TEKST VOOR VANDAAG
MARKUS 8 : 23-25
DAG 216
LEZEN: MARKUS 8 : 14 – 26
THEMA: Blind en ziende
(HSV) [23] En toen Hij de hand van de blinde genomen had, leidde Hij hem het dorp uit; en nadat Hij [1]in zijn ogen gespuwd en [2]de handen op hem gelegd had, vroeg Hij hem of hij iets zag. [24] En hij keek op en zei: Ik zie de mensen, want ik zie hen, als bomen, rondlopen. [25] Daarna legde Hij de handen opnieuw op zijn ogen en liet hem weer kijken. En hij was hersteld en zag allen heel duidelijk.
(BGT) [23] Jezus nam de blinde man bij de hand en bracht hem buiten het dorp. Hij deed spuug op de ogen van de man. Toen legde hij zijn handen op hem en vroeg: ‘Zie je iets?’ [24] De man keek rond en zei: ‘Ik zie mensen, maar het lijken net bomen die rondlopen.’ [25] Jezus legde nog een keer zijn handen op de ogen van de man. Toen de man zijn ogen opendeed, kon hij zien. Nu zag hij alles goed.
Aantekening
Markus 8 : 23 – 25 Jezus leidde de blinde het dorp uit, misschien om geen last te krijgen van ongeloof en vijandigheid (vgl. Markus 5:40; 6:6). vroeg … of hij iets zag. In het licht van Markus 7:31-8:26 en van Jezus’ aandacht voor het beperkte inzicht van de discipelen (Markus 8:17-21) komt het antwoord van de blinde overeen met hun beperkte besef van Wie Jezus is: zij zien Hem vaag (zie vers 29), zoals deze man mensen als bomen ziet rondlopen. Misschien wil Jezus met Zijn genezing in etappen dit feit juist onderstrepen. Althans, in vers 22-26 staan wel tien woorden die met ‘zien’ te maken hebben. De discipelen zullen weldra beseffen dat Jezus de Messias is (vers 27-30 van Markus 8), maar nog niet dat Hij een lijdende Messias moet zijn (Markus 8:31-9:1).
[1] Markus 7:[33] En na hem uit de menigte apart genomen te hebben, stak Hij Zijn vingers in zijn oren, en na gespuwd te hebben, raakte Hij zijn tong aan.
[2] Markus 7:[32] En ze brachten een dove bij Hem, die moeilijk sprak, en smeekten Hem dat Hij de hand op hem legde.