Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Boven het maaiveld

Lezen: Mattheüs 13 : 47 – 58   

Dinsdag 21 Juli 2020                      Mattheüs 13 : 57

En zij namen aanstoot aan Hem. Maar Jezus zei tegen hen: [1]Een profeet is niet ongeëerd, behalve in zijn vaderstad en in zijn huis.

(BGT) De mensen daar wilden niets met Jezus te maken hebben. Daarom zei Jezus: ‘Een profeet wordt door iedereen met respect behandeld. Behalve door de mensen in zijn eigen stad en door zijn eigen familie.’

Aantekening

Mattheüs 13 : 57  >  namen aanstoot. Zie aantekening bij Mattheüs 11:6. profeet. Jezus vergelijkt Zich met de profeten van het Oude Testament die Gods wil aan het volk Israël openbaarden, maar steeds weer door hen verworpen werden.

Aantekening bij Mattheüs 11 : 6  >  zalig is hij die aan Mij geen aanstoot neemt. Deze Zaligspreking is een milde vermaning. Johannes en zijn discipelen moeten zich opstellen voor Gods plan, ook al komt Jezus’ dienstwerk niet precies met hun Messiaanse verwachtingen overeen (zie aantekening bij Mattheüs 11:3-5).

Aantekening bij Mattheüs 11 : 3 – 5  >  Bent U het Die komen zou? Johannes vreest wellicht dat zijn huidige gevangenschap niet strookt met wat hij begrijpt van de verwachte Messias, want Hij zou zegen brengen aan wie zich bekeerde en oordeel aan de onbekeerde (zie aantekening bij Mattheüs 3:11). Maar Jezus’ dienstwerk strookt met de profetische beloften over het tijdstip van verlossing, zoals Zijn woorden herinneren aan die van Jesaja: blinden worden ziende (vgl. Mattheüs 9:27-31; Jesaja 29:18; 35:5) en kreupelen kunnen lopen (Jesaja 35:6; vgl. Mattheüs 15:30-31), melaatsen worden gereinigd (Jesaja 53:4; vgl. Mattheüs 8:1-4), doven kunnen horen (Jesaja 29:18-19; 35:5; vgl. Markus 7:32-37), doden worden opgewekt (Jesaja 26:18-19; vgl. Mattheüs 10:8; Lukas 7:11-17; Johannes 11:1-44) en aan armen wordt het Evangelie verkondigd (Jesaja 61:1; vgl. Mattheüs 5:3; Lukas 14:13, 21). Jezus daden bewezen meer dan eens Wie Hij was en dat het voorspelde tijdstip van verlossing was gekomen (‘het jaar van het welbehagen van de Heere’; Jesaja 61:1-2; vgl. Jesaja 62:1).

Aantekening bij Mattheüs 3 : 11  >  Hij Die na mij komt getuigt van een sterke Messiaanse verwachting. is sterker dan ik. Johannes kondigt de nabijheid van het koninkrijk aan, maar Hij Die zal komen heeft macht van God om Messiaanse heerschappij te vestigen. Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur. De doop met water van Johannes wordt vervangen door de doop van Hem Die komt (zie aantekening bij 1 Korinthe 12:13). Wie zich bekeert en op Hem bouwt, zal de gave van de Heilige Geest ontvangen (vgl. Joël 2:28-29; Handelingen 2:16-21). Maar de onbekeerde zal het oordeel van het eeuwige vuur ontvangen, en zelfs wie zich bekeert moet door het louteringsvuur.

Aantekening bij 1 Korinthe 12 : 13  >  Aangezien de Geest één is, verenigt Hij mensen over etnische en sociale grenzen heen, die hen normaal gezien zouden verdelen. (zie Romeinen 10:12; Galaten 3:27-28; Kolossenzen 3:11.) wij allen immers zijn door één Geest … gedoopt. Hier wordt dezelfde Griekse constructie (het werkwoord baptizö plus ‘en (‘in) plus het zelfstandig naamwoord van pneuma, ‘Geest’) gebruikt als in de andere zes gedeelten in het Nieuwe Testament over de doop met de Heilige Geest’ (Mattheüs 3:11; Markus 1:8; Lukas 3:16; Johannes 1:33; Handelingen 1:5; 11:16). Hier lijkt het duidelijk een verwijzing te zijn naar het reinigende en versterkende werk dat de Heilige Geest doet in een mens als die zich bekeert. De doop wordt hier figuurlijk gebruikt. Die verwijst naar het werk dat de Geest in de gelovige doet om hem één te maken met het lichaam van Christus, dat ook het lichaam van de gelovige is. De doop met water is een uiterlijk teken van deze realiteit (vgl. Romeinen 6:4; Galaten 3:27). doordrenkt. Geen verwijzing naar de beker bij het Avondmaal, maar naar de uitstorting van Gods Geest op Zijn volk (vgl. Johannes 7:34-39; Romeinen 5:5).  


[1]  Markus 6:4; Lukas 4:24; Johannes 4:44

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      De oogst komt

Lezen: Mattheüs 13 : 36 – 46   

Maandag 20 Juli 2020                        Mattheüs 13 : 39

De vijand die het gezaaid heeft, is de duivel; de oogst is de voleinding van de wereld en de maaiers zijn engelen.

(BGT) De vijand die het onkruid zaait, dat is de duivel. De tijd van de oogst, dat is het einde van deze wereld. En de mannen op het land, dat zijn de engelen.

Aantekening

Mattheüs 13 : 39 – 40  >  De oogst is het laatste oordeel aan het einde der tijden bij de wederkomst van de Zoon des mensen (zie aantekening bij Mattheüs 24:3), wanneer Hij Zijn Koninkrijk in al zijn volheid zal stichten.

Aantekening bij Mattheüs 24 : 3  >  De discipelen stellen twee vragen: (1) wanneer zullen deze dingen gebeuren, en (2) wat is het teken van Uw komst en van de voleinding van de wereld? Als antwoord op deze vragen koppelt Jezus de profetie over de verwoesting van de tempel aan Zijn wederkomst. De aanstaande gebeurtenis (de verwoesting van Jeruzalem) is een beeld en een voorafschaduwing van de latere gebeurtenis (Zijn wederkomst). De rede kan in drieën verdeeld worden: (1) een algemeen chronologisch overzicht van de gebeurtenissen voorafgaand aan Christus’ wederkomst (Mattheüs 24:4-31); (2) vermaningen over waakzaamheid, afwachting en gereed te zijn voor Christus’ wederkomst (Mattheüs 24:36-25:30); en (3) een waarschuwing voor het oordeel en een belofte van een beloning bij Christus’ wederkomst (Mattheüs 25:31-46). Over de Olijfberg, zie aantekening bij Mattheüs 21:1 en 24:1; Mattheüs’ versie van deze vraag, waarbij hij expliciet de wederkomst vermeldt, is meer uitgewerkt en gedetailleerder dan de parallelle passages in Markus 13:4 en Lukas 21:7.

Aantekening bij Mattheüs 21:1  >  Jeruzalem is ‘de stad van de grote Koning’ (Psalm 48:2-3), het centrum van Israëls godsdienstig leven en Messiaanse verwachtingen. Bethfagé (zie aantekening bij Lukas 19:29) wordt meestal gesitueerd op minder dan 2 km ten oosten van Jeruzalem op de zuidoostelijke helling van de Olijfberg (zie aantekening bij Markus 13:3). Het ligt ruim 800 meter boven zeeniveau en kijkt uit over het tempelgebied.

Aantekening bij Lukas 19:29  >  Bethanië kan vrij zeker worden gelokaliseerd op de oostelijke helling van de Olijfberg (zie aantekening bij Johannes 11:1). De ligging van Bethfagé is niet precies bekend, maar moet voorbij Bethanië aan de weg hebben gelegen.

