| Woord voor vandaag |
Maand: maart 2022
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 069
Lezen: Amos 6:1-7
Thema: Overmoedig
Tekst voor vandaag: Amos 6:1
HSV: [1] Wee de zorgelozen in Sion, en de onbezorgden op de berg van Samaria, de beroemdsten van de [1]voornaamste van de volken, en tot wie het huis van Israël komt.
NBV21: [1] Wee jullie, zorgelozen op de Sion, argelozen op de berg van Samaria, leiders van dit uitverkoren volk, tot wie de Israëlieten zich wenden!
NBG: [1] Leiders van Israël, jullie maken je nergens zorgen over, daar op de berg Sion. Jullie denken dat jullie veilig zijn op de berg van de stad Samaria. Jullie denken dat jullie volk het beste is van alle volken. En bij zulke leiders komen de Israëlieten raad vragen!
Maar het loopt slecht met jullie af!
Aantekening bij: Amos 6:1
De profeet spaarde daarbij de Judeeërs niet (zie Amos 2:4-5). Zowel Sion (Jeruzalem), de hoofdstad van Juda, als Samaria, de hoofdstad van Israël, waren sterke, makkelijk verdedigbare vestingen. Trots en zelfvertrouwen zijn echter nooit passend voor Gods geliefde volk.
De verwijsbijbel verwijst bij Amos 6:1 naar:
Jakobus 5: [1] Nu dan, rijken, huil en jammer over al de ellende die u overkomt.
[2] Uw rijkdom is vergaan en uw kleren zijn door de motten aangevreten.
[3] Uw goud en zilver is verroest en hun roest zal een getuigenis tegen u zijn en uw vlees als een vuur verteren. U hebt schatten verzameld in de laatste dagen.
[4] Zie, het loon van de arbeiders die uw velden gemaaid hebben, dat door u achtergehouden is, schreeuwt tot God, en de jammerklachten van hen die geoogst hebben, zijn doorgedrongen tot de oren van de Heere van de hemelse legermachten.
[5] U bent u aan weelde te buiten gegaan op de aarde en hebt uw eigen lusten gevolgd. U hebt uw hart gevoed als op de dag van de slacht.
[6] U hebt de rechtvaardige veroordeeld en gedood en hij verzet zich niet tegen u.
[1] Exodus 19:[5] Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij.
Jeremia 2:[3] Israël was heilig voor de HEERE, de eersteling van Zijn opbrengst. Allen die deze opaten, werden schuldig, onheil kwam over hen, spreekt de HEERE.
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 068
Lezen: Amos 5:21-27
Thema: Liever recht dan offers
Tekst voor vandaag: Amos 5:25-26
HSV: [25] [1]Hebt u Mij slachtoffers en graanoffers gebracht in de woestijn, veertig jaar lang, huis van Israël? [26] U hebt Sikkut, uw koning, rondgedragen, en Kewan, uw beelden, de sterren, uw goden, die u voor uzelf hebt gemaakt!
NBV21: [25] Israëlieten, hebben jullie Mij die veertig jaar in de woestijn ooit zulke offers en gaven gebracht? [26] Nu zullen jullie de beelden die jullie zelf gemaakt hebben – je koning Sakkut en je sterrengod Kewan – met je mee moeten dragen,
NBG: [25] De Heer zegt: ‘Volk van Israël, veertig jaar lang hebben jullie mij offers gebracht in de woestijn. [26] Maar toen liepen jullie nog niet rond met zelfgemaakte beelden van afgoden. Met het beeld van de god Sakkut, die jullie vereren als koning. Of met het beeld van Kewan, de ster die jullie als een god vereren.
Aantekening bij: Amos 5:25-26
De Israëlieten hadden in feite in de woestijn dergelijke offers gebracht. Maar omdat hun hart niet rechtschapen was (let op de vermelding van de Mesopotamische sterrengoden Sikkut en Kewan), oordeelt God hen toch. De religiositeit van het volk Israël in de tijd van Amos zal God dan ook niet misleiden.
[1] Handelingen 7: [42] En God keerde Zich af en gaf hen over om het hemelleger te dienen, zoals er geschreven is in het boek van de Profeten: Hebt u de veertig jaar in de woestijn ook slachtoffers en offers aan Mij gebracht, huis van Israël?
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 067
Lezen: Amos 5:10-20
Thema: Een kwade tijd
Tekst voor vandaag: Amos 5:10
HSV: [10] Zij haten wie in de poort opkomt voor het recht, zij hebben een afschuw van wie de waarheid spreekt.
NBV21: [10] Jullie haten hen die in de poort het recht verdedigen, jullie verafschuwen hen die de waarheid spreken.
NBG: [10] De Heer zegt: ‘Er zijn eerlijke mensen in de stad. Maar jullie hebben geen respect voor hen. Er zijn mensen die de waarheid spreken. Maar jullie hebben een hekel aan hen.
Aantekening bij: Amos 5:10
In de poort opkomt voor recht. De ommuurde steden van het Nabije Oosten hadden overdekte poorthuizen, bestaande uit meerdere reeksen poorten. Een vijand die door een reeks poorten hen brak, werd direct geconfronteerd met een volgende. In vredestijd stonden alle poorten open en was het poorthuis een plek die schaduw bood aan de oude mannen van de stad. Zij spraken er recht en hielden het komen en gaan in de gaten. In Israël echter ging het recht naar de hoogste bieder. Zie ook Amos 5:12, 15.
Woordvoor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 066
Lezen: Psalm 91
Thema: Toevlucht
Tekst voor vandaag: Psalm 91:4
HSV: [4] [1]Hij zal u beschutten met Zijn vlerken, onder Zijn vleugels zult u de toevlucht nemen, Zijn trouw is een schild en een pantser.
NBV21: [4] Hij zal je beschermen met zijn vleugels, onder zijn wieken vind je een toevlucht, zijn trouw is een schild en pantser.
NBG: [4] De Heer beschermt je, zoals een vogel haar jongen beschermt onder haar vleugels. De Heer is trouw. Hij is zo sterk als een schild, hij houdt elke aanval tegen.
Aantekening bij: Psalm 91:4
Vlerken … vleugels. Voor het beeld van God als een beschermende vogel, vgl. Exodus 19:4; Deuteronomium 32:11; zie ook aantekening bij Psalm 91:1-2 (‘schaduw’).
Aantekening bij psalm 91:1-2
God is mijn toevlucht. Het openingsgedeelte van de psalm geeft het thema voor de gehele psalm: de Heere is een betrouwbare Verdediger van wie hun toevlucht zoeken in Hem. Er verschijnen verschillende termen voor veiligheid: een schuilplaats (die iemand beschermt tegen gevaar), Schaduw(bv. Van de vleugels, vers 4; vgl. Psalm 17:8; 36:8; 57:2; 63:8), toevlucht (een veilige plaats), en burcht (die iemand beschermt tegen een aanval). De benamingen voor God ondersteunen deze gedachte: Allerhoogste (Hebreeuws ‘eljon, hoog boven iedere andere macht) en Almachtige (Hebreeuws Sjaddai; zie aantekening bij Genesis 17:1-2). De uitdrukking mijn God, op Wie ik vertrouw geeft het volkomen vertrouwen aan dat het ideaal is van bijbels geloof. Het doel van deze psalm is bijdragen tot een groter geloof bij Gods volk, en het eerste deel helpt de zangers te ervaren dat God betrouwbaar is.
Aantekening bij Genesis 17:1-2
God, de Almachtige (Hebreeuws ‘El Sjaddai). Net als vele andere Namen van God in Genesis wordt het algemene Semitische woord voor ‘God’, ‘El, gevolgd door een term die een bijzondere eigenschap van God beklemtoont (zie aantekening bij Genesis 14:18). ‘El Sjaddai geeft Gods macht weer, die in deze context Sarai in staat stelt Abram een zoon te baren, Abram krijgt twee opdrachten die met elkaar in verband staan en hem oproepen (1) een blijvende relatie met God te onderhouden en (2) volmaakt of perfect te zijn. Wandel voor Mijn aangezicht. Hier wordt een specifieke Hebreeuwse werkwoordsvorm gebruikt om de doorgaande aard van deze handeling te beklemtonen (zie aantekening bij Genesis 5:22-24). wees oprecht. De Hebreeuwse term voor ‘oprecht’ (tamim) wordt ook gebruikt voor offerdieren, die zonder afwijking moesten zijn. Noach, met wie God eveneens een verbond sloot, heet in Genesis 6:9 ook een oprecht man die wandelde met God. Ik zal Mijn verbond sluiten. De manier waarop God dit verbond aan de orde stelt, onderscheidt dit verbond van het eerdere onvoorwaardelijke verbond uit hoofdstuk 15. (Natuurlijk is er wel een impliciete voorwaarde in hoofdstuk 15: Abram moet doorgaan met Gods beloften te geloven, en moet nakomelingen voortbrengen.) Hier wordt echter een expliciete voorwaarde uitgesproken: het zal alleen baten voor hen die wandelen voor Gods aangezicht en oprecht zijn (zie aantekening bij Genesis 17:19).
