Woordvoor vandaag

Woord voor vandaag

Dag: 066

Lezen: Psalm 91 

Thema: Toevlucht

Tekst voor vandaag: Psalm 91:4 

 

HSV: [4] [1]Hij zal u beschutten met Zijn vlerken, onder Zijn vleugels zult u de toevlucht nemen, Zijn trouw is een schild en een pantser.

 

NBV21: [4] Hij zal je beschermen met zijn vleugels, onder zijn wieken vind je een toevlucht, zijn trouw is een schild en pantser.

 

NBG: [4] De Heer beschermt je, zoals een vogel haar jongen beschermt onder haar vleugels. De Heer is trouw. Hij is zo sterk als een schild, hij houdt elke aanval tegen.

 

Aantekening bij: Psalm 91:4

Vlerken … vleugels. Voor het beeld van God als een beschermende vogel, vgl. Exodus 19:4; Deuteronomium 32:11; zie ook aantekening bij Psalm 91:1-2 (‘schaduw’).

 

Aantekening bij psalm 91:1-2

God is mijn toevlucht. Het openingsgedeelte van de psalm geeft het thema voor de gehele psalm: de Heere is een betrouwbare Verdediger van wie hun toevlucht zoeken in Hem. Er verschijnen verschillende termen voor veiligheid: een schuilplaats (die iemand beschermt tegen gevaar), Schaduw(bv. Van de vleugels, vers 4; vgl. Psalm 17:8; 36:8; 57:2; 63:8), toevlucht (een veilige plaats), en burcht (die iemand beschermt tegen een aanval). De benamingen voor God ondersteunen deze gedachte: Allerhoogste (Hebreeuws ‘eljon, hoog boven iedere andere macht) en Almachtige (Hebreeuws Sjaddai; zie aantekening bij Genesis 17:1-2). De uitdrukking mijn God, op Wie ik vertrouw geeft het volkomen vertrouwen aan dat het ideaal is van bijbels geloof. Het doel van deze psalm is bijdragen tot een groter geloof bij Gods volk, en het eerste deel helpt de zangers te ervaren dat God betrouwbaar is.

 

Aantekening bij Genesis 17:1-2

God, de Almachtige (Hebreeuws ‘El Sjaddai). Net als vele andere Namen van God in Genesis wordt het algemene Semitische woord voor ‘God’, ‘El, gevolgd door een term die een bijzondere eigenschap van God beklemtoont (zie aantekening bij Genesis 14:18). ‘El Sjaddai geeft Gods macht weer, die in deze context Sarai in staat stelt Abram een zoon te baren, Abram krijgt twee opdrachten die met elkaar in verband staan en hem oproepen (1) een blijvende relatie met God te onderhouden en (2) volmaakt of perfect te zijn. Wandel voor Mijn aangezicht. Hier wordt een specifieke Hebreeuwse werkwoordsvorm gebruikt om de doorgaande aard van deze handeling te beklemtonen (zie aantekening bij Genesis 5:22-24). wees oprecht. De Hebreeuwse term voor ‘oprecht’ (tamim) wordt ook gebruikt voor offerdieren, die zonder afwijking moesten zijn. Noach, met wie God eveneens een verbond sloot, heet in Genesis 6:9 ook een oprecht man die wandelde met God. Ik zal Mijn verbond sluiten. De manier waarop God dit verbond aan de orde stelt, onderscheidt dit verbond van het eerdere onvoorwaardelijke verbond uit hoofdstuk 15. (Natuurlijk is er wel een impliciete voorwaarde in hoofdstuk 15: Abram moet doorgaan met Gods beloften te geloven, en moet nakomelingen voortbrengen.) Hier wordt echter een expliciete voorwaarde uitgesproken: het zal alleen baten voor hen die wandelen voor Gods aangezicht en oprecht zijn (zie aantekening bij Genesis 17:19).

 

Aantekening bij Genesis 14:18:

Melchizedek (dat betekent ‘koning van de gerechtigheid’ zie Hebreeën 7:2) bereidt edelmoedig een maaltijd voor de terugkerende overwinnaars. Salem is mogelijk een afkorting van ‘Jeruzalem’ (zie Psalm 76:3) en is verwant aan sjalom, het Hebreeuwse woord voor ‘vrede’ (zie Hebreeën 7:2). Hij was een priester van God, de Allerhoogste. Hoewel er heel weinig bekend is over Melchizedek, vertegenwoordigt hij een interessant voorbeeld van een priester-koning, verbonden met Jeruzalem. Blijkbaar leefde de verachting dat latere koningen van Jeruzalem op hem zouden lijken (zie Psalm 110:4). Het boek Hebreeën presenteert Jezus Christus uit de koninklijke lijn van David, als behorende tot de ‘ordening van Melchizedek’ en daarom hoger dan de levitische priesters (Hebreeën 5:5-10; 6:20-7:17). ‘God, de Allerhoogste is in het Hebreeuws ‘El ‘Ejon. De gewone Semitische term voor ‘God’ is ‘El. Daaraan wordt ‘Eljon toegevoegd, wat ‘de Allerhoogste’ betekent. Elders in Genesis vindt men andere toevoegingen aan ‘El bv. (in Genesis 16:13 wordt ‘El Roi’i vertaald als ‘de God Die naar mij omziet’: in Genesis 17:1 wordt ‘El Sjaddai vertaald als ‘God, de Almachtige’ in Genesis 21:23 is ‘El ‘Olam vertaald als ‘de eeuwige God’). Deze verschillende benamingen beklemtonen verschillende aspecten van Gods wezen.     

 

Aantekening bij Genesis 5:22-24:

Het gebruikelijke beeld van het geslachtsregister (zie aantekening bij vers 1-32) wordt afgewisseld met de uitdrukking Henoch wandelde met God. Dit wordt verder uitgewerkt in vers 24, als de verwachte zin ‘en hij stierf’ wordt vervangen door de opmerking en hij was niet meer, want God nam hem weg.In deze passage en in bepaalde andere contexten in Genesis (bv. Genesis 3:8; 6:9; 17:1; 24:40; 48:15) is het Hebreeuwse werkwoord voor ‘wandelde’ een kenmerkende vorm die een gevoel van voortgaande intimiteit met God oproept. Opmerkelijk is dat vanwege deze bijzondere verhouding, Henoch niet sterft (vgl. Elia, 2 Koningen 2:1-12). De wens van de verteller om het feit naar voren te halen, kan verklaren waarom het betreffende geslachtsregister, in tegenstelling tot dat van Genesis 11:10-26, regelmatig vermeld dat ‘X stierf’.

 

Aantekening bij Genesis 17:19:

Izak betekent ‘hij lacht’. Het motief van het lachen komt in een aantal passages voor, die gelieerd zijn aan de geboorte van Izak. In Genesis 17:17 en 18:12-15 lachen Abraham en Sara beurteling uit ongeloof dat hun een zoon geboren zal worden. Er zou echter ook een vorm van ongelooflijke vreugde in kunnen schuilen. De vreugde om de geboorte van Izak veroorzaakt dat Sara lacht (Genesis 21:6). Vgl. het spottende lachen van Ismaël (Genesis 21:9). Ik zal Mijn verbond met hem maken. Als weerklank van wat gezegd is in Genesis 17:17 verheldert dit vers het eeuwige verbond zal worden ‘gemaakt’ met Izak, maar niet met Ismaël (zie Genesis 17:20-21). Hier ligt een belangrijk onderscheid tussen hen met wie het verbond is ‘gemaakt’ en hen die speciale voorrechten van het verbond ontvangen. Terwijl Ismaël en de andere mannelijke leden van Abrahams huis besneden zijn, wordt de voortgang van het verbond verbonden aan een unieke lijn van Abrahams nakomelingen, die loopt via Izak*. Deze lijn loopt ten slotte naar Jezus Christus, door Wie Gods zegen via tussenkomst op reddende wijze wordt geschonken aan anderen. 