Aantekening bij Johannes 11:1  >  Bethanië. Volgens vers 18 vijftien stadiën (ca. 3 km) van Jeruzalem. Bethanië is in de evangeliën het meest genoemde dorp (zie Markus 11:1;14:3 par.; ook Lukas 24:50). Zie aantekening bij Johannes 1:28. Hoogstwaarschijnlijk heeft het gelegen op de plaats van het huidige El-Azaryeh (in de plaatsnaam klinkt vermoedelijk de ‘Lazarus’ door) op de oostelijke helling van de Olijfberg. In de 4e eeuw is er een kapel gebouwd boven een uit de rotsgrond uitgehouwen graf, dat steeds heeft gegolden als het graf van Lazarus. Rondom de kapel liggen meer graven uit de 1e eeuw.

Aantekening bij Johannes 1:28  >  Johannes doopte. Vgl. Lukas 3:3. De doop van Johannes was een uiterlijk teken van reiniging dat het innerlijk berouw over zonde reflecteerde (zie Mattheüs 3:6; vgl. de latere christelijke doop, Mattheüs 28:19; Romeinen 6:3; 1 Petrus 3:21). Bethabara, letterlijk ‘veerhuis’, aan de overkant van de Jordaan. Vgl. Johannes 3:26; 10:40. In oudere handschriften staat ‘Bethanië’, maar daarmee is dan een andere plaats bedoeld dan Bethanië bij Jeruzalem, waar Lazerus is opgewekt (vgl. Johannes 11:1, 18).

Aantkening bij Mattheüs 24 : 1  >  vertrok uit de tempel. De weg van Jeruzalem naar Bethanië, waar Jezus en Zijn Discipelen elke avond verbleven, loopt langs de Olijfberg en biedt een prachtig uitzicht op de tempel in de verte.

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Groei

Lezen: Mattheüs 13 : 24 – 35   

Zondag 19 Juli 2020                      Mattheüs 13 : 30

Laat ze allebei samen tot de oogst opgroeien, en in de oogsttijd zal ik tegen de maaiers zeggen: Verzamel eerst het onkruid en bind het in bossen om het te verbranden, maar breng de tarwe bijeen in mijn schuur.

(BGT) Laat het koren en het onkruid maar allebei groeien tot de tijd van de oogst. Dan laat ik mijn mannen eerst het onkruid van het land halen. Dat moeten ze bij elkaar binden en in brand steken. Daarna kunnen ze het koren naar mijn schuur brengen.

Aantekening

Mattheüs 13 : 25 – 30  >  onkruid (Grieks zizanion, in het Nieuwe Testament alleen hier) was waarschijnlijk dolik, een lange, dunne grassoort met zwarte, giftige zaadjes. In het begin lijkt het op tarwe, maar als het volgroeid is, is het verschil goed te zien. Elke poging om het onkruid te verzamelen zou de tarwe beschadigen, want de wortels zitten met elkaar verstrengeld. Laat ze allebei samen … opgroeien (vers 30). Tot de dag van het oordeel laat God zowel gelovigen als ongelovigen hier op aarde leven; zie aantekening bij vers 38.

Aantekening bij Mattheüs 13 : 38  >  De gelijkenis gaat meer over de werking van Gods Koninkrijk in de wereld dan in de gemeente. In deze wereld zullen vijanden (het onkruid) en kinderen van het Koninkrijk (het goede zaad) altijd naast elkaar bestaan.  

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Open je ogen en je oren

Lezen: Mattheüs 13 : 1 – 23   

Zaterdag 18 Juli 2020                    Mattheüs 13 : 9

Wie oren heeft om te horen, laat hij horen.

(BGT) Laat dat goed tot je doordringen!’

Aantekening

Mattheüs 13 : 1 – 53  >  Het geheimenis van het Messiaanse Koninkrijk onthuld door gelijkenissen. In Jezus’ derde van de vijf belangrijke toespraken (zie inleiding: Literaire kenmerken) verteld Hij diverse gelijkenissen over het Koninkrijk.

Mattheüs 13 : 1 – 23  >  De eerste gelijkenissen. Jezus vertelt de gelijkenis van de zaaier (vers 3b-9) en verklaart waarom Hij in gelijkenissen spreekt (vers 10-17); daarna legt Hij de gelijkenis uit (vers 18-23).

Literaire kenmerken

Het voornaamste kenmerk van het Mattheüsevangelie en de opzet van aale vier evangeliën is de verhalen stijl. Binnen deze verhalende opzet geeft Mattheüs echter veel ruimte aan de toespraken van Jezus. Verder treft men de gebruikelijke brede onderverdeling aan met verhalen over geboorte, roeping, wonderen, gelijkenissen, toespraken, ontmoetingen, lijden en opstanding. 

Het opvallendste kenmerk van dit boek is het afwisselende patroon waarmee het is opgezet. Het Mattheüsevangelie is gebaseerd op een ritmische heen-en-weerbeweging tussen gedeelten met verhalen en gedeelten met toespraken. Er zijn vijf gedeelten met toespraken, en we kunnen de vijf vingers van onze hand als ezelsbruggetje gebruiken voor het lijstje met vragen die Jezus in elk gedeelte beantwoordt: (1) Hoe behoren burgers van het koninkrijk te leven (hoofdstuk 5-7)? (2) Hoe behoren rondtrekkende discipelen zich te gedragen op zendingsreizen (hoofdstuk 10)? (3) Welke gelijkenissen heeft Jezus verteld (hoofdstuk 13)? (4) Welke vermaning gaf Jezus over het verhinderen van de toegang tot het Koninkrijk en over vergeving (hoofdstuk 18-20)? (5) Hoe zal de mensengeschiedenis eindigen (hoofdstuk 24-25)? Mattheüs gebruikte zelf een standaardformulering voor deze gedeelten. Hij beëindigt ze alle met ongeveer dezelfde woorden: ‘Toen Jezus (deze woorden) had geëindigd’ (Mattheüs 7:28; 11:1; 13:53; 19:1; 26:1).

Een van de kenmerken waarin de stijl van Mattheüs zich onderscheidt, is het herhaaldelijk gebruik van aanhalingen uit het Oude Testament en de nadruk op Jezus’ koninklijke afkomst (de geslachtslijst in de beginverzen vermeldt Jozef, Jezus’ vader zelfs in de lijn van David). Verder gebruikt Mattheüs graag de term ‘Zoon van David’ als een titel voor Christus, en uitdrukkingen als: ‘zodat vervuld werd wat door de profeten gezegd is’ en ‘het Koninkrijk der hemelen is gelijk …’ 

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Betekenisvol

Lezen: Mattheüs 12 : 38 – 50   

Vrijdag 17 Juli 2020                    Mattheüs 12 : 49 – 50

En Hij strekte Zijn hand uit over Zijn discipelen en zei: Zie, Mijn moeder en Mijn broeders. [1]Want wie de wil van Mijn Vader doet, Die in de hemelen is, die is Mijn broeder en zuster en moeder.

(BGT)  Toen wees hij naar zijn leerlingen. En hij zei: ‘Dat is mijn moeder! Dat zijn mijn broers! Mensen die doen wat mijn hemelse Vader wil, die zijn mijn broer, mijn zus en mijn moeder.’

Aantekening

Mattheüs 12 : 49  >  Zie, Mijn moeder en Mijn broeders. Zijn Messiaanse opdracht ging bij Jezus vóór alles, zelfs boven familietrouw. Hij ontkent niet zozeer het belang van het familieleven (vgl. Mattheüs 15:3-9), maar geeft boven alles voorrang aan trouw aan Hem en het Koninkrijk der hemelen.

Mattheüs 12 : 46 – 50  >  Jezus’ volgelingen zijn Zijn echte familie. Jezus roept op tot een nieuwe geestelijke band in gemeenschap met Hem en de Vader, verenigd door het enige wat telde in het leven en werk van Jezus: gehoorzaamheid aan de wil van de Vader (Mattheüs 12:50).

Kinderen van één Vader          Mattheüs 12 : 46 – 50         (Uit de Vrouwen Bijbel)

Is Jezus respectloos richting Zijn moeder en Zijn broers? Nee, integendeel! In die tijd waren familiebanden bijzonder sterk. Dat laat juist het bijzondere van Jezus’ woorden zien. Zo sterk als de familiebanden zijn, zo sterk is ook de geestelijke band. Er ontstaat een nieuwe gemeenschap: als volgelingen van Jezus mogen we elkaar ontvangen als familie, als broers en zussen. Wat zeggen deze woorden over jou en je familie?  


[1]  Johannes 15:14; 2 Korinthe 5:16; Galaten 5:6; 6:15; Kolossenzen 3:11

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Onvergeeflijk

Lezen: Mattheüs 12 : 22 – 37   

Donderdag 16 Juli 2020              Mattheüs 12 : 31 – 32

[1]Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal de mensen vergeven worden, maar de lastering tegen de Geest zal de mensen niet vergeven worden. [2]En wie een woord spreekt tegen de Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; [3]maar wie tegen de Heilige Geest spreekt, het zal hem niet vergeven worden, niet in deze eeuw, en ook niet in de komende.

(BGT) Jezus zei: ‘Luister naar mijn woorden: God wil alles vergeven wat mensen verkeerd doen. Zelfs als ze God beledigen. Maar iemand die de heilige Geest beledigt, krijgt geen vergeving. Als iemand slechte dingen zegt over de Mensenzoon, kan hij vergeving krijgen. Maar als iemand slechte dingen zegt over de heilige Geest, krijgt hij geen vergeving. Niet nu in deze wereld, en ook niet straks in Gods nieuwe wereld.’

Aantekening

Mattheüs 12 : 31 – 32  >  lastering tegen de Geest zal de mensen niet vergeven worden. Door schaamteloze, koppige en aanhoudende verwerping van God en Zijn geboden kent men wat in Gods kracht tot stand is gekomen toe aan de satan. Ook nu nog begaan ongelovigen deze zonde. De Heilige Geest roept hen op tot bekering, maar zij wijzen Hem willens en wetens hardnekkig af. (Zie verder de uitgebreide aantekening bij Lukas 12:10).

Aantekening bij Lukas 12 : 10  >  woord spreken zal tegen … vergeven … tegen de Heilige Geest gelasterd … niet vergeven. Jezus sluit deze gelegenheid om Zijn discipelen onderricht te geven (vers 1 van Lukas 12) af met een van Zijn meest raadselachtige, omstreden en verkeerd begrepen uitspraken tijdens Zijn ambtsbediening. De sleutel om deze passage te begrijpen is het verschil dat Jezus maakt tussen enerzijds de buitensporig zware lastering tegen de ‘Heilige Geest’ en anderzijds het oneerbiedig spreken tegen de ‘Zoon des mensen’. Wie om vergeving vraagt voor ondoordachte smadelijke uitspraken tegen Jezus, zal vergeving krijgen. Denk bv. aan Petrus verloochening van Jezus (zie Lukas 22:54-62) en aan zijn vernieuwde aanstelling als herder van Gods schapen in Johannes 21:15-19. Maar lastering tegen de Heilige Geest, dat is hardnekkige, gewetenloze weerstand tegen het werk van de Heilige Geest en Diens getuigenis over Jezus (vgl. Handelingen 7:51). Dat, zegt Jezus, zal niet worden vergeven. Iemand die zijn hart verhardt tegen God, tegen het werk van de Heilige Geest, en tegen de mogelijkheid van Christus als zijn Verlosser, stelt zich buiten het bereik van Gods vergeving en redding. Het komt vaak voor dat christenen bang zijn deze zonde te hebben begaan, maar die bezorgdheid geeft zelf al blijk van openheid voor het werk van de Geest (zie ook aantekening bij Mattheüs 12:31-32 en Markus 3:29).

Aantekening bij Markus 3 : 29  >  Met deze beschuldiging hebben Jezus’ tegenstanders gelasterd … tegen de Heilige Geest. Daarop volgt het eeuwige oordeel (vgl. Mattheüs 12:31-37; Lukas 12:10). In Markus 3:28 zegt Jezus dat ‘alle zonden … vergeven zullen worden’. Daarmee grijpt Hij vooruit op Zijn plaats vervangende verzoening die voor eeuwig geldt (vgl. Markus 10:45). Maar als iemand daden die in Gods kracht zijn verricht hardnekkig, willens en wetens, aan de satan toeschrijft – ofwel het getuigenis van de Geest over Jezus bewust satanisch noemt – krijgt hij geen vergeving in eeuwigheid (zie verder de uitvoerige aantekening over de lastering tegen de Heilige Geest bij Lukas 12:10).


[1]  Markus 3:28; Lukas 12:10; 1 Johannes 5:16

[2]  1 Samuël 2:25

[3]  Numeri 15:30; 1 Johannes 5:16

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Sabbatsdebat

Lezen: Mattheüs 12 : 1 – 21   

Woensdag 15 Juli 2020                  Mattheüs 12 : 5

[1]Of hebt u niet gelezen in de Wet dat de priesters op de sabbatdagen de sabbat ontheiligen in de tempel, en toch onschuldig zijn?

(BGT) En jullie weten toch wel wat er in de wet staat over priesters die werken op sabbat? Priesters die op sabbat in de tempel werken, houden zich niet aan de regels. Maar toch doen ze niets verkeerds.

Aantekening

Mattheüs 12 : 5  >  God maakt Zelf uitzonderingen op zijn wetten, want de priesters die hun taken moesten vervullen op de sabbat (en die de sabbat daarmee ‘ontheiligden’), waren toch onschuldig.


[1]  Numeri 28:9

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Gods wegen zijn ondoorgrondelijk 

Lezen: Romeinen 11 : 25 – 36   

Dinsdag 14 Juli 2020                     Romeinen 11 : 33

O, diepte van rijkdom, zowel van wijsheid als van kennis van God, [1]hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen!                

(BGT)  Zo geweldig is Gods wijsheid! Zo bijzonder zijn Gods beslissingen! Voor mensen zijn ze onbegrijpelijk, ongelofelijk, onvoorstelbaar.

Aantekening

Romeinen 11 : 33  >  Afsluitende doxologie. Terwijl Paulus zijn uiteenzetting van Gods geweldige heilsplan afrondt (Hoofdstuk 1-11), begint hij God te prijzen. Gods wijsheid en wegen gaan het menselijk verstand ver te boven, en daarom komt Hem alle glorie toe.

Onvolprezen                Romeinen 11 : 33 – 35            (Uit de Vrouwen Bijbel)

Na alles wat Paulus in de afgelopen 11 hoofdstukken van God heeft kunnen getuigen, kan hij niet anders dan God aanbidden. Wat is hij diep geraakt. Hij kan bijna geen woorden vinden om God te loven. Tot in eeuwigheid is Hij aanbidding waard. Maar het is nooit te vroeg om Zijn onvolprezen Naam eer te bewijzen. Verlies je in de diepte van Gods rijkdom en prijs Hem elke dag van je leven.


[1]  Psalm 36:7

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Dankbaar, niet hoogmoedig

Lezen: Romeinen 11 : 13 – 24   

Maandag 13 Juli 2020            Romeinen 11 : 17 en 18

Als nu enige van die takken afgerukt zijn, en u, die een wilde olijfboom bent, in hun plaats bent geënt en mede deel hebt gekregen aan de wortel en de vettigheid [1]van de olijfboom, beroem u dan niet tegenover de takken. En als u zich beroemt: U draagt de wortel niet, maar de wortel u.

(BGT)  Een deel van die mensen gelooft niet in Jezus Christus. Zij lijken op takken die van de boom afgebroken zijn. Jullie zijn geen Joden, maar jullie zijn wel gaan geloven. Eerst waren jullie takken van een wilde struik, maar nu zijn jullie takken aan de olijfboom geworden. Alle takken van de olijfboom krijgen hun voedsel uit de wortels, ze leven dankzij de wortels. Zo is het ook met jullie: jullie leven dankzij de belofte van God. Denk dus niet dat jullie beter zijn dan de Joden die niet geloven!

Aantekening

Romeinen 11 : 17  >  in vers 17-24 wordt de illustratie van de wortel en de takken verder uitgewerkt. Voor Gods volk wordt hier het beeld van een olijfboom gebruikt (vgl. Jeremia 11:16-19; Hosea 14:7-8). Wanneer Paulus zegt dat enige takken afgerukt zijn, denkt hij waarschijnlijk aan de meerderheid van de Joden van zijn tijd. De heidenen zijn geënt op de olijfboom en delen nu dezelfde wortel (de beloften die werden gedaan aan de aartsvaders).

Romeinen 11 : 18 – 20  >  De gelovigen uit de heidenen werden gewaarschuwd tegen arrogantie, want ze zijn gered door Gods heilsbeloften (de wortel) en niet op basis van hun eigen goedheid. De heidenen komen misschien in de verleiding trots te worden omdat God de Joodse takken van de olijfboom verwijderde en hen entte. Maar dat zou vrees en ontzag moeten opwekken (Grieks phobeö,‘bang zijn, diep ontzag hebben, eerbied hebben, bang zijn om aanstoot te geven’), want de Joden werden verwijderd omdat ze niet geloofden en de heidenen blijven alleen maar vanwege hun aanhoudende vertrouwen.

Afgerukt of ingesneden          Romeinen 11 : 17          (Uit de Mannen Bijbel)

Is hier sprake van het afbreken van een tak, of gaat het over enten, waarbij de tak maar deels wordt ingesneden? Dat laatste lijkt logisch. Dat heeft consequenties voor wat deze tekst ons vertelt over de betekenis van Israël. Is Israël als tak weggesneden, en dus weggeworpen? Of is er een inkeping gemaakt waarop de wilde olijf, de kerk, is geënt? In dat geval krijgt de boom een stimulans om meer vrucht te dragen. Dat geld dan zowel voor Israël als voor de kerk.

Israël en wij                 Romeinen 11 : 17 – 32            (Uit de Vrouwen Bijbel)

We vergeten soms dat Israël, al lang voor onze tijd, Gods uitverkoren volk was. In het beeld van de olijfboom worden wij zowel genadig als ‘hardhandig’ op onze plaats gezet. Wij mogen, als wilde takjes, geënt worden op de olijfboom Israël. Laten we bidden dat steeds meer Joodse mensen Jezus als Messias aanvaarden. Dan zullen deze ‘Joodse takken’ door God ‘terug geënt’ worden. Zo horen we wij bijelkaar. 


[1]  Jeremia 11:16

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Gods volk

Lezen: Romeinen 11 : 1 – 12   

Zondag 12 Juli 2020               Romeinen 11 : 1 t/m 5

 Ik zeg dan: [1]Heeft God Zijn volk verstoten? Volstrekt niet! [2]Ik ben immers ook een Israëliet, uit het nageslacht van Abraham, van de stam Benjamin.  God heeft Zijn volk, dat Hij van tevoren kende, niet verstoten. Of weet u niet wat de Schrift zegt in de geschiedenis van Elia, hoe hij God aanspreekt over Israël en zegt: [3]Heere, Uw profeten hebben zij gedood en Uw altaren afgebroken, en ik ben alleen overgebleven. Ook staan zij mij naar het leven. Maar wat zegt het Goddelijk antwoord tegen hem? [4]Ik heb voor Mijzelf nog zevenduizend mannen overgelaten, die de knie voor het beeld van Baäl niet gebogen hebben. [5]Zo is er dan ook in deze tegenwoordige tijd een overblijfsel ontstaan, overeenkomstig de verkiezing van de genade.