Aantekening bij Genesis 14:18:
Melchizedek (dat betekent ‘koning van de gerechtigheid’ zie Hebreeën 7:2) bereidt edelmoedig een maaltijd voor de terugkerende overwinnaars. Salem is mogelijk een afkorting van ‘Jeruzalem’ (zie Psalm 76:3) en is verwant aan sjalom, het Hebreeuwse woord voor ‘vrede’ (zie Hebreeën 7:2). Hij was een priester van God, de Allerhoogste. Hoewel er heel weinig bekend is over Melchizedek, vertegenwoordigt hij een interessant voorbeeld van een priester-koning, verbonden met Jeruzalem. Blijkbaar leefde de verachting dat latere koningen van Jeruzalem op hem zouden lijken (zie Psalm 110:4). Het boek Hebreeën presenteert Jezus Christus uit de koninklijke lijn van David, als behorende tot de ‘ordening van Melchizedek’ en daarom hoger dan de levitische priesters (Hebreeën 5:5-10; 6:20-7:17). ‘God, de Allerhoogste is in het Hebreeuws ‘El ‘Ejon. De gewone Semitische term voor ‘God’ is ‘El. Daaraan wordt ‘Eljon toegevoegd, wat ‘de Allerhoogste’ betekent. Elders in Genesis vindt men andere toevoegingen aan ‘El bv. (in Genesis 16:13 wordt ‘El Roi’i vertaald als ‘de God Die naar mij omziet’: in Genesis 17:1 wordt ‘El Sjaddai vertaald als ‘God, de Almachtige’ in Genesis 21:23 is ‘El ‘Olam vertaald als ‘de eeuwige God’). Deze verschillende benamingen beklemtonen verschillende aspecten van Gods wezen.
Aantekening bij Genesis 5:22-24:
Het gebruikelijke beeld van het geslachtsregister (zie aantekening bij vers 1-32) wordt afgewisseld met de uitdrukking Henoch wandelde met God. Dit wordt verder uitgewerkt in vers 24, als de verwachte zin ‘en hij stierf’ wordt vervangen door de opmerking en hij was niet meer, want God nam hem weg.In deze passage en in bepaalde andere contexten in Genesis (bv. Genesis 3:8; 6:9; 17:1; 24:40; 48:15) is het Hebreeuwse werkwoord voor ‘wandelde’ een kenmerkende vorm die een gevoel van voortgaande intimiteit met God oproept. Opmerkelijk is dat vanwege deze bijzondere verhouding, Henoch niet sterft (vgl. Elia, 2 Koningen 2:1-12). De wens van de verteller om het feit naar voren te halen, kan verklaren waarom het betreffende geslachtsregister, in tegenstelling tot dat van Genesis 11:10-26, regelmatig vermeld dat ‘X stierf’.
Aantekening bij Genesis 17:19:
Izak betekent ‘hij lacht’. Het motief van het lachen komt in een aantal passages voor, die gelieerd zijn aan de geboorte van Izak. In Genesis 17:17 en 18:12-15 lachen Abraham en Sara beurteling uit ongeloof dat hun een zoon geboren zal worden. Er zou echter ook een vorm van ongelooflijke vreugde in kunnen schuilen. De vreugde om de geboorte van Izak veroorzaakt dat Sara lacht (Genesis 21:6). Vgl. het spottende lachen van Ismaël (Genesis 21:9). Ik zal Mijn verbond met hem maken. Als weerklank van wat gezegd is in Genesis 17:17 verheldert dit vers het eeuwige verbond zal worden ‘gemaakt’ met Izak, maar niet met Ismaël (zie Genesis 17:20-21). Hier ligt een belangrijk onderscheid tussen hen met wie het verbond is ‘gemaakt’ en hen die speciale voorrechten van het verbond ontvangen. Terwijl Ismaël en de andere mannelijke leden van Abrahams huis besneden zijn, wordt de voortgang van het verbond verbonden aan een unieke lijn van Abrahams nakomelingen, die loopt via Izak*. Deze lijn loopt ten slotte naar Jezus Christus, door Wie Gods zegen via tussenkomst op reddende wijze wordt geschonken aan anderen.
Aantekening bij Genesis 5:1-32:
Geslachtsregister van Adam tot Noach. Na een korte inleiding waarin elementen van hoofdstuk 1 weerklinken, vervolgt deze passage met een specifieke lijn van nakomelingen van Adam tot Noach. De vormgeving van het hoofdstuk wordt gedomineerd door een bepaalde literaire structuur die herhaald wordt bij ieder die met name genoemd wordt in elke generatie. Het schema kan als volgt worden weergegeven: A: leefdex jaren, hij verwekte B. Nadat hij B verwekt had leefde A y jaren en verwekte andere zonen en dochters. Al de dagen van A waren z (=x+y) jaar; en hij stierf. * Aangezien het woord ‘verwekte een voorvader van’ is het mogelijk dat dit geslachtsregister een aantal generaties overslaat. De letterkundige gebruiken sluiten dit zeker niet uit. Uit vergelijking van bv. Het geslachtsregister van Mozes in Exodus 6:16-20 met dat van Jozua in 1 Kronieken 7:23-27 blijkt dat weglatingen in de praktijk voorkomen: het geslachtsregister van Mozes is ongetwijfeld ingekort (vgl. ook Ezra 7:1-5 met i kronieken 6:4-14). Het verschil is wel dat hier leeftijden staan en in de andere voorbeelden niet. Bij drie onderdelen wordt het patroon van Genesis 5:3-31 even onderbroken om bijkomende informatie te geven over Adam-Seth, Henoch, en Lamech-Noach. Een van de opvallendste aspecten van deze passage is de hoge leeftijd van de eerste mensen in Genesis. Andere teksten uit het oude Nabije Oosten schrijven vroegere generaties zelfs nog hogere leeftijden toe. De Sumerische koningslijt noemt bijvoorbeeld koningen die – opvallend genoeg vóór een zondvloed – gedurende 28.800, 36.000 en 43.200 jaren regeerden. De leeftijd van mensen is heden ten dage (en zeker sinds de zondvloed) veel korter dan van degene die vermeld staan in de lijst van Adam tot Noach. Dikwijls heeft men zich afgevraagd of men de opmerkelijk lange levensduur van deze aardsvaders zoals die in Genesis 5:1-32 wordt gemeld, zonder meer moet aanvaarden, of dat die langere levensduur nadere uitleg vergt. Sommige hebben voorgesteld deze getallen symbolisch op te vatten (bv. Dat zij gerelateerd zouden zijn aan bepaalde astronomische perioden); of veronderstellen dat de getallen een of andere onbekende erecode in zich dragen; of de getallen werden berekend met een ander numeriek systeem (zodat de leeftijden bv. moeten worden gedeeld door een factor 5 met in sommige gevallen 7 of 14). Geen enkele auteur heeft echter een overtuigende alternatieve uitleg geboden en geen van de voorgestelde alternatieven kan met zekerheid bevestigd worden. De traditionele opvatting is dat men de getallen moet aanvaarden zoals ze er staan, vaak onder aanname dat er na de zondvloed iets veranderd is in de kosmologie van de aarde of in de fysiologie van de mensen (of in beide), dat geresulteerd heeft in een snelle vermindering van de lange levensduur, zich uiteindelijk stabiliserend op een normale levensduur met een lengte van 70 of 80 jaar (zie Psalm 90:10). Een ding is in ieder geval duidelijk deze geslachtsregisters impliceren dat deze mensen echt leefden (ongeacht hoelang) en dat zij stierven.
Psalm 90:[10] De dagen van onze jaren: daarin zijn zeventig jaren, of, als wij zeer sterk zijn, tachtig jaren, maar het beste daarvan is moeite en verdriet, want het wordt snel afgesneden en wij vliegen heen.
[1] Psalm 57:[2] Wees mij genadig, o God, wees mij genadig, want mijn ziel heeft tot U de toevlucht genomen; ik neem mijn toevlucht onder de schaduw van Uw vleugels, totdat de rampen voorbij zijn gegaan.
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 065
Lezen: Johannes 12:1-11
Thema: Lazarus weer in gevaar
Tekst voor vandaag: Johannes 12:10
HSV: [10] En de overpriesters beraadslaagden om ook Lazarus te doden,
NBV21: [10] De hogepriesters beraamden intussen een plan om ook Lazarus te doden,
NBG: [10] Toen besloten de priesters dat ook Lazarus gedood moest worden.
Aantekening bij: Johannes 12:10
Dat de overpriesters beraadslaagden om ook Lazarus te doden, geeft blijk van een verbluffende onwil om bij zulke onmiskenbare feiten hun ongeloof prijs te geven. Ze willen liever het bewijs vernietigen dan van gedachten veranderen. Dit is onzinnig gedrag. Maar zonde leidt daartoe.
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 064
Lezen: Johannes 11:45-57
Thema: Iedereen kijkt uit naar Jezus
Tekst voor vandaag: Johannes 11:56-57
HSV: [56] [1]Zij dan zochten Jezus en zeiden onder elkaar, terwijl zij in de tempel stonden: Wat denkt u? Dat Hij niet op het feest komt? [57] De overpriesters nu en de Farizeeën hadden de opdracht gegeven dat, als iemand wist waar Hij was, hij het hun te kennen zou geven, zodat zij Hem konden grijpen.
NBV21: [56] Daar keken ze uit naar Jezus; ze stonden in de tempel en zeiden tegen elkaar: ‘Wat denk je? Zou Hij niet meer naar het feest komen?’ [57] De hogepriesters en de farizeeën hadden intussen opdracht gegeven Hem aan te geven als men wist waar Hij was, zodat ze Hem konden arresteren.
NBG: [56] De mensen waren op zoek naar Jezus. In de tempel spraken ze daarover met elkaar: ‘Wat denk je, zou Jezus nog naar Jeruzalem komen voor het feest?’ [57] De priesters en de farizeeën hadden de mensen dit bevel gegeven: ‘Als iemand weet waar Jezus is, moet hij dat tegen ons zeggen.’ Want ze wilden Jezus gevangennemen.
Korte overdenking:
De overpriesters en Farizeeën kwamen bijeen en waren bang voor positie onder het Joodse volk. De mensen gingen steeds meer in Jezus geloven. (Er waren veel, denk ik, die waren gaan geloven door de wonderen die Jezus deed). Kajafas de hogepriester van dat jaar, sprak woorden die niet uit hemzelf kwamen, maar wel een profetie was. Over Jezus, zei hij: ‘het is beter dat één Mens sterft voor het volk, en niet heel het volk verloren gaat’. En dat jaar profeteerde hij dat Jezus sterven zou voor het volk en dat niet alleen voor volk, maar ook om de kinderen van God, overal verspreid. En omdat het bijna Pascha was gingen velen uit het land naar Jeruzalem, en hoopten daar Jezus te zien. Ook de overpriesters en de Farizeeën zochten Hem en gaven opdracht dat, als men Jezus zag die aan hen door te geven. Ze wilden hem gevangennemen. Zij zochten Hem dus niet omdat ze in Hem geloofden, maar uit eigen eer en belang.
[1] Johannes 7:[11] De Joden dan zochten Hem op het feest en zeiden: Waar is Hij?
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 063
Lezen: Johannes 11:28-44
Thema: De dode komt tevoorschijn
Tekst voor vandaag: Johannes 11:44
HSV: [44] En de gestorvene kwam naar buiten, gebonden aan handen en voeten [1]met grafdoeken, en zijn gezicht was omwonden met een zweetdoek. Jezus zei tegen hen: Maak hem los en laat hem weggaan.
NBV21: [44] De dode kwam tevoorschijn, zijn handen en voeten in linnen gewikkeld, en zijn gezicht bedekt door een doek. Jezus zei tegen de omstanders: ‘Maak de doeken los, en laat hem gaan.’
NBG: [44] Toen kwam de gestorven Lazarus naar buiten. Er zat een doek om zijn gezicht, en er zaten doeken om zijn armen en benen. Jezus zei tegen de mensen: ‘Maak de doeken los, en laat hem gaan.’
Aantekening bij: Johannes 11:44
Het is opmerkelijk dat Johannes geen melding maakt van Lazarus’ reactie of van de nasleep van het gebeuren (vgl. Lukas 8:55-56), behalve dat bijgevolg ‘velen van de Joden in Hem (Jezus) geloofden’ (Johannes 11:45; zie ook Johannes 12:9-11). Niet Lazarus is in beeld, maar Jezus.
[1] Johannes 20:[7] En de zweetdoek, die op Zijn hoofd geweest was, zag hij niet bij de doeken liggen maar afzonderlijk, opgerold, op een andere plaats.
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |
Dag: 062
Lezen: Johannes 11:1-27
Thema: Het geloof geeft leven
Tekst voor vandaag: Johannes 11:27
HSV: [27] Zij zei tegen Hem: Ja, Heere, ik geloof dat U de Christus bent, de Zoon van God, Die in de wereld komen zou.
NBV21: [27] ‘Ja, Heer,’ zei ze, ‘ik geloof dat U de messias bent, de Zoon van God die naar de wereld zou komen.’
NBG: [27] Marta antwoordde: ‘Ja, Heer, dat geloof ik zeker. Want u bent de messias, de Zoon van God, die naar de wereld gekomen is.’
Aantekening bij: Johannes 11:27
Die in de wereld komen zou. Martha gaat uit van de Messiaanse uitroep in Psalm 118:26 (vgl. Johannes 12:13).
Woord voor vandaag
| Woord voor vandaag |