Tekst van de dag De een na de ander
Lezen: Daniël 11 : 13 – 24
Donderdag 12 november 2020 Daniël 11 : 17-19
Hij zal zijn zinnen erop zetten om met de kracht van heel zijn koninkrijk te komen, en billijke voorwaarden met zich meebrengen en die ten uitvoer brengen. Hij zal hem een dochter uit de vrouwen geven om het koninkrijk te gronde te richten, maar zij zal niet standhouden, en zij zal voor hem niet zijn. Dan zal hij zijn zinnen zetten op de kustlanden en hij zal er vele veroveren. Een leider zal echter een einde maken aan zijn smaad tegen hem, zonder dat hij zijn smaad aan hem kan vergelden. Ten slotte zal hij zijn blik slaan op de vestingen van zijn eigen land, maar hij zal struikelen en ten val komen, en niet meer gevonden worden.
(BGT) Daarna maakt hij een plan om meer macht te krijgen in het Zuiden. Hij spreekt af dat zijn dochter mag trouwen met de koning van het Zuiden. Maar zijn plan mislukt. Daarna maakt de koning van het Noorden een nieuw plan. Hij stuurt zijn leger naar de landen aan de Middellandse Zee. Maar daar houdt een sterk leger hem tegen. De koning van het Noorden kan niets terugdoen. Zo komt er een einde aan zijn geweld. Daarna stuurt hij zijn leger naar de belangrijkste steden in zijn eigen land. Maar ook daar verliest hij. Zijn macht is voorbij, en hij verdwijnt.
Aantekening
Daniël 11 : 17 – 19 > Nadat generaal Scopas zich had overgegeven, werd Egypte gedwongen tot een bondgenootschap met de Syriërs. Antiochus III de Grote gaf zelfs zijn dochter Cleopatra (niet de beroemde vrouw uit latere tijd die verbonden was met Julius Caesar en Marcus Antonius) ten huwelijk aan Ptolemaeus V. Antiochus hoopte dat haar nakomelingen over Egypte zouden heersen en hem meer macht over Egypte zouden geven, maar Cleopatra steunde Ptolmaeus V Epifanes in plaats van haar vader (zij zal niet standhouden, en zij zal voor hem niet zijn). De verzen 18 en 19 geven het aanvankelijke succes weer van Antiochus III in de kustlanden (een verwijzing naar Klein-Azië en mogelijk ook het vasteland van Griekenland), maar werd hij werd uiteindelijk verslagen door Romeinse en Griekse troepen. De Romeinen dwongen hem in 188 voor Christus een verdrag te tekenen bij Apanea en afstand te doen van grondgebied en het grootste deel van zijn militaire macht, en 20 krijgsgevangenen te leveren (een van hen was zijn zoon Antiochus IV Epifanes). Hij moest ook een grote schatting betalen aan Rome. Hij keerde naar huis terug en werd door een woedende menigte gedood (hij zal struikelen en ten val komen) terwijl hij probeerde een tempel van Zeus in Elymais te beroven om de zware schatting aan Rome te kunnen betalen.