HSV: [11] Toen de koning naar binnen was gegaan om de gasten te overzien, zag hij daar iemand die niet gekleed was in bruiloftskleding.
NBV21: [11] Toen de koning binnenkwam om te zien wie er allemaal aanlagen, zag hij iemand die geen bruiloftskleed droeg,
BGT: [11] De koning komt bij de gasten kijken. Hij ziet een man die geen feestelijke kleren draagt.
Aantekening bij:
Mattheüs 22:11 iemand die niet gekleed was in bruiloftskleding. Iedereen was uitgenodigd, maar men werd nog steeds in bruiloftskleding verwacht. Dit kan twee dingen betekenen: (1) Er zijn aanwijzingen dat een koning in de oude wereld kleren aan zijn gasten uitdeelde (vgl. Genesis 45:21; Esther 6:8-9), en verder bestaat er het verhaal dat God Zijn onwaardig volk in prachtige kleding hulde (Ezechiël 16:10-13). Jezus zou hier dus kunnen zinspelen op toegekende gerechtigheid, waar Paulus later op doorgaat (bv. Romeinen 3:21-31; 4:22-25). Dus het is een grove belediging voor de gastheer als de gast de gegeven kledij niet draagt. (2) De bruiloftskleding kan duiden op reine kleding, een bewijs van rechtvaardige daden (zie aantekening bij Mattheüs 5:20). Hoe dan ook, er ontbreekt iets wezenlijks aan de man om deel te kunnen nemen aan het bruiloftsfeest.
Aantekening bij Mattheüs 5:20 Jezus roept Zijn discipelen op tot een ander soort en een andere inhoud van gerechtigheid dan die van de schriftgeleerden en de Farizeeën. Die gingen prat op het voor het oog houden van vele buitenbijbelse voorschriften, maar hun hart bleef onrein (zie Mattheüs 23:5, 23, 27-28). Maar de gerechtigheid van hetKoninkrijk komt van binnenuit, omdat dat allereerst een andere gezindheid en andere keuzen bewerkt (Romeinen 6:17; 2 Korinthe 5:17; Galaten 5:22; Filippenzen 2:12; Hebreeën 8:10). In het nieuwe leven van Jezus’ volgelingen is deze gerechtigheid werkelijk ‘overvloediger … dan die van de schriftgeleerden en Farizeeën’.
De verwijs Bijbel verwijst ook nog naar: Jesaja 61: [10] Ik ben zeer vrolijk in de HEERE,
mijn ziel verheugt zich in mijn God,
want Hij heeft mij bekleed met de klederen van het heil,
de mantel van gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan,
zoals een bruidegom zich bekleedt met priesterlijk hoofdsieraad,
en een bruid zich tooit met haar sieraden.
en: Jesaja 62: [3] U zult een sierlijke kroon zijn in de hand van de HEERE
en een koninklijke tulband in de hand van uw God.
[4] Tegen u zal niet meer gezegd worden: verlatene,
en tegen uw land zal niet meer gezegd worden: woestenij,
maar u zult genoemd worden: Mijn welgevallen is in haar,
en uw land: getrouwde;
want de HEERE verlangt naar u,
en uw land zal getrouwd worden.
[5] Want zoals een jongeman trouwt met een jonge vrouw,
zo zullen uw kinderen trouwen met u;
zoals een bruidegom zich verblijdt over zijn bruid,