Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Wie kan vergeven?

Lezen: Mattheüs 9 : 1 – 8   

Woensdag 10 Juni 2020                 Mattheüs 9 : 6 – 7

Maar opdat u zult weten dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde zonden te vergeven (toen zei Hij tegen de verlamde): Sta op, neem uw bed op en ga naar uw huis. En hij stond op en ging naar zijn huis.

(BGT) Maar ik ben de Mensenzoon. God heeft mij de macht gegeven om zonden te vergeven. Dat zal ik jullie laten zien. ’Toen zei Jezus tegen de man die niet kon lopen: ‘Sta op, pak je bed op, en loop naar huis.’ De man stond op en liep naar huis.

Aantekening

Mattheüs 9 : 6 – 7  >  Zoon des mensen. Zie aantekening bij Mattheüs 8:20. Jezus’ macht om op de aarde zonden te vergeven is een duidelijk teken van Zijn Goddelijkheid, omdat alleen God dit recht heeft. hij stond op en ging naar zijn huis. Dit is een zichtbaar bewijs van Jezus’ macht.

Aantekening bij Mattheüs 8 : 20  >  Jezus noemt Zichzelf graag de Zoon des Mensen* (vgl. Daniël 7:13) en gaf daarmee de feitelijke betekenis van Zijn identiteit en opdracht aan: (1) de ootmoedige Knecht, Die kwam om zondaars te vergeven (vgl. Mattheüs 9:6); (2) de lijdende Knecht, Die door Zijn verzoenende dood en opstanding Zijn volk verlost (Mattheüs 16:13, 27-28), en (3) de verheerlijkte Koning en Rechter, Die terug zal komen om Gods Koninkrijk op aarde te stichten (Mattheüs 25:31; 26:64). niets waarop Hij het hoofd kan neerleggen. Christenen dezelfde behandeling als Jezus en kunnen dan ook geen geriefelijk, comfortabel leven verwachten (Johannes 15:18; vgl. Johannes 16:33).  

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Adam I en Adam II

Lezen: Romeinen 5 : 12 – 21   

Dinsdag 9 Juni 2020                      Romeinen 5 : 17

Want als door de overtreding van de ene de dood geregeerd heeft door de ene, veel meer zullen zij die de overvloed van de genade en van de gave van de gerechtigheid ontvangen, in het leven regeren door de Ene, namelijk Jezus Christus.

(BGT) Vanwege de zonde van één mens, Adam, kreeg de dood macht over alle mensen. Maar dankzij één mens, Jezus Christus, zullen wij allemaal eeuwig leven, samen met hem. Want dankzij Jezus Christus ziet God ons als goede mensen. Dat is Gods grote geschenk voor ons.

Aantekening

Romeinen 5 : 17  >  Door de ene zonde van Adam regeerde de dood over de mensheid, maar nu zullen christenen regeren door het werk van Christus.

Een nieuwe Adam                 Romeinen 5 : 12 – 21              (Uit de Mannen Bijbel)

Paulus zet ze tegenover elkaar: Adam en Christus, zondeschuld en rechtvaardiging, wet en genade. De opdracht voor Adam is duidelijk: eet niet van die ene boom! Adam faalt jammerlijk. En wij met hem. We kunnen niet anders. Adam heeft er geen flauw benul van hoe groot de verantwoordelijkheid is die hij draagt. Door zijn ene zonde is de dood koning over ons geworden.

Er moet een nieuwe Adam komen. Eén die het beter doet. Een Adam met de missie: overwin ‘koning dood’. Dat kan alleen door de dood uit te dagen. Daarom wordt God Zelf Adam (= mens) in Jezus. Jezus zondigt niet. De dood heeft daarom geen recht op Hem. Toch kiest Hij ervoor om te sterven. Dát is pas dapper! Hij betaalt de schuld helemaal. Onsterfelijk keert Hij terug naar het leven. Zo komt de dood in z’n hemd te staan. De dood wordt gedood.

De geslaagde missie van de laatste Adam! Wat een grootse impact heeft die. Hij wist ontelbaar veel zonden uit. De dood is nu geen koning meer. Jezus is Koning! Zondeschuld wordt nu rechtvaardiging, wet wordt nu genade, door het geloof. Alle eer aan Hem!

Herstel                         Romeinen 5 : 12 – 21                    (Uit de Vrouwen Bijbel)

Er is weinig nodig om chaos te creëren. Eén bom, één leugen, één overtreding. Dat volstaat. Omdat alles met elkaar samenhangt en omdat mensen relationele wezens zijn. Adams breuk met God geeft een domino-effect: nakomelingen plukken de zure vruchten, worden zelf overtreders. Maar Gods genadegave is eindeloos méér dan de (eerste) overtreding. In de Heere is er herstel, tot in eeuwigheid. 

Tekst van de dag

Tekst van de dag      Als vijanden al verzoend

Lezen: Romeinen 5 : 1 – 11   

Maandag 8 Juni 2020                    Romeinen 5 : 10

Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, hoeveel te meer zullen wij, nu wij verzoend zijn, behouden worden door Zijn leven.

(BGT) Vroeger waren we dus vijanden van God. Maar nu is het goed tussen God en ons, dankzij de dood van zijn Zoon. Want dankzij de dood van Christus ziet God ons als goede mensen. En dus zullen we ook voor eeuwig gered worden. Daar hoeven we niet aan te twijfelen. Want Christus leeft, en hij zal ons redden op de dag dat God rechtspreekt over de wereld.

Aantekening

Romeinen 5 : 10  >  Net als in vers 9 gaat Paulus’ betoog over van het belangrijke naar het iets minder belangrijke. Hij spreekt hier in termen van verzoening (een vriendschappelijke term) en niet in termen van rechtvaardiging (een juridische term). Omdat christenen door de dood van Christus nu verzoendzijn met God, mogen ze er zeker van zijn dat ze behouden zullen worden op de dag die gaat komen (bij ‘behouden’, Grieks sözö, gaat het niet alleen om de rechtvaardiging aan het begin van het christelijke leven, maar ook om de volledige heiliging, de verheerlijking, de vrijspraak van het laatste oordeel en toekomstige beloning). Maar hier is de zaligheid gebaseerd op Zijn leven. De verwijzing naar de opstanding van Christus laat zien dat zowel de dood als de opstanding van Christus noodzakelijk is voor verlossing (zie Romeinen 4:25). In hoofdstuk 6 van de Romeinen brief wordt het thema van eenheid met Christus in Zijn opstanding verder uitgewerkt.

Liefdesbewijs                        Romeinen 5 : 6 – 11             (Uit de Vrouwen Bijbel)

Voor wie zou jij je leven geven? Als je moeder bent, zeg je misschien: voor mijn kind! Zo’n opoffering vraagt immers onze diepste liefde. Maar voor een slechterik? Vast niet. Al helemaal niet voor een vijand. Hoe groot is Gods liefde. Hij liet Zijn Zoon voor ons sterven toen wij nog Zijn vijanden waren! Laat dat jou aansporen je hart te openen voor iemand die je onsympathiek vindt – of meer dan dat. 

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Live muziek

Lezen: Psalm 150   

Zondag 7 Juni 2020                                      Psalm 150

Halleluja!

Loof God in [1]Zijn heiligdom, loof Hem in Zijn machtig hemelgewelf. Loof Hem om Zijn machtige daden, loof Hem om Zijn geweldige grootheid. Loof Hem met geschal van de bazuin, loof Hem met luit en harp. Loof Hem met tamboerijn en reidans, loof Hem met snarenspel en fluit. Loof Hem met helder klinkende cimbalen, loof Hem met luid klinkende cimbalen. Laat alles wat adem heeft de HEERE loven.

Halleluja!

(BGT) Halleluja!

Zing voor God in zijn heilige tempel, zing voor hem in zijn hemels paleis. Zing voor hem, want hij doet wonderen. Zing voor hem, want groot is zijn macht. Zing voor hem! Klap in je handen en dans. Zing voor hem en maak muziek. Speel op harpen en op fluiten, speel op trommels en trompetten, dank hem met alle instrumenten. Alles wat leeft, zing voor de Heer!

Halleluja!

Aantekening

Psalm 150  >  Deze psalm sluit het psalter af met de oproep aan ‘alles wat adem heeft’ om de Heere te loven met allerlei soorten muziekinstrumenten. Deze psalm zou oorspronkelijk bestemd zijn geweest kunnen zijn voor een of ander bijzonder liturgisch gebruik (bv. de opening van een vreugdevolle eredienst), maar nu dient hij ook als de afsluitende lofprijzing van heel het boek (zie aantekening bij Psalm 41:14). De lijst van muziekinstrumenten in Psalm 150:3-5, met de mengeling van blaasinstrumenten, snarenspel, trommels en ritmische dans, wekt de indruk van luid gezang en ononderbroken beweging. Heel het lichaam is betrokken bij het loven van God.

Psalm 150 : 1 – 2  >  Loof God in Zijn heiligdom. De gemeenteleden nodigen elkaar uit om God te loven in Zijn heiligdom, waar zij samengekomen zijn voor de eredienst. De oproep: loof Hem in Zijn machtig hemelgewelf kan gericht zijn tot de engelen en de hemellichten, met de uitnodiging om mee te doen (vgl. Psalm 148:1-4). De redenen die in Psalm 150:2 worden opgegeven – Zijn matige dadenvoor Zijn volk (zie aantekening bij Psalm 145:10-13) en de geweldige grootheid van Zijn karakter – geven aan dat daarvoor de stemmen van alle gelovigen te zwak zijn, Laat het hemelse leger helpen!

Psalm 150 : 3 – 6  >  Loof Hem met muziek en dans. Niet alleen zijn Gods daden  en grootheid te groot voor enkel menselijke stemmen om daar recht aan te doen, heel de menselijke energie en toewijding is daarbij nodig, met allerlei instrumenten als bazuin, luit, harp, snarenspel, fluit en diverse cimbalen. De tamboerijn wordt doorgaans in verband gebracht met reidans (Psalm 149:3; Exodus 15:20; 1 Samuel 18:6; Jeremia 31:4) in een vreugdevolle optocht, die leidt naar de uiteindelijke wens: Laat alles wat adem heeft (heel Israël, heel de mensheid, alle dieren; vgl. Psalm 148:10-11) de Heere loven: hier vinden zij het echte leven ten volle. Vgl. Openbaring 5:13-14.Halleluja!

Aantekening bij Psalm 41 : 14  > Lofprijzing die Boek Een afsluit. Elk van de vijf boeken van het psalter eindigt met een lofprijzing (zie ook Psalm 72:18-19; 89:53; 106:48; 150:6). Drie ervan lijken geen onderdeel van hun psalmen te zijn (Psalm 41:14; 72:18; 89:53). Psalm 150 besluit tegelijkertijd Boek Vijf en het psalter.

Aantekening bij Psalm 145 : 10 – 13  >  Gods Koninkrijk is van alle eeuwen. Dit gedeelte bezingt het wonder deel te mogen zijn van Gods Koninkrijk (Psalm 145:11, 12, 13). Dit heeft betrekking op Gods erkende koningschap*, zoals te zien is door het noemen van de gunstelingen (de gelovigen onder Zijn volk, zoals in Psalm 37:28) en Zijn machtige daden, die God gedaan heeft om Zijn bedoelingen met Zijn volk te bevorderen*. Gods volk moet Zijn koningschap zien als een gave van Zijn goedheid, niet als een last. 

Luit                             Psalm 150 : 3                         (Uit de mannen Bijbel)

De luit komt uit Arabië en Perzië. Letterlijk betekent luit: ‘het stokje’. De luit komt als instrument diverse keren voor in de Psalmen, meestal in combinatie met de harp of ‘het tiensnarig instrument’.

Finale                          Psalm 150 : 1 – 6                   (Uit de Vrouwen Bijbel)

De laatste psalm, een grandioos loflied op God. Alles wordt uit de kast gehaald en opgetrommeld tot eer van God. 

De Heere troont op de lofzangen van Zijn volk, zegt Psalm 22:4. Goed om je muzikale talenten te ontwikkelen en in te zetten voor de dienst aan God. Halleluja loof de Heere!

Samenspel                    Psalm 150 : 3 – 6                   (Uit de Vrouwen Bijbel)

‘Laat alles wat adem heeft de Heere loven.’ Niemand valt daarbuiten. God lof zingen kan dan ook heel goed gezamenlijk. Juist samen, in alle diversiteit, kan ieder op zijn of haar manier een bijdrage leveren. Dat loven kan in Zijn heiligdom. Als is er nu geen tempel meer, ook in de kerk kun je God offers brengen van dankzegging. Zou samenspel en samenzang geen eenheid brengen in Zijn huis? 


[1]  Jesaja 6:3

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Klein geloof

Lezen: Mattheüs 8 : 23 – 34   

Zaterdag 6 Juni 2020                     Mattheüs 8 : 23 – 27

[1]En toen Hij aan boord van het schip gegaan was, volgden Zijn discipelen Hem. En zie, er ontstond een grote onstuimigheid in de zee, zodat het schip door de golven bedekt werd; maar Hij sliep. En Zijn discipelen kwamen bij Hem, wekten Hem en zeiden: Heere, red ons, wij vergaan! En Hij zei tegen hen: Waarom bent u angstig, kleingelovigen? [2]Toen stond Hij op en bestrafte de winden en de zee, en er kwam een grote stilte. De mensen verwonderden zich en zeiden: Wat voor Iemand is Dit, dat zelfs de winden en de zee Hem gehoorzaam zijn?

(BGT) Daarna stapte Jezus in de boot. Zijn leerlingen gingen met hem mee.  Opeens begon de grond onder het meer te bewegen. De golven werden zo hoog dat de boot bijna onder water verdween. Maar Jezus lag te slapen in de boot. De leerlingen gingen naar hem toe en maakten hem wakker. Ze riepen: ‘Heer, red ons! We verdrinken!’ Jezus zei: ‘Waarom zijn jullie zo bang? Is jullie geloof dan zo klein?’ Jezus ging staan, en hij sprak streng tegen de wind en het water. Toen werd het water helemaal rustig. De leerlingen waren erg verbaasd. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Zelfs de wind en het water doen wat hij zegt. Wat is dit voor iemand?’

Aantekening

Mattheüs 8 : 23 – 24  >  grote onstuimigheid (Grieks seismos, ‘krachtige schudding, aardbeving’). Hoewel de zee van Galilea in het aardbevingsgevoelige Jordaandal ligt, noemt Mattheüs hier ook ‘winden’ (vers 26). Het lijkt hier dus eerder op een zware storm die hoge golven maakte en het schip deed schudden. In 1986 is in Galilea een schip ontdekt dat hier mogelijk op lijkt.

Mattheüs 8 : 26  >  kleingelovigen (Grieks ‘oligopistos) is niet ‘ongelovig’ (Grieks ‘apistos), maar met een ‘onwerkzaam’, ‘onvolmaakt’, ‘ontoereikend’ geloof (vgl. Mattheüs 6:30). Jezus vermaant Zijn discipelen dat ze beter moesten weten. bestrafte. Jezus heerst zelfs over het natuurgeweld, net zoals God in het Oude Testament de zee ‘bestrafte’ en Zijn oppermacht over de natuur toonde (2 Samuel 22:16; Psalm 18:16).

Mattheüs 8 : 27  >  verwonderen (Grieks thaumazö, ‘zich afvragen, verbaasd zijn’). In Mattheüs 7:28 wordt een ander woord gebruikt voor de reactie van de menigte (‘versteld’), maar ook de discipelen begrijpen Jezus’ identiteit niet ten volle.


[1]  Markus 4:35; Lukas 8:22

[2]  Job 26:12; Psalm 107:29; Jesaja 5:10

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Genezingdienst

Lezen: Mattheüs 8 : 14 – 22   

Vrijdag 5 Juni 2020                        Mattheüs 8 : 16 – 17

Toen het nu avond geworden was, brachten ze velen die door demonen bezeten waren, bij Hem, en Hij dreef de boze geesten uit met een enkel woord, en Hij genas allen die er slecht aan toe waren, opdat vervuld werd wat gesproken was door de profeet Jesaja toen hij zei: [1]Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragen.

(BGT) ’s Avonds laat werden er zieke mensen bij Jezus gebracht, en ook veel mensen die een kwade geest in zich hadden. Jezus zei tegen de kwade geesten dat ze weg moesten gaan, en hij maakte alle zieken beter. Dat moest zo gebeuren, want de profeet Jesaja heeft gezegd: «Hij neemt alle ziektes en alle pijn van ons weg.»

Aantekening

Mattheüs 8 : 16 – 17  >  Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragenverwijst naar Jesaja’s profetie over de Knecht (Jesaja 53) in Zijn rol als Messiaans genezer (zie Jesaja 53:5; vgl. aantekening bij Mattheüs 11:3-5). Niet alle kwalen komen door boze geesten, er is verschil tussen genezing van zieken (die er slecht aan toe waren) en de uitdrijving van boze geesten bij hen die door demonen bezeten waren.

Aantekening bij Mattheüs 11 : 3 – 5   Bent U het Die komen zou? Johannes vreest wellicht dat zijn huidige gevangenschap niet strookt met wat hij begrijpt van de verwachte Messias, want Hij zou zegen brengen aan wie zich bekeerde (zie aantekening bij Mattheüs 3:11). Maar Jezus’ dienstwerk strookt met de profetische beloften over het tijdstip van verlossing, zoals Zijn woorden herinneren aan die van Jesaja: blinden worden ziende (vgl. Mattheüs 9:27-31; Jesaja 29:18; 35:5) en kreupelen kunnen lopen (Jesaja 35:6; vgl. Mattheüs 15:30-31), melaatsen worden gereinigd (Jesaja 53:4; vgl. Mattheüs 8:1-4), doven kunnen horen (Jesaja 29:18-19; 35:5; vgl. Markus 7:32-37), doden worden opgewekt (Jesaja 26:18-19; vgl. Mattheüs 10:8; Lukas 7:11-17; Johannes 11:1-44) en aan armen wordt het Evangelie verkondigd (Jesaja 61:1; vgl. Mattheüs 5:3; Lukas 14:13, 21). Jezus’ daden bewezen meer dan eens Wie Hij was en dat het voorspelde tijdstip van verlossing was gekomen (‘het jaar van welbehagen van de Heere’; Jesaja 61:1-2; vgl. Jesaja 62:1). 

Aantekening bij Mattheüs 3 : 11  >  Hij Die na mij komt getuigt van een sterke Messiaanse verwachting. is sterker dan ik. Johannes kondigt de nabijheid van het koninkrijk aan, maar Hij Die zal komen heeft macht van God om de Messiaanse heerschappij te vestigen. Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur. De doop met water van Johannes wordt vervangen door de doop van Hem Die komt (zie aantekening bij 1 Korinthe 12:13). Wie zich bekeert en op Hem bouwt, zal de gave van de Heilige Geest ontvangen (vgl. Joël 2:28-29; Handelingen 2:16-21). Maar de onbekeerde zal het oordeel van het eeuwige vuur ontvangen, en zelfs wie zich bekeert moet door het louteringsvuur.

Aantekening bij 1 Korinthe 12 : 13  >  Aangezien de Geest één is, verenigt Hij mensen over etnische en sociale grenzen heen, die hen normaal gezien zouden verdelen. (Zie Romeinen 10:12; Galaten 3:27-28; Kolossenzen 3:11.) wij allen immers zijn door één Geest … gedoopt. Hier wordt dezelfde Griekse constructie (het ww. Baptiö plus ‘en [‘in] plus het zelfstandig naamwoord van pneuma, ‘Geest’) gebruikt als in de andere zes gedeelten in het Nieuwe Testament over de ‘doop met de Heilige Geest’ Mattheüs 3:11; Markus 1:8; Lukas 3:16; Johannes 1:33; Handelingen 1:5; 11:16). Hier lijkt het duidelijk een verwijzing te zijn naar het reinigende en versterkende werk dat de Heilige Geest doet in de mens als die zich bekeert. De doop wordt hier figuurlijk gebruikt. Die verwijst naar het werk dat de Geest in de gelovige doet om hem één te maken met het lichaam van Christus, dat ook het lichaam van de gelovige is. De doop met water is een uiterlijk teken van deze realiteit (vgl. Romeinen 6:4; Galaten 3:27). doordrenkt. Geen verwijzing naar de beker bij het Avondmaal, maar naar de uitstorting van Gods Geest op Zijn volk (vgl. Johannes 7:37-39; Romeinen 5:5).    


[1]  Jesaja 53:4; 1 Petrus 2:24

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Groot geloof

Lezen: Mattheüs 8 : 2 – 13   

Donderdag 4 Juni 2020                  Mattheüs 8 : 8 – 10

De hoofdman antwoordde en zei: Heere, ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt; maar [1]spreek slechts een woord, en mijn knecht zal genezen zijn. Want ook ik ben een mens onder het gezag van anderen en heb zelf soldaten onder mij; ik zeg tegen de één: Ga! en hij gaat; en tegen de ander: Kom! en hij komt; en tegen mijn dienaar: Doe dat! en hij doet het. Toen Jezus dit hoorde, verwonderde Hij Zich, en zei tegen hen die Hem volgden: Voorwaar, Ik zeg u: Ik heb zelfs in Israël zo’n groot geloof niet gevonden.

(BGT) Maar de officier zei: ‘Heer, kom alstublieft niet naar mijn huis, want dat ben ik niet waard. U hoeft alleen maar te zeggen dat mijn zoon beter moet worden. Dan zal dat gebeuren. Want ik moet zelf ook doen wat mijn generaal zegt. En mijn soldaten moeten doen wat ik zeg. Als ik tegen een soldaat zeg: ‘Je moet gaan,’ dan gaat hij. En als ik zeg: ‘Je moet komen,’ dan komt hij. En als ik tegen mijn knecht zeg: ‘Doe dit,’ dan doet hij het.’ Toen Jezus hoorde wat de officier zei, was hij verbaasd. Hij zei tegen de mensen die met hem meegingen: ‘Luister goed naar mijn woorden: Zo’n groot geloof heb ik in heel Israël nog niet gezien!

Aantekening

Mattheüs 8 : 8  >  De hoofdman spreekt Jezus aan met Heere (vgl. vers 2). Hij voelt de Joodse traditie goed aan, want hij zegt niet waardig te zijn om Jezus in zijn heidense woning te ontvangen. Een Jood die het huis van een heiden betrad, werd ritueel onrein (zie Handelingen 10:28).

Mattheüs 8 : 10  >  De hoofdman lijkt te begrijpen wat in Israël niet werd gevonden: Jezus is de langverwachte Messias, Jezus verwonderde Zich en prees de hoofdman om zijn grote geloof, dat had hij in Israël niet aangetroffen. 


[1]  Psalm 107:20

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Diervriendelijk

Lezen: Psalm 104 : 19 – 35   

Woensdag 3 Juni 2020                   Psalm 104 : 20 – 21

U brengt de duisternis teweeg en het wordt nacht; daarin gaan alle dieren in het woud naar buiten. [1]De jonge leeuwen brullen om een prooi en verlangen van God hun voedsel.

(BGT) op uw tijd wordt het nacht. Dieren in het bos worden dan wakker. De jonge leeuwen krijgen honger, brullend vragen ze u om eten.

Aantekening

Psalm 104 : 19 – 24  >  De Heere bestuurt het ritme van dag en nacht. Deze verzen gaan door met de vierde scheppingsdag, toen God de hemellichten aanwees om voor de mensen de tijd af te bakenen. Dat doen ze nog steeds. De maan geeft de vaste tijden aan (d.w.z. de bestemde tijden van de liturgische kalender, zie aantekening bij Genesis 1:14-19) met haar schijn gestalten, zij werkt ook samen met de zon om dag en nacht te onderscheiden. Gedurende de nacht zijn vele wilde dieren actief: dan gaan alle dieren in het woud naar buiten, en de jonge leeuwen brullen om een prooi. Bij het aanbreken van de dag trekken ze zich terug in een schuilplaats, en de mens gaat dan op weg naar zijn werk. Deze verzen helpen de Israëlieten het ritme van hun leven te zien, waardoor zij overdag werken en ’s nachts rusten, en zij volgen hiermee de scheppingsorde* en zo de bredere context van de activiteiten van de dieren. Hard werken is geen kwade verstoring van de oorspronkelijke schepping. De mens had werk te doen gekregen in het hof van Eden (Genesis 2:15). De vloek was niet dat mensen voortaan moesten werken, maar hij besmette het werk met pijn (Genesis 3:17-18). Psalm 104:24 sluit dit gedeelte af (over de rijkdommen op de aarde). Met zijn uitroep van verwondering en vreugde: Hoe groot zijn Uw werken!

