Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 263

Lezen: 1 Koningen 19:1-9A

Thema: Opgebrand

Tekst voor vandaag: 1 Koningen 19:7

 

HSV: [7] De engel van de HEERE kwam voor de tweede maal, raakte hem aan en zei: Sta op, eet, want de weg zou te zwaar voor u zijn.         

 

NBV21: [7] Maar de engel van de HEER kwam terug, raakte hem opnieuw aan en zei: ‘Sta op en eet wat, anders is de reis te zwaar voor je.’

 

BGT: [7] Maar de engel van de Heer kwam terug. Hij raakte hem opnieuw aan, en zei: ‘Sta op, en eet wat. Anders heb je niet genoeg kracht om verder te lopen.’

 

Aantekening bij: 

1 Koningen 19:7 de weg zou te zwaar … zijn. Elia dacht dat zijn reis ten einde was, hij had er ‘genoeg’ van (Hebreeuws rab, vers 4). Maar nu moet hij zich sterken voor nog een reis, die anders ‘te zwaar’ (eveneens Hebreeuws rab) zal zijn. Gods antwoord op Elia’s uitroep ‘genoeg’ is voedsel, en daarvan hij krijgt ook ‘genoeg’.

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 262

Lezen: 1 Koningen 18:30-46 

Thema: Vuurwerk op de Karmel

Tekst voor vandaag: 1 Koningen 18:38

 

HSV: [38] Toen viel er vuur van de HEERE neer, verteerde het brandoffer, het hout, de stenen en het stof. Zelfs het water in de geul likte het op.          

 

NBV21: [38] Het vuur van de HEER sloeg in en verteerde het brandoffer met brandhout, stenen, as en al; zelfs het water in de geul likte het op.

 

BGT: [38] Toen stuurde de Heer vuur uit de hemel. Door dat vuur verbrandde het vlees van de stier, en ook het hout en de stenen verbrandden. Zelfs de as verdween, en ook het water in de geul.

 

Aantekening bij: 

1 Koningen 18:38-39 Het vuur van de Heere verteert niet alleen het brandoffer en het hout, maar ook de onbrandbare stenen en het kletsnatte stof, en het likt zelfs het water in de geul op. Dit kwam niet door een natuurverschijnsel, want zelfs bliksem zou stenen niet kunnen verteren. heel het volkbegrijpt dat alleen God zo’n vuur kan  ontsteken.

 

 

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 261

Lezen: 1 Koningen 18:16-29 

Thema: Is hij soms op reis gegaan

Tekst voor vandaag: 1 Koningen 18:27

 

HSV: [27] En het gebeurde tijdens de middag dat Elia met hen begon te spotten en zei: Roep met luide stem! Hij is immers een god. Hij is vast in gedachten! Of hij heeft zich vast afgezonderd! Of hij is vast op reis! Misschien slaapt hij wel en moet hij wakker worden!          

 

NBV21: [27] Toen het middaguur aanbrak, begon Elia hen te honen: ‘Roep zo hard u kunt! Hij is toch een god? Hij is zeker in gepeins verzonken. Ik denk dat hij zich even moest afzonderen. Is hij soms op reis gegaan? Misschien slaapt hij, en moet u hem wekken!’

 

BGT: [27] Toen de ochtend voorbij was, begon Elia hen uit te dagen. Hij zei: ‘Baäl is toch jullie god? Jullie moeten harder roepen! Misschien zit hij na te denken, of misschien is hij met iets anders bezig. Of hij is op reis gegaan. Misschien slaapt hij wel, dan moeten jullie hem wakker maken!’

 

Aantekening bij: 

1 Koningen 18:27 is in gedachten … heeft zich afgezonderd … is op reis … slaapt … en moet wakker worden. Na enkele uren begint Elia de Baälprofeten te bespotten en maakt een paar sarcastische opmerkingen over het stilzwijgen van hun god. Een echte god laat zich door zulke dingen niet hinderen.

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 260

Lezen: 1 Koningen 18:1-15 

Thema: Rechtschapen hofmeester

Tekst voor vandaag: 1 Koningen 18:4

 

HSV: [4] Het was namelijk gebeurd, toen Izebel de profeten van de HEERE uitroeide, dat Obadja honderd profeten nam en ze per vijftig man in een grot verborg en hen met brood en water onderhield.         

 

NBV21: [4] Toen koningin Izebel de profeten van de HEER liet uitroeien, had Obadja honderd van hen in twee groepen van vijftig in grotten verborgen en hen daar van voedsel en drinkwater voorzien.

 

BGT: [4] In de tijd dat koningin Izebel de profeten van de Heer had laten doden, had Obadja honderd van die profeten gered. Hij had hen in twee grotten verstopt, vijftig profeten in elke grot. Obadja had ervoor gezorgd dat ze genoeg te eten en te drinken hadden.

 

Aantekening bij: 

1 Koningen 18:1-16 Hoewel Elia slechts een paar kilometer van Sidon, de woonplaats van Izebel woonde, hield hij zich verborgen voor Achab. Net als de weduwe van Zarfath (1 Koningen 17:18) brengt Obadja de aanwezigheid van de profeet in verband met een komende bestraffing voor zijn zonden. Maar hoe oprecht zijn vroomheid ook is, Obadja schat de situatie verkeerd in. Elia verzekert hem dat met een plechtige eed.

 

Uit de mannen Bijbel

 

Werken bij de vijand             1 Koningen 18:1-19

Obadja is hofmeester bij de goddeloze koning Achab (1 Koningen 18:3). Een belangrijke positie waarin hij verantwoordelijk is voor de gang van zaken aan het koninklijk hof. Het opvallende is dat Obadja een man is die al vanaf jonge leeftijd groot ontzag heeft voor God. Toch werkt hij voor een goddeloze koning. Dat lijkt tegenstrijdig, maar dat is het niet als je beseft dat zijn keuzes worden bepaald en beïnvloed door het dienen van God. Obadja zal betrouwbaar zijn geweest, rechtvaardig, de kantjes er niet van afgelopen hebben (vgl. Efeze 6:5-8). Door zijn bijzondere positie heeft hij ook honderd profeten kunnen verstoppen voor de moordlustige vrouw van zijn baas en hen vervolgens lange tijd verzorgd (1 Koningen 18:4). Het is mogelijk dat je werk hebt op een plek die vijandig is ten opzichte van God en Zijn Koninkrijk. Dat is niet altijd makkelijk. Soms is het zelfs gevaarlijk. Maar het geeft ook de mogelijkheid om juist in dier situatie een zoutend zout en een lichtend licht te zijn (Mattheüs 5:13-16) en zo verschil te maken tot eer van God. 

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 259

Lezen: 1 Koningen 17:17-24 

Thema: Wonderlijk leven

Tekst voor vandaag: 1 Koningen 17:21

 

HSV: [21] En hij strekte zich driemaal over het kind uit en riep de HEERE aan, en zei: HEERE, mijn God, laat toch de ziel van dit kind in hem terugkeren.          

 

NBV21: [21] Hij strekte zich driemaal over het kind uit, daarbij de HEER aanroepend met de woorden: ‘HEER, mijn God, laat toch de levensadem in de borst van dit kind terugkeren.’

 

BGT: [21] Toen ging hij drie keer languit boven op de jongen liggen. En hij riep naar de Heer: ‘Heer, mijn God, laat het leven toch terugkomen in deze jongen, laat hem leven!’

 

Aantekening bij: 

1 Koningen 17:21 hij strekte zich driemaal over het kind uit. Het is niet duidelijk waarom hij dit deed. Bijbelse profeten beelden vaak iets uit als zij spreken (bv. Ezechiël 4) en Elia’s optreden maakt hier blijkbaar deel uit van zijn gebed: laat toch de ziel van dit kind in hem terugkeren. Dit is het definitieve bewijs dat de Heere de ware God is, want als Hij oog in oog staat met de ‘god van de dood’, dan hoeft Hij Zich niet, zoals Baäl, aan hem te onderwerpen. Hij is bij machte om over de grens van Israël heen in Sidon doden tot leven te wekken. De Heere kan zelfs niet uit de onderwereld geweerd worden (Psalm 139:7-12).

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 258

Lezen: 1 Koningen 17:1-16 

Thema: Wonderlijke overvloed

Tekst voor vandaag: 1 Koningen 17:13

 

HSV: [13] Maar Elia zei tegen haar: Wees niet bevreesd! Ga, doe overeenkomstig uw woord, maar maak er eerst voor mij een kleine koek van en breng die bij mij. Maak daarna voor u en voor uw zoon iets klaar.          

 

NBV21: [13] Maar Elia zei: ‘Maak u niet ongerust. Doe wat u van plan was, maar bak van wat u in huis hebt eerst iets voor mij en kom me dat brengen. Daarna kunt u voor uzelf en uw zoon iets klaarmaken,

 

BGT: [13] Toen zei Elia tegen haar: ‘Maakt u zich geen zorgen. Ga naar huis en doe wat u van plan was. Maar bak eerst wat brood voor mij en breng me dat. Dan kunt u daarna iets klaarmaken voor uzelf en uw zoon.

 

Aantekening bij: 

1 Koningen 17:13 maak er eerst voor mij een kleine koek van. De vraag aan deze vrouw om eerst – voordat zijzelf en haar zoon hebben gegeten – Elia eten te geven, moet wel tegen haar moederinstinct in gegaan zijn. Deze vraag vergt een wel heel grote stap in geloof.

 

Uit de mannen Bijbel

 

Horen en doen                        1 Koningen 17 en 18

Door het geloof durft Elia tegen de machtige en kwaadaardige koning Achab te zeggen dat het jaren droog zal blijven (1 Koningen 17:1). Door het zelfde geloof zegt hij tegen de arme weduwe dat er voldoende eten zal blijven (1 Koningen 17:14) en bidt hij om leven haar gestorven zoon (1 Koningen 17:22). Het maakt ook dat hij de confrontatie met de Baälpriesters aangaat (1 Koningen 18:25-39). Zijn vertrouwen in God lijkt onbegrensd. We lezen dat, voorafgaand aan zijn geloofsdaden, God heel duidelijk tot hem spreekt. Maar dan nog … Je moet dan alsnog wel doen wat Hij zegt.

God spreekt nog steeds. Hij doet dat door Zijn woord en door Zijn Geest. Hij gebruikt situaties, mensen, de natuur en de kerk. Vaak spreekt God als we stil worden voor Hem en ervoor kiezen te luisteren. Als Hij dan spreekt, nodigt Hij je uit te doen wat Hij zegt (Jakobus 1:22). Dat vraagt geloof en moed. Het zou goed kunnen dat Elia zich in zijn handelen liet bemoedigen door woorden die wij ook kennen: ‘Ik onderwijs u en leer u de weg die u moet gaan; ik geef raad, mijn oog is op u’ (Psalm 32:8).

 

Uit de vrouwen Bijbel

 

Goed gelovig                         1 Koningen 17:7-24

Op Gods gezag gaat Elia naar het land waar Izebel vandaan komt. Op het woord van Elia (herkent zij hem aan zijn kleding?) gaat de weduwe een koek bakken voor hem. Zijn woorden komen uit. Dan sterft haar zoon. Ze zegt wat wij soms denken: O Heere God, hoe heb ik het nu met U? Toch gelooft ze en eert ze de God van Israël. Geloven, is dat voor jou ook soms meer ‘ondanks’ dan ‘omdat’?

   

 

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 257

Lezen: 1 Koningen 16:23-34 

Thema: Dieptepunt

Tekst voor vandaag: 1 Koningen 16:33

 

HSV: [33] Ook maakte Achab een gewijde paal, zodat Achab nog meer deed om de HEERE, de God van Israël, tot toorn te verwekken dan alle koningen van Israël die er vóór hem geweest waren.          

 

NBV21: [33] Ook maakte hij een Asjerapaal. Zo deed hij allerlei dingen waarmee hij de HEER, de God van Israël, tergde, meer nog dan de vorige koningen van Israël gedaan hadden.

 

BGT: [33] Ook liet hij een heilige paal maken voor de godin Asjera. Zo beledigde hij de Heer, de God van Israël. Hij beledigde hem nog erger dan alle vroegere koningen van Israël gedaan hadden.

 

Aantekening bij: 

1 Koningen 16:31-33 dat hij de Baäl ging dienen en zich daarvoor neerboog … maakte … een gewijde paal. De laatste en slechtste van alle Israëlitische koningen die tijdens het bewind van Asa van Juda regeerden (zie aantekening bij 1 Koningen 15:17), was Achab, de zoon van Omri. Hij voegde aan de zonden van Jerobeam, de zoon van Nebat, een huwelijk met een buitenlandse toe, Izebel. Het was onvermijdelijk dat zij hem tot de verering van een afgod, Baäl, verleidde. Baäl is niet zozeer een naam, als wel een titel (‘heer’) voor de oude Semitische god Hadad: ‘Heer Hadad’. Baäl-Hadad is het vroegst bekend in de oude stad Ebla in het noordwesten van Syrië en in Egypte. Maar het juiste begrip van deze afgod krijgen we echter door Ugaritische teksten uit Ras Shama aan de Syrische kust. Deze teksten omschrijven Baäl (Hadad) als een god van de donder. De vruchtbaarheid van het land is afhankelijk van zijn regen. Hij is de zoon van de oppergod El en de echtgenoot van de godin Anath; zijn vijanden zijn Yam (‘zee’) en Mot (‘dood’); zijn wapens zijn de donder en de bliksem; en hij wordt afgebeeld als een stier. De verering van Baäl bood vele Israëlieten tijdens hun verblijf in Kanaän een aantrekkelijk alternatief voor of aanvulling op de verering van de Heere. Dit kwam wellicht ook omdat het land voor zijn vruchtbaarheid grotendeels afhankelijk was van regen. Over ‘gewijde palen’, zie aantekening bij 1 Koningen 14:15.

 

Aantekening bij 1 Koningen 15:17 > Baësa, de koning van Israël. Asa’s regeringsperiode over Juda was lang, en hij beleefde de opkomst en val van vijf Israëlitische koningen voordat de beruchte koning Achab de troon beklom (1 Koningen 16:29). Baësa is de tweede van de vijf (1 Koningen 15:33-16:7) en hij ziet dat Asa’s militaire situatie zo zwak is dat, dat het lukt om tot in Benjamin door te dringen en daar -op enkele kilometers van Jeruzalem – Rama uit te bouwen en te versterken.

 

Aantekening bij 1 Koningen 14:15 > De Heere zal Israël treffen. Ahia laat de actuele situatie achter zich en richt zich op wat de verre toekomst zal brengen. Door het ontbreken van een krachtig koningshuis in Israël, zal deze natie voortdurend aan instabiliteit onderworpen zijn, zoals riet in het water … zwiept. En uiteindelijk zullen de Israëlieten in ballingschap gaan, uit dit goede land, dat Hij hun vaderen heeft gegeven naar een land aan de overzijde van de rivier. Deze politieke instabiliteit waarover Ahia spreekt, wordt goed beschreven in het navolgende verslag over het noordelijke rijk. Het land aan de overzijde van de rivier (de Eufraat) blijkt Assyrië te zijn (2 Koningen 17:1-6, 21-23). Hier wordt de afgoderij als oorzaak van Israëls problemen in één zin uitgedrukt: men richtte gewijde palenop. De godin Asjera is als Athirat bekend in Ugaritische teksten. Zij was de vrouw van de oppergod El en de moeder van alle goden. In syncretistische kringen in Israël verschijnt zij onlosmakelijk als de vrouw van God. De gewijde palen waren cultussymbolen die gebruikt werden bij verering van deze godin. Het waren waarschijnlijk houten kunstvoorwerpen, die een boom moesten voorstellen (vgl. Deuteronomium 16:21, dat doet vermoeden dat een ‘gewijde paal’ soms een echte boom kon voorstellen; Hosea 4:12).

 

Uit de mannen Bijbel

 

Het gevaar van foute relaties   1 Koningen 16:29-33

Veel koningen deden wat slecht was in Gods ogen, Achab spant de kroon. Bij hem gaat het van kwaad tot erger. Alsof al dat kwaad nog niet genoeg is, trouwt hij ook nog met Izebel. Zij is de dochter van de koning van de Sidoniërs, die waarschijnlijk een Baälpriester was, anders kon j namelijk geen koning zijn. Een huwelijk als dit had politieke voordelen, maar haalde ook de door afgoderij gekleurde familie binnen bij het werk en leven van koning Achab. ‘Waar je mee omgaat, word je mee besmet’ zal voor hem gaan gelden. Hij laat allerlei afgoderij toe, waardoor hij en het volk nog verder afdwalen van de waarachtige God.

Werk- of vriendschapsrelaties met mensen die God niet kennen, zijn niet per se verkeerd. Ook een liefdesrelatie met een ongelovige hoeft niet altijd verkeerd te gaan. Toch waarschuwt God niet voor niets voor het aangaan van zo’n relatie (zie 2 Korinthe 6:14-18). Voor je het weet, beïnvloedt het jouw leven en werk meer dan goed is. zeker als je, zoals Achab, de Heere niet met heel je hart bent toegedaan en Zijn wet nieet overdenkt bij dag en bij nacht (Psalm 1).  

 

Achab

Achab is misschien wel de bekendste koning van het noordelijk rijk Israël. Hij had net als vader Omri het voornemen om Israël op politiek en economisch gebied een sterke staat te maken. Daarin is hij bijzonder succesvol. Maar hoewel Achab daarvoor ook door de omliggende volkeren gerespecteerd wordt, is hij een van Israëls meest goddeloze koningen.

Onder invloed van zijn vrouw, de heidense prinses Izebel, laat hij in Samaria een tempel voor Baäl bouwen en een heilige paal ter ere van Astarte oprichten. Achab regeert, maar zijn vrouw lijkt de dienst uit te maken. Achab laat haar begaan en corrigeert haar op geen enkele manier. De biografie van Achab onderstreept de goede raad van Paulus: ‘Vorm geen ongelijk span met ongelovigen’ (2 Korinthe 6:14).

Gods oordeel blijft niet uit en de profeet Elia kondigt een periode van drie jaren ernstige droogte aan. Die loopt uit op de bekende krachtmeting op de berg Karmel tussen Elia en de 450 Baälpriesters. Maar ook daarna houdt Izebel de regie in handen!

In zijn latere regeringsjaren voert Achab drie keer oorlog tegen Benhadad van Syrië. Twee keer overwint Achab, maar de derde keer loopt anders af: Achab bezit naast zijn paleis in Samaria een buitenverblijf in Jisreël en laat zijn oog vallen op de wijngaard die ernaast ligt. De eigenaar Naboth weigert het erfgoed van de hand te doen. Izebel komt haar gekrengte echtgenoot te hulp en laat Naboth ombrengen. De straf wordt door Elia aangekondigd en voltrokken in de derde veldslag tegen Syrië. 

Achab gaat met sombere verwachtingen de strijd tegemoed en vermomt zich als een gewoon soldaat. Het baat hem niet, want hij raakt dodelijk verwond door een verdwaalde pijl. Als de strijdwagen bij Samaria wordt schoongespoeld, likken de honden het bloed van Achab, precies zoals Elia had voorspeld.

   

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 256

Lezen: Psalm 142

Thema: Totale overgave

Tekst voor vandaag: Psalm 142:6-8

 

HSV: [6] Tot U roep ik, HEERE. Ik zeg: U bent mijn toevlucht, mijn [1]deel in het land der levenden. [7] Sla acht op mijn roepen, want ik ben volkomen uitgeteerd; [2]red mij van mijn vervolgers, want zij zijn machtiger dan ik. [8] Leid mijn ziel uit de gevangenis om Uw Naam te loven; de rechtvaardigen zullen mij omringen, want U bent goed voor mij.          

 

NBV21: [6] Ik roep tot U, HEER: ‘U bent mijn schuilplaats, al wat ik heb in het land der levenden.’ [7] Hoor mijn noodkreet, ik ben uitgeput en moe, verlos mij van mijn vervolgers, zij zijn sterker dan ik. [8] Bevrijd mij uit de kerker, dat ik uw naam mag loven  in de kring van de rechtvaardigen: U hebt naar mij omgezien.

 

BGT: [6] Daarom roep ik naar u, Heer, want u beschermt me. U bent alles wat ik nodig heb op aarde. [7] Heer, luister naar mijn gebed! Ik kan niet meer, ik ben doodmoe. Red mij van mijn vijanden, want zij zijn sterker dan ik. [8] Bevrijd mij uit mijn ellende. Dan zal ik u danken, samen met uw volk, omdat u voor mij zorgt.

 

Aantekening bij: 

Psalm 142:6-8 Red mij van mijn vervolgers. Het laatste deel bindt heel de psalm aaneen. Vers 2 klinkt door in vers 6 met U bent mijn toevlucht vers 5 doorklinkt (‘de mogelijkheid tot ontvluchten’, met gebruikmaking van een Hebreeuws synoniem), en ik ben volkomen uitgeteerd (vers 7) is een samenvatting van vers 4-5. Dit gedeelte laat de gelovigen bidden met vrijmoedigheid en vertrouwen op Gods onverminderde zorg. De bidder merkt hoe hij moet reageren als hij het antwoord ziet (om Uw Naam te loven) en verwacht dat alle rechtvaardigen hem zullen volgen (zoals dikwijls in de psalmen komen persoonlijke ervaringen van zegen het hele volk ten goede; vgl. aantekening bij Psalm 109:30-31; en 116:12-19.

 

Aantekening bij Psalm 109:30-31 > Ik zal God loven Die mij beschermt. De psalm sluit af met hoop. De zanger belijdt dat hij de Heere op luide toon zal loven in de openbare eredienst (zodat alle gelovigen aan de lofzang deel kunnen nemen). Hij zal te vinden zijn te midden van velen in de eredienst, liever dan ten prooi te vallen aan hen die zijn ziel veroordelen.

 

Aantekening bij Psalm 116:12-19 > Hoe zal ik Hem mijn dankbaarheid tonen? Het laatste gedeelte werpt de vraag op: Wat zal ik de Heere vergelden voor al Zijn weldaden, die Hij mij bewees? Het antwoord maakt gebruik van elementen uit de openbare eredienst, zoals de volgende zinnen tonen: de beker van het heil (misschien een onderdeel van het dankoffer, vers 14); de Naam van de Heere aanroepen (zie aantekening bij vers 4); mijn geloften … nakomen en U een offer van dankzegging brengen (zie aantekening bij Psalm 50:7-15; 56:13-14; 61:9; 66:13-15); in de tegenwoordigheid van al Zijn volk; en in de voorhoven van het huis van de Heere. De persoonlijke verlossing is een voorrecht voor heel het volk, en de gehele gemeente neemt deel aan de dankzegging (vgl. Romeinen 12:15).

 

Aantekening bij Psalm 116:4 > riep de Naam van de Heere aan. Dit kan een algemene term zijn om een godheid aan te roepen in het gebed (bv. 1 Koningen 18:24), maar vaker wijst het op een gebed dat in de openbare eredienst thuishoort (vgl. Genesis 4:26; 12:8; Psalm 105:1). Dat zal hier ook het geval zijn, vanwege dezelfde term in Psalm 116:3. De bede werd dus geformuleerd als onderdeel van de eredienst,

 

Aantekening bij Psalm 50:7-15 > Hij spreekt tot Zijn volk: dien Hem vanuit je hart. Gods rechtspraak is een Godsspraak die uitlegt wat het werkelijk betekent Zijn volk te zijn. Hij spreekt over hun offers (vers 8). Tegen de achtergrond van vers 10-13 en ook vers 16 richt Hij Zich tot het volk dat geneigd is te denken dat God op een of andere manier de offers nodig heeft, en dat die bijna als omkoopmiddel bruikbaar zijn om Hem tevreden te stellen. Gods antwoord (een duidelijk antwoord voor wie helder denkt over het scheppingsverhaal) is, dat Hij heel de geschapen werkelijkheid bezit en er op geen enkele manier van afhankelijk is. Vervolgens richt de Godsspraak zich op het juiste gebruik van offers (vgl. de aantekening bij Psalm 40:7-9), met de nadruk op dankoffers en geloften (Psalm 50:14) Dat waren allebei soorten van vredeoffers (Leviticus 7:11-12, 16), de enige soort offers waarvan de offeraar zelf iets at van het offerdier. De belangrijkste functie was de maaltijd samen met familie en armen, met God als gastheer. (dit is, zo blijkt in 1 Korinthe 10:16-18, de oorspronkelijke bedoeling van het christelijk Heilig Avondmaal.) Het behoren bij het volk van God betekent welkom zijn in Zijn aanwezigheid (Psalm 50:14), geheel in afhankelijkheid van Hem (vers 12) en door op de juiste manier met anderen om te gaan (vers 19-20, 23). Zo wordt het een zaak van het hart.

 

Aantekening bij Psalm 56:13-14 > U hebt mijn ziel gered van de dood. De zanger brengt zijn vertrouwen tot uitdrukking dat, als ‘God net hem is’ (vers 10), het dan zo goed als afgelopen is: God heeft zijn ziel gered van de dood. De geloften en de dankzegging zijn varianten van de vredesoffers die Gods antwoord op het gebed bezingen (vgl. Psalm 54:8; Leviticus 7:15-16).

 

Aantekening bij Psalm 61:9 > Ik zal voor Uw Naam voor eeuwig psalmen zingen. In het bijbelse wereldbeeld vindt men de volkomenheid van Gods tegenwoordigheid in de openbare eredienst. Het juiste antwoord op Gods goedheid is dan ook psalmen te zingen en zijn geloften na te komen te midden van Gods volk.

 

Aantekening bij Psalm 66:13-15 > Ik zal met brandoffers Uw huis binnengaan. Hier wendt de blik zich van Israël als geheel naar de individuele gelovige (ik). Iemand in Israël (daaronder de gasten begrepen) kon in moeilijke tijden een gelofte aan de Heere doen en die inlossen met brandoffers of gelofteoffers (mijn geloften nakomen), vgl. Leviticus 7:16; 22:18 en Numeri 15:3. Zoals Psalm 50:7-15 duidelijk maakt, mogen deze nooit worden gezien als losprijs bij God. Ze zijn het antwoord van persoonlijke toewijding (een functie van het brandoffer) en dankbaarheid (een functie van het gelofteoffer, een soort vredesoffer) aan God voor Zijn vrijwillige betoonde vriendelijkheid. De psalm vermeldt ze als een vreugdevolle gebeurtenis.

 

Aantekening bij Psalm 40:7-9 > Deze verzen maken deel uit van de oudtestamentische terechtwijzingen van iedereen die denkt dat het offersysteem automatisch werkt, buiten geloofsbelijdenis, berouw en gehoorzaamheid om (vgl. Psalm 50:8-15; 51:18-21; Spreuken 14:9; Jesaja 11:11-17). Dit is waarschijnlijk de reden waarom Hebreeën 10:5-7 deze verzen gebruikt (uit de LXX), omdat zijn gehoor in de verleiding kwam hun bijzondere Jodenchristendom af te werpen en terug te keren tot het ‘gewone’ Jodendom met zijn offers, in de gedachte dat zij nog steeds God zouden behagen. Zij moeten de offers zien als middelen om Gods grotere plannen te bevorderen, niet als doel in zichzelf. Iemands oren zijn doorboord (Psalm 40:7) als hij bereid is om te luisteren naar Gods woorden en die te gehoorzamen.

 

Uit de mannen Bijbel

 

Roepen tot God                              Psalm 142:8

In de psalmen treffen we veel emoties aan. De dichters brengen al deze verschillende gevoelens bij God.

Deze psalm heeft David geschreven toen hij zich in een grot verborg, waarschijnlijk voor Saul. Hij is dus in nood en smeekt God om verlossing (vers 2). Opvallend is dat David zijn nood en eenzaamheid heel concreet aan God voorlegt: niemand zag naar mij om, niemand zorgde voor mijn ziel. Met al je zorg en verdriet mag je dus naar God gaan en alles eerlijk Hem vertellen.

Tegelijkertijd valt ook op dat David niet in de nood blijft steken. Hij belijdt dat God zijn toevlucht is (vers 6). Hieruit kun je leren dat je gebed meer mag zijn dan alleen een opsomming van klachten. Terwijl je jouw eigen situatie eerlijk aan God vertelt, blijft het besef dat God sterker is dan al je klachten.

Voel jij je eenzaam en onbegrepen, zelfs door mensen die heel dicht bij je staan? Je mag roepen tot God, net als David in deze psalm. Maar verwacht het dan, terwijl je roept alleen van God. Zo ontsnap je aan negatieve gedachten en word je eraan herinnerd dat God heel veel van je houdt.

 

Uit de vrouwen Bijbel

 

Gevangenis                                    Psalm 142:8

Een gevangenis is geen plek waar je graag wilt zijn, en David wil er dan ook graag uit. Toch zijn er ook vandaag mensen die in een gevangenis of werkkamp God loven, ondanks hun boeien en martelingen. Wat is dat bemoedigend en tegelijkertijd beschamend voor ons! Denk je vandaag aan hen? Ze worden gesteund door jouw gebed of door het kaartje dat je stuurt.

 

De verwijs Bijbel verwijst bij Psalm 142:8 ook naar: Romeinen 3:[20] Daarom zal uit werken van de wet geen vlees voor Hem gerechtvaardigd worden.  Door de wet is immers kennis van zonde.

     [21] Maar nu is zonder de wet gerechtigheid van God geopenbaard, waarvan door de Wet en de Profeten is getuigd:

     [22] namelijk gerechtigheid van God door het geloof in Jezus Christus, tot allen en over allen die geloven, want er is geen onderscheid.

     [23] Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God,

     [24] en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.


[1]  Psalm 16:[5] De HEERE is mijn enig deel en mijn beker. U onderhoudt wat het lot mij toewees.

[2]  Psalm 41:[2] Welzalig is hij die verstandig omgaat met een ellendige; in dagen van onheil zal de HEERE hem bevrijden.

    Psalm 79:[8] Denk niet aan onze vroegere misdaden, haast U, laat Uw barmhartigheid ons te hulp komen, want wij zijn volledig uitgeteerd.

   Psalm 116:[6] De HEERE bewaart de eenvoudigen; ik was uitgeteerd, maar Hij heeft mij verlost.

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 255

Lezen: Lukas 15:11-32 

Thema: De wachtende vader

Tekst voor vandaag: Lukas 15:20

 

HSV: [20] En hij stond op en ging naar zijn vader. En toen hij nog ver van hem verwijderd was, zag zijn vader hem en deze was met innerlijke ontferming bewogen en hij snelde hem tegemoet, viel hem om de hals en kuste hem.          

 

NBV21: [20] Hij vertrok meteen en ging op weg naar zijn vader. Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem.

