Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Heilig verbond bedreigd

Lezen: Daniël 11 : 25 – 35  

Vrijdag 20 november 2020             Daniël 11 : 29 – 30

Op de vastgestelde tijd zal hij terugkeren en tegen het zuiden oprukken, maar het zal niet zijn zoals de eerste of zoals de laatste keer. Er zullen schepen van de Kittiërs tegen hem komen en hij zal terugschrikken. Hij zal terugkeren en toornen tegen het heilige verbond en hij zal zijn eigen wil ten uitvoer brengen. Hij zal, terwijl hij terugkeert, op hen letten die het heilige verbond verlaten.

(BGT) Later zal de slechte koning nog een keer met een leger naar het Zuiden gaan. Maar deze keer zal het anders aflopen. Want hij wordt aangevallen door Romeinse schepen. Hij wordt bang en gaat terug. Als hij terugkomt, is hij verschrikkelijk kwaad. Daarom verbiedt hij de mensen om in de tempel tot God te bidden. Intussen is hij een vriend van mensen die geen respect hebben voor de heilige tempel.

Aantekening

Daniël 11 : 29 – 30  >  In 168 voor Christus (d.w.z. de door God vastgestelde tijd) viel Antiochus IV  Epifanes Egypte weer binnen, maar deze keer werd hij vernederd verslagen. De Romeinen hadden de Ptolemeeën gesteund, en Antiochus IV was geen partij voor het Romeinse leger, vooral niet voor de schepen van de Kittiërs (‘Kittië’ is de oude naam Cyprus, maar werd steeds meer gebruikt voor landen rond de Middellandse Zee in het algemeen, in dit geval speciaal de Romeinen). Diverse historici uit de oudheid (vgl. Polybus, Historia, 29.27; Livius, De geschiedenis van Rome, 45) vertellen het verhaal van de nederlaag van Antiochus IV. Zij melden dat de Romeinse commandant Gaius Popilius Leanas Antiochus IV buiten Alexandrië ontmoette en hem  een brief van de romeinse senaat overhandigde, waarin hem bevolen werd Egypte te verlaten of het risico van een oorlog met Rome te lopen. Vervolgens tekende hij een cirkel rond Antiochus IV en zei hem een besluit te nemen voordat hij uit de cirkel zou stappen. Antiochus IV verkoos wijselijk Egypte te verlaten. In 167 voor Christus richtte hij zijn woede op de Joden (hij zal … toornen tegen het heilige verbond en hij zal zijn eigen wil ten uitvoer brengen) en stuurde het hoofd van zijn belastinginners, Apollonius, naar Jeruzalem. Aanvankelijk leek Apollonius vreedzaam te komen, maar op de sabbat begon hij mensen te doden en de stad te plunderen (vgl. 1 Makkebeën 1:30-32; 2 Makkebeën 5:25-26). Hij beloonde de Joden die de Hellenistische politiek steunden, zoals de hogepriester Menelaüs (hij zal op hen letten die het heilige verbond verlaten).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *