Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

PSALM 86 : 1 – 7   

DAG 223

LEZEN: PSALM 86   

THEMA: Roep om hulp 

(HSV) HEERE, neig Uw oor, verhoor mij, want ik ben ellendig en arm [2] Bewaar mijn ziel, want ik ben Uw gunsteling; U, mijn God, verlos Uw dienaar, die op U vertrouwt. [3] Wees mij genadig, Heere, want ik roep tot U de hele dag. [4] Verblijd de ziel van Uw dienaar, want tot U, Heere, hef ik mijn ziel op. [5] U, Heere, bent immers goed, mild om te vergeven en rijk aan goedertierenheid voor allen die U aanroepen. [6] HEERE, neem mijn gebed ter ore, sla acht op mijn luide smeekbeden. [7] [1]In de dag van mijn benauwdheid roep ik U aan, want U verhoort mij.

(BGT) [1] Een gebed van David. Heer, luister naar mij en geef mij antwoord! Ik ben ongelukkig en alleen. [2] Bescherm mij, want ik ben trouw aan u. Red mij, want u bent mijn God, op u vertrouw ik. [3] Heer, wees goed voor mij. Tot u bid ik, elke dag weer. [4] Maak mij weer blij en gelukkig, want ik ben uw dienaar. Ik verlang naar u, Heer. [5] U bent goed en vol liefde, u vergeeft mensen die tot u bidden. [6] Heer, hoor mijn gebed, hoor hoe ik om hulp smeek. [7] Het gaat slecht met mij, daarom bid ik tot u. Ik weet dat u mij antwoord geeft.

Aantekening

Psalm 86 : 1 – 7  Verlos uw dienaar, die op U vertrouwt. Het begin van de Psalm is een algemene roep om hulp (bewaar mijn ziel, verlos Uw dienaar), zonder de aard van de benauwdheid aan te geven – dat komt pas in het derde gedeelte aan de orde (vers 14-17). De biddende persoon geeft redenen aan waarom God zou moeten antwoorden, zoals aangegeven door de passages die worden ingeleid met want (vers 2-5). De eerste is de oprechtheid van zijn geloof (vers 2: want ik ben Uw gunsteling … die op U vertrouwt). De tweede is de ernst waarmee hij bidt, steunend op God, niet op andere goden (vers 3-7): want ik roep tot U de hele dag … tot U Heere, hef ik mijn ziel op. De derde is de wezenlijke belijdenis van Gods goedgunstige karakter, zoals benadrukt in de Pentateuch (vers 5: U, Heere, bent immers goed, mild om te vergeven en rijk aan goedertierenheid voor allen die U aanroepen). Iedereen die dit lied van harte zingt, kan dus verzekerd zijn van Gods aandacht.


[1]  Psalm 50:[15] Roep Mij aan in de dag van benauwdheid; Ik zal u eruit helpen en u zult Mij eren.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

ROMEINEN 15 : 4   

DAG 222

LEZEN: ROMEINEN 15 : 1 – 13   

THEMA: Bijbelstudie 

(HSV) [4] [1]Want alles wat eertijds geschreven is, is tot onze onderwijzing eerder geschreven, opdat wij in de weg van volharding en vertroosting door de Schriften de hoop zouden behouden.

(BGT) [4] Alles wat in de heilige boeken staat, is al lang geleden opgeschreven voor ons. Het geeft ons uitleg over Gods plan. Zo geven de heilige boeken ons moed om vol te houden, en om op God te blijven vertrouwen.

Aantekening

Romeinen 15 : 4  alles wat eertijds geschreven is omvat heel het Oude Testament. Paulus spreekt het vertrouwen uit dat de oudtestamentische Schriften werden geschreven als onderwijzing en vertroosting voor hen die bij God horen. Dat impliceert voor hem indirect dat heel het Oude Testament Gods woord is. God heeft het zo geleid dat Zijn woorden niet alleen bedoeld waren voor de tijd waarin ze werden geschreven, maar ook voor latere eeuwen.