Psalm 104 : 21  >  Roofdieren, zoals jonge leeuwen, gaan achter hun prooi aan en verlangen van God hun voedsel. Deze activiteit wordt bewonderd en gezien als onderdeel van het goede functioneren van de wereld, zolang deze dieren geen vee bedreigen (vgl. 1 Samuel 17:34-35; Jesaja 31:4; Amos 3:12) of mensen (Richteren 14:5; 2 Koningen 17:25).

Aantekening bij Genesis 1:14-19  >  Dit gedeelte sluit nauw aan bij de ordening van dag en nacht op de eerste dag, waar de scheiding van licht en duisternis aan de orde is (vers 3-5). Hier ligt de nadruk op de schepping van de lichten die de tijd zullen beheersen, en tevens licht op de aarde zullen brengen (vers 15). Door ze als het grote licht en het kleine lichtaan te duiden (vers 16), vermijdt de tekst het gebruik van termen die ook eigennamen waren voor heidense godheden, verbonden met zon en maan. Genesis 1 ondermijnt welbewust heidense ideeën dat het wezen van natuur onder controle zou staan van verschillende godheden.


[1]  Job 39:1, 2; Jesaja 31:4

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Gods dag van de arbeid

Lezen: Psalm 104 : 1 – 18   

Dinsdag 2 Juni 2020                      Psalm 104 : 3 – 4

Hij maakt de zoldering van Zijn hemelzalen op de wateren, maakt van de wolken Zijn wagen, [1]wandelt op de vleugels van de wind. [2]Hij maakt Zijn engelen tot hulpvaardige geesten, Zijn dienaren tot vlammend vuur.

(BGT) Hoog boven de hemel is uw paleis. U rijdt op een wagen van wolken, de wind blaast u vooruit. De wind is gehoorzaam aan u, de bliksem doet wat u wilt.

Aantekening

Psalm 104 : 4  >  Hij maakt Zijn engelen tot hulpvaardige geesten. Hebreeën 1:7 haalt dit vers aan uit de [3]LXX, waar het Hebreeuws mal’achim (in Psalm 104:4 door sommige vertalingen ‘boodschappers’ genoemd) vertaald is als ‘engelen’ (Grieks angeloi). Het versterkt de bewijsgrond dat Jezus hoger is dan de engelen door te tonen dat Jezus hoger eer ontvangt dan de engelen. 


[1]  Psalm 18:11; Jesaja 19:1; Openbaring 14:14

[2]  Hebreeën 1:7

[3]  De Septuagint of Septuaginta, vaak afgekort tot LXX (70 in Romeinse cijfers), is de naam voor de Griekse vertaling van de Tenach of de Hebreeuwse Bijbel, die tussen circa 250 v.Chr. en 50 v.Chr. werd gemaakt.

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Onderhandelingsresultaat

Lezen: Ruth 4 : 1 – 22    

Maandag 1 Juni 2020                         Ruth 4 : 13 en 14

Zo nam Boaz Ruth en zij werd hem tot vrouw, en hij kwam bij haar. En de HEERE gaf haar dat zij zwanger werd en een zoon baarde. Toen zeiden de vrouwen tegen Naomi: Geloofd zij de HEERE, Die niet heeft nagelaten om u vandaag een losser te geven. Moge zijn naam beroemd worden in Israël!

(BGT). Ruth werd de vrouw van Boaz en ze sliepen met elkaar. De Heer liet Ruth zwanger worden en ze kreeg een zoon. Toen zeiden de vrouwen van de stad tegen Noömi: ‘Dank de Heer! Hij heeft je vandaag een kleinzoon gegeven die voor je kan zorgen. Later zullen de mensen in Israël zich dit kind nog steeds herinneren.

Aantekening

Ruth 4 : 13  >  Ruth plaatste zich eerst in de rol van slavin (Ruth 2:13) en dienares (Ruth 3:9); nu is zij de vrouw van Boaz (zie aantekening bij Ruth 4:10). de Heere gaf haar dat zij zwanger werd zoals Hij dat deed voor Lea en Rachel (zie aantekening bij Ruth 4:11; vgl. Genesis 29:32-35; 30:23). Het werd een zoon (Hebreeuws ben) is verwant met ‘bouwen’ (Hebreeuws banah, Ruth 4:11). De zoon is degene door wie het huis wordt gebouwd (Ruth 1:9; 4:11, 12). Ruth heeft nu rust gevonden (zie aantekening bij Ruth 1:8-9; 3:1; vgl. Psalm 113:9).

