekening bij: Johannes 21:6
Korte overdenking
Simon Petrus was met de andere discipelen gaan vissen. Ze hadden hun oude beroep weer een nachtje opgepakt. Maar helaas niets gevangen. Toen ze bijna weer thuis waren stond er een man aan de oever die hen vroeg of ze wat vis hadden gevangen, maar hun antwoord was helaas, NEE. Ze konden niet zien, wie de man was. Deze man gaf hun een goede raad. Ze moesten het net aan de rechterkant van het schip in zee werpen, want daar was wel vis. Ze deden wat de man hen had aangeraden, en toen ze het net weer naar binnen wilden halen, lukte het niet vanwege de grote hoeveelheid vis.
Wat opvalt is dat de ervaren vissers een onbekende man gehoorzaamden en daardoor een grote hoeveelheid vis vingen. Wij weten dat het Jezus was die hen de goede raad gaf. Misschien kunnen wij hiervan leren dat je niet altijd op je eigenkennis moet blijven vertrouwen, maar ook de goede raad van een ander mag onderzoeken. Ook tot ons wil Jezus spreken, door de bijbel of door anderen heen.
[1] Lukas 5:[4] Toen Hij ophield met spreken, zei Hij tegen Simon: Vaar naar het diepe gedeelte en werp uw netten uit om te vangen.
Lukas 5:[6] En nadat zij dat gedaan hadden, vingen zij een grote hoeveelheid vissen en hun net begon te scheuren. [7] En zij wenkten hun metgezellen, die in het andere schip waren, dat zij hen moesten komen helpen. Die kwamen en zij vulden beide schepen, zodat zij bijna zonken.