HSV: [23] Ik zal echter voortdurend bij U zijn, U hebt mijn rechterhand gegrepen. [24] U zult mij leiden door Uw raad, daarna zult U mij in heerlijkheid opnemen.
NBV21: [23] Maar nu weet ik mij altijd bij U, U houdt mij aan de hand [24] en leidt mij volgens uw plan. Dan neemt U mij weg, met eer bekleed.
BGT: [[23] Maar nu weet ik dat u er altijd voor mij bent. U houdt mijn hand vast, [24] u leidt me en u geeft me raad. En eens zult u mij bij u nemen.
Aantekening bij:
Psalm 73:21-28 Het is voor mij goed dicht bij God te zijn. Het laatste deel begint met de opmerking waar de zanger op leek toen hij zijn bittere gedachte ruim baan gaf: Ik was een redeloos dier bij U.Toch heeft de Heere Zijn machtige arm over Zijn gelovige dienaar uitgestrekt gehouden: Niettemin zal ik voortdurend bij U zijn, U hebt mijn rechterhand gegrepen (dat is waarom Hij de zanger in het heiligdom binnen liet gaan, vers 17). Vers 24 somt het vertrouwen op: gedurende de jeugd van de zanger zult U mij leiden door Uw raad (d.w.z. na de dood van de zanger) zult U mij in heerlijkheid opnemen (de hemelse heerlijkheid die de gelovige te wachten staat). De vromen kunnen dus tevreden zijn omdat zij dicht bij God zijn en dus Hem hebben als de rots van hun hart en voor eeuwig hun deel,terwijl de dwazen zich nu ver van God houden en voor eeuwig ver van Hem zullen blijven.