Woord voor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 168

Lezen: Lukas 9:18-27

Thema: Imago-onderzoek

Tekst voor vandaag: Lukas 9:18-20 

 

HSV: [1][18] En het gebeurde, toen Hij in persoonlijk gebed was, dat de discipelen in Zijn nabijheid waren. En Hij vroeg hun: Wie zeggen de menigten dat Ik ben? [19] Zij antwoordden en zeiden: [2]Johannes de Doper, en anderen: Elia, en weer anderen dat een van de oude profeten opgestaan is. [20] Hij zei tegen hen: Maar u, wie zegt u dat Ik ben? Petrus antwoordde en zei: De Christus van God.

 

NBV21: [18] Toen Jezus eens aan het bidden was en alleen de leerlingen bij Hem waren, stelde Hij hun de vraag: ‘Wie zeggen de mensen dat Ik ben?’  [19] Ze antwoordden: ‘Johannes de Doper, maar anderen zeggen Elia, en weer anderen beweren dat een van de oude profeten is opgestaan.’  [20] Hij zei tegen hen: ‘En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?’ Petrus antwoordde: ‘De door God gezonden messias.’

 

BGT: [18] Op een keer was Jezus aan het bidden. Alleen zijn leerlingen waren bij hem. Jezus vroeg aan hen: ‘Wie ben ik volgens de mensen?’  [19] De leerlingen antwoordden: ‘Sommige mensen zeggen dat u Johannes de Doper bent. Anderen zeggen dat u Elia bent. Weer anderen zeggen dat u één van de profeten van vroeger bent.’ [20] Toen vroeg Jezus: ‘En wie ben ik volgens jullie?’ Petrus antwoordde: ‘U bent de messias die door God gestuurd is.’

 

Aantekening bij: Lukas 9:18-20

Petrus belijdt Jezus als de Christus. Persoonlijk gebed. Over Jezus’ bidden voorafgaand aan een belangrijke gebeurtenis. Hier zou Zijn gebed weleens geweest kunnen zijn dat Zijn discipelen echt zouden begrijpen Wie Hij was. In elk geval stelt Hij daarna de vraag: ‘Wie zeggen de menigte dat Ik ben?’ Johannes de Doper. De discipelen noemen dezelfde mogelijkheden als van vers 7-8 (vgl. aantekening bij Mattheüs 16:14). Maar u, wie zegt u dat ik ben? ‘U’ is hier meervoud en in het Grieks valt het accent erop. Petrus, woordvoerder van de twaalf, antwoorde: De Christus van God. (Over Petrus’ belijdenis, zie aantekening bij Mattheüs 16:16 en Markus 8:29b-30.) Jezus ware identiteit als ‘de Christus’, eerder beleden door engelen (Lukas 2:11), de verteller (Lukas 2:26), demonen (Lukas 4:41) en Jezus zelf (Lukas 4:18), wordt voor het eerst beleden door de twaalf. Over ‘Christus, zie aantekening bij Lukas 2:11. Ook na deze belijdenis moeten de discipelen nog meer leren over de aard van het Messias-zijn van Jezus, zoals blijkt uit de volgende passage (Lukas 9:21-22. Wat ze er nu van begrijpen, is dat Jezus meer is dan een profeet, namelijk dat Zijn rol als Messias bij het inluiden van de nieuwe bedeling van het Koninkrijk centraal staat.

 

Aantekening bij:

Mattheüs 16:14 Johannes de Doper … Elia … Jeremia … een van de profeten. De antwoorden zijn in lijn met de populaire Messiaanse verwachtingen in Israël en het resultaat van een hele rij oudtestamentische profetieën over een grote profeet die komen zou (vgl. Deuteronomium 18:15-18; Maleachi 4:5).

 

Mattheüs 16:16 Simon Petrus antwoorde en zei. Petrus treedt weer op als woordvoerder van de twaalf (vgl. Mattheüs 15:15). Christus betekent ‘Messias’ of ‘Gezalfde’ (zie aantekening bij Mattheüs 1:1). Zoon van de levende God. Jezus is de Zoon van de God Die leeft, anders dan de heidense goden van Cesarea Filippi Zie aantekening bij Mattheüs 16:13). Hij is Gods eniggeboren Zoon (vgl. Mattheüs 1:21-23; 2:15; 3:17; 1:4, 5; 7:21; 8:29; 10:32-33; 11:25-27; 12:50; 15:13; 18:35; 20:23; 24:36; 25:34; 26:39, 42, 53; 28:19), de vervulling van de belofte in het Oude Testament over de Goddelijke Zoon, de Gezalfde Koning (2 Samuël 7:14; Psalm 2:7).

Mattheüs 1:1 Het geslachtsregister van Jezus Christus. De beginwoorden van het Mattheüsevangelie zijn van bijzondere betekenis voor de Joodse lezer, wiens afkomst onlosmakelijk verweven is met het verbond dat God met Israël sloot. Jezus Grieks ‘lësous) was Zijn oorspronkelijke, alledaagse naam, in het Hebreeuws jesjua’/jehosjua’ (Jozua) wat ‘de Heere redt’ betekent (Nehemia 7:7; vgl. Mattheüs 1:21). Christus (Grieks Christos, Hebreeuws masjiach, ‘de gezalfde’) gaat terug op David die tot koning van Israël gezalfd werd. In de benaming ‘Messias’ komen de verwachting uit het Oude Testament samen, m.n. de belofte van een ‘gezalfde’ die Gods volk in gerechtigheid zal leiden (2 Samuël 7:11b-16). Zoon van David doelt op een Verlosser van koninklijke afkomst Die de troon en het rijk van Israël zal herstellen. Zoon van Abraham. Gods verbond met Abraham maakte Israël tot het uitverkoren volk en betekent ook dat de hele aarde door zijn geslacht gezegend zou worden (Genesis 12:1-3; 22:18).  

 

Mattheüs 16:13 Cesarea Filippi lag 40 km ten noorden van de zee van Galilea en was eerst een centrum van verering van (1) Baäl, toen van (2) de Griekse god Pan, en daarna van (3) Cesar. Nu was het een belangrijke Grieks-Romeinse stad met een hoofdzakelijk Syrische en Griekse bevolking. Filippus de viervorst (een van de vier zonen van Herodes de Grote) had toen juist de naam Paneas veranderd in Cesarea Filippi, ter ere van zichzelf en Augustus Cesar. Opgravingen hebben munten aan het licht gebracht die bij de tempelbouw ter ere van Augustus geslagen werden, en een aan Pan gewijde grot met schrijnen en gewijde nissen die nu nog te zien zijn. Over de benaming Zoon des mensen, zie aantekening bij Mattheüs 8:20  

 

Markus 8:29b-30 Petrus spreekt voor de twaalf (vgl. Markus 1:36; 8:32; 9:5; 10:28; 14:29) en belijdt Jezus als de Christus, de van Godswege gezalfde Messias (2 Samuël 7:14-16; Psalm 2; Jeremia 23:5-6). Van Hem verwachten zij dat het Joodse volk bevrijd zal worden van de Romeinse onderdrukking (zie Johannes 6:15). Petrus’ belijdenis is openbaring van God (Mattheüs 16:17), Maar incompleet (Markus 8:31-33), want de Messiaanse Zoon des mensen is Goddelijk (Psalm 110:1, 5; Daniël 7:13-14; Markus 8:38; 12:35-37), maar ook voorbestemd tot lijden (Jesaja 53:1-12; Markus 8:31; 10:45). Om deze reden beveelt Jezus Zijn discipelen met niemand over Hem te spreken.

 

Lukas 2:11 de Zaligmaker … Hij is Christus, de Heere. Deze drie titels geven de grootheid van Maria’s Zoon aan. Voor ‘Zaligmaker’ vgl. Lukas 1:69; Handelingen 5:31; 13:23. ‘Christus is Grieks voor het Hebreeuws ‘Messias’, het is ‘de Christus’, Handelingen 5:42; 17:3). De wonderbare aankondiging, door de herders waarschijnlijk niet helemaal begrepen is dat deze als kind geboren Messias tevens de Heere God Zelf is.

 

 

Uit de vrouwen Bijbel

 

Belijdenis en lijden                Lukas 9:18-27, 44-45

Zou het toevallig zijn? Direct na Petrus’ belijdenis kondigt de Zoon van God Zijn lijden aan. Belijden en lijden, onlosmakelijk met elkaar verbonden. Je leven verliezen, je niet schamen om te getuigen. Een hele uitdaging. Dank God voor dat lijden dat je onderscheidt van niet gelovigen. Het is een bewijs dat Zijn genade in jou is. Hij geeft je kracht om het lijden te dragen, samen met Hem!  


[1]  Mattheüs 16:[13] Toen Jezus gekomen was in het gebied van Caesarea Filippi, vroeg Hij aan Zijn discipelen: Wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des mensen, ben?

    Markus 8:[27] En Jezus vertrok met Zijn discipelen naar de dorpen van Caesarea Filippi. En onderweg stelde Hij Zijn discipelen een vraag; Hij zei tegen hen: Wie zeggen de mensen dat Ik ben?

[2]  Mattheüs 14:[2] en hij zei tegen zijn knechten: Dat is Johannes de Doper; hij is opgewekt uit de doden, en daarom zijn die krachten werkzaam in hem.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *