Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Je wachter zal niet sluimeren

Lezen: Jesaja 51 : 9 – 16  

Maandag 21 december 2020          Jesaja 51 : 12 – 13

(HSV) [12] Ik, Ik ben het Die u troost. Wie bent u dat u bevreesd bent voor een sterveling, die sterven moet, voor een mensenkind, gras, dat vergaat, [13] en dat u de HEERE vergeet, Die u gemaakt heeft, [1]Die de hemel uitgespannen heeft en de aarde gegrondvest, en dat u voortdurend, de hele dag, angstig bent vanwege de woede van de onderdrukker, wanneer hij zich gereedmaakt om u te gronde te richten? Waar is dan de woede van de onderdrukker?

(BGT) [12] De Heer zegt: ‘Volk van Israël, ik zal jullie troosten, ik zal jullie beschermen. Je hoeft niet bang te zijn voor andere mensen. Want mensen zijn zwak, ze leven maar kort. Net als een bloem die maar even bloeit en dan doodgaat. [13] Jullie hoeven ook niet bang te zijn voor jullie vijanden. Wees niet bang dat ze jullie vernietigen. Ze durven zich niet eens te laten zien!

Aantekening

Jesaja 51 : 12 – 13  >  De Schepper berispt Zijn volk om hun vrees. Ik, Ik ben het beantwoordt het dubbele ‘Ontwaakt, ontwaakt’ van Jesaja 51:9. Wie bevreesd is voor een sterveling is iemand die de Heere vergeet. Menselijke tegenstand tegen God houdt toch geen stand! Waar is dan de woede van de onderdrukker? Menselijke woede is niets vergeleken bij Gods toorn (vgl. Mattheüs 10:28).

Schepsel              Jesaja 51 : 7, 13            (Uit de Vrouwen Bijbel)

Jesaja noemt ons stervelingen en mensenkinderen (vers12). Dat laat zien wie we zijn. Soms hebben we de neiging om anderen boven of onder ons te plaatsen. Zo wordt de een geminacht, en de ander op een voetstuk geplaatst. Maar dit is niet wat God bedoeld heeft. Hij is God, de Schepper, geef Hem de eer die Hem toekomt. Wij zijn allemaal Zijn schepselen. Niet meer, maar ook niet minder. Kijk naar elkaar vanuit Zijn perspectief.


[1]  Job 9:8; Psalm 104:2; Jesaja 40:22; 42:5; 44:24

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Vastigheid

Lezen: Jesaja 51 : 1 – 8  

Zondag 20 december 2020             Jesaja 51 : 7 – 8

(HSV) [7] Luister naar Mij, u die de gerechtigheid kent, volk dat Mijn wet [1]in zijn hart heeft, [2]wees niet bevreesd voor de smaad van stervelingen, wees niet ontsteld door hun beschimpingen.

   [8] Want [3]de mot zal hen opeten als een kleed, de mottenlarve zal hen opeten als wol. Maar Mijn gerechtigheid zal voor eeuwig bestaan, en Mijn heil van generatie op generatie.

(BGT) [7] Luister naar mij, mijn volk. Jullie kennen mijn regels. Jullie denken veel aan mijn wetten. Wees niet bang voor mensen die je beledigen en vernederen. 

   [8] Want zij zullen verdwijnen, als een oude jas die langzaam vergaat. Maar de overwinning die ik geef, zal altijd blijven. De bevrijding die ik breng, zal nooit verdwijnen.’

Aantekening

Jesaja 51 : 7 – 8  >  De derde aansporing (vgl. [4]aantekening bij vers 1-8): al worden de gelovigen evenals Gods Knecht gesmaad, zij worden ook voor eeuwig gerechtvaardigd (vgl. Johannes [5]16:33).


[1]  Psalm 37:[31] De wet van zijn God is in zijn hart; zijn schreden wankelen niet.

[2]  Vers [12] Ik, Ik ben het Die u troost. Wie bent u dat u bevreesd bent voor een sterveling, die sterven moet, voor een mensenkind, gras, dat vergaat,; 

Psalm 118:[6] De HEERE is bij mij, ik ben niet bevreesd. Wat kan een mens mij doen?

[3]  Jesaja 50:[9] Zie, de Heere HEERE helpt Mij. Wie is het die Mij schuldig verklaart? Zie, zij allen zullen als een kleed verslijten, de mot zal hen opeten.

[4]  Aantekening bij Jesaja 50:1-8  >  Deze verzen geven als vervolg van Jesaja 50:10 drie aansporingen om naar de stem van de Knecht van de Heere te luisteren: Jesaja 51:1-3, 4-6, 7-8.

[5]  Johannes  16:[33] Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat u in Mij vrede zult hebben. In de wereld zult u verdrukking hebben, maar heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen.

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Vaste woon- en verblijfplaats

Lezen: Psalm 132  

Zaterdag 19 december 2020           Psalm 132 : 13

(HSV)  [13] Want de HEERE heeft Sion verkozen, Hij heeft het begeerd tot Zijn woongebied.

(BGT) [13] Heer, u hebt Sion uitgekozen, in die stad wilt u voor altijd wonen.

Aantekening

Psalm 132 : 13  >  Met de Heere aanwezig in Sion dat Hij heeft verkozen, zal het volk gelukkig en veilig zijn. Het zingen van deze woorden maakt het de gelovigen mogelijk blij te zijn met hun voorrechten en die niet lichtvaardig op te vatten.

Bouwplannen               Psalm 132 : 13              (Uit de Vrouwen Bijbel)

David wil voor God een huis bouwen op de plaats die de Heere Zelf heeft uitgekozen. Mooi, als je zo veel van God houdt en Hem in je leven een plek geeft, misschien wel een speciale plaats waar je kunt bidden, of vaste tijden waarop je met God en de Bijbel bezig bent. Je mag ook houden van de plek die God Zich verkiest om gediend te worden: de kerk, Zijn gemeente.

Psalm 132  >  Het thema van de koningspsalm is Gods verbond met het huis van David (2 Samuël 7:4-16) om de dynastie te vestigen voor het welzijn van het volk en – uiteindelijk – van de wereld. Het grootste gedeelte van deze psalm drukt vertrouwen uit in deze beloften. De gebeden zijn erop gericht dat God Zijn doel zal bewerkstelligen (Psalm 132:1, 8-9). Als pelgrimslied vermeldt deze psalm hoe de dynastie van David bestemd is om de stabiliteit van het koninkrijk zeker te stellen, in het bijzonder van Jeruzalem (vgl. de Davidische Psalm 122). In de tijd waarin het psalter werd uitgegeven, toont het opnemen van deze psalm in de verzameling het geloof van de uitgever dat God op Zijn tijd de Davidische lijn zal herstellen (Psalm 132:11-12).

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      God is nabij

Lezen: Jesaja 50 : 4 – 11  

Vrijdag 18 december 2020             Jesaja 50 : 8 – 9

(HSV) [8] Hij is nabij [1]Die Mij rechtvaardigt. Wie zal met Mij een rechtszaak voeren? Laten wij samen opstaan! Wie heeft een rechtszaak tegen Mij? Laat hij tot Mij naderen! [9] Zie, de Heere HEERE helpt Mij. Wie is het die Mij schuldig verklaart? Zie, zij allen zullen als een kleed verslijten, de mot zal hen opeten.

(BGT) [8] God zal zorgen dat ik eerlijk behandeld word. Wie durft er een rechtszaak tegen mij te beginnen? Is er iemand die mijn tegenstander durft te zijn? Kom maar, dan gaan we samen naar de rechter.  [9] Maar niemand kan mij straffen! Want God, de Heer, zal mij helpen. Mijn vijanden zullen verdwijnen, als een oude jas die langzaam vergaat.’

Aantekening

Jesaja 50 : 8 – 9  >  Zoals blijkt uit Jesaja [2]53:4-6 lijdt de Knecht niet omdat Hij schuldig is, maar om de schuld van anderen. Om Zijn onschuld is Hij gerechtvaardigd door God (vgl. [3]1 Timotheüs 3:16).

Helper                Jesaja 50 : 6 – 9            (Uit de Vrouwen Bijbel)

Wat is het moeilijk om pijn die anderen je aandoen, niet binnen te laten. Onrecht en smaad kunnen innerlijk aan je knagen. Hoe ging Jezus om met laster en spot? Hoe hield Hij het vol? Door naar Zijn Vader en Helper naast Hem te kijken. Hij liet Zijn spotters hun gang gaan, wetend dat Zijn Vader het ook zag en erop terug zou komen.              


[1]  Romeinen 8:[32] Hoe zal Hij, Die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard maar voor ons allen overgegeven heeft, ons ook met Hem niet alle dingen schenken?

     [33] Wie zal beschuldigingen inbrengen tegen de uitverkorenen van God? God is het Die rechtvaardigt.

[2]  Jesaja 53:[4] Voorwaar, onze ziekten heeft Híj op Zich genomen, onze smarten heeft Hij gedragen. Wíj hielden Hem echter voor een geplaagde, door God geslagen en verdrukt.

   [5] Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen.

   [6] Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons ieder naar zijn eigen weg. Maar de HEERE heeft de ongerechtigheid van ons allen op Hem doen neerkomen.

[3] 1 Timotheüs 3:[16] En buiten alle twijfel, groot is het geheimenis van de godsvrucht: God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in de Geest, is verschenen aan de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid.

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Confronterende vragen

Lezen: Jesaja 50 : 1 – 3  

Donderdag 17 december 2020       Jesaja 50 : 2

(HSV) [2] Waarom was er niemand toen Ik kwam? Waarom gaf niemand antwoord toen Ik riep? [1]Is Mijn hand ten enenmale te kort om te verlossen? Of is er in Mij geen kracht om te redden? Zie, door Mijn bestraffing maak Ik de zee droog. Ik maak rivieren tot een woestijn. Hun vissen stinken, omdat er geen water is, en ze sterven van dorst.

(BGT) [2] Nu kom ik bij jullie terug, ik roep jullie. Maar er is niemand, niemand geeft antwoord. Waarom niet? Denken jullie dat ik jullie niet kan bevrijden? Twijfelen jullie aan mijn macht? Ik kan de zee laten verdwijnen door alleen maar te dreigen! Ik kan ook het water uit de rivieren laten verdwijnen. Dan blijven er alleen nog dode vissen over en gaat alles stinken.

Aantekening

Jesaja 50 : 2  >  Waarom was er niemand toen Ik kwam? Zij hebben Gods verlossend woord smadelijk afgewezen. maak Ik de zee droog. Vgl. Exodus [2]7:21; [3]10:21-22; [4]15:8.


[1]  Numeri 11:[23] Maar de HEERE zei tegen Mozes: Is de hand van de HEERE te kort? Nu zult u zien of Mijn woord werkelijkheid voor u zal worden, of niet.

   Jesaja 59:[1] Zie, de hand van de HEERE is niet te kort dat ze niet zou kunnen verlossen, en Zijn oor is niet toegestopt dat het niet zou kunnen horen.

[2]  Exodus 7:[21] De vissen die in de Nijl waren, stierven en de Nijl stonk, zodat de Egyptenaren het water uit de Nijl niet konden drinken. Er was bloed in heel het land Egypte.

[3]  Exodus 10:[21] Toen zei de HEERE tegen Mozes: Strek uw hand uit naar de hemel, zodat er duisternis komen zal over het land Egypte, en de duisternis te tasten is.

     [22] Toen Mozes zijn hand uitstrekte naar de hemel, kwam er een dikke duisternis in heel het land Egypte, drie dagen lang.

[4]  Exodus 15:[8] Door de adem van Uw neus is het water opgehoopt, de stromen stonden als een dam, de watervloeden zijn gestold in het hart van de zee.

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Als je zoveel ellende ziet, waarom     kom je dan niet bij God?

Lezen: Haggaï 2 : 11 – 24  

Woensdag 16 december 2020         Haggaï 2 : 24[1]

(HSV) [24] Op die dag, spreekt de HEERE van de legermachten, zal Ik u, Zerubbabel, zoon van Sealthiël, Mijn dienaar nemen, spreekt de HEERE. Ik zal u maken tot een zegelring, want u geb Ik verkozen, spreekt de HEERE van de legermachten.

(BGT) [23] Maar jij, Zerubbabel, zoon van Sealtiël, jij bent mijn dienaar. Ik heb jou uitgekozen om koning te zijn. Jij zult namens mij regeren.’ Dat zegt de machtige Heer.’

Aantekening

Haggaï 2 : 21 – 24  >  Zerubbabel: De zegelring. De zesde en laatste boodschap van de Heere aan Haggaï vult het vorige Godswoord aan en komt op dezelfde dag (Haggaï 2:11, 19, 21). Overweging van het verleden en het heden (Haggaï 2:11-20) verschuift plotseling naar een toekomstig koninklijk visioen van een bevende schepping, omvergeworpen koninkrijken en legers die te gronde gaan. Ten slotte richt het visioen zich op de daden van de Godelijke Koning, Wiens hand, in de vorm van een zegelring, de belofte draagt van het herstelde huis van David in de persoon van Zerubbabel. Zeven keer in deze korte paragraaf is de Heere Degene die handelend optreed.

Haggaï 2 : 24  >  Een voorafschaduwing van het herstelde huis van David. Op die dag. Een algemene uitdrukking in de profeten. Hier plaatst het de daden van de Heere in een niet nader omschreven toekomst. ‘de dag van de Heere’ (Jesaja 2:11-20; zie aantekening bij [2]Amos 5:18-20; vgl. Joël 2; Zacharia 14; zie ook De dag van de Heere in de profeten). zal ik u … nemen. Om Gods daden te onderstrepen staat er tot drie keer toe: spreekt de Heere [van de legermachten]. Mijn dienaar.Een titel die gegeven wordt aan personen die uitverkoren zijn om de door God gegeven opdracht te vervullen. Hij is vooral van toepassing op David zelf, of op een ideale koning uit het nageslacht van David (2 Samuël 3:18; Psalm 89:4; Jesaja 49:5-6; Ezechiël 34:23-24). zegelring. Een ring die het bewijs leverde van koninklijk gezag en eigendomsrecht. Zoals een koning juridische documenten met zijn ring verzegelt, zo zal de Heere Zijn eigen waarmerk op de wereld zetten in de persoon van Zijn koninklijke vertegenwoordiger. Zerubbabel, afstammeling van iemand die ooit werd ‘afgedankt’ (‘wegwerpen’, Jeremia 22:24-27), is de ring die teruggeschoven wordt aan de hand van de goddelijke Koning. Gods belofte om Zijn volk en heel de wereld te zegenen in en door het huis van David blijft nog steeds van kracht (vgl. Mattheüs 1:1).

De dag van de HEERE.

De dag van de Heere
Jesaja 13:6, 9Gebruikmakend van een beeld van een strijd verwijst ‘de dag van de HEERE’ naar het oordeel over Babel en wordt verbolgenheid en toorn beloofd (zie Jesaja 2:12; 34:8).
Jeremia 46:10Gebruikmakend van een beeld van een verslindend zwaard vewijst ‘de dag van de HEERE, de HEERE van de legermachten’ naar het oordeel over Egypte en wordt de wraak van de HEERE  beloofd.
Ezechiël 13:5; 30:3Valse profeten hebben Israël niet voorbereid op ‘de dag van de HEERE’ (Ezechiël 13:5), die later wordt voor gesteld als een ‘dag van wolken’ en ‘de tijd van de heidenvolken’.
Joël 1:15; 2:1, 11, 31; 3:14Op diverse manieren gebruikt brengt ‘de dag van de HEERE’ een sprinkhanenplaag, oordeel over Israël en de heidenvolken, of de uiteindelijke rechtvaardiging van God en Zijn volk.
Amos 5:18 (2x), 20Gebruikmakend van diverse metaforen verwijst ‘de dag van de HEERE’ naar de duisternis van het oordeel – door de hand van de Assyriërs – over het noordelijk koninkrijk (Israël).
Obadja vers 15Gebruikmakend van het beeld van ‘voortdurend drinken’ (ver 16) verwijst ‘de dag van de HEERE’ naar het komende oordeel over Edom en de heidenvolken, maar heil voor Gods volk.
Zefanja 1:7, 14 (2x)Gebruikmakend van het beeld van een ‘offer’ verwijst ‘de dag van de HEERE’ naar het komende oordeel over Juda en de heidenvolken, of naar het toevlucht vinden in de HEERE voor allen die zichzelf verootmoedigen.
Maleachi 4:5De dag van de HEERE’ verwijst naar de komst van de HEERE Zelf, de ‘Engel van het verbond’ (Maleachi 3:1), Die recht brengt, de rerdienst reinigt, en hen die Hem toebehoren voor Zich opeist.

Zegelring                     Haggaï 2 : 24                         (Uit de mannen Bijbel)Zerubbabel wordt tot een zegelring gemaakt. Een zegelring geldt als een kostbaar persoonlijk bezit, waarop je zuinig bent. Het is in deze tekst een symbool van de koninklijke macht, bedoeld als een soort handtekening onder de staatstukken. Zerubbabel wordt daarbij gezien als de kon


[1]  Mattheüs 24:[6] U zult horen van oorlogen en geruchten van oorlogen; pas op, word niet verschrikt, want al die dingen moeten gebeuren, maar het is nog niet het einde.

     [7] Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen hongersnoden zijn en besmettelijke ziekten en aardbevingen in verscheidene plaatsen.

[2]  Amos 5:[18] Wee hun die verlangend uitzien naar de dag van de HEERE! Wat zal voor u die dag van de HEERE zijn? Duisternis zal hij zijn en geen licht. [19] Het is zoals iemand die vlucht voor een leeuw, en een beer tegenkomt, of die, als hij thuiskomt en met zijn hand tegen de muur leunt, door een slang wordt gebeten. [20] Zal de dag van de HEERE niet duisternis zijn, en geen licht; donkerte – zonder lichtglans erover?  

Aantekening bij vers 18-20 > Voor zover bekend is dit in de profeten de eerste keer dat de uitdrukking de dag van de Heere gebruikt wordt. Ze komt ook voor in Jesaja 13:6; Jeremia 46:10; Ezechiël 13:5; 30:3; Joël 1:5; 2:1, 11, 31: 3:14; Obadja vers 15; Zefanja 1:7, 14 en Maleachi 4:5. Mogelijk was dit in de tijd van Amos een gangbare uitdrukking voor het moment voor het moment waarop God zou ingrijpen en Israël zou verhogen boven de andere volken (wellicht gebaseerd op Deuteronomium 32:35-37). Amos maakt, net als de profeten na hem, duidelijk wat het werkelijk inhoudt als de Heere Zijn volk bezoekt. Wanneer zij Hem ontrouw zijn, volgt onvermijdelijk het oordeel. In Amos wijst de uitdrukking dan ook vooruit naar het komende oordeel over het noordelijk rijk, dat ten prooi zal vallen aan de Assyriërs (Amos 5:27). In Zefanja heeft de uitdrukking betrekking op het komende oordeel over Juda, dat in handen zal vallen van de Babyloniërs. Andere profeten verwijzen hiermee naar Gods komende bestraffing van de andere volken om hun gruweldaden, zoals Babel (Jesaja 13:6, 9), Egypte (Jeremia 46:10), Edom (Obadja ver 15) en vele heidenvolken (Joël 3:14; Obadja vers 15). In sommige gevallen gebruiken de profeten deze uitdrukking voor iets wat verder in de toekomst ligt (Maleachi 4:5; waarschijnlijk in Joël 3:2). Dit alles geeft aan dat de uitdrukking ‘de dag’ niet uniek is, maar in meerdere contexten voor kan komen. Ook in het Nieuwe Testament wordt de uitdrukking gebruikt in het licht van de wederkomst van Christus (bv. 1 Korinthe 1:8; 2 Petrus 3:10).

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Zeg niet: vroeger was alles beter

Lezen: Haggaï 2 : 1 – 10  

Dinsdag 15 december 2020            Haggaï 2 : 10

(HSV) [10] De heerlijkheid van dit toekomstige huis zal groter zijn dan die van het eerste, zegt de HEERE van de legermachten. In deze plaats zal Ik vrede geven, spreekt de HEERE van de legermachten.[1]

(BGT)  [9] Deze tempel zal heel mooi worden, nog mooier dan vroeger. En ik zal zorgen dat jullie hier in vrede kunnen leven.’ Dat zegt de machtige Heer.’

Aantekening

Haggaï 2 : 10  >  De heerlijkheid van dit toekomstige huis. De uiteindelijke vervulling van dit woord vraagt om een bredere kijk op de heilsgeschiedenis. De kanttekeningen van de Statenvertaling verwijzen hier naar Jezus Christus, de Vredevorst. Door Hem hebben wij vrede bij God (Romeinen [2]5:1). Ook bij andere vertaalkeuzes in Haggaï 2:8 ontvouwen zich vergezichten: de bezittingen van Jood en heiden worden dan in dienst genomen van het herstel van de tempel als een plaats sjalom (vrede, welzijn). Zo ziet Ezechiël de tempel als een bron van genezing (Ezechiël [3]47:1, 12; vgl. Openbaring [4]22:2). Het ‘geheimenis’ van het Nieuwe Testament is een nieuwe, geestelijke tempel, die samengesteld is uit mensen uit alle volken (1 Korinthe [5]3:9, 16-17), een nieuwe gemeenschap, die het middelpunt is van Gods reddingswerk in de wereld (Efeze [6]3:8-10). Uiteindelijk wordt de tempel als teken van Gods aanwezigheid bij zijn volk, in luister overtroffen door de tegenwoordigheid van de Heere, de almachtige, én het Lam (Openbaring [7]21:22-26).

Plan                    Haggaï 2 : 10, 22-24               (Uit de Vrouwen Bijbel)

God spreekt bemoedigende woorden. De tweede tempel steekt misschien mager af bij de eerste. Maar zijn heerlijkheid zal veel groter zijn. Jezus Zelf zal deze tempel binnengaan en uiteindelijk vrede geven. Zo mogen de bouwers bijdragen aan de verwezenlijking van Gods toekomstplannen. En nog steeds schakelt God mensen in bij Zijn plannen!


[1]  Hebreeën 8:[1] De hoofdzaak nu van de dingen waarover wij spreken, is dit: Zo’n Hogepriester hebben wij, Eén Die Zich heeft gezet aan de rechterhand van de troon van de Majesteit in de hemelen.

     [2] Hij is een Dienaar in het heiligdom en in de ware tabernakel, die de Heere heeft opgericht en niet een mens.

Hebreeën 9:[11] Maar toen is Christus verschenen, de Hogepriester van de toekomstige heilsgoederen. Hij is door de meerdere en meer volmaakte tabernakel gegaan, die niet met handen is gemaakt, dat is: die niet van deze schepping is.

     [12] Hij is niet door bloed van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed eens en voor altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht.

     [13] Want als het bloed van stieren en bokken en de as van de jonge koe, op de verontreinigden gesprenkeld, hen heiligt tot reinheid van het vlees,

     [14] hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf smetteloos aan God geofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken om de levende God te dienen!

[2]  Romeinen 5:     [1] Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede bij God door onze Heere Jezus Christus.

[3] Ezechiël 47:[1] Daarna bracht Hij mij terug naar de ingang van het huis. En zie, er stroomde water uit, van onder de drempel van het huis naar het oosten, want de voorkant van het huis lag naar het oosten. Het water stroomde naar beneden van onder de rechterzijde van het huis, ten zuiden van het altaar.     

     [12] En langs de beek, langs de oever ervan, zullen aan deze kant en aan de andere kant allerlei vruchtbomen opkomen, waarvan het blad niet zal verwelken en waarvan de vrucht niet zal opraken. Elke maand zullen ze nieuwe vruchten voortbrengen, want het water ervoor stroomt uit het heiligdom. De vrucht ervan zal tot voedsel dienen en het blad ervan tot genezing.

[4]  Openbaring 22:[2] In het midden van haar straat en aan de ene en de andere zijde van de rivier bevond zich de Boom des levens, die twaalf vruchten voortbrengt – van maand tot maand geeft Hij Zijn vrucht. En de bladeren van de boom zijn tot genezing van de heidenvolken.

[5]  1 Korinthe 3:[9] Want Gods medearbeiders zijn wíj. Gods akker en Gods bouwwerk bent ú.    

     [16] Weet u niet dat u Gods tempel bent en dat de Geest van God in u woont?

     [17] Als iemand de tempel van God te gronde richt, zal God hem te gronde richten, want de tempel van God is heilig, en deze tempel bent u.

[6]  Efeze 3:[8] Mij, de allerminste van alle heiligen, is deze genade gegeven, om onder de heidenen door het Evangelie de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen,

     [9] en allen te verlichten, opdat zij mogen begrijpen wat de gemeenschap aan het geheimenis inhoudt, dat door de eeuwen heen verborgen is geweest in God, Die alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus,

     [10] opdat nu door de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelvuldige wijsheid van God bekendgemaakt zou worden,

[7]  Openbaring 21:     [22] Ik zag geen tempel in haar, want de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam.

     [23] En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp.

     [24] En de naties die zalig worden, zullen in haar licht wandelen, en de koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid en eer erin.

     [25] En haar poorten zullen overdag nooit gesloten worden, want daar zal geen nacht zijn.

     [26] En zij zullen de heerlijkheid en de eer van de naties daarin brengen.

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Bouwbeleid

Lezen: Haggaï 1 : 1 – 14  

Maandag 14 december 2020          Haggaï 1 : 14

(HSV) [14] En de HEERE wekte de geest op van Zerubbabel, de zoon van Sealthiël, landvoogd van Juda, en de geest van Jozua, de zoon van Jozadak, de hogepriester, en de geest van heel het overblijfsel van het volk. Toen kwamen zij en begonnen het werk aan het huis van de HEERE van de legermachten, hun God, te doen,

(BGT) [14] Toen begonnen Zerubbabel, Jozua en de andere mensen in het land weer te bouwen aan de tempel van God, de machtige Heer. Dat kwam door alles wat Haggai namens de Heer gezegd had.

Aantekening

[1]Haggaï 1 : 14  >  de Heere wekte de geest op. God wekt in het volk een intens verlangen op om te werken aan het herstel van Zijn huis. De vorderingen in de wederopbouw van Zijn huis komen uitsluitend tot stand door middel van de kracht van de soevereine God, Die hen hiertoe in staat stelt (Exodus 35:21, 26, 30-35. hun God. De verklaring die bij de vastheid van het verbond hoort: Ik ben hun (een) God (bv. Jeremia 24:7; 31:33; Ezechiël 10:20; 37:27).

Haggaï 1 :14 – 2 : 1a  >  Concrete reactie: men gaat aan het werk. In dit prachtige voorbeeld van Goddelijke aanmoediging en menselijke reactie beweegt de Geest van de Heere het volk, en de mensen gaan over tot handelen.

Prioriteiten                  Haggaï 1                      (Uit de Mannen Bijbel)

Confronterend, dat is de boodschap van deze profeet.

Na de ballingschap is het volk druk met de wederopbouw van het land. Daarbij geven ze prioriteiten aan hun eigen huis en stellen ze de herbouw van de tempel even uit. Begrijpelijk, zouden wij zeggen. Zeker omdat er ook een ernstige economische crisis is. Er wordt weinig verdiend. Daarom kort Israël op zijn ‘kerkelijke bijdrage’.

De Heere draait het om. De teruggang in de economie is geen oorzaak, maar een gevolg. Het is een waarschuwing van God omdat het volk de opbouw van Zijn huis vergeet.

Goed om de boodschap van deze profeet te overwegen en toe te passen. Moeten wij niet dikwijls vaststellen dat onze carrière, onze hobby’s en onze sport een te grote plaats innemen in ons leven? God vraagt ons hart, wij geven vaak een paar uur en een aantal euro’s. Dienen we Hem met onze gaven of vormen goede doelen een sluitpost? De boodschap van Haggaï roept op tot (vernieuwde) toewijding en schuldbelijdenis. 

‘Neem mijn leven, laat het, Heer’, toegewijd zijn aan Uw eer.

Maak mijn uren en mijn tijd tot Uw lof en dienst bereid.’

Prioriteit             Haggaï 1 : 1 – 6, 12 – 14         (Uit de Vrouwen Bijbel)

De herstelwerkzaamheden aan de tempel liggen al vijftien jaar stil. En dat terwijl de Judeeërs zelf allang in luxueuze huizen wonen. Blijkbaar zijn ze drukker met zichzelf dan met de dienst van God. Juda stelt de verkeerde prioriteiten. Daar spreek God hen nu op aan. Wij zijn ook vaak druk met van alles. Met als gevaar dat God op de laatste plaats komt. Welke prioriteit heeft Hij in jouw leven?


[1]  Haggai >> Het boek Haggai bevat profetische boodschappen die zijn uitgesproken door de profeet Haggaï, en het is dus aannemelijk Haggaï voor de auteur ervan te houden. De naam Haggaï, die ‘de feestelijke’ betekent doet vermoeden dat zijn geboorte plaatsvond tijdens een van Israëls feesten. Of misschien legt zijn naam een verbinding met zijn boodschap, in de verwachting van het herstel van de grote feesten van Israël in een herstelde tempeldienst. Er is niets bekend over zijn voorgeslacht.

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Trouw

Lezen: 1 Thessalonicenzen 5 : 12 – 28  

Zondag 13 december 2020    1 Thessalonicenzen 5 : 17 en 18

(HSV) [17] [1]Bid zonder ophouden. [18] [2]Dank God in alles. Want dit is de wil van God in Christus Jezus voor u.

(BGT) [17] Blijf altijd bidden.  [18] En dank God altijd, wat er ook gebeurt. Want dat wil God van jullie, omdat jullie bij Jezus Christus horen.

Aantekening

1 Thessalonicenzen 5 : 17  >  Bid zonder ophouden duidt op een biddende geesteshouding, voortdurende persoonlijke gemeenschap met God en het besef iedere dag in Zijn aanwezigheid te vertoeven.

1 Thessalonicenzen 5 : 18  >  Dank. Christenen moeten gekenmerkt worden door dankzegging (Efeze [3]5:4, 20; Kolossenzen [4]2:7; [5]3:15, 17; [6]4:2). dit verwijst waarschijnlijk naar heel de passage in 1 Thessalonicenzen 5:16-18.

Leefregels           1 Thessalonicenzen 5 : 16 – 24         (Uit de Vrouwen Bijbel)

Het is een hele rij leefregels waartoe Paulus ons hier oproept: blijdschap, gebed, dankbaarheid, ruimte voor de Geest. Je zou er moedeloos van kunnen worden. Maar lees nog even verder: dan ontdek je een gebed waarin je God vraagt om dit in jou te doen. En je vindt een vast vertrouwen op Gods trouw: Hij heeft je geroepen en houd vast aan Zijn beloften.


[1]  Lukas 18:1; Romeinen 12:12; Kolossenzen 4:2

[2]  Efeze 5:20

[3]  Efeze 5:[4] en evenmin oneerbaarheid, dwaze praat en lichtzinnige taal, die onbehoorlijk zijn; maar veelmeer past dankzegging.

   [20] en dank altijd voor alle dingen God en de Vader in de Naam van onze Heere Jezus Christus.

[4]  Kolossenzen 2:[7] geworteld en opgebouwd in Hem, en bevestigd in het geloof, zoals u onderwezen bent; wees daarin overvloedig, met dankzegging.

[5]  Kolossenzen 3:[15] En laat de vrede van God heersen in uw harten, waartoe u ook in één lichaam geroepen bent; en wees dankbaar.

    [17] En alles wat u doet met woorden of met daden, doe dat alles in de Naam van de Heere Jezus, terwijl u God en de Vader dankt door Hem.

[6]  Kolossenzen 4:[2] Houd sterk aan in het gebed, en wees daarin waakzaam met dankzegging.

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Laat u (niet) verrassen

Lezen: 1 Thessalonicenzen 5 : 1 – 11  

Zaterdag 12 december 2020    1 Thessalonicenzen 5 : 6 – 8

(HSV) [6] [1]Laten wij dan niet, evenals de anderen, slapen, maar [2]laten wij waakzaam en [3]nuchter zijn. [7] Want zij die slapen, slapen ’s nachts en zij die dronken zijn, zijn ’s nachts dronken. [8] Maar laten wij, die van de dag zijn, nuchter zijn, [4]bekleed met het borstharnas van geloof en liefde, en met de hoop op de zaligheid als helm.

(BGT) [6-7] We moeten goed opletten en helder blijven denken. Andere mensen horen bij de nacht. Zij denken niet aan wat er gaat gebeuren. Het lijkt alsof ze slapen, of dronken zijn. [8-9] Maar wij horen bij de dag. We moeten dus helder blijven denken. En we moeten op alles voorbereid zijn, net als soldaten die een harnas en een helm dragen. Ons harnas, dat is ons geloof en onze liefde voor elkaar. En onze helm, dat is ons vertrouwen.

Aantekening

1 Thessalonicenzen 5 : 6  >  dan. Paulus geeft algemene aansporingen op basis van de geruststellingen van [5]vers 5. slapen is leven zonder morele of geestelijke verantwoordelijkheid en/of leven zonder besef van de komende dag.

1 Thessalonicenzen 5 : 8  >  borstharnas … helm. Paulus maakt gebruik van [6]Jesaja 59:17, waar de Heere wordt afgeschilderd als een strijder met een wapenrusting. Hier worden christenen, als degenen die bestemd zijn om op de laatste dag aan de zijde van de Heere te staan, opgeroepen om Zijn wapenrusting aan te trekken (zie [7]Efeze 6:10-20). geloof en liefde … hoop. Het drietal fundamentele christelijke eigenschappen (zie 1 Korinthe [8]13:13; 1 Thessalonicenzen [9]1:3).

Helm                  1 Thessalonicenzen 5 : 8                 (Uit de Mannen Bijbel)

Paulus kwam veel onder militairen, is te merken. Het beeld van de helm en het harnas kom je op diverse plaatsen in zijn brieven tegen.


[1]  Romeinen 13:11, 13; Efeze 5:14

[2]  Lukas 21:36

[3]  1 Korinthe 15:34

[4]  Jesaja 59:17; Efeze 14 enz.

[5]  1 Thessalonicenzen 5:[5] U bent allen kinderen van het licht en kinderen van de dag. Wij zijn niet van de nacht en ook niet van de duisternis.

[6]  Jesaja 59:[17] Want Hij trok de gerechtigheid aan als een harnas en zette de helm van het heil op Zijn hoofd. Het gewaad van de wraak trok Hij aan als kleding en Hij hulde zich in de na-ijver als mantel.

[7] Efeze 6:[10] Verder, mijn broeders, word gesterkt in de Heere en in de sterkte van Zijn macht.

     [11] Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel.

     [12] Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.

     [13] Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden.

     [14] Houd dan stand, uw middel omgord met de waarheid, en bekleed met het borstharnas van de gerechtigheid,

     [15] en de voeten geschoeid met bereidheid van het Evangelie van de vrede.

     [16] Neem bovenal het schild van het geloof op, waarmee u alle vurige pijlen van de boze zult kunnen uitblussen.

     [17] En neem de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord,

     [18] terwijl u bij elke gelegenheid met alle gebed en smeking bidt in de Geest en daarin waakzaam bent met alle volharding en smeking voor alle heiligen.

     [19] Bid ook voor mij, opdat mij het woord gegeven wordt bij het openen van mijn mond, om met vrijmoedigheid het geheimenis van het Evangelie bekend te maken,

     [20] waarvan ik een gezant ben in ketenen, opdat ik daarin vrijmoedig mag spreken, zoals ik moet spreken.

[8]  1 Korinthe 13:[13] En nu blijven geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde.

[9]  1 Thessalonicenzen 1:[3] en zonder ophouden denken aan het werk van uw geloof, de inspanning van uw liefde en de volharding van uw hoop op onze Heere Jezus Christus, voor het aangezicht van onze God en Vader.