Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Uitnodigingen

Lezen: Mattheüs 22 : 1 – 14  

Woensdag 21 oktober 2020            Mattheüs 22 : 11

Toen de koning naar binnen was gegaan om de gasten te overzien, zag hij daar iemand die niet gekleed was in bruiloftskleding.

(BGT) De koning komt bij de gasten kijken. Hij ziet een man die geen feestelijke kleren draagt.

Aantekening

Mattheüs 22 : 11  >  iemand die niet gekleed was in bruiloftskleding. Iedereen was uitgenodigd, maar men werd nog steeds in bruiloftskleding verwacht. Dit kan twee dingen betekenen: (1) Er zijn aanwijzingen dat een koning in de oude wereld kleren aan zijn gasten uitdeelde (vgl. Genesis 45:21; Esther 6:8-9), en verder bestaat er het verhaal dat God Zijn onwaardig volk in prachtige kleding hulde (Ezechiël 16:10-13). Jezus zou hier dus kunnen zinspelen op toegerekende gerechtigheid, waar Paulus later op doorgaat (bv Romeinen 3:21-31; 4:22-25). Dus het is een grove belediging voor de gastheer als de gast de gegeven kledij niet draagt. (2) De bruiloftskleding kan duiden op reine kleding, een bewijs van rechtvaardige daden (zie aantekening bij Mattheüs 5:20). Hoe dan ook, er ontbreekt iets wezenlijks aan de man om deel te kunnen nemen aan het bruiloftsfeest.

Aantekening bij Mattheüs 5 : 20  >  Jezus roept Zijn discipelen op tot een ander soort en een andere inhoud van gerechtigheid dan die van de schriftgeleerden en de Farizeeën. Die gingen prat op het voor het oog houden van vele buitenbijbelse voorschriften, maar hun hart bleef onrein (zie Mattheüs 23:5, 23, 27-28). Maar de gerechtigheid van het Koninkrijk komt van binnenuit, omdat dat allereerst een andere gezindheid en andere keuze bewerkt (Romeinen 6:17; 2 Korinthe 5:17; Galaten 5:22; Filippenzen 2:12; Hebreeën 8:10). In het nieuwe leven van Jezus’ volgelingen is deze gerechtigheid werkelijk ‘overvloediger … dan die van de schriftgeleerden en de Farizeeën’.

Verwijzing van Mattheüs 22 : 11 naar het Oude Testament    

Jesaja 61:10  >. Ik ben zeer vrolijk in de HEERE, mijn ziel verheugt zich in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen van het heil, de mantel van gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan, zoals een bruidegom zich bekleedt met priesterlijk hoofdsieraad, en een bruid zich tooit met haar sieraden.

Jesaja 62 :  >  [3] U zult een sierlijke kroon zijn in de hand van de HEERE en een koninklijke tulband in de hand van uw God. [4] Tegen u zal niet meer gezegd worden: verlatene, en tegen uw land zal niet meer gezegd worden: woestenij, maar u zult genoemd worden: Mijn welgevallen is in haar, en uw land: getrouwde; want de HEERE verlangt naar u, en uw land zal getrouwd worden. [5] Want zoals een jongeman trouwt met een jonge vrouw, zo zullen uw kinderen trouwen met u; zoals een bruidegom zich verblijdt over zijn bruid, zo zal uw God Zich over u verblijden.

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Wie krijgt de erfenis?

Lezen: Mattheüs 21 : 33 – 46  

Dinsdag 20 oktober 2020               Mattheüs 21 : 43

Daarom zeg Ik u [1]dat het Koninkrijk van God van u weggenomen zal worden en [2]aan een volk gegeven dat de vruchten ervan voortbrengt.

(BGT) Toen zei Jezus tegen hen: ‘Gods nieuwe wereld is niet langer voor jullie. Hij is voor andere mensen. Voor mensen die doen wat God wil.

