Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 171

Lezen: Lukas 9:46-50 

Thema: Klein is groot

Tekst voor vandaag: Lukas 9:48 

 

HSV: [48] [1]En Hij zei tegen hen: Wie dit kind ontvangt in Mijn Naam, die ontvangt Mij,[2] en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem Die Mij gezonden heeft. [3]Want wie de minste onder u allen is, die zal belangrijk zijn.

 

NBV21: [48] Hij zei tegen hen: ‘Wie dit kind in mijn naam ontvangt, ontvangt Mij; en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem die Mij gezonden heeft. Want wie de kleinste onder jullie allen is, die is werkelijk groot.’

 

BGT: [48] Toen zei hij: ‘Als je bij mij hoort, dan moet je juist voor de minst belangrijke mensen aandacht hebben. Zoals voor zo’n kind. Want wat je voor de minst belangrijke mensen doet, dat doe je voor mij. En wat je voor mij doet, dat doe je ook voor God, die mij gestuurd heeft. Weet je wie van jullie echt belangrijk is? Dat is degene die zichzelf het minst belangrijk vindt.’

 

Aantekening bij: 

Lukas 9:46-48 Wie is de belangrijkste? Het onvermogen van de discipelen om Jezus’ aanstaande lijden te begrijpen, heeft ook te maken met hun persoonlijke streven naar een hoge positie.

 

Lukas 9:48 Wie dit kleine kind ontvangt … ontvangt Mij … wie Mij ontvangt, ontvangt Hem Die Mij gezonden heeft. Een voorbeeld van ‘getrapt’ parallellisme (vgl. Lukas 10:16), waarbij de eerste gedachte een trap hoger komt in de tweede. Men ontvangt een kind als vertegenwoordiger van Jezus, en Jezus wordt ontvangen als Vertegenwoordiger van God.  de minste onder u. Degene die aller dienaar is en daarmee een geringe positie bekleedt (Markus 9:35). zal belangrijk zijn. In Gods ogen (vgl. Lukas 14:11; 18:14; 22:26), en niet volgens het wanbegrip van de discipelen ten aanzien van wat belangrijk is (bv. Lukas 9:46).

 

 


[1]  Mattheüs 18:[5] En wie zo’n kind ontvangt in Mijn Naam, die ontvangt Mij.

   Markus 9:[37] Wie een van zulke kinderen ontvangt in Mijn Naam, die ontvangt Mij; en wie Mij ontvangt, die ontvangt niet Mij, maar Hem Die Mij gezonden heeft.

   Johannes 13:[20] Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als iemand hem ontvangt die Ik zal zenden, ontvangt hij Mij, en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem Die Mij gezonden heeft.

[2]  Lukas 10:[16] Wie naar u luistert, die luistert naar Mij; wie u verwerpt, die verwerpt Mij; en wie Mij verwerpt, die verwerpt Hem Die Mij gezonden heeft.

  Johannes 13:[20] Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als iemand hem ontvangt die Ik zal zenden, ontvangt hij Mij, en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem Die Mij gezonden heeft.

[3]  Mattheüs 23:[11] Maar de belangrijkste van u zal uw dienaar zijn.

    Lukas 14:[11] Want ieder die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.

    Lukas 18:[14] Ik zeg u: Deze man ging gerechtvaardigd terug naar zijn huis, in tegenstelling tot die andere. Want ieder die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 170

Lezen: Lukas 9:37-45 

Thema: Verborgen betekenis

Tekst voor vandaag: Lukas 9:45 

 

HSV: [45] Maar zij begrepen dat woord niet en het bleef voor hen verborgen, zodat het niet tot hen doordrong. En zij vreesden Hem een vraag te stellen over dat woord.

 

NBV21: [45] Maar ze begrepen deze uitspraak niet; de betekenis bleef voor hen verborgen, en ze durfden Hem er niet naar te vragen.

 

BGT: [45] De leerlingen wisten niet wat Jezus daarmee bedoelde. Ze konden het op dat moment nog niet begrijpen. En ze durfden het ook niet aan Jezus te vragen.

 

Aantekening bij: 

Lukas 9:45

Zie vrijwel hetzelfde in Lukas 18:34. Dat de discipelen Jezus’ woorden niet begrijpen, komt doordat God het voor hen verborgen heeft. zij vreesden Hem een vraag te stellen, waarschijnlijk omdat ze uit Zijn woorden genoeg op konden maken, zodat zij verder niets meer te weten wilden komen.

 

 

Uit de vrouwen Bijbel

 

Belijdenis en lijden                Lukas 9:18-27, 44-45

Zou het toevallig zijn? Direct na Petrus’ belijdenis kondigt de Zoon van God Zijn lijden aan. Belijden en lijden, onlosmakelijk met elkaar verbonden. Je leven verliezen, je niet schamen om te getuigen. Een hele uitdaging. Dank God voor dat lijden dat je onderscheidt van niet gelovigen. Het is een bewijs dat Zijn genade in jou is. Hij geeft je kracht om het lijden te dragen, samen met Hem!  

 

 

 

 

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 169

Lezen: Lukas 18:28-36 

Thema: Hoog bezoek

Tekst voor vandaag: Lukas 9:33-35 

 

HSV: [33] En het gebeurde, toen zij bij Hem vandaan zouden gaan, dat Petrus tegen Jezus zei: Meester, het is goed dat wij hier zijn. Laten wij drie tenten maken, voor U een, voor Mozes een en voor Elia een; hij wist echter niet wat hij zei. [34] Terwijl hij dit zei, kwam er een wolk, en die overschaduwde hen. Zij werden bevreesd toen zij de wolk ingingen. [35] [1]En er kwam een stem uit de wolk, die zei: Dit is Mijn geliefde Zoon, [2]luister naar Hem!

 

NBV21: [33] Toen de mannen zich van Hem wilden verwijderen, zei Petrus tegen Jezus: ‘Meester, het is goed dat wij hier zijn, laten we drie tenten maken, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia,’ maar hij wist niet wat hij zei.  [34] Terwijl hij nog aan het spreken was, kwam er een wolk aandrijven die hen overdekte; toen de wolk hen omhulde werden ze bang.  [35] Er klonk een stem uit de wolk, die zei: ‘Dit is mijn Zoon, mijn uitverkorene, luister naar Hem!’

 

BGT: [33] Toen Mozes en Elia weg wilden gaan, zei Petrus tegen Jezus: ‘Meester, het komt goed uit dat wij hier zijn! We zullen drie hutten maken: één voor u, één voor Mozes, en één voor Elia.’ Maar Petrus had er niets van begrepen. [34] Op dat moment kwam er een wolk boven hen. Mozes, Elia en Jezus verdwenen in de wolk, en de leerlingen werden bang.  [35] Toen klonk uit de wolk Gods stem, die zei: ‘Dit is mijn Zoon. Ik heb hem uitgekozen. Luister naar hem.’

 

Aantekening bij: 

Lukas 9:33-34 Laten wij drie tenten maken. Dit is een misser van Petrus, zoals blijkt uit Lukas’ commentaar (hij wist  echter niet wat hij zei) en uit de uitspraak van de Vader (‘Dit is Mijn geliefde Zoon’, vers 35, een bevestiging van vers 20). De wolk is een teken van Gods aanwezigheid (zie aantekening bij Mattheüs 17:5).

 

Lukas 9:35 Dit is Mijn geliefde Zoon. Vgl. Lukas 3:22 en aantekening bij Markus 9:7. luister naar Hem! Sla boven alles acht op Jezus’ onderricht, zelfs boven de Wet (Mozes) en de profeten (Elia) van het Oude Testament. Dat wil niet zeggen dat die minder Gods woord zijn, maar wel dat Jezus’ leer het Oude Testament overstijgt en het op de juiste wijze interpreteert, met het oog op de nieuwe bedeling van het Koninkrijk van God en het nieuwe verbond. Jezus is niet slechts gelijk aan Mozes en Elia, Hij is veel groter. Heel het Oude Testament wijst op Hem (zie Lukas 24:27). ‘Luister naar Hem’ is ook een zinspeling op Deuteronomium 18:15, waaruit blijkt dat Jezus Degene is van Wie Mozes heeft voorzegd: ‘een Profeet … zal de Heere, uw God, voor u doen opstaan.’

 

Mattheüs 17:5 lichtende wolk. De wolk van Gods nabijheid en heerlijkheid verscheen meerdere keren in het Oude Testament (bv. Exodus 13:21-22; 34:5-7; 1 Koningen 8:10-13). stem. De openlijke bekrachtiging van God de Vader, dat Jezus Zijn geliefde Zoon is, herinnert aan Zijn doop (Mattheüs 3:17). Jezus is de vleesgeworden Zoon van God en meer dan Mozes en Elia. Als de discipelen Zijn Messiaanse opdracht willen begrijpen moeten ze naar Hem ‘luisteren’.

 

Markus 9:7 In de stem uit de wolk klinkt Exodus 24:15-16 door. Dit is Mijn geliefde Zoon, luister naar Hem! is een uitroep ten behoeve van de drie discipelen (vgl. Markus 9:2, 4, 7, 12-13). Zie Markus 4:34; 6:31-44; 9:28; 13:3; 2 Petrus1:16-18. De Vader bevestigt al Jezus’ aanspraken (zie Psalm 2:7; Jesaja 42:1; Markus 1:110. In ‘luister naar Hem’ klinkt Deuteronomium 18:15, 18 door waar God Mozes als leidsman en profeet bekendmaakt. Wie de door God gezonden Messias verwerpt, verwerpt God. De drie discipelen zien Jezus’ heerlijkheid. Ze zien dat Zijn grootheid boven die van Mozes en Elia uitgaan en zij horen hoe God Jezus erkent als Zijn eeuwige Zoon.

 

Uit de Mannen Bijbel

 

Bijzondere momenten delen            Lukas 28-36

Er zijn drie leerlingen met wie Jezus blijkbaar een bijzondere band heeft: Petrus, Johannes en Jakobus. Op enkele speciale momenten worden deze drie door Jezus uitgekozen om met Hem mee te gaan. Dat gebeurt als Jezus het dochtertje van Jaïris uit de dood opwekt (Lukas 8:40-56), dat gebeurt nu opnieuw wanneer Jezus de berg op gaat om te bidden. Dit gebedsmoment wordt een indrukwekkende ontmoeting met Mozes en Elia. Petrus en Johannes en Jakobus zijn er getuige van.

