Dagtekst

Dag tekst – 264

Lezen: Handelingen 14 : 8 – 20

 

Tekst voor vandaag: Handelingen 14:11

 

HSV: [11] En de menigten, die zagen wat Paulus gedaan had, verhieven hun stem en zeiden in het Lycaonisch: [1]De goden zijn aan mensen gelijk geworden en naar ons afgedaald.

Overdenking: Gisteren hebben we kunnen lezen dat Paulus in Lystre was en daar het Evangelie verkondigde. Nu was daar een man die geen macht hat over zijn voeten en die hoorde Paulus spreken. Paulus keek hem doordringend aan en zag dat hij geloof had om gezond te worden. Hier komt naar voren wat nodig is om genezen te worden als je ziek bent. Wij hebben geloof nodig en door het geloof kan er veel gebeuren. Deze man kreeg weer macht over zijn voeten en kon lopen. Maar wat deed deze genezing met de mensen om hem heen? Zij hadden niet begrepen wat Paulus hun had verteld, zij begrepen niet de kern van het Evangelie. Zij zagen aan wat voor hun ogen gebeurde en niet wat Paulus had gezien. Paulus zag het geloof van de man. De mensen zeiden wel de waarheid maar dachten aan hun afgoden en niet aan Jezus. Jezus was wel uit de hemel afgedaald en mens geworden. Zij zagen Paulus en Barnabas als hun afgoden. Paulus en Barnabas hadden veel moeite om de mensen de waarheid te doen geloven, dat zij de man niet hadden genezen maar dat het geloof in Jezus, de kracht was waardoor de man was genezen. Hoe zit het bij ons? Vertrouwen wij op Jezus, en zien ook wij dat wij gered worden door Hem?        

NBV-21:  [11] Toen de mensen zagen wat Paulus had gedaan, verhieven zij hun stem en ze zeiden in het Lykaonisch: ‘De goden zijn in mensengedaante naar ons afgedaald!’  

BGT: [11] Toen de mensen zagen wat Paulus gedaan had, begonnen ze in hun eigen taal te roepen: ‘Dit lijken mensen, maar het zijn goden! De goden zijn naar ons toe gekomen!’      


[1] Handelingen 28: [6] En zij verwachtten dat hij zou opzwellen of plotseling dood neervallen. Maar toen zij, na lang gewacht te hebben, zagen dat er niets ongewoons met hem gebeurde, veranderden zij van gedachten en zeiden dat hij een god was.

Dagtekst

Dag tekst – 263

Lezen: Handelingen 13 : 44 – 15 : 7

 

Tekst voor vandaag: Handelingen 14:4

 

HSV: [4] En de bevolking van de stad raakte verdeeld. Sommigen waren voor de Joden, anderen voor de apostelen.

Overdenking: Het Evangelie is niet alleen meer voor de Joden maar ook voor de heidenen en dat was moeilijk te verteren voor de Joden. Paulus probeerde het hen wel uit te leggen dat de Joden Gods volk was en is, maar de Joden accepteerden het niet dat ook de heidenen werden aangenomen als zij zich bekeerden en geloofden in het verlossingswerk van Jezus. Telkens weer keerden de Joden zich tot Paulus en Barnabas en spraken hen tegen en lasterden hen wat uitliep op vervolging. Zo ook in Ikonium waar het volk verdeeld raakte. Sommigen waren voor de Joden en anderen voor de apostelen. Paulus en Barnabas werden apostelen genoemd (Het Griekse woord apostolos, betekent eingenlijk ‘de gezondene’, maar in heel het Nieuwe Testament wordt het gebruikt voor iemand die speciaal door Christus gekozen is met de opdracht om het Evangelie te verkondigen, zoals ook het geval was bij de oorspronkelijke twaalf apostelen). Er ontstond een oploop, van zowel heidenen als van Joden, met hun leiders om hen smadelijk te behandelen en te stenigen. Daarom vluchten Paulus en Barnabas toen ze dit tot hen doordrong, naar de steden van Laonië, Namelijk Lystre en Derbe, en de omgeving daarvan. En verkondigden daar het Evangelie. Ondanks telkens weer de tegenstand gingen ze toch door om het goede nieuws te brengen. Wat doen wij als het ons tekens tegenzit, stoppen wij dan of gaan ook door? Wij weten toch dat de Heere met ons zal zijn en ons beschermt.             

NBV-21: [4] Er ontstond echter verdeeldheid onder de inwoners van de stad, van wie sommigen partij kozen voor de Joden en anderen voor de apostelen.   

BGT: [4] De inwoners van de stad raakten verdeeld in twee groepen. De ene groep steunde de Joden, en de andere groep steunde de apostelen.      

Dagtekst

Dag tekst – 262

Lezen: Handelingen 13 : 26 – 43

 

Tekst voor vandaag: Handelingen 13:42

 

HSV: [42] En toen de Joden weggegaan waren uit de synagoge, drongen de heidenen erop aan dat op de volgende sabbat dezelfde woorden tot hen gesproken zouden worden.

Overdenking: Paulus sprak het woord tot de Joden en maakte heb duidelijk dat zij niet gered konden worden door zich aan de wet te houden, omdat de wet hen niet kan bevrijden van de zonde. Om van de zonde bevrijd te worden moet men, maar ook wij, geloven in het zoenoffer van Jezus Christus. Want alleen wie dat gelooft, is vrij van de zonde en aanvaardbaar voor God. Wat betekend dat men, door zich over te geven aan Jezus Christus, alleen vergeving van zonden ontvangt. Dat was voor de Joden wel even slikken. Want zij vonden en was hun geleerd, dat door zich aan de wet te houden, het eeuwige leven konden verdienen. Maar wat Paulus nu verkondigde was dat ook de heidenen het eeuwige leven konden ontvangen, door het Evangelie te aanvaarden en te geloven dat Jezus Christus hun redder is. Paulus Waarschuwde de aanwezige Joden door ook een woord van de profeten te vermelden waar te horen was dat; Pas dan op dat u niet overkomt wat er gezegd is in de profeten: ’Zie, verachters, verwonder u en verdwijn, want Ik verricht een werk in uw dagen, een werk dat u niet zult geloven als iemand het u vertelt.’ Toen de Joden de synagoge hadden verlaten, drongen de heidenen erop aan dat de volgende sabbat dezelfde woorden tot hen gesproken zouden worden. Dus m.a.w. Paulus moest ook dan het Woord brengen. Het Woord van de Heere had dus ingang gevonden in de harten van de heidenen. Hoe zit het met ons? Hebben wij ook nog steeds verlangen om het Woord te horen, of geloven wij het wel.         

NBV-21: [42] Toen Paulus en Barnabas de synagoge verlieten, kregen ze het verzoek om de volgende sabbat opnieuw over dit onderwerp te spreken.   

BGT: [42] Toen Paulus en Barnabas uit de synagoge weggingen, vroegen de mensen of zij de volgende sabbat terug wilden komen. Dan konden ze nog meer vertellen.      

Dagtekst

Dag tekst – 261

Lezen: Handelingen 13 : 13 – 25

 

Tekst voor vandaag: Handelingen 13:25

 

HSV: [25] Maar toen Johannes zijn loop aan het volbrengen was, zei hij: Wie denkt u dat ik ben? [1]Ik ben de Christus niet; maar zie, Hij komt na mij, [2]bij Wie ik het niet waard ben de sandalen aan Zijn voeten los te maken.

