| Dag tekst – 258 |
Lezen: Markus 9 : 2 – 13
Tekst voor vandaag: Markus 9:9
HSV: [9] [1]En toen zij van de berg afdaalden, gebood Hij hun dat zij niemand vertellen zouden wat zij gezien hadden, voordat de Zoon des mensen uit de doden zou zijn opgestaan.
Overdenking: Niemand vertellen wat zij gezien hadden. Dit is toch bijna het tegenovergestelde van wat onze opdracht is. Wij moeten toch het evangelie bekent maken aan heel de wereld. Voor Petrus Jakobus en Johannes was dit verbod maar tijdelijk, want na de opstanding van Jezus mochten ze het wel weer vertellen. Maar wat ze gezien hadden was toch uniek en iets wat je graag zou willen vertellen. Zij hadden Mozes en Elia gezien en God de Vader horen spreken. Jezus had al vaker mensen verboden om niet over het wonder dat zij hadden meegemaakt te spreken maar daar hielden zij zich niet aan en vertelden het wel door. Het gevolg daarvan was dat Jezus altijd werd omringt met mensen als Hij ergens kwam. Maar nu wilde Jezus niet dat als mensen hoorden dat Hij zou lijden en sterven de mensen Hem zouden gaan beschermen. Want Jezus moest lijden en sterven om de mensen te behouden voor de eeuwige dood. Op de berg was Jezus Goddelijkheid even te zien. Na deze verheerlijking gaat de strijd tegen het kwaad door, maar daar morgen meer over. Vandaag hebben wij gezien dat Jezus werkelijk God was en lezen dat Hij voor ons wil lijden en sterven, opdat ook wij eens een verheerlijkt lichaam mogen ontvangen.
NBV-21: [9] Toen ze de berg afdaalden, zei Hij tegen hen dat ze aan niemand mochten vertellen wat ze hadden gezien voordat de Mensenzoon uit de dood zou zijn opgestaan.
BGT: [9] Toen ze de berg weer af gingen, zei Jezus: ‘Jullie mogen aan niemand vertellen wat je gezien hebt. Eerst moet de Mensenzoon opstaan uit de dood. Pas daarna mogen jullie hierover praten.’
[1] Mattheüs 17: [9] En toen zij van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: Vertel niemand van wat u gezien hebt, totdat de Zoon des mensen opgestaan is uit de doden.
Lukas 9: [36] Toen Hij de menigte zag, was Hij innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, zoals schapen die geen herder hebben.