(BGT) Dan is nu mijn vraag: Heeft God zijn eigen volk in de steek gelaten? Nee, natuurlijk niet! Kijk maar naar mij: Ik ben zelf een Israëliet. Ik ben een nakomeling van Abraham, en ik hoor bij de stam Benjamin.  God heeft zijn volk Israël niet in de steek gelaten. Hij heeft zijn volk vanaf het begin zelf uitgekozen! Jullie kennen toch het verhaal over de profeet Elia? Het staat in de heilige boeken. Elia klaagt tegen God over het volk van Israël: «Heer, ze hebben uw altaren verwoest en uw profeten gedood. Ik ben de enige die nog overgebleven is. En nu willen ze ook mij doden!» Maar dan zegt God tegen Elia: «Ik heb ervoor gezorgd dat zevenduizend mensen geen afgoden gediend hebben, maar trouw gebleven zijn aan mij.» Ook nu zorgt God ervoor dat een deel van de Joden trouw aan hem blijft. God heeft die mensen zelf uitgekozen. Niet omdat zij zich zo goed aan de wet houden, maar omdat God goed voor hen wil zijn. Want het is alleen te danken aan Gods goedheid dat mensen gered kunnen worden.

Aantekening

Romeinen 11 : 1  >  De meerderheid van de Joden geloofde niet. Betekent dit dat God Zijn volk heeft verstoten? Paulus ziet zichzelf als voorbeeld van de kleine groep die is overgebleven, een overblijfsel waaruit blijkt dat God nog niet klaar is met Israël en dat Hij de beloften die Hij aan het volk heeft gedaan, zal vervullen.

Romeinen 11 : 2  >  God kende Zijn volk van te voren. Zie aantekening bij Romeinen 8:29.

Romeinen 11 : 3 – 5  In zijn wanhoop dacht Elia dat Israël weggevaagd zou worden. Maar God verzekerde Elia dat Hij een overblijfsel had bewaard, wat Elia de hoop gaf dat God Zijn heilsbeloften in de toekomst zou nakomen. In de tijd van Paulus is er net als in de tijd van Elia (vers 4) en vandaag de dag een overblijfsel van Joden die in Christus geloven, door Gods verkiezende genade (vgl. Romeinen 9:27-29).

Aantekening bij Romeinen 8 : 29  >  In vers 29-30 wordt uiteengezet waarom zij die in Christus geloven, er zeker van mogen zijn dat alle dingen zullen meewerken ten goede: God heeft altijd het goede voor hen gedaan. Dat begon al voor de schepping (het verre verleden), ging verder bij hun bekering (het recente verleden) en vindt daarna zijn vervolg op de dag van Christus’ wederkomst (de toekomst). tevoren gekend wijst terug naar het Oude Testament, waar het woord ‘kennen’ Gods speciale keuze voor Zijn volk of verbondsliefde voor Zijn volk benadrukt (bv. Genesis 18:19; Jeremia 1:5; Amos 3:2). Zie Romeinen 11:2 waar ‘tevoren kende’ fungeert als het tegenovergestelde van ‘verstoten’, wat benadrukt dat God Zijn volk koos (zie ook 1 Petrus 1:2, 20). God heeft tevoren … bestemd (d.w.z. van tevoren bepaald) dat degenen die Hij vooraf verkoos, als Christus zouden worden.


[1]  Jeremia 65:2

[2]  2 Korinthe 11:22; Filippenzen 3:5 

[3]  1 Koningen 19:10

[4]  1 Koningen 19:18

[5]  Romeinen 9:27