 

Aantekening bij Genesis 5:1-32:

Geslachtsregister van Adam tot Noach. Na een korte inleiding waarin elementen van hoofdstuk 1 weerklinken, vervolgt deze passage met een specifieke lijn van nakomelingen van Adam tot Noach. De vormgeving van het hoofdstuk wordt gedomineerd door een bepaalde literaire structuur die herhaald wordt bij ieder die met name genoemd wordt in elke generatie. Het schema kan als volgt worden weergegeven: A: leefdex jaren, hij verwekte B. Nadat hij B verwekt had leefde A y jaren en verwekte andere zonen en dochters. Al de dagen van A waren z (=x+y) jaar; en hij stierf. * Aangezien het woord ‘verwekte een voorvader van’ is het mogelijk dat dit geslachtsregister een aantal generaties overslaat. De letterkundige gebruiken sluiten dit zeker niet uit. Uit vergelijking van bv. Het geslachtsregister van Mozes in Exodus 6:16-20 met dat van Jozua in 1 Kronieken 7:23-27 blijkt dat weglatingen in de praktijk voorkomen: het geslachtsregister van Mozes is ongetwijfeld ingekort (vgl. ook Ezra 7:1-5 met i kronieken 6:4-14). Het verschil is wel dat hier leeftijden staan en in de andere voorbeelden niet. Bij drie onderdelen wordt het patroon van Genesis 5:3-31 even onderbroken om bijkomende informatie te geven over Adam-Seth, Henoch, en Lamech-Noach. Een van de opvallendste aspecten van deze passage is de hoge leeftijd van de eerste mensen in Genesis. Andere teksten uit het oude Nabije Oosten schrijven vroegere generaties zelfs nog hogere leeftijden toe. De Sumerische koningslijt noemt bijvoorbeeld koningen die – opvallend genoeg vóór een zondvloed – gedurende 28.800, 36.000 en 43.200 jaren regeerden. De leeftijd van mensen is heden ten dage (en zeker sinds de zondvloed) veel korter dan van degene die vermeld staan in de lijst van Adam tot Noach. Dikwijls heeft men zich afgevraagd of men de opmerkelijk lange levensduur van deze aardsvaders zoals die in Genesis 5:1-32 wordt gemeld, zonder meer moet aanvaarden, of dat die langere levensduur nadere uitleg vergt. Sommige hebben voorgesteld deze getallen symbolisch op te vatten (bv. Dat zij gerelateerd zouden zijn aan bepaalde astronomische perioden); of veronderstellen dat de getallen een of andere onbekende erecode in zich dragen; of de getallen werden berekend met een ander numeriek systeem (zodat de leeftijden bv. moeten worden gedeeld door een factor 5 met in sommige gevallen 7 of 14). Geen enkele auteur heeft echter een overtuigende alternatieve uitleg geboden en geen van de voorgestelde alternatieven kan met zekerheid bevestigd worden. De traditionele opvatting is dat men de getallen moet aanvaarden zoals ze er staan, vaak onder aanname dat er na de zondvloed iets veranderd is in de kosmologie van de aarde of in de fysiologie van de mensen (of in beide), dat geresulteerd heeft in een snelle vermindering van de lange levensduur, zich uiteindelijk stabiliserend op een normale levensduur met een lengte van 70 of 80 jaar (zie Psalm 90:10). Een ding is in ieder geval duidelijk deze geslachtsregisters impliceren dat deze mensen echt leefden (ongeacht hoelang) en dat zij stierven.

 

 

Psalm 90:[10] De dagen van onze jaren: daarin zijn zeventig jaren, of, als wij zeer sterk zijn, tachtig jaren, maar het beste daarvan is moeite en verdriet, want het wordt snel afgesneden en wij vliegen heen.

 

 

 

  

 


[1]  Psalm 57:[2] Wees mij genadig, o God, wees mij genadig, want mijn ziel heeft tot U de toevlucht genomen; ik neem mijn toevlucht onder de schaduw van Uw vleugels, totdat de rampen voorbij zijn gegaan.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *