HSV:[20] HEERE, God van de legermachten, breng ons terug; doe Uw aangezicht lichten, dan zullen wij verlost worden.
NBV21:[20] HEER, God van de hemelse machten, keer ons lot ten goede, toon uw lichtend gelaat en wij zijn gered.
BGT:[20] Heer, machtige God, geef ons weer kracht.
Kom bij ons en bescherm ons, dan zijn we gered.
Aantekening bij:
Psalm 80:17-20 Doe ons trouw zijn. De laatste strofe zet het beeld van de wijnstok uit het vorige gedeelte voort met een beschrijving van de monsterachtige daden van deze heidense plunderaars: zij hebben de wijnstok met vuur verbrand, zij hebben hem afgekapt. Bij een dergelijke aanranding komtGods eigen plant om door de bestraffing van Uw aangezicht. Deze terminologie in vers 18, de Man/man van Uw rechterhand en de Mensen zoon/mensenzoon, heeft waarschijnlijk betrekking op het volk Israël en wel om verschillende redenen. In eerste plaats is ‘de man van Uw rechterhand’ waarschijnlijk een woordspeling met de naam Benjamin (vers 3). Die naam betekend immers ‘zoon van de rechterhand’ (zie Genesis 35:18, HSV-voetnoot). Hier staat Israël aan Gods rechterhand, geroepen om Zijn doel in de wereld te verwezenlijken. In de tweede plaats werden de woorden ‘de Zoon Die U voor Uzelf sterk hebt gemaakt’ in Psalm 80:16 op Israël betrokken. De toevoeging ‘mensen-‘ bij ‘mensenzoon’ benadrukt Israëls broosheid en afhankelijkheid van God. (Een reden waarom de schrijvers van het Nieuwe Testament Jezus de Zoon van God en de Mensenzoon noemen, is om te tonen dat Hij alles belichaamt waartoe Israël was geroepen, wat Hem de ideale Nakomeling van David maakt. Daarom heeft de HSV-hoofdletters gebruikt.) Israël als geheel verplicht zich tegenoever God als Hij Zijn hand laat rusten op Israël (d.w.z. Zijn macht in het belang van Israël aanwenden, speciaal door hen te beschermen tegen de verwoestende heidenen), dan zal Israël zich niet (opnieuw) afkeren van God en Zijn Naam aanroepen, d.w.z. ware vroomheid betrachten.