Overdenking: Paulus en die bij hem waren vertrokken per boot en kwamen in Antiochië. Daar gingen zij op de sabbat een synagoge binnen. Waar na het voorlezen van de Wet en van de Profeten, de hoofden van de synagoge vroegen: Mannenbroeders wie een woord van bemoediging heeft, spreek dan. Toen stond Paulus op, wenkte met de hand en zei: Israëlitische mannen en u die God vreest, luister. Hier verteld Paulus de grote daden die de Heere heeft gedaan, van de tijd van de verlossing uit Egypte tot en met Johannes de Doper. Ook vertelde Paulus over Johannes wat deze aan zijn toehoorder vroeg. Wie denkt u dat ik ben? Ik ben de Christus niet; maar zie, Hij komt na mij, bij Wie ik het niet waard ben de sandalen aan Zijn voeten los te maken. Paulus benadrukt hier de grootheid van Jezus. Ook wij mogen getuigen van zijn van Jezus en door nederig te zijn, mogen wij Hem onze Redder grootmaken en de mensen vertellen wie Die Redder is en wat Hij voor ons heeft gedaan. Want onze toekomst hebben wij toch te danken aan Zijn werk voor ons? Laten wij daaraan blijven denken en het doorgeven aan onze kinderen en de mensen om ons heen. Dat is onze opdracht en uit dankbaarheid deze opdracht uitvoeren.          

NBV-21: [25] Toen zijn levenswerk ten einde liep, heeft Johannes gezegd: “Wie jullie denken dat ik ben, ben ik niet. Maar let op: na mij komt iemand anders, en ik ben het niet waard om zelfs maar zijn sandalen los te maken.”   

BGT: [25] Vlak voordat Johannes stierf, zei hij ook nog: ‘Jullie denken dat ik de messias ben. Maar dat is niet zo. De messias komt na mij. En ik ben het niet eens waard om zijn schoenen uit te trekken.’      


[1] Johannes 1: [20] En hij beleed en ontkende het niet, maar hij beleed: Ik ben de Christus niet.

[2] Mattheüs 3: [11] Ik doop u wel met water tot bekering, maar Hij Die na mij komt, is sterker dan ik; ik ben het niet waard Hem Zijn sandalen na te dragen. Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur.

Dagtekst

Dag tekst – 260

Lezen: Handelingen 13 : 1 – 12

 

Tekst voor vandaag: Handelingen 13:12

 

HSV: [12] Toen de stadhouder zag wat er gebeurd was, geloofde hij, versteld over de leer van de Heere.

Overdenking: Vandaag zijn wij weer in Handelingen aan het lezen en overdenken. Van het boek Handelingen is de auteur Lukas. Van Lukas weten wij dat hij arts was en ook in Handelingen komen medische termen voor en daardoor is het aannemelijk dat Lukas de auteur is. Handelingen is een uniek boek te midden van de nieuwtestamentische geschriften. Het richt zich voor een deel op de geschiedenis van de Vroege Kerk, vanaf de Christus opstanding. Paulus heeft hierin een grote rol. Zo lezen wij vandaag dat hij samen met Barnabas naar de heidenen is gezonden. Op Cyprus aangekomen werden zij bij de stadhouder geroepen, want deze verlangde ernaar om het Woord van God te horen. Nu was daar ook een tovenaar, Elymas genaamd, die tegen hen inging. Paulus sprak tot hem en zei dat hij hiermee moest stoppen. Ook zei Paulus dat hij blind zou worden voor een tijd en onmiddellijk viel er donkerheid en duisternis op Elymas. En toe de Stadhouder zag wat er gebeurd was geloofde hij, versteld over de leer van de Heere. In handelingen spelen wonderen een belangrijke rol bij de bekering van ongelovigen tot het ware geloof. Ook vandaag in onze tijd gebeuren er nog dingen die je een wonder kan noemen en komen er dan ongelovigen daardoor tot geloof. Bijvoorbeeld door een droom. Wij zien daardoor dat God er nog steeds is om ons te helpen en wij echt niet alleen ervoor staan. Dank daarvoor en geef Hem dan ook de eer. Wij kunnen niemand bekeren alleen God kan dat. Wat een Grote God is Hij.       

NBV-21: [12] Toen de proconsul dit zag, kwam hij tot geloof, diep onder de indruk als hij was van wat hij over de Heer had geleerd.  

BGT: [12] Toen Sergius Paulus zag wat er gebeurd was, ging hij geloven. Hij was diep onder de indruk van de dingen die hij geleerd had over de Heer.     

Dagtekst

Dag tekst – 259

Lezen: Markus 9 : 14 – 29

 

Tekst voor vandaag: Markus 9:28-29

 

HSV: [28] [1]En toen Hij in huis gegaan was, en zij alleen waren, vroegen Zijn discipelen Hem: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven? [29] En Hij zei tegen hen: Dit soort kan nergens anders door uitgaan dan door bidden en vasten.

Overdenking: Na de verheerlijking op de berg gisteren nu weer terug in de werkelijkheid hier zien wij een vader met zijn zoon. De zoon moest lijden door de aanvallen van een kwade geest. De discipelen hadden geprobeerd deze geest uit te drijven maar dan konden zijn niet. Ook waren onder de toeschouwers schriftgeleerden. Jezus vroeg naar de reden van het twist gesprek en nadat vader de strijd van zijn zoon had uitgelegd. Zij Jezus: ‘O, ongelovig geslacht, hoelang zal Ik nog bij u zijn? Hoelang zal Ik u nog verdragen? Breng hem bij Mij.’ Toen de geest Jezus zag deed hij de jongen meteen stuiptrekken en viel hij op de grond. Jezus vroeg de vader hoelang de geest dit al deed. Zij de vader van jongs af al en vroeg hij Jezus meteen om hulp. Jezus zij tegen de vader: Als u kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft. En meteen riep de vader van het kind: Ik geloof, Heere! Kom mijn ongeloof te hulp. Jezus beval de geest uit de jongen weg te gaan en niet terug te komen. De geest verliet de jongen onder geschreeuw en stuiptrekkingen. Jezus gaf hem een hand en hij stond op. Hier zien wij dat geloof en gebed belangrijk zijn. Jezus zegt zelfs bidden en vasten konden hier alleen redding geven. Dus leren wij hier dat soms alleen bidden niet voldoende kan zijn en dus het vasten het gebed kan versterken.            

NBV-21: [28] Hij ging een huis in, en toen ze weer alleen waren, vroegen zijn leerlingen Hem: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’ [29] Hij antwoordde: ‘Dit soort kan alleen door gebed worden uitgedreven.’    

BGT: [28] Later waren Jezus en de leerlingen alleen in een huis. De leerlingen vroegen aan Jezus: ‘Waarom konden wij die kwade geest niet wegjagen?’ [29] Jezus antwoordde: ‘Je kunt dit soort geesten alleen wegjagen door te bidden.’        


[1] Mattheüs 17: [19] Toen kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden, toen zij alleen waren: Waarom konden wij hem niet uitdrijven?

Dagtekst

Dag tekst – 258

Lezen: Markus 9 : 2 – 13

 

Tekst voor vandaag: Markus 9:9

 

HSV: [9] [1]En toen zij van de berg afdaalden, gebood Hij hun dat zij niemand vertellen zouden wat zij gezien hadden, voordat de Zoon des mensen uit de doden zou zijn opgestaan.

Overdenking: Niemand vertellen wat zij gezien hadden. Dit is toch bijna het tegenovergestelde van wat onze opdracht is. Wij moeten toch het evangelie bekent maken aan heel de wereld. Voor Petrus Jakobus en Johannes was dit verbod maar tijdelijk, want na de opstanding van Jezus mochten ze het wel weer vertellen. Maar wat ze gezien hadden was toch uniek en iets wat je graag zou willen vertellen. Zij hadden Mozes en Elia gezien en God de Vader horen spreken. Jezus had al vaker mensen verboden om niet over het wonder dat zij hadden meegemaakt te spreken maar daar hielden zij zich niet aan en vertelden het wel door. Het gevolg daarvan was dat Jezus altijd werd omringt met mensen als Hij ergens kwam. Maar nu wilde Jezus niet dat als mensen hoorden dat Hij zou lijden en sterven de mensen Hem zouden gaan beschermen. Want Jezus moest lijden en sterven om de mensen te behouden voor de eeuwige dood. Op de berg was Jezus Goddelijkheid even te zien. Na deze verheerlijking gaat de strijd tegen het kwaad door, maar daar morgen meer over. Vandaag hebben wij gezien dat Jezus werkelijk God was en lezen dat Hij voor ons wil lijden en sterven, opdat ook wij eens een verheerlijkt lichaam mogen ontvangen.         

NBV-21: [9] Toen ze de berg afdaalden, zei Hij tegen hen dat ze aan niemand mochten vertellen wat ze hadden gezien voordat de Mensenzoon uit de dood zou zijn opgestaan.   

BGT: [9] Toen ze de berg weer af gingen, zei Jezus: ‘Jullie mogen aan niemand vertellen wat je gezien hebt. Eerst moet de Mensenzoon opstaan uit de dood. Pas daarna mogen jullie hierover praten.’     


[1] Mattheüs 17: [9] En toen zij van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: Vertel niemand van wat u gezien hebt, totdat de Zoon des mensen opgestaan is uit de doden.

   Lukas 9: [36] Toen Hij de menigte zag, was Hij innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, zoals schapen die geen herder hebben.

Dagtekst

Dag tekst – 257

Lezen: Deuteronomium 11:18–12:1

 

Tekst voor vandaag: Deuteronomium 11:31

 

HSV: [31] Want u zult de Jordaan oversteken om het land dat de HEERE, uw God, u geeft, in te gaan en het in bezit te nemen; u zult het in bezit nemen en erin wonen.

Overdenking: Mozes vertelt hier aan de Israëlieten dat ze de Jordaan over zullen steken om het beloofde land in bezit te nemen. Ook komen de eiken van More nog ter sprake. Dit zijn de eiken waarbij ook Abraham aankwam toen hij voor het eerst Kanaän binnenkwam (Genesis 12:6), daar was de eik van More vlak bij de heilige plaat Sichem. Nu het volk weer in Kanaän komt om het echt in bezit te nemen en erin te gaan wonen, zegt Mozes nog een keer dat alle verordeningen en bepalingen die hij hen had voorgehouden nauwlettend in acht genomen moeten worden. Dit is niet wat Mozes vindt, dit zijn de voorschriften van God. Hoofdstuk 12 van Deuteronomium wordt weer gezegd om de verordeningen en de bepalingen in acht moeten worden genomen. Ook in Deuteronomium 5:1; 11:32; 26:16 wordt er gesproken over deze verordeningen en bepalingen en wel aan het begin en het einde van de twee belangrijkste passages met voorschriften. Dit geeft aan dat de Heere wil dat het volk naar hem luistert. Maar daar staat tegenover dat Hij hen zal beschermen en voor hen zal zorgen. Wij weten door het Woord (de Bijbel) dat de Heere zijn Woord getrouw zal houden en toch dwalen ook wij wel eens af. Maar de genade van God is groter dan onze ongerechtigheden. Dank daarvoor en bidt om hulp om toch trouw te blijven aan Zijn Woord.

NBV-21: [31] Straks steekt u de Jordaan over om het land binnen te gaan dat de HEER u zal geven. Wanneer u het in bezit hebt genomen en er woont,

BGT: [31] Straks steken jullie de rivier de Jordaan over. Dan komen jullie in het land dat de Heer jullie zal geven. Dat land zullen jullie veroveren. En als jullie daar wonen,     

Dagtekst

Dag tekst – 256

Lezen: Deuteronomium 11 : 1 – 17

 

Tekst voor vandaag: Deuteronomium 11:12

 

HSV: [12] Het is een land waar de HEERE, uw God, voor zorgt: voortdurend rusten de ogen van de HEERE, uw God, daarop, van het begin van het jaar tot het einde van het jaar.