Aantekening

Mattheüs 21 : 43  >  het Koninkrijk van God … weggenomen zal worden. De leiders hebben verzuimd hun verplichtingen jegens God in hun eigen leven en in hun leiderschap na te komen. Hun bevoorrechte positie om Gods wijngaard/Koninkrijk te hoeden wordt nu van hen weggenomen en aan een volk gegeven dat de vruchten ervan voortbrengt. De gemeente zal het nieuwe ‘volk’ (Grieks ‘ethnos, ‘natie, volk’) van discipelen zijn, zowel Joden als heidenen, verzameld uit vele ‘volken’ (Mattheüs 28:19; meervoud van Grieks ‘ethnos) en gevormd tot een nieuw ‘volk’ (1 Petrus 2:9; enkelvoud van Grieks ‘ethnos) dat Gods Koninkrijk in deze zal openbaren.

Ongeloof tegen beter weten in       Mattheüs 21 : 33 – 43      (Uit de Mannen Bijbel)

Jezus vertelt de gelijkenis van de wijngaard die wordt verhuurd. De huurders gaan te werk alsof zij de eigenaars zijn. Ze betalen geen huur. Ja, ze vermoorden zelfs de mannen die de huur komen ophalen! Het lijkt of ze echt denken dat ze daarmee weg kunnen komen. Heel opmerkelijk is de redenering die in vers 38 staat: ‘Als we de erfgenaam doden, is de wijngaard van ons.’ Dat klinkt ons nogal naief in de oren. Ze weten toch dat de eigenaar rijk en machtig is? Hun reactie lijkt ongeloofwaardig. Daarom merken we mogelijk niet hoe sterk we op die huurders lijken.

Ook ons eigen leven is zo’n wijngaard waar God de Eigenaar van is. Alles is van Hem. En betalen wij God wat Hem toekomt? Wij doen vaak alsof ons leven en onze tijd van onszelf zijn. God mag wel een deel van ons leven. De zondag bijvoorbeeld en onze gebedsmomenten en de tijd dat we de Bijbel lezen. Dat is echter maar een deel van de opbrengst die God van ons verwacht. Waarom krijgt Hij eigenlijk niet heel jouw leven? 


[1]  Exodus 32:10; Mattheüs 8:12

[2]  Jesaja 55:5

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Bevoegd gezag

Lezen: Mattheüs 21 : 23 – 32  

Maandag 19 oktober 2020          Mattheüs 21 : 24 – 27

Jezus antwoordde en zei tegen hen: Ik zal u ook één ding vragen; als u Mij dat zegt, zal Ik u ook zeggen met welke bevoegdheid Ik deze dingen doe. De doop van Johannes, vanwaar was die, uit de hemel of uit de mensen? En zij overlegden met elkaar, en zeiden: Als wij zeggen: Uit de hemel, dan zal Hij tegen ons zeggen: Waarom hebt u hem dan niet geloofd? Maar als wij zeggen: Uit de mensen, dan zijn wij bevreesd voor de menigte, want zij houden allen Johannes voor een profeet. En zij antwoordden Jezus en zeiden: Wij weten het niet. Hij zei tegen hen: Dan zeg Ik u ook niet met wat voor bevoegdheid Ik dit doe.

(BGT) Jezus antwoordde hun: ‘Ik heb eerst een vraag voor jullie. Johannes de Doper doopte mensen. Deed hij dat uit zichzelf of in opdracht van God? Als jullie mij antwoord geven, dan zal ik jullie antwoord geven.’ De priesters en de leiders van het volk overlegden met elkaar. Ze zeiden: ‘Stel dat we zeggen: ‘Johannes doopte in opdracht van God.’ Dan zegt Jezus natuurlijk: ‘Waarom geloofden jullie hem dan niet?’ Maar stel dat we zeggen: ‘Johannes doopte uit zichzelf.’ Dan komen we in moeilijkheden. Want het hele volk gelooft dat Johannes een profeet van God is.’ Daarom antwoordden ze: ‘We weten het niet.’ Toen zei Jezus: ‘Dan zeg ik ook niet wie mij het recht gegeven heeft om deze dingen te doen.’

Aantekening

Mattheüs 21 : 25 – 27  >  uit de hemel of uit de mensen? De oprechtheid van de leiders blijkt uit hun weigering om deze vraag te beantwoorden, maar Jezus strikt hen ook, want zij zijn de godsdienstige leiders en moeten nu hun onkunde bekennen. En als zij niet weten of Johannes van God was, hoe kunnen zij dan beoordelen of Jezus dat is.

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Vruchteloos

Lezen: Mattheüs 21 : 18 – 22  

Zondag 18 oktober 2020         Mattheüs 21 : 19

En toen Hij een vijgenboom langs de weg zag, ging Hij ernaartoe en vond er niets aan dan alleen bladeren. Hij zei tegen hem: Laat er aan u geen vrucht meer groeien in eeuwigheid! En de vijgenboom verdorde onmiddellijk.

(BGT) Langs de kant van de weg zag hij een vijgenboom staan. Hij liep erheen. Maar hij vond geen vijgen aan de boom, alleen maar bladeren. Toen zei Jezus tegen de boom: ‘Nooit meer zal er een vijg aan jou groeien!’ En meteen verdorde de boom.

Aantekening

Mattheüs 21 : 19  >  vond er niets aan dan alleen bladeren. De vruchten van de vijgenboom verschijnen ongeveer tegelijk met de bladeren (of iets daarna). De aanwezigheid van veel bladeren zou moeten betekenen dat er ook vruchten (groene vijgen) groeiden. Jezus’ daden hebben hier een symbolische betekenis. Wie de naam heeft vrucht te dragen maar dat in werkelijkheid niet doet (vgl. Hosea 9:10-17), is een huichelaar.

Mattheüs 21 : 18 – 22  >  Vervloeking van de vijgenboom: Jezus’ veroordeling van de natie. Mattheüs beschrijft de vervloeking van de vijgenboom en de reactie van de discipelen daarop, alsof deze gebeurtenissen vlak na elkaar plaatsvonden (net zoals hij deed met de intocht en de reiniging van de tempel; zie aantekening bij Mattheüs 21 vers 12). Markus geeft de waarschijnlijke chronologische volgorde, maar Mattheüs geeft de gebeurtenissen beknopt weer. De boom werd hoogstwaarschijnlijk op maandagochtend op weg naar de stad vervloekt. Op dinsdagochtend zagen de discipelen de verdorde boom toen ze teruggingen naar Jeruzalem (vgl. Markus 11:12-14, 20:16).

Aantekening bij Mattheüs 21 : 12  >  En Jezus ging de tempel … binnen. Hieruit zou op te maken zijn dat de tempelreiniging onmiddellijk na Christus’ intocht in Jeruzalem op zondag plaatsvond (vers 1-11), maar Markus plaatst de geschiedenis duidelijk op de maandagochtend (Markus 11:12-19). Af en toe voegt Mattheüs de gebeurtenissen omtrent Jezus in de Goede Week samen en beschrijft ze thematisch, zoals hier. Nadat Mattheüs de lezer heeft verteld van Jezus’ intocht in Jeruzalem (Mattheüs 21:1-11), gaat hij verder met wat Jezus daar nog meer deed (vers 12-17) zonder erbij te vermelden dat het de volgende dag was. allen die … verkochten en kochten. In de tempel was een soort markt waar de pelgrims uit de verstrooiing* hun eigen geld voor tempelgeld konden wisselen (Mattheüs 17:24-27; vgl. Exodus 30:11-16) en de dieren en andere dingen voor de eredienst konden kopen om te offeren.

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Oplev(er)ing

Lezen: Ezra 6 : 13 – 22  

Zaterdag 17 oktober 2020              Ezra 6 : 22

En zij vierden zeven dagen met blijdschap het Feest van de ongezuurde broden, want de HEERE had hen verblijd en Hij had het hart van de koning van Assyrië in hun voordeel gewend om hen te bemoedigen bij het werk aan het huis van God, de God van Israël.

(BGT) Zeven dagen lang vierden alle mensen vrolijk feest, en ze aten brood zonder gist. Ze waren blij omdat de Heer hen geholpen had. Hij had ervoor gezorgd dat Darius, de koning van Perzië, hen toch steunde bij de bouw van de tempel van de God van Israël.

Aantekening

Ezra 6 : 19 – 22  >  Zij vierden het Pascha op de vastgestelde datum, direct gevolgd door het Feest van de ongezuurde broden (Ezra 6:22), dat zeven dagen duurt (Leviticus 23:5-6). De priesters en de Levieten hadden zich als één man gereinigd – zij warenallen rein (Ezra 6:20), d.w.z. zij hadden de nodige rituele voorbereidingen getroffen. Degenen die eraan meedoen, zijn de Israëlieten die uit de ballingschap waren teruggekeerd, die opnieuw alle stammen vertegenwoordigen, en al wie zich naar hen toe had afgezonderd (zie aantekening bij vers 21). de Heere had hen verblijd (vers 22). Hij had Zijn profetieën in vervulling doen gaan en de gebeden van Zijn volk verhoord. Het volk van God verheugt zich spontaan, als zij het bewijs zien dat Hij in de wereld werkzaam is. De uitspraak over de koning van Assyrië (vers 22) lijkt op het eerste gezicht wat vreemd, omdat de vorsten van Perzië de Joden juist gesteund hadden in Ezra. Maar deze uitspraak is gebaseerd op de opeenvolging van de grote koninkrijken. De vorst van Perzië regeerde nu over het rijk van de Assyriërs, en kon daarom ‘koning van Assyrië’ genoemd worden. Deze bewoordingen benadrukken de wisseling van het lot, onder Gods voorzienig bestel, aangezien de Assyriërs eeuwen daarvóór al gebruikt waren als Gods strafwerktuig (Nehemia 9:32; Jesaja 10:5-11)

Aantekening bij Ezra 6:21  >  Opmerkelijk: de terugkerende Joden krijgen gezelschap van al wie zich naar hen toe had afgezonderd vanuit de verontreiniging van de heidenvolken van het land om de Heere, de God van Israël, te zoeken. Dit laat zien dat de maatschappij in wezen eerder religieus van aard was, en minder gebaseerd op natuurlijke geboorte en afstamming, en dat buitenstaanders zich ertoe konden bekeren.

Ongezuurd                   Ezra 6 : 22                   (Uit de Mannen Bijbel)

Het feest van de uittocht uit Egypte, Pesach, is het Feest van de ongezuurde broden. In de broden zit geen gist, zodat het deeg niet kan rijzen. De ongegiste broden staan symbool voor de snelheid waarmee Israël uit de slavernij wegtrok. Overigens vind je die ongezuurde broden al in Genesis 19:3: als Abraham bezoek krijgt van drie mannen zet hij hun ongezuurde broden voor.

Een nieuw begin           Ezra 6 : 1 – 22              (Uit de Vrouwen Bijbel)

De tempel wordt voltooid. Het is feest! Het Pascha kan weer worden gevierd. De priesters en de Levieten, al de ballingen reinigen zich. Ze mogen een nieuw begin maken. De eeuwen door worden wereldwijd mensen in Christus gereinigd en besluiten ze Hem te volgen. Hoe uiten wij onze blijdschap hierover? Laten we gastvrij zijn naar wie de God van Israël zoeken en oog hebben voor wie ‘achterblijven’. 

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Toestemming

Lezen: Ezra 6 : 6 – 12  

Vrijdag 16 oktober 2020                 Ezra 6 : 12

Moge God, Die Zijn Naam daar heeft doen wonen, elke koning en elk volk omverwerpen die zijn hand uitstrekt om mijn bevel te overtreden door dit huis van God in Jeruzalem te schaden. Ik, Darius, heb het bevel gegeven, laat het zorgvuldig uitgevoerd worden.

(BGT) Ik hoop dat iedereen die ongehoorzaam is, gestraft wordt door de God van de tempel in Jeruzalem. Iedereen die deze tempel probeert te verwoesten, zal gedood worden door God. Dit is een bevel van mij, koning Darius. Alles moet precies gebeuren zoals ik het gezegd heb.’

Aantekening

Ezra 6 : 11 – 12  >  Darius vaardigt feitelijk een nieuw bevel uit, dat hij bekrachtigt met een specifieke dreigende strafmaatregel (vers 11). Hij maakt bij de laatste waarschuwing gebruik van de Joodse manier van spreken over Gods aanwezigheid in Jeruzalem (God, Die Zijn Naam daar heeft doen wonen, vers 12, vgl. Deuteronomium 12:5). Darius beschrijft treffend hoe krachtig de God van Jeruzalem werkt in Zijn eigen woning (hoewel hij, net als Kores in Ezra 1:3, daarmee niet per se hoeft te erkennen dat er maar één ware God is).

De Koning der koningen        Ezra 6 : 1 – 15     (Uit de Vrouwen Bijbel)

Wat een bijzondere gebeurtenis. Duidelijk zien we Gods hand in de geschiedenis. Hij is inderdaad Koning over aardse koningen. Vijanden krijgen geen voet aan de grond. Zo draagt Hij zorg voor Zijn volk. Als deze Koning der koningen mijn Heere is, wat kan een mens mij doen (Psalm 118:6)? Persoonlijk en als gemeente leven we onder Zijn bescherming. Dat geeft je moed om Hem te dienen. 

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Oude papieren

Lezen: Ezra 6 : 1 – 5  

Donderdag 15 oktober 2020                  Ezra 6 : 1 – 2

Toen gaf koning Darius bevel en men zocht in het archief, waar men de schatten neerlegt, in Babel. En in Achmetha, de burcht in het gewest Medië, werd een boekrol gevonden, waarin het volgende geschreven stond: Om in gedachten te houden:

(BGT) Toen gaf koning Darius het bevel om de oude jaarboeken met belangrijke gebeurtenissen op te zoeken. Die lagen in de bibliotheek van het paleis in Ekbatana, in de provincie Medië. Er werd een boek gevonden met de volgende bijzondere tekst:

Aantekening

Ezra 6 : 1 – 2  >  In eerste instantie zocht men in het archief in Babel, waar Kores zichzelf in 539 voor Christus tot koning had uitgeroepen en waar veel verbannen Joden woonden. Maar de boekrol met de kopie van het edict werd gevonden in Achmetha, een zomerresidentie van de Perzische koningen, waar Kores waarschijnlijk naartoe was gegaan na zijn overwinning over Babel. Het gewest Medië (vers 2) was voorheen zelf de zetel van een keizerrijk, maar Kores had dit gewest toegevoegd aan het Perzische Rijk. Het is bekend dat boekrollen van leer in Perzië gebruikt werden voor officiële documenten in het Aremees. Het document dat ze nu vinden, lijkt een notitie te zijn over het edict en niet het edict zelf (want dat zal waarschijnlijk op een kleitablet geschreven zijn).

In de boekrol stond:  

In het eerste jaar van koning Kores gaf koning Kores een bevel: Het huis van God in Jeruzalem, laat dat huis weer opgebouwd worden op de plaats waar men offers brengt. De fundamenten ervan moeten gelijk blijven, zijn hoogte zestig el en zijn breedte zestig el, met drie rijen gehouwen stenen en een rij van nieuw hout. De onkosten zullen uit het huis van de koning betaald worden. Bovendien moet men ook de gouden en zilveren voorwerpen van het huis van God, die Nebukadnezar uit de tempel in Jeruzalem had weggehaald en naar Babel had gebracht, teruggeven om naar de tempel in Jeruzalem gebracht te worden, op hun plaats; u moet ze terugzetten in het huis van God.

Welnu, Tattenai, landvoogd van het gebied aan de overzijde van de Eufraat, Sthar-Boznai en uw ambtgenoten, u gerechtsdienaren aan de overzijde van de Eufraat, blijf daar weg! Laat hen aan het werk blijven aan dit huis van God. Laten de landvoogd van de Joden en de oudsten van de Joden dit huis van God herbouwen op zijn oorspronkelijke plaats.

Ook wordt door mij bevel gegeven wat u moet doen voor de oudsten van deze Joden, om dit huis van God te herbouwen. Uit het bezit van de koning, uit de belasting aan de overzijde van de Eufraat, moeten de onkosten aan deze mannen zorgvuldig en zonder ophouden vergoed worden. En wat nodig is: jonge runderen, rammen en lammeren voor de brandoffers voor de God van de hemel, en tarwe, zout, wijn en olie volgens aanwijzing van de priesters in Jeruzalem; het moet hun dagelijks gegeven worden, zodat er nergens gebrek aan is. Zo kunnen ze aangenaam reukwerk offeren aan de God van de hemel, en bidden voor het leven van de koning en zijn zonen.

Ook wordt door mij bevel gegeven dat van iedereen die dit bevel overtreedt een balk uit zijn huis zal worden uitgerukt, die zal worden opgericht; daaraan zal hij worden opgehangen. Zijn huis zal hierom tot een mesthoop gemaakt worden. Moge God, Die Zijn Naam daar heeft doen wonen, elke koning en elk volk omverwerpen die zijn hand uitstrekt om mijn bevel te overtreden door dit huis van God in Jeruzalem te schaden. Ik, Darius, heb het bevel gegeven, laat het zorgvuldig uitgevoerd worden.

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      In Beroep

Lezen: Ezra 5 : 6 – 17  

Woensdag 14 oktober 2020              Ezra 5 : 11 – 12

En zij hebben ons het volgende antwoord gegeven: Wij zijn dienaren van de God van de hemel en de aarde. En wij bouwen het huis weer op dat vele jaren tevoren is gebouwd, want een groot koning van Israël heeft het gebouwd en voltooid. Maar [1]omdat onze vaderen de God van de hemel hadden vertoornd, heeft Hij hen in de hand van Nebukadnezar, de koning van Babel, de Chaldeeër, gegeven, die dit huis heeft vernield en het volk in ballingschap heeft gevoerd naar Babel.

(BGT) De leiders hebben ons geantwoord: ‘Wij zijn dienaren van de God van de hemel en de aarde. Wij bouwen zijn tempel weer op. Die tempel werd ooit gebouwd door een machtige koning van Israël. Maar Nebukadnessar, de koning van Babylonië, heeft de tempel verwoest. Hij nam onze voorouders gevangen en stuurde hen naar Babylonië. Daar had de God van de hemel zelf voor gezorgd, want hij was woedend op onze voorouders.

Aantekening

Ezra 5 : 11  >  Waarschijnlijk kregen de schrijvers van de brief hun informatie van de teruggekeerde ballingen zelf, aangezien zij de toestand zo goed begrijpen. Wij zijn dienaren van de God van de hemel en de aarde. Zij aarzelen niet om te zeggen dat zij geen plaatselijke afgod dienen, maar de enige ware God van de hele aarde. Zij geven dit antwoord in plaats van hun eigennamen te noemen als erom gevraagd wordt (vers 10). Met een groot koning van Israël wordt Salomo bedoeld.

Ezra 5 : 12  >  Dit vers vat de boodschap van 1 en 2 Koningen samen.

De God van hemel en aarde            Ezra 5 : 11 – 13            (Uit de Vrouwen Bijbel)

De oudsten belijden de grootheid van God. Dat Israël niet naar Zijn wil geleefd en gehandeld heeft, wordt eerlijk beleden. Vanwege Israëls zonde is de tempel verwoest. Daarom is het zo belangrijk de tempel tot eer van God te herbouwen. Hoe gaan wij met onze ‘missers’ om? Ook wij zijn als gemeente van Jezus Christus geroepen om Gods Naam groot te maken. 


[1]  2 Kronieken 30:16, 17 enz.

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Geen bouwvergunning

Lezen: Ezra 4 : 17 – 5 : 5  

Dinsdag 13 oktober 2020               Ezra 4 : 24

Toen hield het werk aan het huis van God in Jeruzalem op, ja, het hield op tot het tweede regeringsjaar van Darius, de koning van Perzië.

(BGT) Daarom werd er niet meer gebouwd aan de tempel van God in Jeruzalem, totdat Darius twee jaar koning van Perzië was.

Aantekening

Ezra 4 : 24  >  Het verhaal van Ezra 4:1-5 wordt vervolgd (zie het woord toen), na de onderbreking van (Ezra 4:6-23), en gaat weer over de periode meteen na de eerste terugkeer. Nu gaat het over het resultaat van de roeping om de bouw van de tempel te onderbreken. Het lijkt erop dat het werk ophield al snel nadat het begonnen was, d.w.z. binnen twee jaar, rond 537 voor Christus (zie Ezra 3:8). Het gebeurde in het tweede regeringsjaar van Darius, de koning van Perzië, rond 520 voor Christus; de tijd waarin het werk stillag duurde dus zo’n 15 jaar.

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Geen samenwerking

Lezen: Ezra 4 : 1 – 16  

Maandag 12 oktober 2020             Ezra 4 : 3

Maar Zerubbabel en Jesua en de overige familiehoofden van Israël zeiden tegen hen: Het is niet aan u en aan ons om samen een huis voor onze God te bouwen, want wíj alleen zullen het bouwen voor de HEERE, de God van Israël, [1]zoals koning Kores, de koning van Perzië, ons geboden heeft.

(BGT) Maar Zerubbabel, Jesua en de andere leiders van Israël zeiden: ‘Wij mogen deze tempel voor de Heer, de God van Israël, niet samen met jullie bouwen. Wij moeten dat zelf doen. Want Cyrus, de koning van Perzië, heeft die opdracht alleen aan ons gegeven.’

Aantekening

Ezra 4 : 3  >  Zerubbabel en Jesua  en de overige familiehoofden van Israël geven een eensluidend antwoord en slaan de aangeboden hulp af (Ezra 4:1-2): wij alleen zullen het bouwen voor de Heere.Zij weigeren  alle hulp op grond van het feit dat het edict van Kores alleen voor de teruggekeerde ballingen bestemd was. Ongetwijfeld begrepen zij dat de eigenlijke bedoeling achter dit aanbod was het project te dwarsbomen.

De geesten onderscheiden      Ezra 4 : 1 – 4                (Uit de vrouwen Bijbel)Tegenstand is niet altijd goed te onderscheiden. Een samengesteld ‘boeketje’ godsdiensten (syncretisme = van alles wat) kan mooi lijken, maar gevaarlijker zijn dan eerlijk ongeloof. De landbevolking diende meerdere goden (2 koningen 17:29-32). De ‘hulpvaardigen’ worden dan ook ontmaskerd als tegenstanders. Laten we eerlijk zijn tegenover God en elkaar. Alleen volledige toewijding aan God en Zijn geboden stelt ons in staat onze roeping 


[1]  Ezra 1:1, 2, 3