Tekst van de dag In Beroep
Lezen: Ezra 5 : 6 – 17
Woensdag 14 oktober 2020 Ezra 5 : 11 – 12
En zij hebben ons het volgende antwoord gegeven: Wij zijn dienaren van de God van de hemel en de aarde. En wij bouwen het huis weer op dat vele jaren tevoren is gebouwd, want een groot koning van Israël heeft het gebouwd en voltooid. Maar [1]omdat onze vaderen de God van de hemel hadden vertoornd, heeft Hij hen in de hand van Nebukadnezar, de koning van Babel, de Chaldeeër, gegeven, die dit huis heeft vernield en het volk in ballingschap heeft gevoerd naar Babel.
(BGT) De leiders hebben ons geantwoord: ‘Wij zijn dienaren van de God van de hemel en de aarde. Wij bouwen zijn tempel weer op. Die tempel werd ooit gebouwd door een machtige koning van Israël. Maar Nebukadnessar, de koning van Babylonië, heeft de tempel verwoest. Hij nam onze voorouders gevangen en stuurde hen naar Babylonië. Daar had de God van de hemel zelf voor gezorgd, want hij was woedend op onze voorouders.
Aantekening
Ezra 5 : 11 > Waarschijnlijk kregen de schrijvers van de brief hun informatie van de teruggekeerde ballingen zelf, aangezien zij de toestand zo goed begrijpen. Wij zijn dienaren van de God van de hemel en de aarde. Zij aarzelen niet om te zeggen dat zij geen plaatselijke afgod dienen, maar de enige ware God van de hele aarde. Zij geven dit antwoord in plaats van hun eigennamen te noemen als erom gevraagd wordt (vers 10). Met een groot koning van Israël wordt Salomo bedoeld.
Ezra 5 : 12 > Dit vers vat de boodschap van 1 en 2 Koningen samen.
De God van hemel en aarde Ezra 5 : 11 – 13 (Uit de Vrouwen Bijbel)
De oudsten belijden de grootheid van God. Dat Israël niet naar Zijn wil geleefd en gehandeld heeft, wordt eerlijk beleden. Vanwege Israëls zonde is de tempel verwoest. Daarom is het zo belangrijk de tempel tot eer van God te herbouwen. Hoe gaan wij met onze ‘missers’ om? Ook wij zijn als gemeente van Jezus Christus geroepen om Gods Naam groot te maken.
[1] 2 Kronieken 30:16, 17 enz.