Overdenking: Mozes roept Israël op om zich opnieuw te houden aan Gods geboden. Mozes spreekt niet tot de kinderen maar tot ouders van de kinderen en die moeten het hun kinderen bijbrengen en vertellen wat de Heere allemaal heeft gedaan. Hoe Hij ze heeft verlost uit Egypte en gebracht heeft waar ze nu zijn en waarheen zij zullen gebracht worden. Het volk klaagde onderweg en zeiden dat het in Egypte zo goed was. Maar Mozes belooft hun een land wat beter is dan Egypte. In Egypte moesten zij het land zelf water geven maar het beloofde land zal worden verzorgd door de Heere zelf. Water wordt gegeven door de vroege en late regens. De Heer zal zijn ogen laten rusten op het land en niet zo nu en dan, nee voortdurend. Zolang zij Zijn geboden onderhouden en Hem liefhebben en geen andere goden gaan dienen. Er zal overvloed zijn en de Heere zal hen beschermen. De omschrijving lijkt op het idyllische beeld van het land dat doet denken aan de beschrijving van Eden. Ook daar zorgde God voor de hof. Deze belofte moet wel een extra motivatie zijn om zich te houden aan Gods geboden. Ook wij mogen weten dat de Heere voor ons wil zorgen en dat ook Zijn ogen altijd op ons zijn en dat Hij alles ziet wat wij doen en laten en daarom erop mogen vertrouwen als wij Zijn wil doen Hij ons zal zegenen. Maar ook als wij Zijn wil niet doen, Hij ons zal wijzen op onze fouten. Laten wij daarom de Heere vragen ons te laten zien waar het mis gaat. Door Jezus wil Hij ons altijd vergeven, als wij onze zonden oprecht belijden. Dank daarvoor.             

NBV-21: [12] Het is een land waaraan de HEER, uw God, veel zorg besteedt en waarover Hij waakt, het hele jaar door, van de eerste tot de laatste dag.

BGT: [12] De Heer, jullie God, zorgt goed voor dat land. Hij beschermt het, het hele jaar door.

Dagtekst

Dag tekst – 255

Lezen: Handelingen 12 : 18 – 25

 

Tekst voor vandaag: Handelingen 12:24

 

HSV: [24] [1]En het Woord van God verbreidde zich en nam toe.

Overdenking: Na het grote wonder van de ontsnapping van Petrus uit de gevangenis, was Herodes vijandschap tegen de Tyriërs en Sidoniërs bitter. Eigenlijk was Herodes kwaad op God. Want er was een iemand machtiger dan dat hij was. De Tyriërs en Sidoniërs kwamen eensgezind naar de kamerheer van Herodes en vroegen om vrede. Dit omdat hun land werd gevoed door de koning. Op een vastgestelde dag trok Herodes een koninklijk kleed aan en hield op de rechterstoel een toespraak. Het volk beantwoorde die toespraak met de woorden; Dit is stem van God en niet van een mens! En onmiddellijk sloeg een engel van de Heere hem, en Herodes werd de wormen gegeten en gaf de geest. Omdat Herodes niet de eer gaf aan de Heere, werd hij gestraft. Petrus gaf de Heere de eer van zijn geslaagde vlucht. Ook door deze gebeurtenis werd het Woord van de Heere verbreidt. Want er is geen kracht sterker dan het Woord van de Heere. Barnabas en Saulus keerden terug uit Jeruzalem en namen Johannes die ook Markus werd genoemd mee. Ook hier blijkt weer dat vertrouwen op de Heere loont. Dank God daarvoor.

NBV-21: [24] Het woord van God verspreidde zich en vond steeds meer gehoor.

BGT: [24] Steeds meer mensen luisterden naar het goede nieuws over Jezus. De groep christenen werd snel groter.


[1] Jesaja 55: [11] zo zal Mijn woord zijn dat uit Mijn mond uitgaat: het zal niet vruchteloos tot Mij terugkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen waartoe Ik het zend.

   Handelingen 6: [7] En het Woord van God verbreidde zich en het aantal discipelen in Jeruzalem nam sterk toe; en een grote menigte priesters werd aan het geloof gehoorzaam.