Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

ZACHARIA 2 : 5   

DAG 233

LEZEN: ZACHARIA 2 : 1 – 9    

THEMA: Ommuurde stad 

(HSV) [5] En Ík zal voor haar zijn, spreekt de HEERE, een muur van vuur rondom, en Ik zal in haar midden tot heerlijkheid zijn. 

(BGT) [9] De Heer zal zelf een muur om de stad zijn, een muur van vuur die de stad beschermt. Hij zal in de stad wonen, als een stralend licht. Dat heeft hij zelf gezegd.’

Aantekening

Zacharia 2 : 5  Jeruzalem zal zo groot worden dat het ‘niet ommuurd’ kan zijn (vers 4) vanwege de aantallen mensen en dieren in de stad. Maar het ontbreken van een muur zal Jeruzalem niet onveilig maken: de Heere Zelf zal een muur van vuur rondom zijn. Dit herinnert aan de ‘cherubs met een vlammend zwaard’ die de hof van eden moesten beveiligen Genesis 3:24) en aan de ‘paarden en strijdwagens van vuur’ die Elisa beschermden (2 Koningen 6:17). De heerlijkheid van God woonde vroeger in de tabernakel en in de tempel (Exodus 40:34; 2 Kronieken 7:1), en had die verlaten voordat Nebukadnezar Jeruzalem verwoeste (Ezechiël 10). Nu zou de Heere terugkomen en in de hele stad wonen (zie Ezechiël 43).

Plaats genoeg             Zacharia 2:4-5, 11           (Uit de Vrouwen Bijbel)Jeruzalem zonder muren! Zo veel mensen en dieren wonen er. En God Zelf woont in haar midden, Hij is haar Beschermer. Maar wat doen al die heidenen in de stad? Ze zijn er door de Heere Zelf bijgevoegd. Zij horen ook bij Zijn volk. Wat een prachtige toekomst! Vertel het aan iedereen die het horen wil: er is nog plaats … zelfs

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

ZACHARIA 1 : 12   

DAG 232

LEZEN: ZACHARIA 1 : 7 – 17    

THEMA: Stilte voor de storm 

(HSV) [12] Toen antwoordde de Engel van de HEERE en zei: HEERE van de legermachten, hoelang is het nog dat U Zich niet ontfermt over Jeruzalem en over de steden van Juda, waarop U deze zeventig jaar toornig bent geweest?

(BGT) [12] Toen riep de engel: ‘Machtige Heer, u bent nu al zeventig jaar boos op Jeruzalem en de andere steden in Juda. Wanneer zult u weer laten zien dat u van ze houdt?’

Aantekening

Zacharia 1 : 12  De landen hebben rust terwijl het volk van de Heere geen rust heeft. Dat is een omkering van de goede orde. De Engel van de Heere, Gods persoonlijke vertegenwoordiger, komt daarom bij god bemiddelen om een einde te maken aan de zeventig jaar van oordeel (zie aantekening bij Jeremia 25:11).

Aantekening bij Jeremia 25 : 11  zeventig jaar. Vermoedelijk te rekenen vanaf de eerste deportatie in 605 voor Christus tot de eerste terugkeer, gedateerd tussen 538 en 535 (2 Kronieken 36:21; Ezra 1:1). Maar 70 jaar kan ook een afgerond getal zijn, zoals bv. in Psalm 90:10; vgl. Mattheüs 18:22.

tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

ZACHARIA 1 : 3   

DAG 231

LEZEN: ZACHARIA 1 : 1 – 6    

THEMA: Nieuwe kansen 

(HSV) [3] Daarom, zeg tegen hen: Zo zegt de HEERE van de legermachten: Keer terug naar Mij, spreekt de HEERE van de legermachten, dan zal Ik naar u terugkeren, zegt de HEERE van de legermachten.

(BGT) [3] Maar nu moet jij namens mij tegen het volk zeggen: ‘Ik ben de machtige Heer. Jullie moeten weer gaan leven zoals ik het wil. Dan zal ik bij jullie terugkomen.

Aantekening

Zacharia 1 : 1 – 6  Inleiding: Keer terug naar Mij en Ik zal naar u terugkeren. Na de ballingschap nodigt God zijn volk uit om hun verbond met Hem te vernieuwen.

Zacharia 1 : 2 – 3  De Heere is zeer toornig geweest op hun vaderen (vers 2), de generaties waarvan de zonden tot de verbanning geleid hebben. Toch hoefde dat niet Gods houding naar de huidige generatie te zijn: als zij zich tot de Heere zouden bekeren, zou Hij tot hen terugkeren met genade en zegen (vers 3).

Zacharia 1:1 – 8:23  Godsspraken en visioenen.                                      Het lange stuk met visioenen (1:7 – 6:15) domineert de eerste helft van het boek. Het wordt onderbroken door een Godsspraak over herstel (Zacharia 2:6-13) na het derde visioen, en afgesloten door de bepaling van de identiteit van de hogepriester Jozua als het centrale gegeven van de vernieuwing (Zacharia 6:9-15). In gezelschap van de begeleidende Engel komen de profeet en de lezer verschillende met elkaar verweven aspecten tegen: (1) de bovennatuurlijke zaakwaarnemers van God wil. (2) natuurlijke krachten als middelen voor het Goddelijke plan, (3) het bekendmaken en toerusten van de door God aangewezen leiders van de gemeenschap, en (4) de voortdurende oproep aan Gods volk om boete te doen en mee te werken aan Gods reddende maatregelen. In het kort: God beweegt en de hele schepping wordt daarbij betrokken. Wij worden bewust gemaakt van hemelse werkelijkheden die tot uiting komen in menselijke aangelegenheden. Dit kenmerkt de latere apocalyptische literatuur. Hoofdstuk 7 besteedt aandacht aan de morele toestand van de gemeenschap. Het trauma en de overwinning van Sion omkaderen het geheel (Zacharia 1:1-6; 8:1-23), ook in de tweede helft van het boek. (vgl. Zacharia 9:9-13; 14:16-21).

Verantwoordelijk voor anderen    Zacharia 1:1-6    (Uit de Mannen Bijbel)

‘Wees niet als uw vaderen’, vers 4. De mannen uit de vorige generatie worden hier genoemd als voorbeeld van hoe het niet moet. ‘Zij luisterden niet en sloegen geen acht op Mij, spreekt de Heere.’ Schokken is dat.       Als man en zeker als vader heb je een voorbeeldfunctie. De volgende generatie kijkt hoe jij met God leeft, of juist niet. Jouw voorbeeld leidt tot navolging, zowel in positieve als in negatieve zin.                                    Onze daden, goede en slechte, kunnen gevolgen hebben voor anderen. Wie vader is draagt een speciale verantwoordelijkheid voor zijn gezin. Wees je daarvan bewust. Breng ik iets goeds of zorg ik voor iets kwaads? Daden van één mens hebben gevolgen voor meerdere mensen.                           Dit Bijbelgedeelte roept Israël en ook ons op tot bekering. Dat kan nodig zijn. De barmhartige boodschap van de Bijbel is altijd weer dat omkeer mogelijk is. Onze God is een God van genade Die telkens opnieuw wil beginnen met mensen. Aan ons de oproep: luister en sla acht op wat de Heere zegt (vgl. vers 4).

De verwijs Bijbel, verwijst bij vers 3 naar : Jakobus 4:[8]Nader tot God, en Hij zal tot u naderen. Reinig de handen, zondaars, en zuiver de harten, dubbelhartigen!

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

PSALM 124 : 8   

DAG 230

LEZEN: PSALM 124    

THEMA: Onze hulp 

(HSV) [8] [1]Onze hulp is in de Naam van de HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft.

(BGT) [8] De Heer is machtig, hij helpt ons altijd. Hij heeft de hemel en de aarde gemaakt.

Aantekening

Psalm 124 : 8  Onze hulp. De psalm besluit met zijn basisstelling, namelijk dat onze hulp is in de Naam van de Heere (d.w.z. Zijn persoonlijke aanwezigheid, vgl. Deuteronomium 12:11). Die hemel en aarde gemaakt heeft (zie aantekening bij Psalm 121:2). Bijbelse auteurs bevestigen stellig het belang van menselijke ijver, maar die ijver maakt geen blijvend verschil tenzij het een middel is in Gods hand (vgl. Psalm 127:1). David was een gewiekste en sterke krijgsheer die dappere strijders in dienst had (2 Samuël 23:8-39), en dat was nodig. Tegelijkertijd was het de Heere Die iedere grote overwinning door hem tot stand bracht (2 Samuël 23:12).

Aantekening bij Psalm 121 : 2  Die hemel en aarde gemaakt heeft. Bijbelse auteurs halen deze gedachte aan op grond van Genesis 2:4 en Exodus 20:11, om te onderstrepen dat de God van Israël universele en onbegrensde macht heeft: vgl. 2 Koningen 19:15 (= Jesaja 37:16); 2 Kronieken 1:12; Psalm 115:15; 124:8; 134:3; 146:6; Jeremia 32:17.


[1]  Psalm 121:[2] Mijn hulp is van de HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

GALATEN 2 : 20   

DAG 229

LEZEN: GALATEN 2 : 15 – 21    

THEMA: Christus liefde voor mij 

(HSV) [20] Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, [1]Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.

(BGT) [20] Want Christus is voor ons gestorven aan het kruis. En met hem is ons oude ik gestorven. We zijn nieuwe mensen geworden. Christus, de Zoon van God, houdt van ons en leeft in ons. Nu wordt ons leven niet meer beheerst door de wet, maar door God!

Aantekening

Galaten 2 : 20  Ik ben met Christus gekruisigd. De oude Paulus, de persoon die hij was voordat hij op Christus vertrouwde, de persoon met al zijn zondige streven en trotse, zichzelf verheerlijkende verlangens, kwam tot een definitief einde – hij ‘stierf’. niet meer ik leef. Dit betekent niet dat Paulus geen eigen persoonlijkheid meer heeft (alles wat hij schreef laat duidelijk zien dat hij die wel had), maar dat zijn eigen interesses en verlangens zijn leven niet meer bepalen. Christus leeft in mij. Hij leidt Paulus in alles wat hij doet, en geeft hem kracht. Hoe heeft hij, als ‘gekruisigd mens’, nog de kracht om verder te leven? voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God. Paulus lijkt hier te zeggen dat hij Christus stap voor stap vertrouwt, en dat Christus daardoor in hem en door hem werkt om alles wat hij doet geestelijk effectief te maken. Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegevenAan het kruis droeg Jezus de zonde van elke afzonderlijke gelovige (‘voor mij’). Dit laat zien dat de kruisiging niet een onpersoonlijk gebeuren was, maar een persoonlijke uiting van de liefde van Christus voor de mensen als individuele schepselen.

Christus in mij             Galaten 2 : 20               (Uit de Mannen Bijbel)

De dwaalleer van de zogeheten judaïsten hadden Galaten ‘betoverd’ (Galaten 3:1) waardoor ze meenden dat er naast geloof ook nog goede werken nodig waren als voorwaarde voor de zaligheid. Paulus maakt duidelijk dat daardoor juist de genade van haar kracht ontdaan wordt en geen genade meer is. Het gaat erom dat Jezus alles voor ons volbracht heeft en dat Zijn liefde tot in de dood voldoende is voor onze redding. Het enige wat nodig is, is geloof in Hem, maakt Paulus in dit vers duidelijk. Wat dat geloof inhoudt, beschrijft hij heel helder. Het is met Jezus gestorven zijn aan je oude ik. Vanaf dat moment leeft Hij in ons en gaan we steeds meer verlangen om op Hem te lijken in wat we doen en zeggen en hoe we met anderen omgaan.                                              Soms zie je er weinig van dat je met Christus bent gestorven aan je oude leven en dat Hij nu in je woont. Paulus herkent dat ook bij zichzelf (zie Romeinen 7). Niet voor niets legt hij er hier de nadruk op dat wij leven door het geloof. Wat we soms niet zien, geloven we toch: Christus leeft in mij.

Galaten 2:20 Niet meer ik leef, maar Christus in mij (Uit de Vrouwen Bijbel)

Een radicaal gelovige uitspraak! Durf jij dat Paulus na te zeggen? Ons eigen ‘ik’ staat immers stiekem vaak wél centraal. Wat een wonder, dat Christus door Zijn Geest toch in ons woont. Wil je je door Hem laten leiden? Dan zie je het gebeuren: je wordt minder kattig, Hij leert je vergeven, er stroomt van jou uit liefde naar Hem en naar je lastige buurvrouw … Gefeliciteerd met deze Bewoner!


[1]  Galaten 1:[4] Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons zou ontrukken aan de tegenwoordige slechte wereld, overeenkomstig de wil van onze God en Vader.

   Efeze 5:[2] en wandel in de liefde, zoals ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God.

   Titus 2:[14] Hij heeft Zichzelf voor ons gegeven, opdat Hij ons zou vrijkopen van alle wetteloosheid en voor Zichzelf een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

GALATEN 2 : 3 – 4   

DAG 228

LEZEN: GALATEN 2 : 1 – 14     

THEMA: Ruimte 

(HSV) [3] [1]Maar zelfs Titus, die bij mij was, werd niet gedwongen zich te laten besnijden, hoewel hij een Griek was. [4] [2]En dat ter wille van de binnengedrongen valse broeders, die waren binnengeslopen om onze vrijheid, die wij in Christus Jezus hebben, te bespioneren, om ons tot slaven te maken.

(BGT) [3] Titus is een Griek. Hij was dus niet besneden toen hij met mij bij de leiders van de kerk kwam. Toch hebben zij hem niet gedwongen om zich te laten besnijden. [4] Toen kwamen er plotseling mensen binnen die ons gesprek hadden afgeluisterd. Zij waren het niet met de leiders eens. Ze verzetten zich tegen de vrijheid die wij gekregen hadden door ons geloof in Jezus Christus. Ze wilden dat de Joodse wet ons leven weer ging beheersen. Hoe durven zulke mensen zich christen te noemen!

Aantekening

Galaten 2 : 3 – 4  Er is overeenstemming: Titus – en met hem dus alle heidenen – hoeft niet besneden te worden. In ieder geval zijn Paulus, Jakobus, Petrus en Johannes het hierover eens. Er is echter een groep valse broeders die het hier nog steeds niet mee eens is. Paulus beschouwt het opleggen van de besnijdenis aan heidenchristenen als ‘slavernij’ die de vrijheid van Christus tot een leugen maakt. (Over de besnijdenis, zie Handelingen 15:1-35; Romeinen 2:25-29; 4:9-16; Galaten 5:2-12; 6:12-15.) De aanwezigheid van deze valse broeders binnen de gemeente in Galatië toont aan dat gemeenten soms ongelovigen in hun midden zullen hebben die de gemeente kwaad willen doen.

         Jeruzalem

[Galaten 2: Paulus heeft vermoedelijk geleefd van circa 3 tot circa 64 of 67 na Christus. Dat impliceert dat hij de verwoesting van Jeruzalem niet meer heeft meegemaakt. Toen hij Jeruzalem bezocht, stond niet alleen deze westelijke muur overeind. Maar kon hij de hele tempel nog bezoeken.]


[1]  Handelingen 16:[3] Paulus wilde dat die met hem mee zou gaan; en hij nam hem bij zich en besneed hem omwille van de Joden die in die plaatsen woonden, want zij wisten allen dat zijn vader een Griek was.

   1 Korinthe 9:[21] Voor hen die zonder de wet zijn, ben ik geworden als zonder de wet – hoewel niet zonder de wet van God, want ik sta onder de wet van Christus – om hen te winnen die zonder de wet zijn.

[2]  Handelingen 15:[24] Wij hebben gehoord dat sommigen die bij ons vandaan zijn gekomen, u met woorden in verwarring hebben gebracht en uw zielen hebben verontrust door te zeggen dat u besneden moet worden en de wet moet onderhouden. Wij hadden hun daar geen opdracht toe gegeven.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

GALATEN 1 : 13 – 14    

DAG 227

LEZEN: GALATEN 1 : 13 – 24    

THEMA: Paulus over zijn roeping 

(HSV) [13] [1]U hebt immers gehoord van mijn levenswandel, voorheen in het Jodendom, dat ik de gemeente van God uitermate fel vervolgde en die verwoestte; [14] en dat ik in het Jodendom meer vorderingen maakte dan veel leeftijdgenoten onder mijn volk, omdat ik een nog groter ijveraar was voor de overleveringen van mijn vaderen.

