Tekst van de dag Boven het maaiveld
Lezen: Mattheüs 13 : 47 – 58
Dinsdag 21 Juli 2020 Mattheüs 13 : 57
En zij namen aanstoot aan Hem. Maar Jezus zei tegen hen: [1]Een profeet is niet ongeëerd, behalve in zijn vaderstad en in zijn huis.
(BGT) De mensen daar wilden niets met Jezus te maken hebben. Daarom zei Jezus: ‘Een profeet wordt door iedereen met respect behandeld. Behalve door de mensen in zijn eigen stad en door zijn eigen familie.’
Aantekening
Mattheüs 13 : 57 > namen aanstoot. Zie aantekening bij Mattheüs 11:6. profeet. Jezus vergelijkt Zich met de profeten van het Oude Testament die Gods wil aan het volk Israël openbaarden, maar steeds weer door hen verworpen werden.
Aantekening bij Mattheüs 11 : 6 > zalig is hij die aan Mij geen aanstoot neemt. Deze Zaligspreking is een milde vermaning. Johannes en zijn discipelen moeten zich opstellen voor Gods plan, ook al komt Jezus’ dienstwerk niet precies met hun Messiaanse verwachtingen overeen (zie aantekening bij Mattheüs 11:3-5).
Aantekening bij Mattheüs 11 : 3 – 5 > Bent U het Die komen zou? Johannes vreest wellicht dat zijn huidige gevangenschap niet strookt met wat hij begrijpt van de verwachte Messias, want Hij zou zegen brengen aan wie zich bekeerde en oordeel aan de onbekeerde (zie aantekening bij Mattheüs 3:11). Maar Jezus’ dienstwerk strookt met de profetische beloften over het tijdstip van verlossing, zoals Zijn woorden herinneren aan die van Jesaja: blinden worden ziende (vgl. Mattheüs 9:27-31; Jesaja 29:18; 35:5) en kreupelen kunnen lopen (Jesaja 35:6; vgl. Mattheüs 15:30-31), melaatsen worden gereinigd (Jesaja 53:4; vgl. Mattheüs 8:1-4), doven kunnen horen (Jesaja 29:18-19; 35:5; vgl. Markus 7:32-37), doden worden opgewekt (Jesaja 26:18-19; vgl. Mattheüs 10:8; Lukas 7:11-17; Johannes 11:1-44) en aan armen wordt het Evangelie verkondigd (Jesaja 61:1; vgl. Mattheüs 5:3; Lukas 14:13, 21). Jezus daden bewezen meer dan eens Wie Hij was en dat het voorspelde tijdstip van verlossing was gekomen (‘het jaar van het welbehagen van de Heere’; Jesaja 61:1-2; vgl. Jesaja 62:1).
Aantekening bij Mattheüs 3 : 11 > Hij Die na mij komt getuigt van een sterke Messiaanse verwachting. is sterker dan ik. Johannes kondigt de nabijheid van het koninkrijk aan, maar Hij Die zal komen heeft macht van God om Messiaanse heerschappij te vestigen. Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur. De doop met water van Johannes wordt vervangen door de doop van Hem Die komt (zie aantekening bij 1 Korinthe 12:13). Wie zich bekeert en op Hem bouwt, zal de gave van de Heilige Geest ontvangen (vgl. Joël 2:28-29; Handelingen 2:16-21). Maar de onbekeerde zal het oordeel van het eeuwige vuur ontvangen, en zelfs wie zich bekeert moet door het louteringsvuur.
Aantekening bij 1 Korinthe 12 : 13 > Aangezien de Geest één is, verenigt Hij mensen over etnische en sociale grenzen heen, die hen normaal gezien zouden verdelen. (zie Romeinen 10:12; Galaten 3:27-28; Kolossenzen 3:11.) wij allen immers zijn door één Geest … gedoopt. Hier wordt dezelfde Griekse constructie (het werkwoord baptizö plus ‘en (‘in) plus het zelfstandig naamwoord van pneuma, ‘Geest’) gebruikt als in de andere zes gedeelten in het Nieuwe Testament over de doop met de Heilige Geest’ (Mattheüs 3:11; Markus 1:8; Lukas 3:16; Johannes 1:33; Handelingen 1:5; 11:16). Hier lijkt het duidelijk een verwijzing te zijn naar het reinigende en versterkende werk dat de Heilige Geest doet in een mens als die zich bekeert. De doop wordt hier figuurlijk gebruikt. Die verwijst naar het werk dat de Geest in de gelovige doet om hem één te maken met het lichaam van Christus, dat ook het lichaam van de gelovige is. De doop met water is een uiterlijk teken van deze realiteit (vgl. Romeinen 6:4; Galaten 3:27). doordrenkt. Geen verwijzing naar de beker bij het Avondmaal, maar naar de uitstorting van Gods Geest op Zijn volk (vgl. Johannes 7:34-39; Romeinen 5:5).
[1] Markus 6:4; Lukas 4:24; Johannes 4:44