Gouden regel               Romeinen 15:1-13        (Uit de Mannen bijbel)

‘Alles dan wat u wilt dat de mensen u doen, doet u hun ook zo’ (Mattheüs 7:12). Dit is de zogenaamde gouden regel. Paulus past deze regel toe op de gemeente. We verschillen nu eenmaal van elkaar. Maar dat is geen reden om elkaar af te breken. We zijn binnen de gemeente geroepen om elkaar op te bouwen. Sommigen zijn sterk in het geloof, anderen zwak. Draag daarom elkaars zwakheden. Waarom? Om als gemeente een eenheid te vormen, zodat we God verheerlijken ‘met één mond’ (Romeinen 15:6).                                                                      Maar er is meer. Het boek Romeinen maakt duidelijk dat ook de heidenen bij Gods volk mogen horen. In vers 9-12 somt Paulus een aantal teksten uit het Oude Testament op. Heidenvolken zullen Jezus massaal aanbidden en grootmaken. Dat is een belofte! Zien we uit naar de vervulling van deze belofte? Hoe helpen we daarbij? Door onderlinge eenheid na te streven.  De gouden regel helpt ons daarbij. Houd daarom de woorden van Jezus uit Mattheüs 7 in gedachte. Met de wens van Paulus: ‘De God nu van de hoop moge u vervullen met alle blijdschap en vrede in het geloven, opdat u overvloedig bent in de hoop, door de kracht van de Heilige Geest’ (Romeinen 15:13).

De verwijsbijbel verwijst bij vers 4 van Romeinen 15 naar :

Psalm 119: [43] Ontruk het woord van de waarheid niet geheel en al aan mijn mond, want ik hoop op Uw bepalingen. [44] Dan zal ik steeds Uw wet in acht nemen, voor eeuwig en altijd. [45] Ik zal wandelen op ruime baan, omdat ik Uw bevelen gezocht heb. [46] Ook zal ik voor koningen spreken over Uw getuigenissen en mij niet schamen. [47] Ik verblijd mij in Uw geboden, die ik liefheb. [48] Ik hef mijn handen op naar Uw geboden, die ik liefheb, en overdenk Uw verordeningen. [49] Denk aan het woord gesproken tot Uw dienaar, waarop U mij deed hopen. [50] Dit is mij tot troost in mijn ellende: dat Uw belofte mij levend heeft gemaakt.


[1]  Romeinen 4:[23] Nu is het niet alleen ter wille van hem geschreven dat het hem toegerekend is,

     [24] maar ook ter wille van ons, aan wie het zal worden toegerekend, aan ons namelijk die geloven in Hem Die Jezus, onze Heere, uit de doden opgewekt heeft,

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

ROMEINEN 14 : 20 – 21   

DAG 221

LEZEN: ROMEINEN 14 : 13 – 23   

THEMA: Overtuigingskracht 

(HSV) [20] Breek niet om wat u eet het werk van God af. [1]Alle dingen zijn wel rein, maar het is zondig voor hem die door wat hij eet aanstoot geeft. [21] [2]Het is goed geen vlees te eten, geen wijn te drinken en niets te doen waaraan uw broeder aanstoot neemt, waarover hij struikelt of waarin hij zwak is.

(BGT) [20] Breng de eenheid in Gods kerk niet in gevaar door zomaar alles te eten. Zeker, al het eten is rein, je mag alles eten. Maar het is verkeerd als je daarmee het geloof van anderen in gevaar brengt.  [21] Je mag het geloof van anderen niet in gevaar brengen door vlees te eten of door wijn te drinken. Laat die dingen dan liever staan!

Aantekening

Romeinen 14 : 20 – 21  Paulus roept de sterken op tot het volgende: Breek niet … het werk van Godin de zwakken af, door aanstoot te geven om wat u eet. Hij verzekert de sterken dat al het voedsel reinis (weer een indicatie dat het hier om de Joodse voedselwetten gaat), maar zelfs de sterken die er geen moeite mee hebben dergelijk voedsel te eten, zondigen wanneer anderen struikelen en van Christus verwijderd raken door hun gedrag.


[1]  Titus 1:[15] Alle dingen zijn wel rein voor hen die rein zijn, maar voor hen die bezoedeld en ongelovig zijn, is niets rein, maar hun verstand en ook hun geweten zijn bezoedeld.

[2]  1 Korinthe 8:[13] Daarom, als het voedsel mijn broeder doet struikelen, dan zal ik in eeuwigheid geen vlees meer eten, opdat ik mijn broeder geen oorzaak geef tot struikelen.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

ROMEINEN 14 : 10 – 12   

DAG 220

LEZEN: ROMEINEN 14 : 1 – 12   

THEMA: Plicht van de sterkste 

(HSV) [10] U echter, wat oordeelt u uw broeder? Of ook u, wat minacht u uw broeder? [1]Wij zullen immers allen voor de rechterstoel van Christus gesteld worden. [11] Want er staat geschreven: [2]Zo waar als Ik leef, zegt de Heere: Voor Mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal God belijden. [12] [3]Zo zal dan nu ieder van ons voor zichzelf rekenschap geven aan God.

(BGT) [10] Zeg nooit over andere gelovigen: ‘Wat zij doen, is verkeerd!’ En denk ook niet dat je beter bent dan andere gelovigen. Want op een dag staan we allemaal voor Gods troon. En dan zal God over ons rechtspreken.  [11] In de heilige boeken zegt God: «Zo zeker als ik leef, alle mensen zullen voor mij knielen en mij eren. »  [12] God zal ons dus allemaal beoordelen op onze eigen daden.

Aantekening

Romeinen 14 : 10 – 12  De sterken moeten de zwakken niet minachten, en de zwakken moeten de sterken niet veroordelen, want allen zullen voor God staan, Die over hen zal oordelen op de laatste dag. De toekomstige dag van het oordeel is voorspeld in Jesaja 45:23. Ieder zal tijdens dat oordeel rekenschap over zijn leven geven aan God. Rechtvaardiging wordt alleen door geloof verkregen, maar wat christenen gedaan hebben zal wel invloed hebben op Gods beoordeling van hun dienst aan Hem en de beloningen die ze zullen ontvangen (vgl. 1 Korinthe 3:10-17; 2 Korinthe 5:10).

Verbonden met God     Romeinen 14:6-16        (Uit de Vrouwen Bijbel)

Als het goed is, staat de Heere centraal in je leven en niet jezelf. Zo ben je nauw met Hem verbonden. Vanuit die relatie maakt elke gelovige zijn eigen afweging. God beoordeelt of je dat doet vanuit zelfgerichtheid of vanuit toewijding aan Hem. Vrijheid is daarbij nooit een vrijbrief om een ander ‘omver’ te praten. Dan maak je het die ander moeilijk in zijn of haar relatie met de Heere!  


[1]  Mattheüs 25:[31] Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid.

   2 Korinthe 5:[10] Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat ieder vergelding ontvangt voor wat hij door middel van zijn lichaam gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.

[2]  Jesaja 45:[23] Ik heb gezworen bij Mijzelf – uit Mijn mond is in gerechtigheid een woord uitgegaan en het zal niet terugkeren – dat voor Mij elke knie zich zal buigen, elke tong bij Mij zal zweren.

   Filippenzen 2:[10] opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn,

[3]  Psalm 62:[13] Ook de goedertierenheid is van U, Heere, want U zult eenieder vergelden naar zijn werk.

   Jeremia 17:[10] Ik, de HEERE, doorgrond het hart, beproef de nieren, en dat om ieder te geven overeenkomstig zijn wegen, overeenkomstig de vrucht van zijn daden.

   Jeremia 32:[19] groot van raad en machtig van daad (want Uw ogen zijn open over alle wegen van de mensenkinderen, om eenieder te geven overeenkomstig zijn wegen en overeenkomstig de vrucht van zijn daden),

   Mattheüs 16:[27] Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid van Zijn Vader, met Zijn engelen, en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn daden.

   Romeinen 2:[6] Die ieder vergelden zal naar zijn werken,

   1 Korinthe 3:[8] En hij die plant en hij die begiet, zijn één, maar ieder zal zijn eigen loon ontvangen overeenkomstig zijn eigen inspanning.

   2 Korinthe 5:[10] Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat ieder vergelding ontvangt voor wat hij door middel van zijn lichaam gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.

   Galaten 6:[5] Want ieder zal zijn eigen pak dragen.

   Openbaring 2:[23] En haar kinderen zal Ik door de dood ombrengen, en alle gemeenten zullen weten dat Ik het ben Die nieren en harten doorzoekt, en Ik zal u geven eenieder naar uw werken.

   Openbaring 22:[12] En zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

PSALM 74 : 20 – 23   

DAG 219

LEZEN: PSALM 74   

THEMA: Vraag om actie 

(HSV) [20] Aanschouw het verbond, want de duistere oorden van het land zijn vol woningen van geweld. [21] Laat de verdrukte niet beschaamd terugkeren, laat de ellendige en arme Uw Naam loven. [22] Sta op, o God, voer Uw rechtszaak, denk aan de smaad die dwazen U de hele dag aandoen. [23] Vergeet het geroep van Uw tegenstanders niet; het gejoel van wie tegen U opstaan, stijgt voortdurend op.

(BGT) [20] Help ons, zoals u beloofd hebt! Het land is vol geweld, nergens is het meer veilig. [21] Laat onderdrukte mensen niet in de steek! Als u ze helpt, zullen ze weer voor u zingen. [22] God, doe iets en verdedig uzelf! Hoor toch hoe slechte mensen om u lachen, elke dag weer. [23] Hoor hoe uw vijanden schreeuwen, ze blijven maar tekeergaan!

Aantekening

Psalm 74 : 18 – 23  Aanschouw het verbond en red ons! De psalm vervolgd met het pleiten bij God: Denk hieraan – alsof God kon vergeten (hoewel het voelt alsof Hij dat heeft gedaan). Het is ondenkbaar voor God de ziel van Zijn tortelduif (een reine vogel d.w.z. Israël) over te geven aan de wilde dieren (d.w.z. buitenlandse machten) om verscheurd en verslonden te worden. Er klinkt geen beroep op de verdienste van het volk, in tegendeel de oproep luidt: Aanschouw het verbond (Gods beloften aan de aartsvaders) en voer Uw rechtszaak (God koos het volk Israël voor Zijn doel: licht brengen aan de heidenen; hoe zouden de heidenen het licht moeten ontvangen als ze zo druk aan het spotten zijn?). 

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

MARKUS 9 : 4   

DAG 218

LEZEN: MARKUS 9 : 2 – 13   

THEMA: Verschijning 

(HSV) [4] En aan hen verscheen Elia met Mozes en zij spraken met Jezus.

(BGT) [4] Opeens zagen de leerlingen Elia en Mozes. Die waren met Jezus aan het praten.

Aantekening

Markus 9 : 4  Mozes vertegenwoordigt de Wet (zie Exodus 24:1, 9) en Elia de profeten (zie 1 Koningen 19:8). Jezus vervult de Wet en de Profeten (vgl. Mattheüs 5:17). Hij is groter dan beiden; Mozes glansde uitwendig van Gods heerlijkheid (Exodus 34:33-35), maar Jezus straalde van binnenuit. Mozes en Elia hadden geen nieuw aards lichaam gekregen, maar kwamen uit Gods nabijheid vandaan. Lukas 9:31 voegt toe dat zij met Jezus ‘spraken over Zijn heengaan’.

Luister naar Hem                  Markus 9 : 2 – 13         (Uit de Vrouwen Bijbel)

Het heeft een onvergetelijke indruk op Petrus, Johannes en Jakobus gemaakt. Ze mochten op de berg iets zien van de hemelse heerlijkheid. De stem van de Vader noemt Jezus ‘Mijn geliefde Zoon’. Dit was ook reeds gezegd bij Jezus’ doop in de Jordaan (Markus 1:11). God Zelf herinnert deze drie discipelen eraan Wie Jezus werkelijk is. Nu wordt er nog iets aan toegevoegd: ‘luister naar Hem’. Als je de Heere echt hebt ontmoet, ga je ook naar Hem luisteren. 