Ruth 4 : 14  >  Geloofd zij de Heere. De vrouwen zien dat de Heere de bron is van het nieuwe leven (zie aantekening bij Ruth 2:4; 2:20) dat door verlossing ontspringt. Door de erfgenaam een losser te noemen, verwijzen zij naar Hem Die verlossing brengt.

Zie aantekening bij Ruth 4:10  Moabitische (zie aantekening bij Ruth 1:22). Om het bezit te behouden, neemt (lost letterlijk ‘koopt’) Boaz Ruth voor zichzelf tot vrouw (zie Ruth 4:13; Deuteronomium 25:5). niet zal worden uitgewist onder zijn broeders. D.i. niet afgesloten van zijn stamgenoten (Ruth 4:3). in de poort. Mogelijk bekleedden mannen uit deze familie hoge posities in de poort. zijn woonplaats verwijst naar zijn sociale positie (Job 20:9; Psalm 103:16). In zijn huis (Richteren 7:7; 1 Samuel 2:20), stad (Deuteronomium 21:19; vgl. Johannes 14:2, 3; Hebreeën 11:8), gebied (Richteren 19:16) en land (Exodus 23:20).

Aantekening bij Ruth 1:22  :  Ruth, de Moabitische. Haar afkomst wordt een aantal keer genoemd (Ruth 1:4, 22; 2:2, 6, 21; 4:5, 10; vgl. 2:10). De auteur benadrukt hoe Gods goedertierenheid (Ruth 1:8) overvloedig tot de Israëlieten komt door een buitenlandse (Ruth 3:10; 4:13 e.v.) en dus verder reikt dan tot hen – maar wel via hen (Ruth 2:20). De gersteoogst is in april/mei, een paar weken voor de tarweoogst (zie Ruth 2:23).

Aantekening bij Ruth 4:11  >  Rachal en Lea Deze twee vrouwen waren onvruchtbaar (net als Ruth tot nu toe*), maar de Heere opende hun baarmoeders (Genesis 29:31; 30:22). Lea was de moeder van Juda (Genesis 35:23), voorvader van de stam van Boaz en Naomi. Door kinderen te baren, hebben zij het huis van Israël gebouwd – zij hebben Jakobs familie doen voortbestaan (Deuteronomium 25:9; Psalm 127:1; Spreuken 24:27). Het volk en de oudsten spreken ook de zegenwens uit dat Boaz krachtige daden zal doen*. Door Boaz’ nakomelingen is Davids huis gebouwd (2 Samuel 7:11, 26). Dit was de trots van Efrata en Bethlehem(*vgl. 1 Samuel 17:12).

Aantekening bij Ruth 2 : 4  >  De heilwens De Heere zij met u! stelt Gods aanwezigheid bij de maaiers vast. De Heere zegene u! is de erkenning dat Hij hun leven en werk vruchtbaar maakt (Genesis 1:22, 28; Deuteronomium 28:8, 11-12; zie aantekening bij Ruth 2:20).

Aantekening bij Ruth 2 : 20  >  zijn goedertierenheid. In dit verhaal is Boaz de belichaming van Gods karakter – in het bijzonder Zijn goedertierenheid. Deze goedertierenheid is duidelijk zichtbaar in Ruth 2:8-9 en 14-16 als Boaz’ gulheid aan Ruth verder reikt dan zijn wettelijke verplichtingen. Ruth ontvangt Boaz’ goedertierenheid voor een vreemdeling en beleeft zo wat Israël als geheel, en elke trouwe Israëliet afzonderlijk, ontvangt van de Heere (vgl. Deuteronomium 7:7-9). Naomi’s zegen ziet uit naar goedertierenheid aan de levenden – in een huwelijk (Deuteronomium 25:5-6; Ruth 1:10a, 13) – en aan de doden (Ruth 1:8) – door hun naam in stand te houden over hun erfelijk bezit Ruth 4:5, 10b; Leviticus 25:23, 25). Nauw aan ons verwant … een van onze lossers. Boaz is nog het nauwst verwant noch de enige verwant van Naomi*. We zien hier twee zaken gecombineerd: het lossen van verwanten en het zwagerhuwelijk. Wat Ruth ‘overkwam’ (Ruth 2:3), blijkt nu voorzienigheid te zijn.