Bijbel open in 2023

Bijbel open in 2023

Dag: 355

Lezen: 2 Samuël 5:17-25

Thema: Heer van de doorbraak 

Tekst voor vandaag: 2 Samuël 5:20 

 

HSV: [20] Toen kwam David in Baäl-Perazim. David versloeg hen daar en zei: De HEERE is voor mij uit door mijn vijanden heen gebroken als een doorbraak van water. Daarom gaf hij die plaats de naam Baäl-Perazim.

 

NBV21: [20] David ging naar Baäl-Perasim. Daar versloeg hij hen, en sprak de woorden: ‘De HEER is voor mij door de vijandelijke linies gebroken zoals plotseling opkomend water zich een baan breekt.’ Daarom wordt die plaats Baäl-Perasim genoemd.

 

BGT: [20] Toen viel David de Filistijnen aan, en hij won de strijd. Hij zei: ‘De Heer heeft mijn vijanden laten schrikken. Ze zijn plotseling weggevlucht.’ Hij noemde die plaats Baäl-Perasim.

       

Aantekening bij:

2 Samuël 5:17-21 Tot dusver konden de Filistijnen David tot op zekere hoogte als een van hun vazallen beschouwen (1 Samuël 27), ze zullen althans blij zijn geweest met zijn conflict met Isboseth. Maar nu hij koning over Israël (d.w.z. over Juda en Israël) is geworden en zelfs Jeruzalem heeft veroverd, beseffen ze dat hij een gevaar is. daalde hij af naar de vesting, waarschijnlijk een vesting in de richting van de Filistijnen. Het dal Refaïm leidde vanuit het zuidwesten naar Jeruzalem. Het voorval vamn 2 Samuël 23:13-17 kan nu hebben plaatsgevonden. David vroeg de Heere zoals in 1 Samuël 23:2, 11; 30:8 en 2 Samuël 2:1. als een doorbraak van water. In heel het oude Nabije Oosten beschreef men een veldslag in termen van een vloedgolf. ‘Baäl’ in Baäl-Perazim betekent hier ‘heer’ Zie aantekening bij 2 Samuël 4:4). De Filistijnen lieten daar hun afgoden achter (2 Samuël 5:21); hier gebeurt het omgekeerde van wat in 1 Samuël 4 verteld wordt, toen zij de ark van het verbond buitmaakten. Blijkens 1 Kronieken 14:12 heeft David ze laten verbranden.

 

Aantekening bij 2 Samuël 4:4 De mededeling over Mefiboseth zal mede zijn gemaakt om te verklaren waarom hij niet als koning is aangesteld: hij was nog een kind, en hij was kreupel. Hij komt verder voor in 2 Samuël 9:1-13; 16:1-4;19:24-29; 21:7. (De Mefiboseth van 2 Samuël 21:8 is iemand anders, een zoon van Saul bij Rizpa.) Zijn naam was eigenlijk Merib-Baäl (1 Kronieken 8:34; 9:40). ‘Baäl’ kon ‘heer’ betekenen en betrekking hebben op de Heere van Israël (Zoals in 2 Samuël 5:20). Maar omdat men bij de naam Merib-Baäl ook kon denken aan de afgod Baäl, heeft de auteur van 2 Samuël de naam gewijzigd in ‘Mefiboseth’, met het woord bosjeth (‘schande’) in plaats van ‘baäl’. Zo wordt ook Sauls jongste zoon in 1 Kronieken 8:33 en 9:39 ‘Esbaäl’ genoemd, maar in 2 Samuël ‘Isboseth; Jerubbaäl (Richteren 9:1, 57) heet in 2 Samuël 11:21 ‘Jerbbeseth’. 

 

  

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *