Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Red mij!

Lezen: Psalm 69 : 14 – 30   

Zaterdag 20 Juni 2020                   Psalm 69 : 17 – 19

Verhoor mij, HEERE, want Uw goedertierenheid is rijk; zie mij aan naar Uw grote barmhartigheid. Verberg Uw aangezicht niet voor Uw dienaar, want de angst benauwt mij; verhoor mij spoedig. Nader tot mijn ziel, bevrijd haar; verlos mij omwille van mijn vijanden.

(BGT)  Antwoord mij, Heer, want u bent goed en trouw. Help mij, want uw liefde is groot. Verberg u niet voor mij, geef mij toch antwoord, want ik ben in nood. Kom bij me en red mijn leven, bevrijd me van mijn vijanden.

Aantekening

Psalm 69 : 14 – 19  >  Mijn gebed richt zich tot U. Het volgende gedeelte van de psalm brengt de relatie van de zanger tot God tot uitdrukking: mijn gebed richt zich U, verberg Uw aangezicht niet, nader tot mijn ziel. Zijn zaak staat er wanhopig voor en hij heeft dringend Gods hulp nodig. De bidder beroept zich op wat God over Zichzelf heeft geopenbaard. In Uw grote goedertierenheid en trouw(vers 14) en barmhartigheid (vers 17) weerklinkt Exodus 34:6, Gods openbaring van Zijn karakter (‘barmhartig en genadig, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw’). In dit geval is duidelijk datVerhoor (Psalm 69:17-18) voor Hem betekent iets te doen om de situatie te verbeteren (‘nee’ is hier geen afdoend antwoord!). Met betrekking tot ‘Verberg Uw aangezicht niet’, zie aantekening bij Psalm 51:11. verlos.*  

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Het hoofd boven water houden

Lezen: Psalm 69 : 1 – 13   

Vrijdag 19 Juni 2020                      Psalm 69 : 2 – 3

Verlos mij, o God, want het water is tot aan de ziel gekomen. Ik ben gezonken in bodemloze modder, waarin men niet kan staan; ik ben gekomen in de waterdiepten en de vloed overspoelt mij.

(BGT) Red mij, God, want ik krijg bijna geen adem meer. Het is alsof ik verdrink, alsof ik wegzak in de modder. Nergens vind ik meer steun! Het is alsof ik meegetrokken word door de stroom van een rivier, in water dat te diep is.

Aantekening

Psalm 69 : 2 – 5  >  Ik verkeer in grote problemen door bedrieglijke vijanden. De zanger legt de situatie neer voor god. Allereerst doet hij dat door kleurrijke beeldspraak (zoals verdrinking, drijfzand vers 2-3, vgl. vers 15-16) en dan door zijn eigen ongelukkige toestand (vers 4). Tenslotte doet hij dat met de zaak waar het nu om gaat: wie mij zonder reden haten. Aangezien de psalm verderop zal erkennen dat de zanger niet volmaakt is, kan dit geen aanspraak betekenen op volkomen onschuld. Het is eerder een stelling dat de zanger geen kwaad gedaan heeft aan de mensen die om valse redenen zijn vijand zijn.

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Wat is het je waard?

Lezen: Mattheüs 10 : 34 – 11 : 1   

Donderdag 18 Juni 2020                Mattheüs 10 : 38

[1]En wie zijn kruis niet op zich neemt en Mij navolgt, is Mij niet waard.

(BGT) Je kunt alleen bij mij horen als je met mij meegaat en samen met mij lijdt.

Aantekening

Mattheüs 10 : 38  >  zijn kruis … op zich neemt (vgl. Mattheüs 16:24). Kruisiging is een schokkend symbool van het discipelschap. Een discipel verloochent zichzelf (zijn eigen wil sterft), neemt zijn kruis op (omarmt Gods wil, wat het ook kost) en volgt Christus.


[1]  Mattheüs 16:24; Markus 8:34; Lukas 9:23; 14:27

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Luid en duidelijk

Lezen: Mattheüs 10 : 24 – 33  

Woensdag 17 Juni 2020                 Mattheüs 10 : 27

Wat Ik u zeg in het duister, zeg het in het licht; en wat u hoort in het oor, predik dat op de daken.