In de andere evangeliën worden nog meer gebeurtenissen beschreven waarin deze drie intimi mogen delen. Er zijn zaken en momenten die je alleen met je allernaasten wilt delen. Jezus heeft een vertrouwelijke band met deze drie. Johannes wordt de discipel genoemd naar wie Jezus’ liefde in het bijzonder uitging (zie bijvoorbeeld Johannes 19:26). Jezus heeft er kennelijk behoefte aan om hen juist van zulke bijzondere gebeurtenissen deelgenoot te maken. Het mag voor ons betekenen dat het is om naar die menselijke behoeften te luisteren. Met iedereen alles willen delen is onverstandig. Enkele goede vrienden deelgenoot maken van wat God je schenkt, verdubbelt de zegen.   

 

 

 

 


[1]  Jesaja 42:[1] Zie, Mijn Knecht, Die Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Wie Mijn ziel een welbehagen heeft; Ik heb Mijn Geest op Hem gelegd. Hij zal tot de heidenvolken het recht doen uitgaan.

    Mattheüs 3:[17] En zie, een stem uit de hemelen zei: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!

    Mattheüs 17:[5] Terwijl hij nog sprak, zie, een lichtende wolk overschaduwde hen; en zie, een stem uit de wolk zei: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb; luister naar Hem!

    Markus 1:[11] En er kwam een stem uit de hemelen: U bent Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!

     Markus 9:[7] En er kwam een wolk, die hen overschaduwde, en uit de wolk kwam een stem, die zei: Dit is Mijn geliefde Zoon, luister naar Hem!

     Lukas 3:[22] en dat de Heilige Geest op Hem neerdaalde in lichamelijke gedaante als een duif. En er kwam een stem uit de hemel die zei: U bent Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik Mijn welbehagen!

    Kolossenzen 1:[13] Hij heeft ons getrokken uit de macht van de duisternis en overgezet in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde.

    2 Petrus 1:[17] Want Hij heeft van God de Vader eer en heerlijkheid ontvangen, toen een stem als deze van de verheven heerlijkheid tot Hem kwam: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb.

[2]  Deuteronomium 18:[19] En met de man die niet naar Mijn woorden luistert, die Hij in Mijn Naam spreekt, zal het zó zijn: Ík zal rekenschap van hem eisen.

    Handelingen 3:[22] Want Mozes heeft tegen de vaderen gezegd: De Heere, uw God, zal voor u een Profeet laten opstaan uit uw broeders, zoals ik; naar Hem moet u luisteren in alles wat Hij tot u zal spreken.

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 168

Lezen: Lukas 9:18-27

Thema: Imago-onderzoek

Tekst voor vandaag: Lukas 9:18-20 

 

HSV: [1][18] En het gebeurde, toen Hij in persoonlijk gebed was, dat de discipelen in Zijn nabijheid waren. En Hij vroeg hun: Wie zeggen de menigten dat Ik ben? [19] Zij antwoordden en zeiden: [2]Johannes de Doper, en anderen: Elia, en weer anderen dat een van de oude profeten opgestaan is. [20] Hij zei tegen hen: Maar u, wie zegt u dat Ik ben? Petrus antwoordde en zei: De Christus van God.

 

NBV21: [18] Toen Jezus eens aan het bidden was en alleen de leerlingen bij Hem waren, stelde Hij hun de vraag: ‘Wie zeggen de mensen dat Ik ben?’  [19] Ze antwoordden: ‘Johannes de Doper, maar anderen zeggen Elia, en weer anderen beweren dat een van de oude profeten is opgestaan.’  [20] Hij zei tegen hen: ‘En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?’ Petrus antwoordde: ‘De door God gezonden messias.’

 

BGT: [18] Op een keer was Jezus aan het bidden. Alleen zijn leerlingen waren bij hem. Jezus vroeg aan hen: ‘Wie ben ik volgens de mensen?’  [19] De leerlingen antwoordden: ‘Sommige mensen zeggen dat u Johannes de Doper bent. Anderen zeggen dat u Elia bent. Weer anderen zeggen dat u één van de profeten van vroeger bent.’ [20] Toen vroeg Jezus: ‘En wie ben ik volgens jullie?’ Petrus antwoordde: ‘U bent de messias die door God gestuurd is.’

 

Aantekening bij: Lukas 9:18-20

Petrus belijdt Jezus als de Christus. Persoonlijk gebed. Over Jezus’ bidden voorafgaand aan een belangrijke gebeurtenis. Hier zou Zijn gebed weleens geweest kunnen zijn dat Zijn discipelen echt zouden begrijpen Wie Hij was. In elk geval stelt Hij daarna de vraag: ‘Wie zeggen de menigte dat Ik ben?’ Johannes de Doper. De discipelen noemen dezelfde mogelijkheden als van vers 7-8 (vgl. aantekening bij Mattheüs 16:14). Maar u, wie zegt u dat ik ben? ‘U’ is hier meervoud en in het Grieks valt het accent erop. Petrus, woordvoerder van de twaalf, antwoorde: De Christus van God. (Over Petrus’ belijdenis, zie aantekening bij Mattheüs 16:16 en Markus 8:29b-30.) Jezus ware identiteit als ‘de Christus’, eerder beleden door engelen (Lukas 2:11), de verteller (Lukas 2:26), demonen (Lukas 4:41) en Jezus zelf (Lukas 4:18), wordt voor het eerst beleden door de twaalf. Over ‘Christus, zie aantekening bij Lukas 2:11. Ook na deze belijdenis moeten de discipelen nog meer leren over de aard van het Messias-zijn van Jezus, zoals blijkt uit de volgende passage (Lukas 9:21-22. Wat ze er nu van begrijpen, is dat Jezus meer is dan een profeet, namelijk dat Zijn rol als Messias bij het inluiden van de nieuwe bedeling van het Koninkrijk centraal staat.

