Tekst van de dag Onvergeeflijk
Lezen: Mattheüs 12 : 22 – 37
Donderdag 16 Juli 2020 Mattheüs 12 : 31 – 32
[1]Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal de mensen vergeven worden, maar de lastering tegen de Geest zal de mensen niet vergeven worden. [2]En wie een woord spreekt tegen de Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; [3]maar wie tegen de Heilige Geest spreekt, het zal hem niet vergeven worden, niet in deze eeuw, en ook niet in de komende.
(BGT) Jezus zei: ‘Luister naar mijn woorden: God wil alles vergeven wat mensen verkeerd doen. Zelfs als ze God beledigen. Maar iemand die de heilige Geest beledigt, krijgt geen vergeving. Als iemand slechte dingen zegt over de Mensenzoon, kan hij vergeving krijgen. Maar als iemand slechte dingen zegt over de heilige Geest, krijgt hij geen vergeving. Niet nu in deze wereld, en ook niet straks in Gods nieuwe wereld.’
Aantekening
Mattheüs 12 : 31 – 32 > lastering tegen de Geest zal de mensen niet vergeven worden. Door schaamteloze, koppige en aanhoudende verwerping van God en Zijn geboden kent men wat in Gods kracht tot stand is gekomen toe aan de satan. Ook nu nog begaan ongelovigen deze zonde. De Heilige Geest roept hen op tot bekering, maar zij wijzen Hem willens en wetens hardnekkig af. (Zie verder de uitgebreide aantekening bij Lukas 12:10).
Aantekening bij Lukas 12 : 10 > woord spreken zal tegen … vergeven … tegen de Heilige Geest gelasterd … niet vergeven. Jezus sluit deze gelegenheid om Zijn discipelen onderricht te geven (vers 1 van Lukas 12) af met een van Zijn meest raadselachtige, omstreden en verkeerd begrepen uitspraken tijdens Zijn ambtsbediening. De sleutel om deze passage te begrijpen is het verschil dat Jezus maakt tussen enerzijds de buitensporig zware lastering tegen de ‘Heilige Geest’ en anderzijds het oneerbiedig spreken tegen de ‘Zoon des mensen’. Wie om vergeving vraagt voor ondoordachte smadelijke uitspraken tegen Jezus, zal vergeving krijgen. Denk bv. aan Petrus verloochening van Jezus (zie Lukas 22:54-62) en aan zijn vernieuwde aanstelling als herder van Gods schapen in Johannes 21:15-19. Maar lastering tegen de Heilige Geest, dat is hardnekkige, gewetenloze weerstand tegen het werk van de Heilige Geest en Diens getuigenis over Jezus (vgl. Handelingen 7:51). Dat, zegt Jezus, zal niet worden vergeven. Iemand die zijn hart verhardt tegen God, tegen het werk van de Heilige Geest, en tegen de mogelijkheid van Christus als zijn Verlosser, stelt zich buiten het bereik van Gods vergeving en redding. Het komt vaak voor dat christenen bang zijn deze zonde te hebben begaan, maar die bezorgdheid geeft zelf al blijk van openheid voor het werk van de Geest (zie ook aantekening bij Mattheüs 12:31-32 en Markus 3:29).
Aantekening bij Markus 3 : 29 > Met deze beschuldiging hebben Jezus’ tegenstanders gelasterd … tegen de Heilige Geest. Daarop volgt het eeuwige oordeel (vgl. Mattheüs 12:31-37; Lukas 12:10). In Markus 3:28 zegt Jezus dat ‘alle zonden … vergeven zullen worden’. Daarmee grijpt Hij vooruit op Zijn plaats vervangende verzoening die voor eeuwig geldt (vgl. Markus 10:45). Maar als iemand daden die in Gods kracht zijn verricht hardnekkig, willens en wetens, aan de satan toeschrijft – ofwel het getuigenis van de Geest over Jezus bewust satanisch noemt – krijgt hij geen vergeving in eeuwigheid (zie verder de uitvoerige aantekening over de lastering tegen de Heilige Geest bij Lukas 12:10).
[1] Markus 3:28; Lukas 12:10; 1 Johannes 5:16
[2] 1 Samuël 2:25
[3] Numeri 15:30; 1 Johannes 5:16