TEKST VOOR VANDAAG
1 PETRUS 2 : 9 – 10
DAG 21
LEZEN: 1 PETRUS 2 : 1 – 10
THEMA: Heilig volk
(HSV) [9] [1]Maar u bent een uitverkoren geslacht, [2]een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht, [10] [3]u, die voorheen geen volk was, maar nu Gods volk bent; u, die zonder ontferming was, maar nu in ontferming aangenomen bent.
(BGT) [9] Jullie zijn door God uitgekozen, en jullie horen bij hem. Nu zijn jullie een heilig volk, een volk van priesters. God heeft jullie uit de duisternis geroepen om te leven in zijn schitterende licht. Nu kunnen jullie iedereen vertellen over de grote wonderen van God. [10] Ooit waren jullie niet eens een volk. Nu zijn jullie het volk van God. Ooit was er niemand die voor jullie zorgde. Nu zorgt God voor jullie.
Aantekening
1 Petrus 2 : [4]9 een uitverkoren geslacht. Gods genade, en niet de menselijke keuze, is de ultieme verklaring waarom sommige mensen tot geloof komen en andere niet. God heeft sommige ‘uitverkoren’ om tot Zijn volk te behoren, niemand kan er zich dus op beroemen dat hij erbij hoort. Petrus ziet de gemeente als een nieuw Israël, want hij neemt wat er van Israël gezegd wordt in Exodus 19:5-6 en past dit toe op de gemeente. De gemeente is een koninklijk priesterschap en een heilig volk.Als God uitverkorenen moeten christenen de deugden … verkondigen van Hem Die hen uit de duisternis geroepen heeft en gebracht heeft in Zijn wonderbaar licht (vgl. Jesaja 43:20b-21).
1 Petrus 2 : 10 Petrus zinspeelt op teksten in Hosea die verwijzen naar Israël (Hosea 1:6, 9, 10; 2:22) en ziet deze vervuld in de gemeente.
[1] Exodus 19:[6] U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden die u tot de Israëlieten moet spreken.
Deuteronomium 7:[6] Want u bent een heilig volk voor de HEERE, uw God. De HEERE, uw God, heeft ú uitgekozen uit alle volken op de aardbodem om voor Hem tot een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is.
Deuteronomium 14:[2] Want u bent een heilig volk voor de HEERE, uw God. De HEERE heeft ú uit alle volken die op de aardbodem zijn, uitgekozen om voor Hem een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is.
Deuteronomium 26:[18] En de HEERE heeft u heden doen verklaren dat u voor Hem een volk zult zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is, zoals Hij tot u gesproken heeft, en dat u al Zijn geboden in acht moet nemen,
Efeze 1:[14] Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verlossing die ons ten deel viel, tot lof van Zijn heerlijkheid.
[2] Openbaring 1:[6] en Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters voor God en Zijn Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.
Openbaring 5:[10] En U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde.
[3] Hosea 1:[10] Toch zal het aantal Israëlieten zijn als het zand van de zee, dat niet gemeten en niet geteld kan worden. En het zal gebeuren dat in de plaats waar tegen hen gezegd is: U bent niet Mijn volk, tegen hen gezegd zal worden: Kinderen van de levende God.
Hosea 2: [22] En Ik zal haar voor Mij in de aarde zaaien en Mij ontfermen over Lo-Ruchama.
Ik zal zeggen tegen Lo-Ammi: U bent Mijn volk, en hij zal zeggen: Mijn God!
Romeinen 9:[26] En het zal zijn dat op de plaats waar tegen hen gezegd was: U bent Niet-Mijn-volk, daar zullen zij kinderen van de levende God genoemd worden.
[4] Jesaja 61:[6] Ú echter zult genoemd worden: priesters van de HEERE, men zal u noemen: dienaren van onze God. U zult het vermogen van heidenvolken eten, u zult u beroemen in hun luister.