 

BGT: [20] Toen ging de zoon terug naar zijn vader. De vader zag zijn zoon al vanuit de verte aankomen. En meteen kreeg hij medelijden. Hij rende naar zijn zoon toe, sloeg zijn armen om hem heen en kuste hem.

 

Aantekening bij: 

Lukas 15:20 nog ver van hem verwijderd. Zo groot is de vaderliefde; hij moet vaak op de uitkijk hebben gestaan. snelde. De vader laat alle beschavingsregels vallen; in die tijd moet het voor een ouder iemand, en dan zo’n welgestelde landeigenaar, als onbehoorlijk hebben gegolden om zo hard te rennen. viel hem om de hals. Vgl. Genesis 33:4, 45:14; 46:29.

 

Uit de mannen Bijbel

 

De wereld op zijn kop            Lukas 14-15

Succesvol zijn. Invloedrijke vrienden hebben. Gerespecteerd worden. Alles net iets beter voor elkaar hebben dan anderen. Het houdt de meeste mensen bezig. Vroeger, en ook nu.

Maar Jezus zet met Zijn boodschap de wereld op zijn kop. Wil je gerespecteerd worden? Neem ‘de laatste plaats’ in en verneder jezelf (Lukas 14:10-11). Heb je een feestje? Nodig niet de mensen uit van wie je wat terugverwacht, maar juist de verworpenen, de armen de gehandicapten Lukas 14:13).

Wie zich alleen maar druk maakt om zijn aardse bestaan, loopt het gevaar om overgeslagen te worden bij de maaltijd van God (Lukas 14:24): ‘Weet je wel dat het je alles gaat kosten om Mij te volgen? Ga eerst even rustig zitten en bedenk of je dat kunt en wilt!’

Onze eigenwaarde hangt niet af van succes, salaris en aanzien. Jezus volgen betekent dat we een weg gaan die niet altijd populair of aangenaam is. Net als Jezus, en door Zijn kracht, mogen wij om het verloren schaapgeven, de verloren penning zoeken. We mogen blij zijn en met de hemel feestvieren als we het verlorene terugvinden, en de vieze, naar varkens en afval stinkende zoon tegemoet rennen en in onze armen sluiten, wat hij ook gedaan heeft. 

 

Uit de vrouwen Bijbel

 

Verdiend of onverdiend                  Lukas 15:11-32

Twee zonen. Eén gehoorzaamt zijn vader, de ander trekt de wereld in. De oudste wil liefde verdienen. De jongste heeft de liefde verspeeld. De vader verlangt naar het hart van zijn beide zonen. De jongste ontdekt de vaderliefde voor weglopers. Jezus leert zonen en dochters het ‘zelf verdienen’ op te geven en uit genade te leven!

 

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 254

Lezen: Lukas 15:1-10 

Thema: Hoera, gevonden

Tekst voor vandaag: Lukas 15:7

 

HSV: [7] Ik zeg u dat er evenzo blijdschap zal zijn in de hemel over één zondaar die zich bekeert, meer dan over [1]negenennegentig rechtvaardigen, die de bekering niet nodig hebben.          

 

NBV21: [7] Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben.

 

BGT: [7] Luister naar mijn woorden: Zo is het ook met God in de hemel. Hij is heel blij met één slecht mens die zijn leven verandert. Meer nog dan met 99 goede mensen die hun leven niet hoeven te veranderen.’

 

Aantekening bij: 

Lukas 15:7 blijdschap … in de hemel staat tegenover het gemopper van Jezus’ tegenstanders. God en alle hemelbewoners, ook de engelen, verheugen zich enorm (vgl. vers 10). Rechtvaardigen, die de bekering niet nodig hebben (vgl. Lukas 5:31-32).  In het licht van de universele noodzaak tot bekering (zie Lukas 3:3) en de slechtheid van de mens (Lukas 11:13; vgl. Romeinen 3:10-20), zoals in Lukas en Handelingen verkondigd, kunnen we dit het best opvatten als ironie: ‘zij die denken rechtvaardig te zijn en geen behoefte aan bekering hebben’.

 

Uit de vrouwen Bijbel

 

Weg gedwaald                               Lukas 15:1-7

Zo ongemerkt gebeurd. Een stukje bij de Herder vandaan, verdwaald, Hem kwijtgeraakt. Bidden lukt niet meer. Twijfel slaat toe, heb ik me wat verbeeld misschien? Weet dat de Herder op zoek is. Hij roept je naam, Hij verlangt ernaar je bij de kudde terug te brengen, veilig in Zijn armen.

 

  


[1]  Lukas 5:[32] Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.