(BGT) Alles wat ik jullie vertel, is nu nog geheim. Ik vertel het alleen aan jullie. Maar jullie moeten ervoor zorgen dat het overal bekend wordt. En dat iedereen het hoort.

Aantekening

Mattheüs 10 : 27  >  predik dat op de daken. Tot nu toe wilde Jezus geen bekendheid (zie aantekening bij Mattheüs 8:4), maar nu komt de tijd dat het geheimenis overal verkondigd zal worden.

Aantekening bij Mattheüs 8 : 4  >  laat uzelf aan de priester zien. Jezus draagt de man op om te doen wat de wet vereist inzake melaatsen die terugkeren in de maatschappij. tegen niemand zegt. Jezus wil beslist voorkomen dat er misverstanden over Zijn Messiaanse identiteit ontstaan. Hoewel wonderen kracht bijzetten aan Zijn boodschap van het komende Koninkrijk, wil Hij niet dat de mensen alleen maar voor de wonderen komen. Voor andere teksten over wat sommigen het ‘Messiaanse geheimenis’ noemen, zie Mattheüs 9:30; 12:16; 16:20; 17:9.

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Bereid je maar (niet) voor!

Lezen: Mattheüs 10 : 16 – 23   

Dinsdag 16 Juni 2020                  Mattheüs 10 : 18 – 20

[1]En u zult ook voor stadhouders en koningen geleid worden omwille van Mij, tot een getuigenis voor hen en de heidenen. [2]Maar wanneer zij u overleveren, moet u niet bezorgd zijn hoe of wat u spreken moet, want het zal u op dat moment gegeven worden wat u spreken moet. Want u bent het niet die spreekt, maar de Geest van uw Vader, Die in u spreekt.

(BGT) En jullie zullen bij bestuurders en koningen gebracht worden. Daar moeten jullie het goede nieuws vertellen. Want alle volken moeten het horen. Stel dat jullie gevangengenomen worden. Maak je dan geen zorgen over wat je moet zeggen, of hoe je het moet zeggen. Want op dat moment zal God je de juiste woorden geven. Want je spreekt dan niet zelf, maar de Geest van jullie Vader spreekt dan door jullie mond.

Aantekening

Mattheüs 10 : 18  >  tot een getuigenis voor hen en de heidenen. Zoals Jezus voorspelde, moesten de leiders van de vroege Kerk voor de Joodse bestuurders (Handelingen 4:1-22), de wereldse macht van Israël (Handelingen 12:1-4) en Rome (Handelingen 14:5) verschijnen.

Mattheüs 10 : 1 – 20  >  Jezus moedigt de discipelen aan om niet bezorgd te zijn, want dezelfde GeestDie Hem leidde en bijstond (Mattheüs 4:1; vgl. Mattheüs 1:18, 20; 3:1) zal door de discipelen spreken in hun zwaarste omstandigheden.


[1]  Handelingen 24:1; 25:4

[2]  Markus 13:11; Lukas 12:11; 21:14

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Op weg zonder ballast

Lezen: Mattheüs 10 : 5 – 15   

Maandag 15 Juni 2020                  Mattheüs 10 : 9 – 10

[1]Voorzie u niet van goud of zilver of kopergeld in uw gordels, of van een reiszak voor onderweg of twee stel onderkleren of sandalen of een staf. [2]Want de arbeider is zijn voedsel waard.

(BGT) Neem geen geld aan van de mensen. Geen groot bedrag maar ook geen kleingeld. Neem ook geen tas mee, geen extra kleren, geen schoenen en geen stok. Je krijgt wel wat je nodig hebt, want jullie werken hard.’

Aantekening

Mattheüs 10 : 9 – 10  >  Voorzie u niet van goud of zilver … of sandalen of een staf. Jezus verbiedt de twaalf niet het bezit van deze dingen, maar Hij heeft het hier over wat zij voor deze ene opdracht nodig hebben. Dit zal nl. een relatief korte zendingsreis worden, dus ze moeten niet te lang met voorbereidingen bezig zijn. Zij die de goede boodschap ontvangen, moeten hen onderhouden (want de arbeider is zijn voedsel waard). Sommigen zien hierin een tegenstelling tussen de opdracht voor de twaalf in Mattheüs (en Lukas 9:3) en wat Markus schrijft bij een soortgelijke opdracht (Markus 6:8-9). Maar het is best om deze twee geschiedenissen in elkaars verlengde te zien d.w.z. het gaat hier om twee gedeelten van een langere reeks aanwijzingen, waarbij Jezus de twaalf gebood om geen nieuwe dingen aan te schaffen, maar alleen het noodzakelijkste voor de reis mee te nemen, bv. de staf en de sandalen die ze hadden. Zie ook aantekening bij Lukas 9:3.

Aantekening bij Lukas 9 : 3  >  Neem niets mee voor onderweg. Zie aantekening bij Mattheüs 10:9-10 en Markus 6:8-9. Misschien vanwege de korte reis en om hen op God te leren vertrouwen voor wat ze nodig hebben (Lukas 12:22-31). geen staf. Blijkens Markus 6:8 mochten ze juist wel een staf meenemen. Waarschijnlijk bedoelde Jezus hier niet elke staf te verbieden, maar het meenemen van een extra staf (zoals in Lukas 10:4 extra sandalen). reiszak. Knapzak voor proviand.

Eropuit gestuurd worden: beangstigend of bemoedigend?  

Mattheüs 10-1-15                                                              (Uit de mannen Bijbel)

De discipelen worden door Jezus uitgezonden. Hun taak is om te verkondigen en om te genezen. Jezus zegt niet dat het gemakkelijk zal zijn. Ze worden gestuurd als schapen tussen de wolven! Ze kunnen gevangengenomen worden en overgeleverd aan hoge rechters. Daar kun je bang van worden. Toch zegt Jezus wel drie keer: ‘Wees niet bevreesd.’ Boze mensen kunnen je wel doden, maar ze kunne je ziel niet afpakken.

Dat roept bij ons wel vragen op. Is deze roeping alleen voor die twaalf mannen, of ook voor ons? En hoe zit het bij mij met het vasthouden aan mijn mooie en makkelijke leven op aarde?

We horen niet bij de eerste twaalf discipelen (of apostelen, zoals ze in vers 2 genoemd worden). Maar als leerlingen van dezelfde `meester worden ook wij vandaag geroepen om, waar dat mogelijk is, in woorden en daden te getuigen. En ook wij worden geroepen om het eeuwige leven met Jezus als het hoogste goed te zien. Hoger dan een veilig leventje hier op aarde.

Zo ver kom je niet zomaar. Daarvoor heb je de hulp van God hard nodig. Maar Hij wil die ook geven. Daarom: begin elke dag met bidden om bemoediging en de leiding van Zijn Geest.


[1]  Markus 6:8; Lukas 9:3; 22:35

[2]  Leviticus 19:13; Deuteronomium 24:14; Lukas 10:7; 1 Korinthe 9:4, 14:1; 1 Timotheüs 5:18

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      bijzondere arbeiders

Lezen: Mattheüs 9:35 – 10:4   

Zondag 14 Juni 2020                     Mattheüs 10 : 2 – 4

De namen nu van de twaalf apostelen zijn deze: de eerste, Simon die Petrus genoemd werd, en Andreas, zijn broer; Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en Johannes, zijn broer; Filippus en Bartholomeüs; Thomas en Mattheüs, de tollenaar; Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Lebbeüs, die ook Thaddeüs genoemd werd; Simon Kananites en Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft.

(BGT) Nu volgen de namen van de twaalf leerlingen. Om te beginnen Simon, die ook Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas. Dan Jakobus en Johannes, twee broers. Hun vader was Zebedeüs. Verder Filippus, Bartolomeüs, Tomas, Matteüs, de tollenaar, en Jakobus, de zoon van Alfeüs. Ten slotte Taddeüs, Simon Kananeüs en Judas Iskariot. Deze Judas Iskariot heeft later meegeholpen om Jezus gevangen te nemen.

Aantekening

Mattheüs 10 : 2  >  apostelen (mv. van Grieks ‘apostolos; in Mattheüs alleen hier gebruikt; zie aantekening bij Romeinen 1:1) waren aangewezen als Jezus’ speciale vertegenwoordigers, terwijl onder ‘discipelen’ (Mattheüs 10:1) iedereen verstaan werd die in Jezus geloofde. Elke lijst van de twaalf begint met Petrus (vgl. Markus 3:16-19; Lukas 6:13-16; Handelingen 1:13), omdat hij woordvoerder was. Petrus, Jakobus en Johannes waren de vertrouwelijkste discipelen.

Mattheüs 10 : 3 – 4  >  De twaalf apostelen waren nogal verschillend: o.a. vissers, een tollenaar (Mattheüs) en een fanatiek ijveraar (Simon Kananites). Judas Iskariot wordt altijd als laatste vermeld: ‘Iskariot’ gaf hoogstwaarschijnlijk aan waar hij vandaan kwam. Hij was de penningmeester van de groep (Johannes 12:6) en Jezus’ verrader.*

Aantekening bij Romeinen 1 : 1  > dienstknecht. Zie aantekening bij 1 Korinthe 7:21 over het gebruik van het woord ‘slaaf’ in de 1e eeuw (Grieks doulos, ‘dienstknecht, slaaf’). Dit predicaat geeft aan dat Paulus een slaaf van Christus is, maar tegelijkertijd herinnert het aan de geëerde dienstknechten van god in het Oude Testament, zoals Mozes, Jozua, David en de profeten (Jozua 14:7; 24:29; 2 Koningen 17:23; Psalm 89:4). apostel benadrukt dat het gezag van Paulus gelijk is aan het gezag van de 12 apostelen die door Christus werden gekozen. De apostelen werden specifiek door Christus geroepen (Mattheüs 10:1-7; Handelingen 1:24-26; Galaten 1:1) en zij hadden de opgestane Heere Jezus gezien (Handelingen 1:22; 1 Korinthe 9:1; 15:7-9). Zij vestigen de gemeente en gaven er leiding aan, onder Jezus Christus. Ze hadden het gezag om Gods woorden te spreken en te schrijven, in gezag gelijk aan de Schrift van het Oude Testament (1 Korinthe 14:37; 2 Korinthe 13:3; Galaten 1:8-9; 1 Thessalonicenzen 2:13; 4:15; 2 Petrus 3:2, 15-16). Jezus verscheen aan Paulus toen Paulus op weg was naar Damascus. Jezus riep Paulus toen om apostel te zijn (Handelingen 9; 22; 26; 1 Korinthe 9:1; 15:8-9; Galaten 1:13-17). Door het ongebruikelijke tijdstip van zijn roeping trok Paulus de conclusie dat er na hem geen andere apostelen meer zouden worden geroepen (1 Korinthe 15:8). Evangelie (Grieks eèangelion) betekent ‘goed nieuws’. Hieronder viel niet alleen de oproep om door geloof gered te worden, maar ook Paulus’ volledige boodschap m.b.t. Jezus Christus, en hoe Christus’ verlossing het hele leven en de hele geschiedenis transformeert.

Aantekening bij 1 Korinthe 7 : 21  >  slaaf (Grieks doulos). De Romeinse manier van slaven houden verschilde van het slavendom in Noord-Amerika gedurende de 17e en 19e eeuw. Slaven mochten over het algemeen werken voor geld en om genoeg te kunnen sparen om zich vrij te kunnen kopen (zie Mattheüs 25:15, waar slaven veel geld en een geweldige verantwoordelijkheid werd toevertrouwd). Het Nieuwe Testament gaat ervan uit dat mensenhandel zonde is (1 Timotheüs 1:10; Openbaring 18:11-13), en Paulus spoort de christelijke slaven aan die ook vrij kunnen worden, van die gelegenheid gebruik te maken. De vrijgekomen slaaf werd officieel bestempeld als ‘vrijgelatene’ en bleef vaak werken voor zijn vroegere meester. Veel nog bestaande inscripties van vrijgelatenen geven aan dat de tendens bestond om de vroegere meester aan te nemen (nu hun ‘werkgever’) en hem te blijven eren.   

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Geestkracht of toverkracht?

Lezen: Mattheüs 9 : 27 – 34   

Zaterdag 13 Juni 2020                   Mattheüs 9 : 34

Maar de Farizeeën zeiden: [1]Hij drijft de demonen uit door de aanvoerder van de demonen.

(BGT) Maar de farizeeën zeiden: ‘Jezus krijgt hulp van Satan, de leider van de kwade geesten. Daardoor kan hij kwade geesten wegjagen.’

Aantekening

Mattheüs 9 : 34  >  Hij drijft de demonen uit door de aanvoerder van de demonen. De Farizeeën zagen niet in dat God hier, door het onderwijs en het werk van Jezus, iets uitzonderlijks deed. Daarom schreven zij deze krachten toe aan de enige andere mogelijkheid, want zij konden de zichtbare wonderen van Jezus niet ontkennen. Maar door de oprechtheid van Jezus’ leringen, zijn moreel hoogstaand karakter en Zijn werken van liefde zouden ze toch beter moeten weten (vgl. Mattheüs 7:16; Johannes 3:2; 9:31-33). 


[1]  Mattheüs 12:24; Markus 3:22; Lukas 11:15 

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Opleving

Lezen: Mattheüs 9 : 18 – 26   

Vrijdag 12 Juni 2020                      Mattheüs 9 : 25

Toen de menigte weggestuurd was, ging Hij naar binnen en greep haar hand; en het meisje stond op.

(BGT) Toen iedereen weggestuurd was, ging Jezus naar het meisje toe. Hij pakte haar hand vast, en het meisje stond op.

Aantekening

Mattheüs 9 : 24 – 26  >  greep haar hand. Iemand die een lijk aanraakte was zeven dagen onrein (Numeri 19:11-21), maar Jezus wekt het meisje tot leven, waardoor het onreine rein werd. Jezus’ macht over de dood is een voorafschaduwing van de latere opwekking van Lazarus en Zijn eigen opstanding (Mattheüs 28:1-10; Johannes 10:17-18; 11:25-26 enz.).

Tekst van de Dag

Tekst van de dag      Wie kan genezen?

Lezen: Mattheüs 9 : 9 – 17   

Donderdag 11 Juni 2020                Mattheüs 9 : 12 – 13

Maar Jezus, Die dat hoorde, zei tegen hen: Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn. Maar ga heen en leer wat het betekent: [1]Ik wil barmhartigheid en geen offer; [2]want Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.

(BGT) Toen Jezus dat hoorde, zei hij: ‘Een dokter is er niet voor gezonde mensen, maar voor zieke mensen. Met mij is het net zo. Ik ben er niet voor goede mensen. Maar ik ben gekomen om aan slechte mensen het goede nieuws te vertellen. Denk eens goed na over deze woorden van God: «Ik wil geen offers, maar ik wil dat jullie goed voor elkaar zijn.»’

Aantekening

Mattheüs 9 : 12  >  Wie gezond zijn … wie ziek zijn. De Farizeeën vonden dat ze ‘gezond’ waren voor God omdat ze de wet hielden. Ze waren dus blind voor hun geestelijke ‘ziekte’. Jezus maakt hier duidelijk dat alleen degene die hun nood beseffen, tot Hem komen voor hulp.Mattheüs 9 : 13  >  Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars. Voor de Farizeeën is Jezus’ offer voor de verlossing van zondaars een bedreiging voor hun levenswijze. Toch is dat de kern van het Evangelie van Christus. Ik wil bermhartigheid en geen offeris uit Hosea 6:6.* ‘Offer’ is het houden van de godsdienstige voorschriften, maar voor God was ‘barmhartigheid’ belangrijker (de LXX gebruikt het Grieks ‘eleos, ‘barmhartigheid’ als vertaling voor het Hebreeuws shesed, dat ‘standvastige liefde’ betekent, ook wel ‘goedertierenheid’ vertaald), waardoor de Farizeeën deze zondaars zouden gaan liefhebben zoals Jezus dee


[1]  Hosea 6:6; Micha 6:8; Mattheüs 12:7

[2]  Markus 2:17; Lukas 5:32; 19:10; 1 Timotheüs 1:15