HSV: [34] Wacht op de HEERE en houd u aan Zijn weg. Dan zal Hij u verheffen om de aarde te bezitten; u zult zien dat de goddelozen worden uitgeroeid.
NBV21: [34] Vestig je hoop op de HEER en blijf op de weg die Hij wijst, Hij zal je aanzien geven en grondbezit, je zult beleven dat zondaars worden verdelgd.
BGT: [34] Vertrouw op de Heer en houd je aan zijn wetten. Hij zal je belonen, je zult in vrede leven. Maar slechte mensen worden vernietigd. Er blijft niets van ze over. En jij zult dat zien.
Aantekening bij:
Psalm 37:32-40 De Heere beschermt de rechtvaardigen tegen intriges van de goddelozen. Een veel voorkomend thema in de psalmen is dat de gelovigen altijd leven onder de dreiging van de snode plannen van de goddelozen, maar dat zij erop mogen vertrouwen dat de Heere hen bewaren zal. In deze laatste verzen staat de zekerheid dat de Heere de gelovige niet over zal geven in de hand van de goddeloze (vers 32-33), maar zal waarborgen dat zowel de gelovigen als de goddelozen hun eigen loon zullen ontvangen op Zijn tijd (misschien in de toekomstige wereld, vers 37-38; vgl. aantekening bij vers 9).
Aantekening bij Psalm 37:9: Het contrast tussen de resultaten van wie uitgeroeid worden en wie de aarde zullen bezitten, komt in de psalm telkens terug: vers 11, 22, 28-29, 34. ‘Uitgeroeid worden’ verwijst doorgaans naar een Goddelijk oordeel, dat iemand verwijdert uit het volk van God (bv. Genesis 17:14; Leviticus 7:20). In deze psalm ziet het vooruit naar ‘het einde van de goddelozen’ (Psalm 37:38), dat waarschijnlijk betrekking heeft op hun leven na dit leven (aangezien het als tegenstelling wordt gebruikt tegen iemands ‘hoop’ in Spreuken 23:18; 24:14). De wijsheidsliteratuur erkent dat God kan wachten tot het leven na dit leven, om ten volle Zijn onderscheid tussen de gelovigen en de goddelozen tot uitdrukking te brengen.*