| Woord voor vandaag |
Dag: 058
Lezen: Amos 3:1-8
Thema: Oorzaak – gevolg
Tekst voor vandaag: Amos 3:7
HSV: [7] Voorzeker, de Heere HEERE doet niets tenzij Hij Zijn geheimenis heeft geopenbaard aan Zijn dienaren, de profeten.
NBV21: [7] Zo doet God, de HEER, niets zonder dat Hij zijn plan heeft onthuld aan zijn dienaren, de profeten.
NBG: [7] Zo is het met alles wat God, de Heer, doet: hij doet niets zomaar, zonder een plan. Dat plan heeft hij bekendgemaakt aan zijn profeten.
Aantekening bij: Amos 3:3-8
Amos laat met een serie vragen zien dat heel Israël onafwendbaar onheil te wachten staat. Hij wijst erop dat in de natuur bepaalde opeenvolgende gebeurtenissen een voorspelbare afloop hebben. Als een leeuw (vers 4 en 8) brult, dan heeft hij zijn prooi reeds gevangen of staat dit te gebeuren. Wat de profeet doet, is aan Israël vertellen dat de Heere Heere (vers 7) oordeel heeft aangekondigd. Tenzij Israël onmiddellijk zijn gedrag verbetert, staat de afloop vast. kwaad (vers 6, Hebreeuws ra’ah). Dit woord heeft een breed scala aan betekenissen (zie schema), van ‘slecht’ (Genesis 6:5) tot ‘kwaad’ (zoals hier) of ‘het kwade’ (vgl. Jona 3:10). Wanneer er kwaad over het volk komt, moeten zij dit niet opvatten als een toevallige tegenslag, maar beseffen dat God in Zijn soevereine wijsheid aan het werk is. Zij moeten naar behoren reageren op Zijn oordeel. tenzij Hij Zijn geheimenis heeft geopenbaard (vers 7). Door het Oude Testament heen heeft God vaak Zijn doel en handelen in historische gebeurtenissen aan de profeten geopenbaard, zodat zij de gebeurtenissen correct konden vertolken voor Gods volk.
Uit de vrouwen Bijbel
Gods trouw Amos 3:7
Wat is het bemoedigend als je in de Bijbel ontdekt hoe profetieën zijn uitgekomen. Hoe angstaanjagend het er in de wereld ook aan toe kan gaan, God staat boven alles en is trouw aan Zijn woord. Wat er nog gaat gebeuren in jouw leven, Hij zal er bij zijn!
Schema uit het boek JONA
| Het voorkomen van het Sleutelwoord RA’AH | |
| (‘kwaad’/’onheil’/’kwelling’) in Jona | |
| 01:02 | De Heere confronteert Jona met het kwaadvan de stad Ninevé. |
| 01:07 | De zeelui besluiten het lot te werpen om te weten te komen wie de oorzaak van het onheil dat hun overkomt. |
| 01:08 | De zeelei richten zich tot Jona en vragen zich af waarom het onheil hun overkomt. |
| 03:08 | De koning van Ninevé roept de inwoners van de stad op om zich te bekeren van hun slechte weg. |
| 03:10 | God ziet dat de Ninevieten zich bekeren van hun slechte weg en krijgt berouw over het kwade dat Hij hun zou aandoen. |
| 04:01 | Gods genadige houding ten opzichte van Ninevé was kwalijk in de ogen van Jona. |
| 04:02 | Jona wordt boos over het feit dat God berouw heeft over het kwaad. |
| 04:06 | De Heere beschikt een wonderboom om Jona te bevrijden van zijn kwelling. |