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

MARKUS 8 – 29B – 30  

DAG 217

LEZEN: MARKUS 8 : 27 – 9 : 1   

THEMA: Wie is Jezus 

(HSV) [29b] En Petrus antwoordde en zei tegen Hem: [1]U bent de Christus. [30] En Hij gebood hun streng dat zij met niemand over Hem zouden spreken.

(BGT) [29b] Petrus antwoordde: ‘U bent de messias.’  [30] Jezus zei: ‘Vertel dat beslist niet aan iemand anders!’

Aantekening

Markus 8 : 29b – 30  Petrus spreekt voor de twaalf (vgl. Markus 1:36; 8:32; 9:5; 10:28; 14:29) en belijdt Jezus als de christus, de van Godswege gezalfde Messias (2 Samuël 7:14-16; Psalm 2: Jeremia 23:5-6) Van Hem verwachten zij dat het Joodse volk bevrijd zal worden van de Romeinse onderdrukking (zie Johannes 6:15). Petrus’ belijdenis is openbaring van God (Mattheüs 16:17), maar incompleet (Markus 8:31-33), want de Messiaanse Zoon des mensen is Goddelijk (Psalm 110:1, 5; Daniël 7:13-14; Markus 8:38; 12:35-37), Maar ook voorbestemd tot lijden (Jesaja 53:1-12; Markus 8:31; 10:45). Om deze reden beveelt Jezus Zijn discipelen met niemand over Hem te spreken.


[1]  Mattheüs 16:[16] Simon Petrus antwoordde en zei: U bent de Christus, de Zoon van de levende God.

   Johannes 6:[69] En wij hebben geloofd en erkend dat U de Christus bent, de Zoon van de levende God.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

MARKUS 8 : 23-25   

DAG 216

LEZEN: MARKUS 8 : 14 – 26   

THEMA: Blind en ziende 

(HSV) [23] En toen Hij de hand van de blinde genomen had, leidde Hij hem het dorp uit; en nadat Hij [1]in zijn ogen gespuwd en [2]de handen op hem gelegd had, vroeg Hij hem of hij iets zag. [24] En hij keek op en zei: Ik zie de mensen, want ik zie hen, als bomen, rondlopen. [25] Daarna legde Hij de handen opnieuw op zijn ogen en liet hem weer kijken. En hij was hersteld en zag allen heel duidelijk.

(BGT) [23] Jezus nam de blinde man bij de hand en bracht hem buiten het dorp. Hij deed spuug op de ogen van de man. Toen legde hij zijn handen op hem en vroeg: ‘Zie je iets?’ [24] De man keek rond en zei: ‘Ik zie mensen, maar het lijken net bomen die rondlopen.’  [25] Jezus legde nog een keer zijn handen op de ogen van de man. Toen de man zijn ogen opendeed, kon hij zien. Nu zag hij alles goed.

Aantekening

Markus 8 : 23 – 25  Jezus leidde de blinde het dorp uit, misschien om geen last te krijgen van ongeloof en vijandigheid (vgl. Markus 5:40; 6:6). vroeg … of hij iets zag. In het licht van Markus 7:31-8:26 en van Jezus’ aandacht voor het beperkte inzicht van de discipelen (Markus 8:17-21) komt het antwoord van de blinde overeen met hun beperkte besef van Wie Jezus is: zij zien Hem vaag (zie vers 29), zoals deze man mensen als bomen ziet rondlopen. Misschien wil Jezus met Zijn genezing in etappen dit feit juist onderstrepen. Althans, in vers 22-26 staan wel tien woorden die met ‘zien’ te maken hebben. De discipelen zullen weldra beseffen dat Jezus de Messias is (vers 27-30 van Markus 8), maar nog niet dat Hij een lijdende Messias moet zijn (Markus 8:31-9:1).


[1]  Markus 7:[33] En na hem uit de menigte apart genomen te hebben, stak Hij Zijn vingers in zijn oren, en na gespuwd te hebben, raakte Hij zijn tong aan.

[2]  Markus 7:[32] En ze brachten een dove bij Hem, die moeilijk sprak, en smeekten Hem dat Hij de hand op hem legde.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

MARKUS 8 : 11-12   

DAG 215

LEZEN: MARKUS 8 : 1-13   

THEMA: Teken 

(HSV) [11] En de Farizeeën liepen uit en begonnen met Hem te redetwisten en verlangden van Hem een teken uit de hemel om Hem te verzoeken. [12] En Hij zuchtte diep in Zijn geest en zei: Waarom verlangt dit geslacht een teken? [1]Voorwaar, Ik zeg u: Eer aan dit geslacht een teken gegeven zal worden!

(BGT) [11] Daar kwamen farizeeën naar Jezus toe. Ze begonnen een discussie met hem. Ze zeiden: ‘Bewijs maar eens met een teken dat u door God gestuurd bent!’ Ze wilden laten zien dat Jezus dat niet kon. [12] Jezus zuchtte diep en zei: ‘Waarom willen deze mensen toch een teken zien? Luister goed naar mijn woorden: Mensen zoals jullie krijgen zeker geen teken te zien!’

Aantekening

Markus 8 : 11  De Farizeeën eisen een teken uit de hemel: niet zomaar een wonder, maar een overtuigend teken rechtstreeks van God. Maar die eis gaat voorbij aan de noodzakelijke voorwaarde van grondige hartsverandering die Jezus stelt. Zie aantekening bij Mattheüs 12:39.

Markus 8 : 12  Jezus zuchtte om de geestesinstelling die achter de eis van vers 11 zat. (Zie voor andere voorbeelden van emotionele uitingen van Jezus Markus 1:41; 3:5; 7:34.) dit geslacht. Vgl. Deuteronomium 32:5, 20; Psalm 95:10; Markus 9:19. Eer … een teken … Zie aantekening bij Mattheüs 12:39. Een ontvankelijk hart zou aan al die blijken van Jezus gezag meer dan genoeg moeten hebben om in te zien dat Hij de Messias is.

Aantekening bij Mattheüs 12 : 39  overspelig verwijst naar geestelijk overspel, d.w.z. ontrouw aan God. Jezus wijst nooit mensen af die oprecht genezing zoeken, maar Hij kent de boosaardige motieven van Zijn tegenstanders (vgl. Mattheüs 16:1). De redding van Jona was het teken voor de inwoners van Ninevé dat zijn boodschap van God kwam. Jezus’ dood en opstanding (zie Mattheüs 12:40) zijn dan ook een teken van God voor dit geslacht.


[1]  Mattheüs 16:[4] Het verdorven en overspelig geslacht verlangt een teken; maar hun zal geen teken gegeven worden dan het teken van Jona, de profeet. En Hij verliet hen en ging weg.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

MARKUS 7 : 34   

DAG 214

LEZEN: MARKUS 7 : 24 – 37   

THEMA: Open 

(HSV) [34] En terwijl Hij opkeek naar de hemel, zuchtte Hij en zei Hij tegen hem: Effatha! dat is: Word geopend!

(BGT) [34] Toen keek Jezus omhoog naar de hemel. Hij zuchtte diep. En hij zei: ‘Effata!’ Dat betekent: ‘Ga open!’

Aantekening

Markus 7 : 34 Jezus zuchtte om de hardheid van hart (vgl. Markus 8:12, 17; 9:19) en om de lichamelijke zwakheid als gevolg van de zondeval (Genesis 3).

Oren om te luisteren           Markus 7:31-37           (Uit de Vrouwen Bijbel)

De wonderen die Jezus doet, blijken telkens vreemd en onvoorspelbaar. De familie van deze doofstomme man had gevraagd of Jezus aan handoplegging wilde doen. In plaats daarvan doet hij heel opvallende, andere dingen. Ook mogen ze niet met anderen praten over dit wonder. Maar ze praten er natuurlijk over en iedereen heeft door dat hier wonderen gebeuren zoals Jesaja al profeteerde (Jesaja 35:5-6). Het werk van de Heere is niet voorspelbaar, maar Zijn beloften worden vervuld!