 

Aantekening bij:

Mattheüs 16:14 Johannes de Doper … Elia … Jeremia … een van de profeten. De antwoorden zijn in lijn met de populaire Messiaanse verwachtingen in Israël en het resultaat van een hele rij oudtestamentische profetieën over een grote profeet die komen zou (vgl. Deuteronomium 18:15-18; Maleachi 4:5).

 

Mattheüs 16:16 Simon Petrus antwoorde en zei. Petrus treedt weer op als woordvoerder van de twaalf (vgl. Mattheüs 15:15). Christus betekent ‘Messias’ of ‘Gezalfde’ (zie aantekening bij Mattheüs 1:1). Zoon van de levende God. Jezus is de Zoon van de God Die leeft, anders dan de heidense goden van Cesarea Filippi Zie aantekening bij Mattheüs 16:13). Hij is Gods eniggeboren Zoon (vgl. Mattheüs 1:21-23; 2:15; 3:17; 1:4, 5; 7:21; 8:29; 10:32-33; 11:25-27; 12:50; 15:13; 18:35; 20:23; 24:36; 25:34; 26:39, 42, 53; 28:19), de vervulling van de belofte in het Oude Testament over de Goddelijke Zoon, de Gezalfde Koning (2 Samuël 7:14; Psalm 2:7).

Mattheüs 1:1 Het geslachtsregister van Jezus Christus. De beginwoorden van het Mattheüsevangelie zijn van bijzondere betekenis voor de Joodse lezer, wiens afkomst onlosmakelijk verweven is met het verbond dat God met Israël sloot. Jezus Grieks ‘lësous) was Zijn oorspronkelijke, alledaagse naam, in het Hebreeuws jesjua’/jehosjua’ (Jozua) wat ‘de Heere redt’ betekent (Nehemia 7:7; vgl. Mattheüs 1:21). Christus (Grieks Christos, Hebreeuws masjiach, ‘de gezalfde’) gaat terug op David die tot koning van Israël gezalfd werd. In de benaming ‘Messias’ komen de verwachting uit het Oude Testament samen, m.n. de belofte van een ‘gezalfde’ die Gods volk in gerechtigheid zal leiden (2 Samuël 7:11b-16). Zoon van David doelt op een Verlosser van koninklijke afkomst Die de troon en het rijk van Israël zal herstellen. Zoon van Abraham. Gods verbond met Abraham maakte Israël tot het uitverkoren volk en betekent ook dat de hele aarde door zijn geslacht gezegend zou worden (Genesis 12:1-3; 22:18).  

 

Mattheüs 16:13 Cesarea Filippi lag 40 km ten noorden van de zee van Galilea en was eerst een centrum van verering van (1) Baäl, toen van (2) de Griekse god Pan, en daarna van (3) Cesar. Nu was het een belangrijke Grieks-Romeinse stad met een hoofdzakelijk Syrische en Griekse bevolking. Filippus de viervorst (een van de vier zonen van Herodes de Grote) had toen juist de naam Paneas veranderd in Cesarea Filippi, ter ere van zichzelf en Augustus Cesar. Opgravingen hebben munten aan het licht gebracht die bij de tempelbouw ter ere van Augustus geslagen werden, en een aan Pan gewijde grot met schrijnen en gewijde nissen die nu nog te zien zijn. Over de benaming Zoon des mensen, zie aantekening bij Mattheüs 8:20  

 

Markus 8:29b-30 Petrus spreekt voor de twaalf (vgl. Markus 1:36; 8:32; 9:5; 10:28; 14:29) en belijdt Jezus als de Christus, de van Godswege gezalfde Messias (2 Samuël 7:14-16; Psalm 2; Jeremia 23:5-6). Van Hem verwachten zij dat het Joodse volk bevrijd zal worden van de Romeinse onderdrukking (zie Johannes 6:15). Petrus’ belijdenis is openbaring van God (Mattheüs 16:17), Maar incompleet (Markus 8:31-33), want de Messiaanse Zoon des mensen is Goddelijk (Psalm 110:1, 5; Daniël 7:13-14; Markus 8:38; 12:35-37), maar ook voorbestemd tot lijden (Jesaja 53:1-12; Markus 8:31; 10:45). Om deze reden beveelt Jezus Zijn discipelen met niemand over Hem te spreken.

 

Lukas 2:11 de Zaligmaker … Hij is Christus, de Heere. Deze drie titels geven de grootheid van Maria’s Zoon aan. Voor ‘Zaligmaker’ vgl. Lukas 1:69; Handelingen 5:31; 13:23. ‘Christus is Grieks voor het Hebreeuws ‘Messias’, het is ‘de Christus’, Handelingen 5:42; 17:3). De wonderbare aankondiging, door de herders waarschijnlijk niet helemaal begrepen is dat deze als kind geboren Messias tevens de Heere God Zelf is.

 

 

Uit de vrouwen Bijbel

 

Belijdenis en lijden                Lukas 9:18-27, 44-45

Zou het toevallig zijn? Direct na Petrus’ belijdenis kondigt de Zoon van God Zijn lijden aan. Belijden en lijden, onlosmakelijk met elkaar verbonden. Je leven verliezen, je niet schamen om te getuigen. Een hele uitdaging. Dank God voor dat lijden dat je onderscheidt van niet gelovigen. Het is een bewijs dat Zijn genade in jou is. Hij geeft je kracht om het lijden te dragen, samen met Hem!  


[1]  Mattheüs 16:[13] Toen Jezus gekomen was in het gebied van Caesarea Filippi, vroeg Hij aan Zijn discipelen: Wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des mensen, ben?

    Markus 8:[27] En Jezus vertrok met Zijn discipelen naar de dorpen van Caesarea Filippi. En onderweg stelde Hij Zijn discipelen een vraag; Hij zei tegen hen: Wie zeggen de mensen dat Ik ben?

[2]  Mattheüs 14:[2] en hij zei tegen zijn knechten: Dat is Johannes de Doper; hij is opgewekt uit de doden, en daarom zijn die krachten werkzaam in hem.

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 167

Lezen: Lukas 9:10-17 

Thema: Het broodnodige

Tekst voor vandaag: Lukas 9:16

 

HSV: [16] En nadat Hij de vijf broden en de twee vissen genomen had, keek Hij op naar de hemel, [1]en Hij zegende ze, brak ze en gaf ze aan de discipelen om aan de menigte voor te zetten.

 

NBV21: [16] Jezus nam de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel en sprak er het zegengebed over uit. Daarna brak Hij het brood en gaf het met de vissen aan zijn leerlingen om aan de menigte uit te delen.

 

BGT: [16] Toen nam Jezus het brood en de vis. Hij keek omhoog naar de hemel en dankte God voor het voedsel. Daarna brak hij het brood en de vis in stukken. Hij gaf het aan de leerlingen, en zij deelden het uit aan de mensen.

 

Aantekening bij: Lukas 9:16

Keek Hij op naar de hemel. Zie aantekening bij Markus 6:41-42. Aangezien van deze gebedshouding komt heel Jezus’ handelen (genomen, zegenen, brak, gaf) ook voor bij het laatste Avondmaal (Mattheüs 26:26; Markus 14:22; Lukas 22:19; vgl. ook 1 Korinthe 11:23-24).

 

Aantekening bij:

Markus 6:41-42 keek op naar de hemel. Jezus is voor zo’n wonderbare spijziging afhankelijk van Zijn hemelse Vader. Als een goede Herder verzadigt Hij hen. Zoals God in de woestijn manna gaf (vgl. Deuteronomium 8:3, 16), zorgt Jezus in een eenzame plaats (Markus 6:35) voor voedsel. Het gaat dan ook niet om het wonder, maar om Degene Die het heeft bewerkt. Jezus is niet alleen een Profeet, Hij handelt zoals God Zelf. Het verzadigen van de 5000 bevestigt Zijn boodschap: na hen gevoed te hebben met Gods Woord (Markus 6:34), voedt Hij hen met brood en vis (basisvoedsel; zie Lukas 24:42; Johannes 21:9). Weer rijst de vraag Wie Jezus eigenlijk is, en weer beseffen de discipelen het niet (door de hardheid van hun hart, zie Markus 6:52; 8:18-21).

 

 

Uit de vrouwen Bijbel

 

Handen uit de mouwen!                          Lukas 9:10-17

Zo bekend en tegelijk zo geweldig: het verhaal van de wonderbare spijziging. Wie steken hier de handen uit de mouwen? Een jongen, met vijf broden en twee vissen. De discipelen, dienend en delend. Jezus zegenend. En de menigte … ontvangend. Wat een geweldige gebeurtenis! Kijk vandaag eens om je heen hoe je voor Jezus de handen uit de mouwen kunt steken. Delend of ontvangend.

 

 

De verwijs Bijbel verwijst bij Lukas 9:16 naar:

 

2 Koningen 4:[42] Er kwam een man uit Baäl-Salisa; hij bracht de man Gods broden van de eerstelingen, twintig gerstebroden en vers graan in zijn tas. En die zei: Geef het aan de mensen om te eten.

     [43] Maar zijn dienaar zei: Hoe moet ik dat aan honderd mannen voorzetten? En hij zei: Geef het aan de mensen om te eten, want zo zegt de HEERE: Men zal eten en overhouden.

     [44] Zo zette hij het hun voor, en zij aten en hielden over, overeenkomstig het woord van de HEERE.

 


[1]  1 Samuël 9:[13] Wanneer u de stad binnenkomt, zult u hem vinden voor hij de hoogte opgaat om te eten. Het volk zal immers niet eten totdat hij komt, want hij zegent het offer en daarna eten de genodigden. Ga dan nu, want u zult hem dadelijk vinden.

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 166

Lezen: Lukas 9:1-9 

Thema: Uitzend programma

Tekst voor vandaag: Lukas 9:1-2 

 

HSV: [1] Hij riep [1]Zijn twaalf discipelen bijeen en gaf aan hen kracht en macht over alle demonen, en om ziekten te genezen, [2] [2]en Hij zond hen op weg om het Koninkrijk van God te prediken en de zieken te genezen.

 

NBV21: [1] Hij riep de twaalf bij zich en gaf hun macht en gezag over alle demonen, en de kracht om ziekten te genezen.  [2] Daarna zond Hij hen uit om het koninkrijk van God te verkondigen en zieken te genezen.

 

BGT: [1] Jezus riep zijn twaalf leerlingen bij elkaar. Hij gaf hun de kracht en de macht om alle kwade geesten weg te jagen en zieke mensen beter te maken.  [2] Toen zei hij dat de leerlingen op weg moesten gaan. Ze moesten de mensen gaan vertellen over Gods nieuwe wereld, en ze moesten zieke mensen beter maken.

 

 

Aantekening bij:

Lukas 9:1-50 Jezus en de twaalf. Jezus heeft Zijn discipelen veel te zeggen over verschillende aspecten van Zijn dienst werk.

 

Lukas 9:1-6 De uitzending van de twaalf. De uitzending van de 12 apostelen dient als leerzame oefening voor hun uiteindelijke dienstwerk na Jezus’ hemelvaart (Lukas 1:2; 24:45-49; Handelingen 1:8).

 

Lukas 9:1-2 Hij riep Zijn twaalf discipelen bijeen. Zie Lukas 6:13. Voor kracht en macht, zie Lukas 4:36, voor kracht om te genezen, zie 5:17. Volgens sommigen heeft Jezus die macht alleen voor deze uitzending verleend, gezien de onmacht in Lukas 9:40 en de toerusting in Lukas 24:49 en Handelingen 1:8. Die macht was zichtbaar in het uitwerpen van demonen, het genezen van ziekten en het predikenvan het Koninkrijk van God. Ook in Lukas 9:6 blijkt het nauwe verband tussen het ‘Koninkrijk van God’ en het ‘Evangelie’; daar omschrijft Lukas de dienst van de apostelen als ‘het Evangelie verkondigen en de zieken genezen’. Hij zond hen weg. Het woord ‘apostel’ (Grieks ‘apostolos) is afgeleid van het Griekse ‘apostellö, ‘uitzenden’.

 

  


[1]  Mattheüs 10:[1] En Hij riep Zijn twaalf discipelen bij Zich en gaf hun macht over de onreine geesten om die uit te drijven, en om iedere ziekte en elke kwaal te genezen.

   Markus 3:[13] En Hij klom de berg op en riep bij Zich wie Hij wilde; en zij kwamen naar Hem toe.

    Markus 6:[7] En Hij riep de twaalf bij Zich en begon hen twee aan twee uit te zenden en gaf hun macht over de onreine geesten.

    Lukas 6:[13] En toen het dag was geworden, riep Hij Zijn discipelen bij Zich en koos er twaalf van hen uit, die Hij ook apostelen noemde:

[2]  Mattheüs 10:[7] En als u op weg gaat, predik dan: Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 165

Lezen: Lukas 8:40-56

Thema: Aanraking

Tekst voor vandaag: Lukas 8:45-46 

 

HSV: [45] En Jezus zei: Wie is het die Mij heeft aangeraakt? Toen zij het allen ontkenden, zeiden Petrus en die bij hem waren: Meester, de menigte duwt tegen U aan en verdringt U, en U zegt: Wie is het die Mij aangeraakt heeft? [46] Jezus zei: Iemand heeft Mij aangeraakt, want Ik heb gemerkt dat er kracht van Mij uitgegaan is.

 

NBV21: [45] Jezus vroeg: ‘Wie heeft Mij aangeraakt?’ Iedereen ontkende de aanraking en Petrus zei: ‘Meester, de mensen om U heen staan te duwen en te dringen!’  [46] Maar Jezus zei: ‘Iemand heeft Me aangeraakt, want Ik voelde kracht van Me uitgaan.’

 

BGT: [45] Toen vroeg Jezus: ‘Wie heeft mij aangeraakt?’ Maar niemand zei: ‘Dat was ik.’ Toen zei Petrus: ‘Meester, al deze mensen staan om u heen en duwen tegen u aan.’  [46] Maar Jezus zei: ‘Iemand heeft mij aangeraakt. Ik voelde dat er kracht uit mij wegging.’

 

Aantekening bij: Lukas 8:45-46

Wie is het die Mij heeft aangeraakt? Jezus wéét eenvoudigweg dat een van de mensen in de menigte die Hem aanraken, genezen is (vgl. aantekening bij Markus 5:30).

 

Aantekening bij:

Markus 5:30 Jezus merkte bij Zichzelf dat er kracht van Hem uitgegaan was. Dat kwam niet alleen omdat Hij was aangeraakt, maar omdat dit gebeurde door iemand die geloofde dat Hij haar kon genezen.

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 164

Lezen: Lukas 8:22-39 

Thema: Volgelingen dichtbij en op afstand

Tekst voor vandaag: Lukas 8:38-39 

 

HSV: [38] [1]De man van wie de demonen uitgegaan waren, bad Hem of hij bij Hem mocht blijven, maar Jezus stuurde hem weg en zei: [39] Keer terug naar uw huis en vertel wat voor grote dingen God aan u gedaan heeft. En hij ging heel de stad door en verkondigde wat voor grote dingen Jezus aan hem gedaan had.

 

NBV21: [38] De man bij wie de demonen waren weggegaan, vroeg Hem met aandrang bij Hem te mogen blijven. Maar Hij stuurde hem weg met de woorden: [39] ‘Ga terug naar huis en vertel alles wat God voor u heeft gedaan.’ Hij ging weg en maakte overal in de stad bekend wat Jezus voor hem gedaan had.

 

BGT: [38] De man die eerst kwade geesten in zich had, wilde bij Jezus blijven. Hij smeekte Jezus of hij met hem mee mocht gaan. Maar Jezus stuurde hem weg. Hij zei: [39] ‘Ga terug naar huis en vertel wat God voor jou gedaan heeft.’ De man ging weg en vertelde iedereen in de stad wat Jezus voor hem gedaan had.

 

Aantekening bij: Lukas 8:38-39

Let op de parallel in Keer terug … en vertel wat voor grote dingen God aan u gedaan heeft en ging … door en verkondigde wat voor grote dingen Jezus aan hem gedaan had (vgl. Lukas 9:42-43). Daaruit blijkt hoezeer Jezus dezelfde status heeft als God. En het volgen van Jezus houdt in de verantwoordelijkheid op zich nemen om te evangeliseren (‘verkondigde’; zie aantekening bij Markus 5:18-20).

 

Aantekening bij:

Markus 5:18-20 stond hem … niet toe. Jezus stond de dankbare man (Markus 5:15) niet toe met Hem mee te gaan. Het kan zijn dat deze graag tot Jezus’ nauwere discipelkring wilde behoren (bij Hem mocht blijven klinkt als ‘bij Hem te zijn’ in Markus 3:14). Jezus wilde dat hij in Dekapolis een getuige zou zijn van Gods macht. Hier geeft Jezus een genezene welbewust opdracht iedereen te vertellen wat hem is overkomen. Dit valt op vanwege Zijn bevel van geheimhouding elders (zie Markus 1:44; 5:43; 9:9). In Dekapolis hoeft Jezus niet, zoals in Galilea, te vrezen dat de Joden en de heidenen Hem door zo’n wonder als een politieke of militaire messias gaan zien. Let erop dat de daad van de Heere(Markus 5:19) in Markus 5:20 wordt omschreven als een daad van Jezus. Dit geeft aan dat Jezus van dezelfde natuur is als God zelf.

 

 

Uit de vrouwen Bijbel

 

Getuigen                               Lukas 8: 21, 39

Is het niet hard van Jezus om de genezen man terug naar huis te sturen? Nee, het is uit liefde dat deze man direct na zijn genezing terug wordt gezonden. Er zijn meer zieken die de Heelmeester nodig hebben. Weggestuurd worden, om anderen tot Hem te trekken. Zo wordt de man een levende getuige van Gods macht.

 

De verwijs Bijbel verwijst bij Lukas 8:39 naar Psalm 66: [16] Kom, luister, allen die God vrezen, en ik zal vertellen wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft. [17] Ik riep tot Hem met mijn mond, en Hij werd geroemd door mijn tong. [18] Had ik in mijn hart onrecht op het oog gehad, de Heere zou mij niet hebben gehoord. [19] Voorwaar, God heeft naar mij geluisterd, Hij heeft acht geslagen op mijn luide gebed. [20] Geloofd zij God, Die mijn gebed niet heeft afgewezen, en Zijn goedertierenheid mij niet heeft onthouden.


[1]  Markus 8:[18] En toen Hij in het schip ging, smeekte degene die bezeten was geweest Hem of hij bij Hem mocht blijven.

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 163

Lezen: Psalm 135

Thema: Groot is de Heer

Tekst voor vandaag: Psalm 135:5 

 

HSV: [5] Want ík weet: de HEERE is groot; onze Heere gaat alle goden te boven.

 

NBV21: [5] Ik weet het: groot is de HEER, onze Heer overtreft alle goden.

 

BGT: [5] Ik weet hoe machtig de Heer is, machtiger dan alle andere goden.

 

Aantekening bij: Psalm 135:5-7

Loof Hem omdat Hij groot is. De psalm gaat over op een andere reden om de Heere te loven, namelijk: Hij is groot en gaat alle goden te boven (vgl. Psalm 95:3). Dit betekent: al wat de Heere behaagt, doet Hij (vgl. Psalm 115:3 en aantekening), er is geen macht die Hem kan stoppen. Hij beheerst het weer (Psalm 135:7). Dat houdt in dat de goden van de heidenvolken dat niet doen, en daarom hoeft Gods volk hen nooit te vrezen of te dienen (waartoe zij dikwijls verleid werden).

 

Aantekening bij:

Psalm 115:3 De belijdenis dat God doet al wat Hem behaagt, is beslist passend in antwoord op de smaad van de heidenvolken (Psalm 115:2), omdat in Daniël 4:35 en Jona 1:14 de heidenen dit belijden zodra zij zich ervan bewust worden dat de Heere de ware God is.

 

Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 162

Lezen: Lukas 8:9-21 

Thema: Betekenisvol

Tekst voor vandaag: Lukas 8:10 

 

HSV: [10] Hij zei: Aan u is het [1]gegeven de geheimenissen van het Koninkrijk van God te kennen, [2]maar tot de anderen spreek Ik in gelijkenissen, [3]opdat zij niet zien, ook al zien zij, en niet begrijpen, ook al horen zij.

 

NBV21: [10] Hij antwoordde: ‘Het is jullie gegeven de geheimen van het koninkrijk van God te kennen, maar de anderen krijgen alles in gelijkenissen te horen, opdat ze zien zonder inzicht en horen zonder iets te begrijpen.

 

BGT: [10] Jezus zei: ‘Jullie mogen de geheimen van Gods nieuwe wereld kennen. Maar de andere mensen krijgen alleen voorbeelden te horen. Op die manier zien ze wel wat er gebeurt, maar ze begrijpen het niet. Ze luisteren wel, maar ze snappen het niet.’

 

Aantekening bij: 

Lukas 8:9-15: Het doel van gelijkenissen. Bij zijn uitleg van de gelijkenis van de zaaier verklaart Jezus dat gelijkenissen tot hulp zijn voor degenen die Gods openbaring aanvaarden, en tot verblinding voor hen die zich ertegen verzetten.

 

Lukas 8:10: Aan u is het gegeven … te kennen. Voor de speciale toegang van de discipelen tot Jezus’ onderricht, vgl. Lukas 10:21-22;12:32; 22:29. geheimenissen. Zie ook aantekening bij Mattheüs 13:10-11. opdat geeft de bedoeling van Jezus’ onderwijs in gelijkenissen aan (verg. aantekening bij Mattheüs 13:12-13; Markus 4:12).  

 

Mattheüs 13:10-11:

Geheimenissen (mv. van het Grieks mustërion, ‘mysterie, geheim’). De geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen worden aan de discipelen geopenbaard, niet aan de in geestelijke zaken ongeïnteresseerde menigte. In feite werden deze geheimenissen deels al in de dagen van Jezus geopenbaard, vooruitlopend op het volmaakte rn uiteindelijke Koninkrijk aan het eind der tijden.

 

Mattheüs 13:12-13: omdat zij niet zien, ook al zien zij. De wijze God gebruikt gelijkenissen óf om iemands hart te verharden, zodat hij of zij er niet op in kan gaan (Mattheüs 13:15), óf om bij hem of haar een positieve reactie te ontlokken, waardoor zo iemand naar Jezus toe gaat, Hem om uitleg vraagt en Zijn boodschap aanvaardt (vgl. Mattheüs 13:10).

 

Markus 4:12: horen en niet begrijpen. In Jesaja 6:9-10 spreekt God over Israëls hardheid van hart. Uit het citeren van die tekst hier blijkt Jezus Zijn gelijkenissen aan buitenstaanders vertelt als een vorm van profetische waarschuwing. Hij waarschuwt voor de ernstige gevolgen voor allen, zowel Joden al heidenen, die hun hart niet voor Hem openen. Maar er is nog gelegenheid tot bekering (zie aantekening bij Markus 4:33).

 

Markus 4:33: Markus vermeldt dat Jezus vaker in gelijkenissen het Woord van het Messiaanse Koninkrijk van God verkondigde (vgl. Markus 1:45; 2:2; 8:32). voor zover zij het horen konden.Jezus sprak in gelijkenissen om Zijn tegenstanders te waarschuwen, opdat zij zich tot Hem zouden wenden.

 

 

De verwijs Bijbel verwijst bij vers 10 van Lukas 8 naar:

Jesaja 6:[9] Toen zei Hij: Ga en zeg tegen dit volk: Luister voortdurend, maar u zult het niet begrijpen. Zie voortdurend, maar u zult het niet opmerken. [10] Maak het hart van dit volk vet, en stop hun oren toe, en sluit hun ogen; anders zullen zij met hun ogen zien, en met hun oren horen, en met hun hart begrijpen en zich bekeren, en zal Hij hen genezen.

 


[1]  2 Korinthe 3:[5] Niet omdat wij van onszelf bekwaam zijn iets te denken, als was het uit onszelf, maar onze bekwaamheid is uit God.

[2]  Mattheüs 11:[25] In die tijd antwoordde Jezus en zei: Ik dank U, Vader, Heere van de hemel en van de aarde, dat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, en ze aan jonge kinderen hebt geopenbaard.

    2 Korinthe 3:[14] Maar hun gedachten werden verhard, want tot op heden blijft diezelfde bedekking bij het lezen van het Oude Testament, zonder te worden weggenomen. Die bedekking wordt tenietgedaan in Christus.

[3]  Jesaja 6:[9] Toen zei Hij: Ga en zeg tegen dit volk: Luister voortdurend, maar u zult het niet begrijpen. Zie voortdurend, maar u zult het niet opmerken.

   Ezechiël 12:[2] Mensenkind, u woont te midden van een opstandig huis. Zij hebben ogen om te zien, maar zij kijken niet, zij hebben oren om te horen, maar zij luisteren niet, want zij zijn een opstandig huis!

   Mattheüs 13:[14] En in hen wordt de profetie van Jesaja vervuld die zegt: Met het gehoor zult u horen, maar beslist niet begrijpen; en ziende zult u zien, maar beslist niet opmerken.

   Markus 4:[12] opdat zij ziende zien en niet doorzien, en horende horen en niet begrijpen; opdat zij zich niet op enig moment bekeren en de zonden hun vergeven worden.

    Johannes 12:[40] Hij heeft hun ogen verblind en hun hart verhard, opdat zij niet met de ogen zouden zien en met het hart inzien en zich bekeren en Ik hen zou genezen.

    Handelingen 28:[26] Ga naar dit volk toe en zeg: Met het gehoor zult u horen, maar beslist niet begrijpen, en ziende zult u zien, maar beslist niet opmerken,

    Romeinen 11:[8] zoals geschreven staat: God heeft hun een geest van diepe slaap gegeven, ogen om niet te zien en oren om niet te horen, tot op de dag van heden.