(BGT) [13-14] Jullie weten dat ik vroeger volgens de Joodse wet leefde. Ik wist veel meer over de Joodse godsdienst dan de meeste Joden van mijn leeftijd. Ik hield me heel precies aan alle wetten van onze voorouders. En ik vervolgde alle christenen. Niet één mocht er overblijven!

Aantekening

Galaten 1 : 13 – 14  Paulus neemt afstand van zijn levenswandel, voorheen in het Jodendomhoewel hij op geen enkele manier afstand doet van zijn status als Israëliet (vgl. Romeinen 11:1). Hij breekt met zijn oude leven, waarin hij probeerde gerechtvaardigd te worden door de wet van Mozes. Hij onderstreept de schande van dit vorige leven door zijn vervolging van de gemeente te noemen (vgl. 1 Korinthe 15:9; 1 Timotheüs 1:13). de overleveringen van mijn vaderen. Deze rabbijnse leer was het fundament van het Joodse leven in de 1e eeuw na Christus, vooral voor de Farizeeën (vgl. Markus 7:3-5).


[1]  Handelingen 8:[3] En Saulus begon de gemeente te verwoesten: hij ging de huizen binnen, sleepte mannen en vrouwen mee en leverde hen over in de gevangenis.

   Handelingen 9:[1] Saulus nu, die tegen de discipelen van de Heere nog steeds brieste van dreiging en moord, ging naar de hogepriester toe

   Handelingen 22:[4] Ik heb deze Weg tot de dood toe vervolgd: ik heb zowel mannen als vrouwen gebonden en overgeleverd in de gevangenissen,

   Handelingen 26:[9] Ik dacht echt bij mijzelf dat ik tegen de Naam van Jezus van Nazareth veel vijandige dingen moest doen,

   Filippenzen 3:[6]wat ijver betreft een vervolger van de gemeente, wat de rechtvaardigheid betreft die in de wet is, onberispelijk.

   1 Timotheüs 1:[13] mij, die vroeger een godslasteraar was, een vervolger en een verdrukker. Maar mij is barmhartigheid bewezen, omdat ik het in onwetendheid gedaan heb, in ongeloof.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

GALATEN 1 : 6-7   

DAG 226

LEZEN: GALATEN 1 : 1 – 12   

THEMA: Geen ander evangelie 

(HSV) [6] Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie, [7] terwijl er geen ander is; al zijn er ook sommigen [1]die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien.

(BGT)      [6] Ik begrijp niets van jullie! God zelf heeft jullie uitgekozen, want hij is goed voor jullie. Maar jullie willen nu al niet meer bij hem horen. Een tijd geleden heb ik jullie het goede nieuws over Christus verteld. [7] Maar nu denken jullie dat er een andere waarheid is. Vrienden, er is geen andere waarheid! Mensen brengen jullie in de war. Zij willen van alles veranderen aan het goede nieuws over Christus. 

Aantekening

Galaten 1 : 6  zo snel. Er zat opmerkelijk weinig tijd tussen de eerste prediking van het Evangelie aan de Galaten en de huidige problemen (zie inleiding: Datering). De woorden zich … afwendt van Hemen ander evangelie laten zien dat dit geen zaken zijn waarover christenen het oneens horen te zijn. De Galaten trekken het Evangelie zelf in twijfel, en Paulus is het toonbeeld van stelligheid als het gaat om de kernzaken van het Evangelie.

Galaten 1 : 7  al zijn er ook sommigen die u in verwarring brengendit verwijst naar predikers die op bezoek kwamen en de Galaten probeerden te overtuigen dat zij zich moesten besnijden en zich moesten houden aan de hele wet om gerechtvaardigd te worden voor God (zie ook Galaten 4:17; 6:12-13).

         Datering

De datering van Galaten hangt samen met deze vraag ‘welke Galaten?’ Op deze vraag geeft de brief zelf een aantal aanwijzingen. De belangrijkste daarvan is dat er niet wordt verwezen naar de vergadering in Jeruzalem (Handelingen 15). Dit is een stilzwijgend argument: veel commentaren beschouwen het zelfs als een ‘oorverdovende stilte’. Het betoog van Paulus zou enorm gebaat zijn bij het noemen van de beslissing van de vergadering dat de heidenen niet besneden hoeven worden. Dit lijkt tenslotte hét grote twistpunt tussen Paulus en de dwaalleraars die de Galaten beïnvloedden. De vergadering was in 48 of 49 na Christus, en Paulus evangeliseerde in Zuid-Galatië in 47/48 na Christus. Ronde 48 na Christus is dus een aannemelijk jaartal voor het schrijven van de Galatenbrief. Data in het leven van Paulus zijn echter altijd enigszins onzeker, dus men kan bij de interpretatie van de brief niet te veel waarde hechten aan de datering.

Ander evangelie           Galaten 1 : 6                (Uit de Mannen Bijbel)

De Grieken hadden een steen geplaatst Delphi, waarmee ze de navel van de wereld aangaven. Ieder mens en iedere godsdienst heeft de neiging zichzelf tot middelpunt te maken. Daardoor konden de mensen in Galatië zomaar weer afglijden naar een ander geloof.

Pittige aanval               Galaten 1 :6                 (Uit de Vrouwen Bijbel)

Je voert een functioneringsgesprek. Waarmee begin je? Met alles wat goed gaat, Vervolgens is er ruimte voor opbouwende kritiek. Paulus doet dat wel even anders in Galaten. Hij valt, na aanhef en groet, meteen met de deur in huis. Zijn kritiek is niet mals. Soms heb je dat nodig, wanneer je zelf niet inziet dat je op een dwaalspoor zit. Een dwaalspoor ver bij God vandaan. 


[1]  Handelingen 15:[1] En enigen die uit Judea gekomen waren, leerden de broeders: Als u niet besneden wordt volgens het gebruik van Mozes, kunt u niet zalig worden.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

SPREUKEN 10 : 22   

DAG 225

LEZEN: SPREUKEN 10 : 18 – 32   

THEMA: Tegen-stellingen 

(HSV) [22] De zegen van de HEERE, die maakt rijk, Hij voegt er geen zwoegen aan toe.

(BGT) [22] Van hard werken alleen word je niet rijk, je hebt de zegen van de Heer nodig.

Aantekening

Spreuken 10 : 22  Dit vers staat in het midden van vers 12-32 als belangrijk kenmerk van de oorsprong ende aard van iemands rijkdom. Indien het de zegen van de Heere is die rijk maakt (zie ook vers 4), dan wordt de manier waarop iemand rijkdom zoekt (bv. vers 4b, 15a) per definitie bepaald door een verplichting om rechtvaardig te handelen. Dit gaat gepaard met een hoop die niet rust op materiële dingen, maar op de Heere Die voorziet (zie vers 23-30). Hij voegt er geen zwoegen aan toe.Als de Heere materiële zegen geeft, hoeft de mens daar geen moeitevolle inspanning aan toe te voegen.

Tekst voor Vandaag

TEKST VOOR VANDAAG

SPREUKEN 10 : 15   

DAG 224

LEZEN: SPREUKEN 10 : 1 – 17   

THEMA: Goed gedrag 

(HSV) [15] Het bezit van een rijke is zijn sterke stad, de armoede van de armen is hun ondergang.

(BGT) [15] Rijke mensen zijn veilig, maar arme mensen komen snel in gevaar.

Aantekening

Spreuken 10 : 15  In deze spreuk gaat het om de zegen van de rijkdom tegenover de vernietigende uitwerking van armoede. Waar rijkdom kan zijn als een sterke stad, die veiligheid, hulpbronnen en bescherming tegen ongeluk biedt, zo leidt armoede slechts tot ondergang. Die moet je dus niet aanvaarden uit luiheid of om romantiek. Ook al ligt er zegen in rijkdom, het is een misvatting (zoals elders in Spreuken aangetoond) om je vertrouwen meer te stellen op rijkdom dan op ‘de Naam van de Heere’ (Spreuken 18:10-11). Immers, ‘schatten aan goddeloosheid baten niet’ (Spreuken 10:2).