Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Zelfoverschatting

Lezen: Daniël 11 : 36 – 45  

Zaterdag 21 november 2020          Daniël 11 : 36 – 39

Die koning zal handelen naar eigen goeddunken. Hij zal zich verheffen en zich groot maken boven elke god. Hij zal tegen de God der goden [1]wonderlijke dingen spreken. Hij zal voorspoedig zijn tot de gramschap voltrokken is. Want wat vast besloten is, zal gebeuren. En hij zal niet letten op de goden van zijn vaderen, en ook niet op het verlangen van de vrouwen. Hij zal op geen enkele god letten, maar zichzelf boven alles groot maken. En hij zal de god van de vestingen in zijn standplaats eren. Hij zal namelijk de god die zijn vaderen niet gekend hebben, eren met goud, met zilver, met edelgesteente en met kostbaarheden. Hij zal versterkte vestingen maken samen met die vreemde god. Voor hen die hij zal kennen, zal hij de eer laten toenemen en hen laten heersen over velen en hij zal het land uitdelen als beloning.

(BGT) De koning van het Noorden zal doen wat hij zelf wil. Trots zegt hij dat hij belangrijker is dan de goden. En hij zegt slechte dingen over de allerhoogste God. Het zal eerst een tijd goed met hem gaan. Maar dat is voorbij als God niet langer kwaad is op zijn volk. En die tijd zal zeker komen. De koning van het Noorden voelt zich belangrijker dan de goden. Hij heeft voor geen enkele god respect. Niet voor de god van zijn voorouders. Ook niet voor de god tot wie vrouwen graag bidden. Hij kiest voor een andere, onbekende god: de god van de hoofdstad. Die bedankt hij met goud, zilver en edelstenen. Met hulp van die god strijdt hij tegen sterke steden. Hij behandelt de mensen die in zijn god geloven, met veel respect. Hij beloont hen met grote stukken land. Hij laat hen regeren over veel mensen.

Aantekening

Daniël 11 : 36  >  Tegen het einde van de profetie lijkt het blikveld te verschuiven en zich te richten op een situatie die de vervolging onder Antiochus IV nog te boven gaat. De rest van het hoofdstuk zou dan betrekking hebben op de ‘antichrist’ (door velen gezien als de figuur in 2 Thessalonicenzen 2:3-4; Openbaring 13:5-8). Hoewel Antiochus IV machtig was, was hij maar tot op zekere hoogte in staatnaar eigen goeddunken te handelen, omdat de Romeinen veel machtiger waren dan hij.

Daniël 11 : 37 – 38  >  Antiochus IV zag zichzelf als een God, zoals zijn bijnaam ‘Epifanes’ (‘de zichtbaar geworden god’) en zijn muntgeld duidelijk maken (zie aantekening bij [2]Daniël 8:25). Maar het is de vraag of hij de profetie zichzelf boven alles groot maken vervulde. Hij lette niet op de goden van zijn vaderen, inclusief Apollo, en toonde geen eerbied voor het verlangen van de vrouwen,mogelijk de god Adonis of Dionysius. In plaats daarvan vereerde hij Zeus, een god die militaire macht verbeeldde. Maar al deze goden behoorden tot het Griekse pantheon, en dus is het maar de vraag in hoeverre Antiochus ‘de goden van zijn vaderen’ verlaten had. Zo iemand zou de god van de vestingen(d.w.z. van militaire kracht en macht) vereren en zou kwistig geld uitgeven (met goud, met zilver, met edelgesteente en met kostbaarheden) om zijn macht te versterken.

Daniël 11 : 39  >  Deze passage spreekt mogelijk over een toekomstige koning die een uitvergrote versie zou zijn van Antiochus IV Epifanes, iemand die waarlijk ‘zal handelen naar eigen goeddunken’, die versterkte vestingen zal maken en zijn volgelingen zal laten heersen over velen. Vele exegeten zien hierin ook een voorspelling van de antichrist, die zij verbinden met de ‘kleine hoorn’ uit hoofdstuk 7 en de vorst uit hoofdstuk 9:26 die zal komen. Het Nieuwe Testament heeft op verschillende wijzen naar hem verwezen (‘de mens van de wetteloosheid’, 2 Thessalonicenzen 2:3-12; ‘antichrist’, 1 Johannes 2:18; ‘het beest’, Openbaring 11:20).


[1]  Daniël 7:25

[2]  Daniël 8:25 >>> Ja, tegen de Vorst de vorsten zal hij opstaan. Deze titel verwijst naar God en toont de opstandigheid van Antiochus IV  tegen de legitieme soevereiniteit van God. Op de achterkant van de munten van Antiochus staat zelfs de tekst ‘de zichtbaar geworden god’ (Grieks theos epiphanës; zie aantekening bij Daniël 11:37-38), wat waarschijnlijk betekent dat hij van mening was dat hij de aardse vertegenwoordiger van de goden was. 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *